34. DWARS DOOR ITALIË.

Wel moeten de verwachtingen hooggespannen zijn van hem, die van Venetië

zijn eerste indrukken van Italië ontving, toen hij door de poorten der

Lagunenstad zijn intrede in dit land deed. Wij echter komen op onze

reis, van Zwitserland’s hemelhooge bergen in een heerlijk dal aan de

oevers van het Lago Maggiore. Door steile bergen omringd, bevat dit

donkerblauwe meer een groep kleine eilandjes, bezet met witte huizen,

fraaie paleizen en groene parken. Een dezer eilandjes draagt den

beroemden naam „Isola Bella”, het „mooie eiland”.

Dan snelt de spoortrein de Lombardische vlakte in, die het grootste

deel van Noord-Italië omvat, en waardoor de Po heenstroomt, alvorens in

de Adriatische Zee uit te monden.

De eerste groote stad, die nog geen bepaald Italiaansch karakter

draagt, is Milaan. De straten zijn breed en goed geplaveid, de huizen

modern gebouwd; men zou kunnen wanen zich in een groote Duitsche stad

te bevinden. Ook van fabrieken, die in de kleinere Italiaansche steden

nagenoeg geheel ontbreken, is Milaan ruimschoots voorzien.

Maar twee wonderen herbergt de stad. Het eene is de Dom, een der

prachtigste Gotische bouwwerken. In het middelpunt der stad verheft

zich dit indrukwekkende Godshuis op een ruim plein. Eerst wanneer men

de vijfhonderd treden, deels binnen in het gebouw, deels aan de

buitenzijde van den toren bestegen heeft, kan men zich een voorstelling

maken van de reusachtige afmetingen. Niet minder dan acht en negentig

spitsen, versieren als een woud van marmer het dakwerk, en het aantal

marmeren beelden dat aan de buitenzijde is aangebracht, moet ongeveer

tweeduizend bedragen. Geen andere kerk is met pulk een kwistigen

rijkdom van marmer voorzien. De oogverblindende schittering van al dit

marmer, vormt een wonderbare tegenstelling met het mystieke

schemerlicht dat daarbinnen, door de beschilderde glazen, heerscht;

daglicht en schemering hebben hier een verbond gesloten, om dit

meesterwerk van architectuur, waarover meer dan twee eeuwen gebouwd

werd, een bijzondere bekoring te verleenen.

Het tweede wonder van Milaan is het Heilige Avondmaal van Leonardo da

Vinci. Deze schat bevindt zich in het refectorium van een klooster, dat

tegen de kerk Santa Maria delle Grazia aangebouwd is; jammer is ’t dat

de jaren slechts te duidelijk hun sporen op dit beroemde schilderstuk

hebben achtergelaten. Maar nog steeds verkondigen de omtrekken en

verbleekte kleuren het genie van Leonardo.

De vruchtbare, dicht bebouwde vlakte van Lombardije biedt den reiziger

geen bonte verscheidenheid van tafereelen. Eerst bij Piacenza, waar wij

de Po oversteken, en waar reeds de noordelijke uitloopers der Apenijnen

in ’t gezicht komen, wordt het terrein heuvelachtig. De trein voert ons

langs den noordelijken rand der Apenijnen naar Bologna. Wij snellen de

oude universiteitsstad Parma, waar de beroemde schilder Corregio

arbeidde, voorbij evenals het overoude Reggio, de geboorteplaats van

den dichter Ariosto. Dan volgt Modena, met zijn bijna duizendjarigen

Dom en ten slotte bereiken we de vijftienhonderd jaar oude

universiteitsstad Bologna.

Gedurende de middeleeuwen, en ook tijdens de Renaissance, was Bologna

de verzamelplaats van alle naar wetenschap, dorstende jongelieden. Hier

heeft ook Ulrich von Hutten zich aan de bron der kennis gelaafd.

Bologna’s geschiedenis reikt ver in het verleden terug. Reeds in de

vijfde eeuw voor onze jaartelling werd een heftige strijd gevoerd om

het bezit der stad, totdat het door de Romeinen tot een hunner koloniën

gemaakt werd. Ook keizer Frederik Barbarossa had menigen harden kamp om

Bologna te voeren. Zijn zoon Enzio werd in 1249 in den bloedigen slag

van Forsalta gevangen genomen, en werd langen tijd als gijzelaar door

de Bolognesers gehouden. Het paleis waar hij in gevangenschap zuchtte,

en, volgens het verhaal, door de schoone Lucia Biadagola vertroost

werd, is nog heden ten dage te zien. Bologna is rijk aan kerken en

paleizen. Een der mooiste is de onvoltooide kerk San Petronio. Hier

werd Karel V door Paus Clemens VII gekroond.

