41. EGYPTE.

Ik herinner mij nog alsof het gisteren gebeurde, den dag in het jaar

1885, toen de telegraaf over de gansche aarde de treurmare bracht, dat

Chartoem gevallen en Gordon Pacha, de gouverneur van Soedan omgekomen

was! Zelden werd de geheele wereld zoo diep getroffen door den dood van

een man.

Gordon was een Schot, maar werd in 1833 in een der voorsteden van

Londen geboren, en reeds als jonge luitenant bij de genie, hoorde hij

onder de muren van Sebastopol het oorlogsgedonder dreunen. Als

dertigjarig majoor voerde hij het bevel over het keizerlijk leger in

China en onderdrukte den schrikkelijken Taiping-opstand, die sedert

1851 in de provinciën aan de blauwe Rivier woede. In anderhalf jaar had

hij de rust hersteld.

Nadat hij eenige jaren, gedeeltelijk in zijn geboorteland, gedeeltelijk

in de landen van het Oosten had doorgebracht, trad hij in 1874 in

dienst van den Khedive, den onderkoning van Egypte. De Khedive Ismail

was een energiek man met vooruitstrevende plannen. Hij wilde zijn rijk

uitbreiden tot aan de groote meren van den aequator, waar men meende

dat de Nijl moest ontspringen, en Gordon zou over een provincie

regeeren, die haar naam, Aequatoria, naar den aequator draagt. Vlak ten

Zuiden van Caïro, de grootste stad van Afrika, de hoofdstad van Egypte,

begint een hoogland, dat zich van het Noorden naar het Zuiden bijna

over het geheele vasteland uitstrekt. In Abessinië verheft het zich tot

aanzienlijke hoogte en rondom den aequator, verheft het zich tot

Afrika’s hoogste bergtoppen. Als een scherm houdt dit gebergte allen

regen verre van Egypte en groote deelen van Soedan. De waterdampen, die

de passaatwind des zomers over Abessinië heendrijft, veranderen in de

bergstreken van dit land in regen en sneeuw en de wind komt droog naar

Nubië en Egypte. Wat aan vochtige massa’s uit den warmen Indischen

Oceaan opstijgt en door den passaatwind naar het Noordwesten wordt

gedreven, verandert gedurende acht maanden van het jaar in water, in de

gebergten bij den aequator, en zoo ontvangt het Nijldal ook van daar

geen neerslag. De bodem blijft hoog en ontzaglijke gebieden zijn

woestenijen, waar bronnen slechts op groote afstanden van elkaar

liggen. Maar gedragen door de winden van den Indischen Oceaan, ruischt

de regen op de Oost-Afrikaansche gebergten neer en verzamelt zich daar

tot geweldige rivieren. De Atbara en de Blauwe Nijl stroomen uit

Abessinië neer en veroorzaken in den herfst de bekende overstroomingen

van den Nijl; gedurende het overige deel van het jaar zorgt de Witte

Nijl voor de bewatering van Egypte. Zoo gedijt het land ook zonder

regen, en ontelbare kanalen bevruchten in zijn plaats de akkers in

welker, krachtigen, moerassigen slibbodem ontelbaar veel graansoorten;

tarwe, mais, gerst en durrha (negergierst), groenten als boonen en

erwten en veel dadelpalmen welig groeien en suikerriet en

katoenstruiken, zich steeds meer uitbreiden. Van uit een ballon gezien

zouden deze akkers, die palmen en vruchtboomen zich afteekenen langs de

rivier als een groene band, terwijl het geheele overige gebied er geel

en grauw zou uitzien; want het bestaat slechts uit droge

zandwoestijnen.

Zoo is de Nijl voor Egypte de gewichtigste levensvoorwaarde. Daarvan

vertelt de geschiedenis van de verste Oudheid ons reeds. Want Egypte is

een der oudste cultuur-centra der aarde. Wie duizelt niet bij de

gedachte, dat de eerste koning van wien gegevens uit de Oudheid worden

medegedeeld 3200 jaren voor de christelijke jaartelling heeft geleefd

en dat de groote piramide bij Giseh 4600 jaren oud is! Het grafgewelf

ervan is in de vaste steenmassa ingemetseld en daar staat tegenwoordig

nog de sarcophaag van rood graniet van koning Cheops. Twee millioen

300.000 steenblokken, elk tien kubieke meter groot, zijn noodig geweest

om voor een vergankelijk koning een onvergankelijk grafteeken op te

richten! Het gaat door voor het grootste bouwwerk, wat ooit door

menschenhanden werd opgericht. Gebouwen van onzen tijd schrompelen

daarnaast tot niets ineen. Slechts de lange Chineesche muur zou er

zich, wat omvang betreft, mede kunnen meten, maar hij is vervallen en

voor het grootste deel van de aarde verdwenen, terwijl de piramide van

Cheops er nog altijd als voor duizenden jaren staat, nu eens door de

zon verwarmd, dan weer door het maanlicht beschenen, of als een

sprookjesachtige verschijning te midden van den duisteren, lauwwarmen

nacht.

Twee duizend kilometer ten zuiden van de hoofdstad van Egypte eindigt

de woestijn en vandaar bedekken geweldige moerassen en dicht riet den

grond. Dit is Soedan, „het land der zwarten”. Op de landpunt, in welks

hoek de Witte en de Blauwe Nijl samenvloeien, lag Chartoem, de eenige

stad van Soedan, tot waar handelswegen van alle kanten heenleidden, en

waar de waren nooit onverkocht bleven liggen. Naar de kostbare veeren

van den snelvoetigen struisvogel was toch ter versiering der

Europeesche dameshoeden steeds groote navraag en eveneens naar het

kostbaar ivoor van de Afrikaansche olifanten die grooter en krachtiger

zijn dan hun Indische neven en die bij kudden worden neergeschoten of

in het woud in valkuilen worden gevangen. Maar het handelsartikel dat

het meest op prijs werd gesteld, en langs Chartoem ging, dat waren de

slaven, „het zwarte ivoor”, zooals hun hartelooze Arabische handelaars

hen noemden. Het vervoer der olifantstanden door paarden of ossen was

te duur, daar vele dieren bezweken onder de steken van de giftige

vliegen. Daarom moest het ivoor door menschen worden gedragen en zoodra

deze hun diensten hadden bewezen, werden zij zelf naar Egypte, Rome,

Syrië en Turkije verkocht. Wouden en woestijnen waren niet

onuitputtelijk, ivoor en struisveeren konden eens een einde nemen; voor

uitsterven van negers behoefde men niet te vreezen. Sedert voor drie

honderd jaren, een Engelsen kapitein de eerste scheepslading slaven

naar Amerika bevrachtte, heeft deze schandelijke handel tot in den

modernen tijd als een vloek gerust op het werelddeel der zwarten.

Van pool tot pool(#76913) · 第 47 / 75 题