Slechts noode verlaat de vreemdeling Parijs, maar de gedachte op weg te
zijn naar het zonnige Italië, maakt hem het afscheid minder zwaar,
wanneer hij op zijn tocht oostwaarts door het venster van zijn
spoorwegcoupé, de heuvels en dalen van Champagne, het land vanwaar de
bekende wijn komt, aanschouwt. Overal bebouwde velden, dorpen en
boerderijen, waar de bodem ongeschikt is voor den akkerbouw, daar
grazen groote kudden vee. Allerwege ziet men arbeiders op het veld; het
bedrijf der kleine grondbezitters, boeren en burgers vormt de bron van
Frankrijk’s welvaart.
Thans naderen we de grens. De sterke vesting Belfort is de laatste
Fransche stad, kort daarop zijn we in den Elzas. Nauwelijks een
menschenleeftijd geleden waren deze streken het tooneel van gewichtige
gebeurtenissen. Het was de tijd van den Fransch-Duitschen oorlog; na
een dappere verdediging moest Frankrijk het onderspit delven. Het
verloor hierbij twee van zijn bloeiendste provinciën. Nog heden ten
dage doet men goed de namen dezer provinciën: Elzas en Lotharingen, in
Fransche kringen niet te noemen. Ze wekken smartelijke herinneringen
op. Deze beide provinciën zijn echter in 1919 bij den vrede van
Versailles weder aan Frankrijk toegewezen. Frankrijk was niet voor een
oorlog toegerust, en had zijn leger en vestingwerken verwaarloosd. In
een staat die ten strijde toegerust is, bloeit de vrede. Zoodra
daarentegen een volk luistert naar de inblazingen van idealistische
droomers die de leuze van ontwapening en eeuwigen vrede prediken, dan
is zijn lot beslist, en dan zal vroeg of laat het volk zich bukken
onder het juk van vreemde tyrannen. Zoo was het steeds, en zoo zal het
ook immer blijven. De tijd van het duizendjarig rijk is nog lang niet
aangebroken!
Wederom passeeren we de grenzen, en wel van Zwitserland, het nijvere
Alpenland. De trein houdt stil in Bazel, de stad die den Rijn in tweeën
splitst. Van den „Bodensee” komend, stroomt het heldere water onder
Bazel’s bruggen door, om vervolgens in een rechten hoek naar het
noorden af te buigen en zijn loop tusschen Vogezen en Scharzwald te
vervolgen. Onze plaats van bestemming is Genève. De spoorweg loopt door
een nauw dal langs een zijrivier van den Rijn, de Birs. Het is winter,
en het landschap is met een effen kleed van sneeuw bedekt, nauwelijks
ziet men de kleine dorpjes die in de dalen verspreid liggen. Aan
weerszijden verheffen zich de dennenbosschen; een dikke sneeuwlaag
buigt de takken der boomen naar omlaag. Wanneer het dal niet zoo nauw
was, en zich in het Westen niet een bergketen verhief, zou men zich in
Zweden verplaatst wanen. Die bergketen is de Jura, die de scheiding
vormt tusschen Zwitserland en Frankrijk.
Hier liggen na elkaar drie meren. Het kleinste heet het Bieler-meer;
het volgende is grooter en heet naar de stad Neuenburg; het laatste is
het groote meer van Genève dat we bij Lausanne bereiken.
Hier houdt de sneeuw op, en in het Zuiden schitteren de Alpen van
Savoye, terwijl de zonnestralen door het heldere watervlak weerspiegeld
worden. Deze aanblik behoort tot het schoonste wat de aarde te
aanschouwen geeft, en men blijft in bewondering verzonken, terwijl de
trein langs het meer voortsnelt. Het meer gelijkt in vorm op een
dolfijn die op het punt staat onder te duiken; bij den kop van den
dolfijn ligt Genève, en hier verlaat de Rhône het meer, die verder naar
Lyon stroomt om vervolgens vlak ten westen van de groote havenstad
Marseille in de Middellandsche Zee uit te monden.
Genève is een der sierlijkste en schilderachtigste steden der wereld.
Tusschen de noordelijke en zuidelijke helft der stad wordt het
kristalheldere water, als door een trechter in de Rhône gestuwd, de
stroom is sterk, en wordt door een langwerpig eiland in tweeën gedeeld.
Het geheel herinnert levendig aan Stockholm; in ’t bijzonder ’s avonds
wanneer overal het electrisch licht door den voortglijdenden stroom
weerspiegeld wordt.
Het prachtigst is echter het uitzicht naar het zuidoosten bij helder
weer. Daar verheffen zich de Alpen van Savoye met hun schitterende, met
sneeuw bedekte kruinen en bergruggen. Daar troont boven de Alpen, ja
boven geheel Europa in trotsche majesteit de Mont-Blanc, die den
grenspaal vormt tusschen Zwitserland, Frankrijk en Italië. Tegen den
avond krijgen we den „Witten Berg” even te zien, maar spoedig hult zich
de reus weder in een ondoordringbaren mantel van nevel.
Van Genève uit voert ons de spoorbaan oostwaarts langs den noordelijken
oever van het meer. Als een nevelachtige streep teekenen zich de Alpen
van Savoye aan den horizon af. Voorbij Lausanne verdwijnen de nevelen,
en weer verheffen zich in verblindenden glans de Alpen als geweldige
torens en piramiden. Langs den oever strekt zich temidden van tuinen en
parken een eindelooze rij van internationale hotels uit. Uit alle
oorden der wereld komen reizigers hierheen om zich te verzadigen aan
het natuurschoon en om hun longen te versterken door het inademen der
reine Alpenlucht. Bij iedere bocht ontrolt zich een nieuw panorama, en
in de herinnering smelt alles tezamen tot één onvergetelijk geheel.
We verlaten thans het meer en volgen tusschen woeste rotsgevaarten de
Rhône stroomopwaarts. Naarmate we hooger stijgen, wordt het dal nauwer.
De Rhône is thans een bruisende bergstroom, haast onbeduidend in
vergelijking met de breedte van den stroom bij Genève. In het dal
breiden zich vlakke velden uit, op de hellingen verheffen zich donkere
pijnboomen uit de sneeuw, en boven dat alles tronen de sneeuwtoppen der
Alpen.
Eenige minuten voorbij Brieg suist de trein in volle vaart het gebergte
in. De electrische lampen branden, en alle raampjes zijn gesloten; de
tunnel vult zich met rook, en de duizendvoudige echo maakt ons bijna
doof. Hoezeer verlangt men naar de vrije lucht; door alle spleten
dringt de rook naar binnen; maar hier heet het geduld oefenen, want de
Simplon-tunnel met zijn lengte van 19731 meter is de langste der
wereld. Ze is eerst enkele jaren oud. Van weerszijden werd
tegelijkertijd begonnen, en toen men bij elkaar gekomen was, en een
ontploffing de laatste scheidsmuur opruimde, bleek het dat men zich bij
de berekeningen geen duimbreed vergist had!