De stad die op Bologna volgt, Ravenna, is het Pompeji uit den tijd der

eerste Christenheid. Oorspronkelijk was Ravenna, evenals Venetië, een

lagunen-stad. Ten tijde van keizer Augustus was het de oorlogshaven

voor de vloot der Adriatische zee. Maar tegenwoordig ligt de stad op

een afstand van tien kilometer van de zee verwijderd; zoozeer is in den

loop der eeuwen de kustlijn veranderd! Talrijke monumenten verkondigen

nog heden ten dage den glans der vroegere Germaansche heerschappij over

Italië. Weliswaar zijn er van het trotsche paleis van Theoderik nog

slechts enkele zuilen over, maar nog altijd verheft zich in

indrukwekkenden eenvoud zijn grafmonument. Hier is ook de laatste

rustplaats van Italië’s grootsten dichter, Dante. Bij Bologna begint de

spoorweg naar Florence de Apenijnen te doorsnijden. Het landschap

verliest nu zijn eentonigheid. Diepe dalen en ravijnen wisselen af met

steile rotsgevaarten, watervallen en wilde bergstroomen. Alvorens

Florence te bereiken komen we door meer dan 20 tunnels, want deze stad,

de kroon van Toscane, ligt diep in het dal van den Arno verscholen.

„La Bella”, de schoone, zoo noemen de Italianen Florence. Maar haar

schoonheid springt niet dadelijk in het oog, zooals die van Venetië, ze

is een schoonheid die slechts geleidelijk haar bekoorlijkheden

tentoonspreidt.

De aantrekkelijkheid der stad ligt in de kunstschatten die binnen haar

muren besloten zijn. Men hoeft nog niet de Uffiziën of het Palazzo

Pitti bezocht te hebben, men behoeft nog niet op de Piazza della

Signoria met het burchtachtige Palazzo Vecchio gestaan te hebben, om

deze bijzondere bekoorlijkheid van Florence op te merken. Bijna op

elken hoek der straat, bij elke fontein worden wij door een kunstwerk

getroffen, en worden we herinnerd aan de namen van een Leonardo, Michel

Angelo of Rafaël.

Niet ver van het station ligt een eenvoudige kerk, San Lorenzo genaamd,

gebouwd door de Medici en andere Florentijnsche families. Deze kerk

biedt weinig aantrekkelijks voor het oog, maar ze bevat de mooiste en

zinrijkste grafmonumenten ter wereld. Ze zijn vervaardigd door Michel

Angelo. Het was zijn plan om in deze kleine kapel nog meer van zulke

meesterwerken op te richten, maar verstoordheid over het omverwerpen

der republiek benam hem hiertoe den lust. Zoo hebben deze

grafmonumenten, behalve hun oorspronkelijk doel, den roem der Medici

door alle tijden heen te verkondigen, nog een tweede beteekenis; ze

zijn de laatste getuigenissen der Florentijnsche kunst, die met den val

der republiek uitstierf. Nauwelijks een eeuw had dit bloeitijdperk

geduurd, maar gedurende dezen tijd zijn er binnen de muren van Florence

zoovele kunstschatten opgehoopt, dat de stad voor altoos „La Bella” zal

blijven heeten.

Zuidelijk van Florence komen de sporen der antieke wereld duidelijker

voor den dag dan die der Renaissance. Reeds het Trasmeensche meer,

langs welke Westelijken oever we voorbij sporen, wekt de herinnering

aan het oude Rome. Hier versloeg Hannibal in 217 v. Chr. het leger van

den onvoorzichtigen Romeinschen consul Flaminius. Van af de bergtoppen

der Apenijnen zien nog trotsche, ommuurde burchten uit de middeleeuwen

op ons neer, en de een of andere bergvesting als Perugia of Siena

herinneren ons aan de Renaissance; maar hoe meer we het dal van den

Tiber naderen, des te talrijker worden de overblijfselen uit de

oudheid, om eindelijk in de Campagne, en in Rome zelf, uit tal van

ruïnes te verhalen van een wereld waaraan ook wij, bewoners van

noordelijke gewesten, het grootste deel van onze beschaving te danken

hebben. Daar ligt de eeuwige stad voor ons! Beschenen door de stralen

der zon, schittert de vergulde koepel van den St. Pieter als een

hemelsch vuur boven Rome!

Van pool tot pool(#76913) · 第 40 / 75 题