26. DE THEEMS.

Weer rijden we langs het dek van Hydepark, maar ditmaal slaat onze

automobiel bij Piccadilly rechtsaf, voert ons langs het

Buckingham-paleis, waar de koning verblijf houdt; en laat vervolgens

een rij groote gebouwen, waarin de ministeries gevestigd zijn, links

liggen. Rechts verheft zich de beroemde Westminster-Abdij, waar

Engeland’s koningen gekroond worden en waar de grootste mannen en

helden van Brittannië in hun graven sluimeren. Naast de Kathedraal

verheft zich het reusachtige parlementsgebouw, in welks prachtige zalen

het Engelsche Hooger- en Lagerhuis zitting houden en waar over het wel

en wee van het Britsche rijk beraadslaagd wordt.

Met zijn languitgestrekten gevel en zijn torens weerspiegelt zich het

Parlementsgebouw in het water van de Theems, evenals het vlak

daartegenover liggend St. Thomas-hospitaal. De verbinding tusschen de

beide oevers wordt gevormd door de Westminsterbrug. Hier begeven we ons

op een rivierbootje, waarmee we stroomafwaarts, en tóch tegen den

stroom opvaren! Want het is bijna twaalf uur en de vloed komt van uit

zee opzetten. Ontelbare vrachtschepen maken daarvan gebruik, om

zoodoende gemakkelijk van uit zee Londen te bereiken.

We varen onder een spoorbrug door. Links op de kade verheft zich de

„Naald van Cleopatra,” een Egyptische obelisk: en iets verder

stroomafwaarts zien we de steenen muren van eenige reuzen-hotels.

Achter de Waterloo-brug wordt de hooge, heerlijke koepel der St.

Pauls-kathedraal zichtbaar. Blackfriars-brug, de brug der „Zwarte

broeders” en een spoorbrug liggen zóó dicht naast elkaar, dat de

afstand tusschen die beide nauwelijks twintig meter bedraagt. De

rechteroever wordt ingenomen door fabrieken en eenvoudige woonhuizen.

Nu gaan we onder drie bruggen door, die eveneens vlak naast elkaar

liggen. De derde heet „London Bridge”, en is een der hoofdaderen van

het verkeer. Voortdurend wordt het oog door iets nieuws geboeid. Ginds

ligt de „Tower” een der beroemdste overblijfselen uit vroegere eeuwen,

een overoude vesting en staatsgevangenis, een gebouw, welks

geschiedenis ten nauwste met die van Engeland verbonden is. In den

„Tower” worden tegenwoordig, behalve andere kostbaarheden, de

kroonjuweelen en de uiterlijke kenteekenen der koninklijke macht

bewaard, ter waarde van ongeveer zestig millioen gulden.

Op twee, midden in den stroom gebouwde torens, rust de „Tower-brug”.

Het middelste gedeelte bestaat uit twee boven elkaar liggende bruggen,

zoodat ook schepen met hooge masten er onder door kunnen varen, terwijl

voor de voetgangers in de beide torens liften zijn aangebracht waarmede

zij op de bovenste brug worden gebracht en niet behoeven te wachten. De

grootste stoomschepen varen evenwel niet zoo ver stroomopwaarts. De

schepen met bestemming voor Amerika verlaten Engeland van uit

Liverpool, Southampton en Bristol, terwijl de Australische, die we in

Bombay en Colombo zagen, veel dichter bij de Theemsmonding ankeren.

Wanneer we de Towerbrug voorbij zijn, bieden de oevers weinig

belangrijks meer. Dokken, fabrieken, stapelplaatsen, werven, kranen,

nemen de plaats in van beroemde gebouwen. Aan weerszijden liggen

tallooze kleine stoombootjes, zeilschepen en roeibooten. We komen

machtige stoomschepen uit alle werelddeelen tegen. Nu varen we juist

over een tunnel heen, die onder den stroom door gegraven is. Rechts

ligt de Electrische Centrale, vanwaar uit alle electrische trams van

Londen hun beweegkracht ontvangen, een reuzen-installatie, want de

trams doorsnijden Londen in alle richtingen.

Eindelijk bereiken we Greenwich, met de wereldberoemde sterrenwacht,

wier meridiaan in nagenoeg alle landen als „nulmeridiaan” aangenomen

is. Op de meeste land- en zeekaarten wordt de ooster- en westerlengte

van deze meridiaan uit berekend.

We bevinden ons thans op den rechteroever van de Theems. Om op den

linkeroever te komen, gaan we met een omnibus door de Blackwell-tunnel

onder de rivier door. Deze tunnel is gebouwd van cement, en lijkt op

een buis met twee trottoirs en een rijweg in ’t midden. De lengte

bedraagt twee kilometer, de echo wordt dreunend door de wanden

weerkaatst: boven ons hoofd doorploegen de schepen de rivier.

Tenslotte zoeken we, om weer in ons hotel terug te komen, een der

ondergrondsche spoorwegen op, die in alle richtingen Londen

doorkruisen, evenals de gangen van reusachtige mollen. In doorsnede

bevinden ze zich op een diepte van twintig meter, sommigen zelfs van

vijftig meter. Men kan daarmee goedkoop en snel van het eene eind van

de stad naar het andere komen, maar men mist natuurlijk het

belangwekkende schouwspel, dat het bonte gewoel daarboven in het

daglicht oplevert.

Van pool tot pool(#76913) · 第 32 / 75 题