36. PAUS PIUS X.

Italië’s koning heerscht over 35 millioen onderdanen. Zijn hoofdstad

Rome is echter ook de zetel van een ander machtig vorst, wiens rijk

niet van deze wereld is. Zijn troon is de stoel van den heiligen

Petrus, zijn wapens zijn de drievoudige kroon, de Tiara, en de

gekruiste sleutels die de poort van het hemelrijk openen en sluiten.

Aan hem zijn de 270 millioen Katholieken over de geheele wereld

onderworpen! Hij is een vrijwillige gevangene in het Vatikaan, een

groep van hooge paleizen, dat wel tienduizend zalen en vertrekken

omvat. Hier zijn musea, bibliotheken en handschriftenverzamelingen van

onschatbare waarde bijeengebracht, alleen de beeldengalerij van het

Vatikaan is de rijkste der wereld. De Sixtijnsche kapel is door Michel

Angelo met reusachtige schilderstukken versierd; de prachtige

plafondschildering stelt de schepping, de zondeval en de zondvloed

voor; een muurschildering toont ons het jongste gericht.

Aan de westzijde van het Vatikaan liggen de tuinen van den paus, en

zuidelijk daarvan verheft zich de St. Pieterskerk, het geweldigste

bedehuis der christenheid.

Het Vatikaan, met alles wat er bij behoort, vormt een stad op zichzelf,

en wel de machtigste stad op de geheele wereld, een zetel van kunst en

geleerdheid, en bovenal, is het ’t brandpunt van een machtig

kerkgenootschap. Van hieruit slingert de Paus zijn banbliksem over

ketters en zondaren, en van hieruit bewaakt hij de geloovigen van zijn

werk volgens het driemaal herhaalde woord van den Heiland tot Petrus:

„Weidt mijne lammeren!”

Toen den 20sten Juli 1903, de vorige Paus, Leo XIII stierf, kwamen de

kardinalen bijeen om zijn opvolger te kiezen. Onder deze bevond zich

ook de bejaarde patriarch van Venetië, kardinaal Giuseppe Sarto. Toen

deze zijn geliefd Venetië verliet, om voor de Pauskeuze naar Rome te

reizen, nam hij aan het station een retourkaartje! Maar, daar hij het

was, die tot Paus gekozen werd, zal hij zijn Venetië, en het landhuis

waar hij als kind gespeeld heeft, nimmer weer zien; want als heerscher

in het Vatikaan, heeft hij van zijn vrijheid afstand moeten doen.

Op zekeren Februaridag van het jaar 1910 bevond ik me op weg naar het

Vatikaan. Een vriend uit Italië vergezelde me. We reden over de

Engelen-brug, en voor ons verhief zich de statige Engelen-burcht, door

keizer Hadrianus 1800 jaar geleden opgericht als zijn eigen

grafmonument. Na links afgeslagen te zijn, kwamen we aan het St.

Pietersplein, dat, begrensd door St. Pieterskerk, Vatikaan en

zuilengangen, een der indrukwekkendste pleinen ter wereld is. Tusschen

de ruischende fonteinen, staat een obelisk, op bevel van keizer

Caligula uit Egypte hierheen gebracht. Reeds lang vóór den tijd van

Mozes zag deze obelisk neer op Egypte’s woestijn. Aan zijn voeten

hebben de kinderen Israël’s in hun gevangenschap hun liederen gezongen.

Ten tijde van Nero, zag hij duizenden Christenen den marteldood

sterven. Nog heden verheft hij zich, vijf en twintig meter hoog,

bestaande uit een enkel stuk steen, ongedeerd door den tijd en

onaangetast door menschenhanden. Aan de noordzijde van het plein

bevindt zich de poort van het Vatikaan. Hier houdt de Zwitsersche Garde

in middeleeuwsche uniform, de wacht. In prachtige, met roode zijde

behangen vertrekken wachten talrijke pelgrims, monniken en prelaten het

oogenblik af, waarop ze tot Zijne Heiligheid zouden worden toegelaten.

Een voornaam priester, gekleed in violet gewaad, ging ons voor, om ons

aan te dienen, en door de geopende deur zag ik, hoe hij nederknielde

terwijl hij met den Paus sprak.

Spoedig was het mijn beurt om toegelaten te worden. In een ruim, rood

behangen vertrek zat Pius X aan zijn schrijftafel. Bij mijn binnenkomst

stond hij op, en reikte mij zijn fijngevormde doch krachtige hand.

Daarop namen wij plaats. De Paus leunde met de ellebogen op de

schrijftafel, en hield het hoofd op de handen gesteund; hij begon over

Tibet te spreken. Hij vroeg of de zending in dat land eenige kans op

succes had. Ik moest antwoorden dat Tibet tegenwoordig voor alle

Europeanen gesloten is, maar dat vroeger Italiaansche monniken er als

zendelingen werkzaam geweest waren. Toen ik onder anderen Odorico uit

Pordenone noemde, die in de 14de eeuw Tibet bereisd had, luisterde de

Paus vol belangstelling; want die naam was hem goed bekend, immers

Pordenone is een dorp uit zijn eigen geboortestreek!

Pius X geeft den indruk van grooten christelijken deemoed, van

eenvoudige, vriendelijke zachtmoedigheid, en zijn stem klinkt week en

ernstig. Ook zijn uiterlijk komt, door de witte kleeding die tegen het

roode behangsel van het vertrek afsteekt, uitstekend tot zijn recht.

Hij droeg een langen dichtgeknoopten priesterrok met een breeden gordel

en een schouderkraag, en op het witte haar droeg hij een wit kapje. Om

zijn hals fonkelde een gouden ketting met een groot kruis.

Tusschen het Vatikaan en de St. Pieterskerk liggen slechts enkele

schreden. We betreden het prachtige voorportaal en komen door een der

vijf gewelfde bronzen deuren in de kerk zelf. Eerbied en bewondering

overweldigen ons, zoo indrukwekkend zijn hier alle afmetingen! Nu eens

verlustigt zich onze blik in de bonte, hemelhooge gewelven, dan weer in

de eindelooze zuilenrijen, nu eens worden we geboeid door een

mozaiekwerk, dan weer door een grafteeken. Hoe lang zou men hier niet

moeten ronddwalen om aan al deze heerlijkheid eenigszins recht te doen

wedervaren! Rome is niet in één dag gebouwd, luidt het spreekwoord.

Voor het bouwen van de St. Pieterskerk waren alleen al honderd en

twintig jaren noodig, gedurende welken tijd twintig Pausen elkaar

opvolgden! Italië’s grootste meesters waaronder Rafaël en Michel Angelo

hebben het beste van hun scheppingen gewijd aan dezen tempelbouw, die

het graf van den apostel Petrus omsluit. De kosten bedroegen twee

honderd en vijftig millioen.

Van pool tot pool(#76913) · 第 42 / 75 题