31. HET GRAF VAN NAPOLEON.

Van de duizelingwekkende hoogte van den Eiffeltoren zijn we gelukkig

weer beneden aangeland, en we begeven ons over het Marsveld naar het

Invalidenhuis. Vroeger bewoond door duizenden invaliden van het

Fransche leger, herbergt het thans slechts historische herinneringen.

Onder den vergulden koepel der Dôme des Invalides, die bijna vanaf elk

punt der stad zichtbaar is, komen we in een ronde zaal; waarvan het

midden bestaat uit een crypta. Deze is eveneens rond, heeft een diepte

van eenige meters en is naar boven toe open. Op den bodem leest men in

mozaïek de beroemde namen: Rivoli, Pyramiden, Marengo, Austerlitz,

Jéna, Friedland, Wagram en Moskou. Twaalf marmerbeelden, die even

zoovele overwinningen voorstellen, houden de wacht om de machtige

sarcophaag uit rood Siberisch porfier, die de asch van Napoleon bedekt.

Een zacht blauw licht beschijnt de crypta. Ook het levendigste Fransche

gesprek verstomt bij het betreden van Napoleon’s grafkamer. Diepe

stilte omgeeft het stoffelijk overschot van hem, die tijdens zijn leven

de wereld vervulde van het gedonder van zijn geschut, en het

wapengekletter zijner legioenen, en die binnen verloop van enkele jaren

de kaart van Europa volkomen veranderde.

De plechtige stilte, de verheven bouwstijl, en het schemerachtige licht

oefenen een aangrijpenden invloed uit op het gemoed van den

toeschouwer. Hoevele beelden worden niet voor ons geestesoog te

voorschijn geroepen! Onwillekeurig verwacht men de echo te hooren

weerklinken der commando’s, die eertijds van den grooten keizer

uitgingen!

We zien een blauwoogig kind spelen aan den schoot zijner moeder te

Ajaccio. Dan hooren we hoe de jonge revolutionnair geestdriftige

redevoeringen houdt in de geheime clubs te Parijs. Bleek en ernstig

zien we de gestalte van den zes-en-twintig jarigen generaal voorbij

schrijden; na tal van roemrijke overwinningen komt hij terug uit

Italië, waar hij als een stormwind was komen neerstrijken in de vlakte

van Lombardije, waar hij als overwinnaar zijn intocht hield te Milaan,

en waar hij de overoude republiek Venetië voor altoos van de

onafhankelijkheid beroofde.

Ginds voor het altaarvenster verheft zich het beeld van den gekruisten

Heiland. Het leidt onze gedachten naar den tocht van het keizerlijke

leger naar Egypte en het Heilige Land. Frankrijk’s grootste generaal

voert de vloot uit de haven van Toulon. Hij ontkomt aan de

oorlogsschepen van Nelson, verovert Malta, vaart langs Kreta en Cyprus

en landt met 40000 man in Alexandrië. Op den weg naar Kaïro versmachten

de soldaten in de dorre woestenij. Bij den Nijl komt het tot een

treffen met het Egyptische leger, en aan den voet der pyramiden moet

het Oosten zich buigen voor den held van het Westen.

In oostelijke richting vervolgt het leger zijn weg naar Syrië. Vijf

eeuwen waren voorbijgegaan sedert de kruisvaarders gepoogd hadden het

Heilige Graf aan de ongeloovigen te ontrukken. Nu kletteren wederom de

wapenen van het avondland in het Jordaandal en aan den voet van den

berg Tabor, en voor de poorten van Nazareth worden de Turken door den

Franschen generaal verslagen. Maar, intusschen heeft Nelson de Fransche

vloot vernietigd, de keur van het republikeinsche leger heeft den dood

gevonden. Napoleon’s droom van een rijk in het morgenland, is in den

rook van het laatste wachtvuur verdwenen. Met twee fregatten verlaat

hij Egypte, zeilt langs Tripolis en de kusten van Tunis, en komt met

gedoofde lichten, behouden door de straat van Gibraltar heen. Bij zijn

aankomst te Parijs begroet hem het volk met stormachtigen jubel.

Geleidelijk raakt het oog gewend aan het schemerduister in den koepel

der Invaliden en de witte zuilen en marmeren beelden geven onze

gedachten een andere wending. De Alpen passen, de St. Bernard, de St.

