63. DE LAATSTE GOUVERNEUR VAN GORDON.

Chartoem was in Januari 1885 gevallen. Gordon dood, Slatin pacha

gevangen en de opvolger van den zegevierenden Mahdi, Kalifa Abdullahi

had geheel Soedan te vuur en te zwaard aan zijn heerschappij

onderworpen. Alleen het zuidelijkst deel van het voormalig Egyptische

rijk, de Aequator-provincie, die zich Nijlopwaarts tot aan het hart van

Afrika uitstrekt, had nog steeds hardnekkig weerstand geboden aan den

stormloop der derwischen.

De gouverneur van deze provincie, een Duitscher, Eduard Schnitzer, Emin

pacha genaamd, was als vijf-en-twintig jarig arts en natuuronderzoeker

in Turkschen dienst getreden en had zich na tien veel bewogen

levensjaren ter beschikking gesteld van den gouverneur van Egyptisch

Soedan, van Gordon te Chartoem. Gordon had reeds na korten tijd de

uitnemende hoedanigheid van den Duitschen arts erkend, en hem in Maart

1878 tot gouverneur van de Aequator-provincie benoemd. In zijn

uiterlijk meer het oerbeeld van een slechts voor de wetenschap levend

professor, zooals de geestigheid van het volk hem graag teekent wist

Emin pacha, door beminnelijke zorg, diplomatieke handigheid en

onwankelbare kalmte het volle vertrouwen zijner onderdanen te winnen.

Den slavenhandel wist hij krachtig te beperken, de her- en derwaarts

gedreven inboorlingen opnieuw aan vaste woonplaatsen te binden en door

het aanleggen van wegen zijn gebied te ontsluiten voor handel en

verkeer: de bebouwing zijner provincie nam zoo toe, dat de Egyptische

regeering, nadat hij vijf jaar het bestuur in handen had gehad,

aanzienlijke oogsten kon binnenhalen. Naast dit veelzijdig werk aan

zijn bestuur verbonden, verrijkte Emin op talrijke reizen de

wetenschappelijke kennis omtrent de binnenlanden van Afrika door

grondige onderzoekingen en hij zond de resultaten van zijn

lievelingsstudie, groote botanische en zoölogische verzamelingen, naar

Europa.

Daar brak de opstand van Soedan uit tegen de Egyptische heerschappij en

14 April 1883 ging de laatste stoomboot van Lado, de residentie van

Emin, den Nijl af naar Chartoem.

Hiermede was de gouverneur met zijn manschappen geheel van Egypte en

Europa afgesneden.

Ondanks dapper verweer, moest hij steeds meer Nijlopwaarts terugtrekken

voor de uit het Noorden voortdringende horden der Mahdisten; in het

Zuiden was hij de rijken van zwarte, oorlogzuchtige koningen

ingedreven, die er slechts op wachtten de hoofden van den blanken pacha

en zijn Egyptische soldaten als overwinnings-trofeeën rondom hun hutten

op staken te plaatsen, of met het vleesch der verslagenen hun

kookpannen te vullen. Vele naburige negerstammen sloten zich bij de

Mahdisten aan, en het godsdienstig fanatisme wekte oproer en verraad,

zelfs in Emin’s naaste omgeving. Hoe lang kon de Duitsche geleerde,

door zijn Egyptische regeering in den steek gelaten, zich op dezen

verwijderden post met een handjevol soldaten nog staande houden?

Deze vraag hield gedurende de volgende drie jaren de geheele beschaafde

wereld bezig! Reeds had een Duitsche hulpexpeditie, die onder leiding

van den Afrika-reiziger, Gustaaf Adolf Fischer, vanaf de westkust voort

was getrokken, bij het Victoria-Niansa-meer moeten terugkeeren zonder

iets van Emin pacha te hebben vernomen. Wie zou het nu wagen den

laatsten der gouverneurs van Gordon, voor hetzelfde lot van den

verdediger van Chartoem te redden?

Daar richtten eenige ondernemende Engelschen het oog weer op Stanley.

Indien hij eens Livingstone had gevonden, zoo zou hij ook nu van de

oost- of de westkust tot Emin pacha doordringen en den gouverneur en

zijn getrouwen uit de, door Egypte opgegeven, provincie naar Zanzibar

geleiden.

Stanley was juist op een reis in Amerika om voordrachten te houden,

toen hij telegrafisch het bericht kreeg, dat het comité dat zich ten

doel stelde Emin pacha hulp te verleenen in verbinding met de

Egyptische regeering de noodige middelen voor een expeditie bijeen had

gebracht.

