Met welke spanning wachtte de geheele wereld op berichten van Andrée,
hoe werd overal de telegraaf in werking gesteld toen het bekend werd
dat de held opgestegen, en in noordelijke richting verdwenen was! Op de
geheele wereld was er nauwelijks een dagblad dat niet kolommenlange
beschrijvingen van de koene opstijging gegeven had. Overal heerschten
verbazing en bewondering! Hoe zou het wel afloopen? vroeg een ieder
zich af. Atlassen werden te voorschijn gehaald, en onderzoekend liet
men het oog gaan over de landen om de ijszeeën. Hoelang zou de
zuidenwind aanhouden, en waar zou de ballon weer te voorschijn komen?
Te oordeelen naar de manier waarop de „Adelaar” opgestegen was, zou
hij, zoo was de algemeene meening, zich hoogstens drie weken in de
wolken drijvend kunnen houden! Maar in dien tijd kon hij geweldige
afstanden afleggen, en op elke willekeurige plek van de bewoonde wereld
weer zichtbaar worden. Juist in dezen tijd van het jaar bevonden zich
tal van walvischvaarders en visschers in de noordelijke ijszeeën. De
spanning nam met elken dag toe. Niemand dacht meer aan de Noordpool.
Waar ook Andrée’s ballon zou landen—hij zou ongetwijfeld den
merkwaardigsten tocht gemaakt hebben, waarvan nog ooit een mensch
gehoord had.
Nauwelijks waren veertien dagen verloopen, of de eerste verontrustende
berichten deden door de pers de ronde. Den 17den Juli zou een Hollander
den ballon in de Witte Zee op het water hebben zien drijven!
Nasporingen brachten echter aan licht dat de Hollander vrij zeker een
doode, opgezwollen walvisch ontmoet had.
Van nu af kwam er echter van alle kanten een stroom van de meest
tegenstrijdige berichten. Aan de westkust van Groenland had men vanuit
de zee schoten van een buks gehoord; zonder twijfel waren die schoten
afgevuurd door Andrée en zijn makkers, die, evenals vroeger de mannen
van de „Polaris” op een ijsschots zuidwaarts dreven. Wanneer men op een
schip in de herfstnevelen het krijschen van zeemeeuwen hoorde, dan was
dat natuurlijk Andrée, die in zijn zeilboot ronddobberend, om hulp
riep!
En hoevele bewoners van de landen om de Noordpool heen, wilden den
ballon met eigen oogen gezien hebben! De wakkere Russische
pelshandelaars, en boeren tot ver in Siberië, bezwoeren met dure eeden,
dat ze den „Adelaar” boven dit of dat dorp hadden gezien. Op Sachalin,
het eiland der verbannenen in het verre Oosten had men hem stil en
geheimzinnig boven de kale rotsen zien drijven. Zelfs de Indianen van
Noord-Amerika beweerden, dat ze hem gezien hadden.
Anderen weer, wisten stellig, dat Andrée te Klondyke was, en van
daaruit reeds geschreven had. In Britsch-Columbia streek de „Adelaar”
over het land heen, en in Canada hadden de Eskimo’s verscheidene blanke
mannen ontmoet die hun proviand in een zonderling gevaarte
medesleepten. Weer anderen hadden visioenen gehad, en wisten
dientengevolge nauwkeurig dat Andrée en zijn makkers in de zee gestort
en verdronken waren—ze hadden in den geest de catastrophe mede
aangezien. Weer anderen wisten met even groote zekerheid te vertellen
dat Andrée nog leefde, maar dringend hulp noodig had.
Op deze wijze had de menschelijke verbeeldingskracht allerwege vrij
spel, overal tuurde men met spiedende blikken omhoog, en meende den
ballon te zien, zelfs al was ’t slechts een kraai die in den
schemeravond voorbijvloog. De beangstigende, maar geweldige
werkelijkheid werd langzamerhand tot een wonderbare sage, en bijna ging
het met Andrée’s ballons als met het sprookjesschip van den vliegenden
Hollander!
Reeds in den herfst werd er vanuit Zweden hulp gezonden, on overal waar
Andrée met mogelijkheid zijn kon, werd proviand opgesteld. Een
expeditie onderzocht vanuit het nu ledige graf van De Long en zijn
makkers een groot deel der kusten van de Siberische IJszee. Professor
Rathorst gaf als zijn meening te kennen, dat de luchtschippers
Oost-Groenland hadden kunnen bereiken, waar ze zich langen tijd met
muskusossen zouden kunnen voeden. Hij rustte derhalve de „Anlactic” uit
met het doel om deze kusten grondig te onderzoeken. Weliswaar vond hij
Andrée niet, maar hij bracht prachtige kaarten, verzamelingen en het
resultaat van belangrijke waarnemingen mede terug.
Zoo verliepen maanden en jaren! Van tijd tot tijd dook een nieuw
gerucht op, en steeds vlamde weer een nieuwe straal van hoop op!