Gothard, de Mont Cenis en de Simplon, de hoogste bergtoppen van Europa,

worden door Napoleon met zijn vier armeecorpsen getrotseerd! Soldaten

trekken de kanonnen door de sneeuwvelden; en eerst op Italiaanschen

bodem scharen ze zich weer in ’t gelid. Bij Marengo oogsten de vanen

van Frankrijk nieuwe lauweren, en het lot van geheel Europa berust in

handen van Frankrijk’s grootsten held.

„Austerlitz” lezen we in het mozaïek der crypta. Frankrijk’s keizer is

opgetrokken naar Mähren, en zijn legioenen strijden onder den vergulden

adelaar. De garde-cavalerie rijdt de Russische garde onder den voet, en

Napoleon’s leger vernietigt de vereenigde strijdmachten van Oostenrijk

en Rusland; de Fransche artillerie beschiet de bevroren oppervlakte van

een meer, zoodat de vijand met kanonnen, wagens en paarden omkomt.

Welke nieuwe echo stijgt thans uit de crypta omhoog? „Jena!” Waar de

Pruisen verslagen werden, waar hun land tusschen Elbe en Oder onder het

vreemde juk gebracht, hun vestingen geslecht werden; Erfurt,

Maagdeburg, Stettin en Lübeck geven zich over, terwijl de overwinnaar

zijn intocht houdt in Berlijn, de residentie van Frederik den Grooten!

Dan dreunen de voetstappen der scharen door Poolsche straten, op de

bloedige slagvelden bij Pultusk op den oostelijken oever van den

Weichsel en bij Eylau in West-Pruisen, waar de lijken opgehoopt in de

diepe sneeuw liggen. Napoleon zelf snelt op zijn schimmel voort na den

slag bij Friedland in Oost-Pruisen, waar de Russen verslagen werden.

Met getrokken sabel defileeren garde-cavalerie en huzaren, en nog heden

trilt de naklank van hun geestdriftigen jubel om de vaandels van de

sarcophaag, en langs de heirwegen van Europa weerklinkt het

hoefgetrappel der paarden: het zijn de boden, die de gemeenschap

onderhouden tusschen het hoofdkwartier en Parijs.

Napoleon trekt op Weenen aan, en dreigt Oostenrijk te verpletteren. Hij

overwint in den bloedigen slag bij Wagram, noord-oostelijk van Weenen;

hij maakt zelfstandige rijken tot provinciën van Frankrijk, hun

beheerschers tot Fransche vazallen, en deelt koningskronen uit onder

zijn bloedverwanten, vrienden en generaals. Zijn rijk strekt zich thans

uit van Danzig tot Cadix, van de Elbe tot aan den Tiber, als eertijds

het rijk van Karel den Grooten! De macht van den Corsikaan is

uitgebreid, en zijn rijk is gevestigd zooals van geen sedert de helden

van het oud Romeinsch rijk.

Bajonetten en sabels, kurassen en helmen flikkeren in het

zonlicht—Napoleon’s onoverwinnelijke heirscharen trekken over den

Njemen, een half millioen soldaten rukt op tegen Moskou, Rusland’s oude

hoofdstad. Onafzienbare scharen, tallooze kanonnen en een eindelooze

legertros trekt voort over de Russische wegen van Wilna naar Witebsk en

Smolensk. De Russen weten het: het gaat om hun vrijheid. Ze verbranden

hun eigen steden en dorpen; ze verwoesten hun land, en trekken zich

terug naar het binnenland, zooals ze het reeds een eeuw vroeger deden,

toen Karel XII van Zweden in Rusland binnendrong. Eindelijk komt het

tot een slag aan de Moskowa, en het Fransche leger bezet de stad. Maar

dan verlichten de vlammen van het brandende Moskou ver in het rond de

Septembernachten!

Op een der terrassen van het Kremlin staat een kleine man in grauwe

wapenrok, de handen op den rug staart de keizer nadenkend in de vlammen

en de rookwolken, die over de stad heen rollen. In een week is het oude

heiligdom der Moskovieten in vlammen opgegaan.

Daarbuiten, in de straten van Parijs, is de schemering neergedaald, en

de schaduwen tusschen de zuilen rondom Napoleon’s graf worden dichter.

