45. IN DE MACHT VAN DEN MAHDI.

Den 18den Februari 1884 trok Gordon voor den tweeden keer als

stadhouder van Soedan Chartoem binnen, en nam weer zijn intrek in zijn

oude paleis. Wreedheid en onrecht van allerlei aard hadden, gedurende

de jaren zijner afwezigheid, om zich gegrepen. Nu opende hij de deuren

der overvolle gevangenissen, onbetaalde belastingpapieren werden

verbrand, allerhande martelwerktuigen gebroken en in den Nijl geworpen.

Daarna begon hij met de ontruiming der stad. Ongeveer 3000 vrouwen en

kinderen werden naar Abu Hammed en door de Nubische woestijn naar

Korosko gezonden; zij kwamen daar nog zonder gevaar en waren gered.

Langs denzelfden weg zou het oprukken van troepen uit Egypte een

kleinigheid zijn geweest. In plaats daarvan zond Engeland een expeditie

naar Soeakin, om aan de Roode Zee een vast standpunt te hebben! Dat

deed de woede der oproerige stammen in Soedan nog meer ontvlammen, want

zij veronderstelden natuurlijk, dat de blanken van daar uit hun land

wilden veroveren. Steeds vaster sloten zij zich aaneen, rondom den

Mahdi, en hun haat richtte zich tegen den gevreesden Gordon en de

weinige Europeanen, die zich met hem te Chartoem bevonden.

Zoolang de telegraaflijn naar Kaïro nog in orde was, bracht Gordon de

machthebbers op de hoogte van zijn toestand. Vóór alles verlangde hij,

dat de weg van Soeakin naar Berber bezet werd, want ook vanaf deze lijn

was Soedan te beheerschen. Maar men verwierp zijn raadgevingen en

Berber werd door de troepen van den Mahdi veroverd. Verschillende, tot

nu toe bevriende opperhoofden ten Noorden en Noordoosten van Chartoem

voegden zich nu ook bij den Mahdi, onophoudelijk kwamen berichten van

nieuwe opstanden naar Chartoem, en in de stad zelf was Gordon aan alle

kanten door verraders omgeven. Den 10den Maart werd de telegraafkabel

doorgesneden, en nu lag een geheel halfjaar diep stilzwijgen over

Gordon en zijn manschappen! Reeds den 11den Maart vertoonden zich aan

den oever van de Roode Zee Arabische krijgslieden, de Mahdi trok het

net steeds vaster rondom de ongelukkige stad.

Gedurende de laatste jaren had de Egyptische regeering Chartoem slechts

gebrekkig laten versterken en gedurende de eerste drie maanden der

belegering werkte Gordon dag en nacht aan de versterking der

verschansingen. Rondom de stad werden aarden wallen opgeworpen,

prikkeldraad aangebracht, en daar waar aanvallen te verwachten waren,

mijnen gelegd. Einde April was Chartoem geheel ingesloten, en alleen de

weg langs de rivier naar het Noorden vrij. Begin Mei gingen de

Arabieren den Blauwen Nijl over, leden echter groote verliezen door

ontploffende mijnen, en werden met kruppkanonnen uit hun stelling

gedreven.

Zoolang het maar eenigszins mogelijk was, had Gordon troepen

uitgezonden om durrha en andere levensmiddelen te halen. Einde Juli

zuiverde hij met zijn beste troepen den oever van den Nijl en nam

dertien Arabische verschansingen. Maar tot dien tijd had hij reeds 700

man verloren. Elke gedachte aan een ontruiming der stad was reeds

opgegeven. Het was nu nog slechts uithouden—tot het einde.

In September 1884 was er nog proviand voor drie maanden voorhanden en

de Arabieren, die inzagen, dat zij de stad niet aan den Witten Pacha

konden ontnemen, besloten ze te laten uithongeren.

In September had de Nijl zijn hoogsten waterstand bereikt. Hoe vaak

zullen Gordon en zijn beide makkers, overste Steward en Power, de

correspondent van de Times, wel niet vanaf het platte dak van het

paleis, naar het Noorden, naar verlangde hulp hebben uitgezien. Over de

watervallen beneden Chartoem en Berber bruiste het water tien meter

omlaag, en nu alleen was het mogelijk met een stoomboot naar Dongola

door te dringen. In den nacht van 9 September werd een der acht kleine

stoombooten, met welke Gordon de Arabieren van de oevers van den Witten

en den Blauwen Nijl placht te verdrijven, voor de afreis gereed

gehouden. Steward, Power, de Fransche consul en eenige Grieken, kortom

alle Europeanen in Chartoem, begaven zich aan boord en met hen vijftig

soldaten. Zij namen de belegeringskronieken, de ambtelijke geschriften,

de lijsten over proviand, ammunitie, wapenen en manschappen, de

verdedigingsplannen en alle papieren van waarde mede. Toen de stoomboot

van den oever afstiet, en bij het ochtendgrauwen in de schemering

verdween, was Gordon de eenige Europeaan in Chartoem.

In Februari had de stad 60.000 inwoners gehad. Gedurende de belegering

werd echter het derde deel der inwoners verdreven, omdat men wist, dat

het verraders waren. Van de overige 40.000 kan Gordon zich

ternauwernood op de helft verlaten, en ook de betrouwbaren zijner

manschappen waren slechts daarop bedacht, hun have en goed te redden.

In vergelijking met de vreugdedronken, fanatieke derwischen, onder het

vaandel van den Mahdi, waren Gordon’s soldaten erbarmelijk gespuis.

Wat nu gedurende dit halfjaar gebeurde, zal men nooit te weten komen.

Men weet slechts dat Gordon de versterking der stad krachtiger maakte,

de schepen en stoombooten met stalen platen bekleedde en met kanonnen

liet bewapenen en onvermoeid z’n soldaten tot weerstand oefende. Men

weet ook, dat hij waakte over de rechtvaardige verdeeling der

levensmiddelen, zieken en gewonden in de hospitalen opzocht en moed

insprak en de nachten doorbracht in de buitenwerken, waar het eerst

gevaar dreigde. In den bazaar kocht hij groote hoeveelheden blauw-groen

katoen, dat over de aarden wallen werd uitgespreid, opdat deze er

zouden uitzien alsof zij met stalen platen waren bedekt en den aanval

der Arabieren vertraagden, totdat men gereed was met het opwerpen van

nieuwe wallen binnen de oude. Maar al deze berichten zijn slechts bij

geruchten uit het belegerd Chartoem in de wereld gekomen. Want ook

Steward en de overige Europeanen bereikten het doel niet. Vlak achter

Abu Hammed leed de boot schipbreuk, de geheele bemanning werd door de

lieden van den Mahdi vermoord, en al de papieren van waarde van Gordon

vielen den overweldigers in handen!

Van pool tot pool(#76913) · 第 51 / 75 题