Vaak ben ik van Londen naar Parijs gereisd. De tocht duurt slechts
enkele uren. Een trein brengt ons vlug naar Dover, en dan, waar ’t
kanaal het smalst is, steken we met de stoomboot naar Calais over. Dan
gaat ’t weer verder per spoor door noordwest Frankrijk.
Het is me altijd een genot de Fransche taal te hooren, die als muziek
in de ooren klinkt. Graag zie ik dit levendige, opgewekte menschenras
dat ieder woord vergezeld doet gaan van gebaren, schouderophalen en het
wisselen der gelaatsuitdrukking. Op weg naar Parijs heb ik het gevoel
alsof ik me naar een feest begeef. Reeds de naam Parijs bevat een
onuitputtelijken voorraad van levensvreugde en zorgeloosheid, van trots
en vaderlandsliefde, vrijheid, dapperheid en roem.
Welk een onderscheid tusschen Londen en Parijs! De steden liggen
bijkans vlak bij elkaar, en toch is ’t alsof ze door een geheele wereld
van elkaar gescheiden zijn. Reeds in de namen ligt het verschil.
„Londen”, hoe zwaarwichtig, dof en ouderwetsch klinkt dat! Zooals het
brommen van een torenklok, in nauwe straten weerklinkend tusschen
grauwe huizen. Het klinkt als het stampen van zware stoommachines, als
het dreunen van voetstappen van een in koortsachtige haast zich
voortspoedende menigte, het maakt een indruk als iets reusachtigs, maar
tevens als iets eentonigs, dat krachtig en overweldigend verborgen ligt
onder roet en stoomwolken, als iets alledaagsch en prozaïsch dat zich
slechts bij een kroning of bij de begrafenis van een vorst tot
feestelijken luister ontplooit.
Maar Parijs! Klinkt dat niet als een zegelied, als een fanfare,
opstijgend te midden eener jubelende menigte? Het klinkt als het luiden
van zilveren klokjes te midden van witte paleizen. Het roept en lokt
den vreemdeling naar de vroolijkste aller steden; het toont hem
theaters waar de kunst als een godsdienst wordt beleden, het herinnert
hem aan de fijnste beschaving, het tintelendste vernuft en de diepste
wijsheid, die ooit een stad heeft tentoongespreid. De naam Parijs roept
de herinnering te voorschijn aan roemrijke oorlogen, schitterende
triomftochten; maar ook aan belegeringen, bestormingen en bloedige
omwentelingen, aan onuitputtelijke kracht en rijkdom, zelfopoffering en
geestdrift, wanneer het ging om de verdediging van het vaderland. Nog
steeds schijnt de zon over Parijs te stralen, ook op sombere dagen
viert er de levensvreugde hoogtij. En zoo is Parijs eeuwig jong, hoewel
het reeds ten tijde van Ceasar een stad van beteekenis was.
Het moge zoo zijn dat Londen in zekeren zin het middelpunt der aarde
is; het moge zijn dat de Engelsche taal heerscht op de zeeën en in de
havens; maar toch was steeds Parijs de hoofdstad der wereld, en was het
Fransch de wereldtaal, en nog heden is ’t de taal der diplomatie. Naar
Parijs trekken de kunstenaars, beeldhouwers en schilders om zich te
vormen; in Parijs hebben kunsten en wetenschappen een buitengewone
hoogte bereikt; na Bologne bezit Parijs de oudste academie ter wereld.
Op het punt van verfijnden smaak en weelde, ook in de kunst zijn de
Franschen ongeëvenaard, en wat kleeding, kookkunst en wijnkelder
betreft, daarin schreven zij de andere volken de wetten voor!
Vanaf Calais reist men zuidwaarts door een der vruchtbaarste streken
van Frankrijk. Steden en dorpen, akkers en boomgaarden en gehuchten
volgen elkaar op in bonte afwisseling. Als een geweldige zeshoek ligt
Frankrijk tusschen den Atlantischen Oceaan en de Middellandsche zee;
ver in het Westen strekt zich het eeuwenoude Normandië uit, het land
dat herinnert aan de strooptochten der Noormannen en de veroveringen op
de kusten van Europa der Vikingers in overoude tijden; zelfs bedreigden
ze Parijs, maar de stad werd voor een losprijs voor verwoesting
bewaard.
Vier eeuwen lang beheerschten de Romeinen Frankrijk, totdat de West
Gothen, de Bourgondiërs en de Franken het land veroverden. Onder de
Bourbons werd het de kweekplaats der vreeselijke revolutie, die de
maatschappij met al haar misstanden omver wierp, en die den grondslag
legde voor een nieuwen tijd; van hieruit verspreidde zich over de
geheele beschaafde wereld het streven naar „Vrijheid, Gelijkheid,
Broederschap”. Voorwaar, we betreden hier een belangwekkenden
historischen bodem.