Maar uit deze schaduwen doemen menschelijke gedaanten op, die worstelen

met honger, koude en uitputting. De tijden van tegenspoed zijn

aangebroken! Het groote leger bevindt zich op den terugtocht. Aan den

kant der wegen liggen de lijken, weggeworpen wapenen en achtergelaten

bagage. De kanonnen blijven steken in de diepe sneeuw, en de soldaten

storten bij geheele regimenten neer als rijpe aren onder de sikkel.

Scharen hongerige wolven volgen hun spoor, ze vergenoegen zich met de

lijken, terwijl de kozakkenbenden de overlevenden neerhouwen. Bij den

overtocht over de Beresina, een zijrivier van den Dnjepr, komen 30.000

man om! Alle gehoorzaamheid en discipline is verdwenen.

Gekleed in een pels, een stok in de hand marcheert de overwonnen keizer

als een gewoon soldaat in ’t gelid mee. Het barre klimaat is de

sterkste bondgenoot der Russen, en hun voorzichtige taktiek doet het

overige om het Fransche leger geheel te vernietigen.

Nu heerscht bijna duisternis om ons heen. Bij Leipzig staan Russen en

Oostenrijkers, Pruisen en Zweden tegenover Napoleon. Hier stort zijn

trotsch rijk als een kaartenhuis ineen; zelfs Parijs wordt veroverd, en

de kroon wordt aan zijn hoofd ontrukt! Als gevangene voert men hem door

het Rhônedal over Lyon naar de zee, en per schip naar Elba.

Maar nog is de kracht van dezen man niet uitgeput. Nog eenmaal vervult

zijn naam de wereld met angst. Vergezeld van zeven kleine schepen zet

hij koers naar Frankrijk’s kusten! Hij trekt over de West-Alpen; in

Lyon wordt hij begroet als keizer, en Parijs opent hem de poorten.

Thans staat alles op het spel; in België zal de beslissende slag plaats

vinden. Wederom vereenigen zich aan Frankrijk’s grenzen de vijandelijke

legers. Europa is eindelijk den voortdurenden krijg moede, het besluit

tot een beslissenden slag. Bij Belle-Alliance (Waterloo) strijdt

Napoleon voor het laatst, hier wordt zijn lot voor immer bezegeld.

Nog eens verlaat de keizer zijn hoofdstad—nu voor altijd. In de haven

Rochefort, tusschen de monden van Loire en Garonne gaat hij aan boord

van een Engelsch fregat. Na een zeereis van zeventig dagen wordt hij op

St. Helena, een klein eiland in het zuidelijk deel van den Atlantischen

Oceaan, aan land gezet, om daar zijn zes laatste levensjaren in harde

gevangenschap door te brengen! Onder de wilgen in een dal delft men

zijn graf.

Nu heerscht volslagen duisternis in de Dôme des Invalides. Duister

ontwaakt de werkelijkheid rondom ons. Negentien jaren na zijn dood

vordert Frankrijk het stoffelijk overschot van zijn held op. Het

eenzame graf op St. Helena wordt geopend, de viervoudige lijkkist wordt

ontsloten in tegenwoordigheid van eenige getrouwen, die gedurende zes

lange jaren des keizers gevangenschap gedeeld hebben; in de groen-witte

uniform der garde ligt de overwinnaar van Marengo en Austerlitz,

onveranderd als op zijn sterfbed voor hun oogen!

Dan brengt men het lijk op een Fransch fregat, de kanonnen donderen, de

vlaggen waaien halfstok. In Cherbourg, in Normandië wordt de lijkkist

aan land gebracht, en nog eenmaal houdt de veroveraar van Europa, onder

militair eerbetoon, ten aanschouwe van geheel Frankrijk zijn intocht in

Parijs. Door zestien met rouwfloers bekleede paarden getrokken,

begeleid door de oudgedienden uit zijn veldtochten, rijdt de lijkwagen

met keizerlijke pracht tusschen dichte rijen van soldaten onder den

triomfboog der Place de l’Etoile door langs de Champs Elysées naar de

Dôme des Invalides, om daar in de sarcophaag van porfier te worden

bijgezet.

Zoo werd de laatste wil van den wereldveroveraar, neergeschreven op St.

Helena, vervuld: „Ik wensch dat mijn stof moge rusten aan de boorden

der Seine, te midden van het Fransche volk, dat ik zoozeer heb

liefgehad.”

Van pool tot pool(#76913) · 第 37 / 75 题