35. DE EEUWIGE STAD.

Rome is onuitputtelijk. Het groeit onder de voeten van den bezoeker. In

2600 jaren zijn steeds nieuwe bouwwerken boven de ruïnen van een

vroegeren tijd verrezen. Van wat in de diepste lagen verborgen ligt,

het Rome uit den tijd der koningen, heeft men nog nauwelijks eenig

vermoeden. Daarop volgde het Rome der republiek, en vervolgens het Rome

van den keizertijd, de wereldstad, toen vanuit het Palatinum de

Caesaren hun scepter zwaaiden over de geheele, toenmaals bekende

wereld; van het nevelachtige Brittannië, en de duistere wouden van

Germanië, tot aan de gloeiende zandvlakten van Afrika, van de bergen

van Spanje, tot aan Galilea, het land der Joden. Talrijke

overblijfselen uit deze tijden van Rome’s wereldheerschappij zijn nog

heden temidden van het moderne straatgewoel overgebleven. Monsters op

den troon der Caesaren hebben de stad verwoest, teneinde de herinnering

aan hun voorgangers uit te wisschen, en slechts hun eigen roem aan het

nageslacht over te leveren. Vandalen, Gothen en andere barbaren hebben

Rome geplunderd. „Rome is niet op één dag gebouwd”—maar ook hebben

tweeduizend jaren Rome’s heerlijkheid niet kunnen vernietigen!

Op het Rome van den keizertijd volgen nieuwe lagen, de christelijke

tijd, de middeleeuwen en de nieuwere tijd met hun tallooze kerken,

kloosters, musea, en machtige paleizen. Het christendom bouwde op de

bouwvallen van het heidendom, het verleden en het heden gaan onmerkbaar

in elkaar over. Op het Kapitool staat de Romeinsche keizer Marcus

Aurelius, en op den anderen Tiber-oever staart Garibaldi, de

vrijheidsheld van het jonge Italië over de eeuwige stad heen. Men rijdt

door een moderne straat met prachtige winkels, en in weinige minuten

staat men op het Forum Romanum, het Romeinsche marktplein, het hart van

het oud-Romeinsche rijk, het tooneel van volksverzamelingen,

gerechtszittingen en handelszaken. Het Forum geleek op een marmeren

zaal in de open lucht, waardoor de triumfators omstuwd van

wapenbroeders en gevangenen zich naar het Kapitool begaven, om daar hun

offer te brengen aan Jupiter. Heden zijn nog eenige zuilen en

bouwvallen overgebleven van al de pracht waarmede Julius Caesar en

keizer Augustus het plein versierden. Zoo juist dwaalde men nog als een

vroom pelgrim door de St. Pieterskerk rond, en reeds bevindt men zich

onder den triomfboog van Titus, die opgericht werd ter herinnering aan

de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 n. Chr.!

Zoo dwaalt men in Rome rond, tusschen gedenkzuilen en triomfbogen,

tusschen tempel en theater, en vergeet bijna dat bijkans tweeduizend

jaren verloopen zijn, sedert de stemmen van krijgers, priesters en

tooneelspelers onder al deze geweldige bogen, voor het laatst

weerklonken. Op de trappen die naar het Kapitool voeren, wordt men

herinnerd aan de stichting van Rome; in een door een ijzeren hekwerk

omsloten grot loopen twee wolven heen en weer, vruchteloos een uitweg

zoekend; en boven op den heuvel zien we het bronzen beeld der wolvin

die Romulus en Remus zoogde. Volgens de sage werden beide knapen aan

den oever van den Tiber te vondeling gelegd, maar door de wolvin

gevonden en in het leven gehouden. Romulus grondvestte 750 jaar voor

het begin onzer jaartelling de eeuwige stad, en werd Rome’s eerste

koning.

Tal van gangen en gewelven bedekken den Palatijnschen heuvel, het zijn

de overblijfselen der paleizen van de Romeinsche keizers. Op de

hellingen groeien sinaasappelen tusschen de varens en klimopranken, en

door de oude pijnboomen en cypressen ruischt een wegstervende echo uit

lang vervlogen tijden.

Van pool tot pool(#76913) · 第 41 / 75 题