Tot wanhoop zijner agenten onderbrak hij dadelijk zijn reis en 24

December 1886 was hij in Londen. Dadelijk begon hij met zijn

voorbereidingen en wel met zulk een energie, dat hij reeds vier weken

later naar Egypte kon vertrekken. Den 22sten Februari 1887 was hij

reeds in Zanzibar, om hier de geschikte troepen te werven en dan per

schip rondom Zuid-Afrika naar de monding van den Congo te varen. Het

ongeluk der Duitsche expeditie had bewezen, dat men slechts met een

klein Europeesch leger, vanaf de Oostkust, den doortocht zou hebben

kunnen wagen door de stammen van de binnenlanden van Afrika, en de

gewone neiging der dragers uit Zanzibar, om na verkregen voorschot naar

hun naburig geboorteland te deserteeren, zou een expeditie vanaf de

oostkust roekeloos op niets hebben doen uitloopen. Daarom wilde

Stanley, met behulp van den Congo, Afrika voor den tweeden keer

doorkruisen en langs dezen weg tot aan het Albert-meer doordringen, in

de nabijheid waarvan de verdwenen gouverneur, als hij nog leefde, zich

moest ophouden.

De Congolijn leidde echter door een gebied, dat het machtig Arabisch

opperhoofd Tipoe Tip als zijn eigendom beschouwde. De sluwe slaven- en

ivoorhandelaar was, sedert hij Stanley op zijn eerste doorkruising van

Afrika, in 1876 zoo trouweloos in den steek had gelaten, het spoor van

den Europeeschen ontdekker gevolgd en de eerste vruchten van dat

pionierswerk waren hem in den schoot gevallen. Onmetelijke gebieden van

menschen en olifanten, schenen slechts ontdekt, om zijn rijkdom aan

slaven en ivoor, met millioenen te doen toenemen! In enkele jaren had

hij zich opgewerkt tot dwingeland van het Congo-bekken, en aan den

oever van de rivier vele Arabische nederzettingen gevestigd, van waar

uit zijn duizenden krijgslieden die aan het woeste leven van den

Aequator gewoon waren, begeerig naar buit, rondtrokken en door moord,

roof en verwoesting voor de toekomstige beschaving van het donkere

werelddeel ontzetting verbreidende herauten werden. Indien Tipoe Tip de

nieuwe expeditie moeielijkheden in den weg lei, dan zou zij

onuitvoerbaar zijn, en als de groote voorraad aan ammunitie, die

Stanley voor Emin pacha meevoerde in handen van het opperhoofd viel,

dan zou de jonge opbloeiende Congo-staat aan welks vestiging Stanley

verscheidene jaren van zijn leven had gewijd, bedenkelijk in gevaar

gebracht worden. Bovendien had Stanley bij de geringe weerstandskracht

van zijn geleiders uit Zanzibar dragers noodig om tot Emin te kunnen

komen.

Stanley ontmoette het Arabisch opperhoofd reeds in Zanzibar en deze nam

op zich, om tegen hooge betaling, zeshonderd dragers te verschaffen

voor het eind dat van de Stanley-vallen naar het Albert-meer afgelegd

moest worden. Als belooning voor zijn goeden wil zorgde Stanley er

voor, dat Tipoe Tip tot gouverneur over de Stanley-vallen werd benoemd,

met het traktement van een officier; hij moest daarvoor het in 1883

gevestigd station Stanley-val, dat om zijn roofzuchtige scharen was

opgegeven, verdedigen tegen zijn eigen lieden en de naburige

inboorlingen, en den slavenhandel daar onderdrukken. Bovendien kreeg

Tipoe Tip met zes-en-negentig van zijn metgezellen vrije vaart rondom

Afrika en den Congo op. Den 25sten Februari 1887 stoomde de geheele

expeditie, op de stoomboot „Madoera” van Zanzibar uit.

In het gezicht van Kaapstad, waarvan de groei en het bedrijvig leven op

den Arabier grooten indruk maakte, zeide deze tegen zijn Engelsche

bondgenooten, dat hij tot nu toe alle blanken voor dwazen had gehouden.

„En wat denkt gij nu van hen?” vroeg Stanley.

„Ik geloof, dat er iets in hen steekt,” antwoordde Tipoe Tip, „en zij

zijn nog ondernemender dan de Arabieren. Ik heb met mijn vrienden deze

stad, haar groote schepen en havendammen bekeken, en wij zijn tot de

overtuiging gekomen, dat alles zooveel beter is dan in Zanzibar, en ik

heb mij verbaasd, waarom wij het niet even goed kunnen als de blanken.

Ik begin te gelooven, dat zij heel schrander moeten zijn.”

„Indien gij dat ontdekt hebt, Tipoe Tip, dan zijt gij op den goeden weg

meer te ontdekken. Jammer dat gij nooit een bezoek aan Engeland hebt

gebracht. Wees op deze lange reis trouw aan ons, dan zal ik er u heen

brengen en gij zult meer zien dan gij u kunt voorstellen!”

„Inschallah! Als het de wil van Allah is, zullen wij er samen

heengaan.”

Indien deze bewonderende stemming van Tipoe Tip bleef, dan zou hij de

expeditie van onschatbaar veel nut zijn. Maar wie kon peilen, wat voor

plannen en aanslagen achter het breede voorhoofd van dezen bruinen

diplomaat schuilden!

Van pool tot pool(#76913) · 第 69 / 75 题