Wat was er gevonden van de dertien boeien, die Andrée wilde uitwerpen,
en waar waren de duiven gebleven?
Vijf boeien werden twee jaar later gevonden. Drie waren er in het
ongereede geraakt, de briefhulzen ontbraken. Twee bevatten een
schrijven, en hadden met den stroom een grooten afstand afgelegd, de
eene werd op de noordkust van Noorwegen gevonden, de ander op IJsland.
Ze waren reeds op den dag van opstijging om 10 uur en om 11 uur
uitgeworpen, en behelsden slechts korte berichten over den koers, den
toestand aan boord en de plek waar de boei uitgeworpen was. Om 10 uur
dreef de ballon in noordelijke richting over vlak ijs heen. „Prachtig
weer. Stemming uitstekend.” Om elf uur zweefde hij zeshonderd meter
boven het zeeoppervlak „alles wel.”
Van de duiven keerde slechts één enkele weer terug. Een Noorsch schip
nam ze reeds vier dagen na de opstijging aan boord. Het bericht, dat ze
droeg, was daarom merkwaardig, omdat Andrée het den 13den Juli om half
drie geschreven had. De „Adelaar” had toen reeds zes en veertig uur
gezweefd, en was dus reeds langer in de lucht geweest dan eenig ander
luchtschip! Op het kleine ineengerolde stuk papier stond o.a.: „aan
boord alles wel. Dit is de derde duivenpost. Andrée.” De ballon bevond
zich toen boven het noordelijk gedeelte van Spitsbergen, maar dreef met
een flinke vaart naar het Oost-Zuid-Oosten.
Van dit oogenblik af is er van het lot van den „Adelaar” niets meer
bekend;—en, waarschijnlijk zal het ook wel onbekend blijven.
Gedurende tweemaal vier en twintig uren na de opstijging was dus alles
aan boord in orde, en de luchtschippers koesterden geen angst voor den
afloop van hun tocht. Misschien zweefden ze gedurende verscheidene
dagen nu eens naar het Noorden, dan weer naar het Zuiden. Maar elken
dag moest de draagkracht van den ballon onvermijdelijk verminderen,
totdat tenslotte de „Adelaar” zijn last niet meer kon torsen. Maar,
waar hij nederdaalde, dat weet niemand.
Wanneer hij in de buurt van de Noordpool, in de richting van de
Behringzee, tusschen het drijfijs geland is, dan was de positie der
opvarenden hopeloos, want ze hadden niet voldoenden leeftocht bij zich
voor een zoo verren tocht, als in dat geval noodzakelijk zou wezen.
Waarschijnlijker is dat de ballon naar het zuidelijk deel van de
IJszee, tusschen Frans-Jozefs-land en het schiereiland Kola dreef. Hij
moest daarbij steeds slapper worden, en steeds dieper zinken.
Ongetwijfeld kapte men alle touwen, en wierp allen ballast overboord.
Zoodoende kon hij nog eenige uren, misschien nog een geheelen dag in de
lucht blijven. Maar ten slotte moest hij weer dalen, terwijl de donkere
zee daaronder den muil opensperde. Nu zal men de laatste boeien
opgeofferd, en alles wat men eenigszins kon missen, weggeworpen hebben.
Weer verhief zich de ballon, maar verslapte spoedig weer opnieuw, door
het minste koeltje heen en weer gedreven. Andrée was een man, die in
oogenblikken van gevaar den moed niet verloor; hij en zijn makkers
zullen dapper met den dood gestreden hebben!
Indien de winter zijn intocht reeds gedaan had op het noordelijk
halfrond, dan had Andrée misschien kans gehad, spoedig hulp te zien
opdagen. Dan zou hij een groot gedeelte van zijn leeftocht rustig
hebben kunnen prijs geven, dan had hij de duiven kunnen loslaten en hun
kooien in zee kunnen werpen. Maar misschien zonk de „Adelaar” op een
plek waar geen land te bekennen was. De gondel sleepte over het water
en stiet tegen elke oneffenheid; de inzittenden klommen in den
draagring en kapten de gondel af. Dan verhief zich misschien de ballon
nog eenmaal voor het laatst, om door de winden weer zeewaarts gedreven
te worden. Daardoor werd de catastrophe nog slechte enkele uren
uitgesteld, want wanneer een ballon zijn grootste hoogte bereikt heeft,
daalt hij plotseling. Toen hij weer op de oppervlakte van het water
kwam, was de ring het eenige wat nog gekapt kon worden. Hoe ook de
omstandigheden mogen geweest zijn, waaronder Andrée en zijn makkers den
dood gevonden hebben,—nu, na zooveel jaren weten we het nog niet; laat
ons hopen dat hun doodsstrijd kort was! Hun reis was vruchteloos, maar
die drie mannen zullen voor altoos toonbeelden blijven van heldenmoed.
Ze hebben nieuwe paden betreden, en de tijd is nabij waarop anderen,
met betere hulpmiddelen toegerust, hun onzichtbaar spoor door het
luchtruim en over de zeeën zullen volgen.