22. „ALLES KLAAR!”

Den 11den Juli 1897, een Zondag, brak aan. Reeds des morgens om drie

uur vertoonden zich bij de Hollanderkaap eenige rimpels op het effen

watervlak. Het was een lichte bries, die elk uur in kracht toenam!

Om acht uur werd de laatste post bezorgd en nog het een en ander in het

schuitje van den ballon gebracht. Andrée belegde een krijgsraad. Zijn

beide tochtgenooten, de ingenieur Fränkel en Dr. Strindberg verklaarden

zich voor de opstijging. Hij zelf sloot zich daarbij aan. Onverwijld

toog men aan ’t werk. De bemanning der kanonneerboot „Svenskund”, het

schip, dat de luchtvaarders naar het Denen-eiland gebracht had, werd

aan land gezet, en om 11 uur begon men met het afbreken van de loods.

Reeds was een groot gedeelte van de voorzijde weggenomen. Aan de

windzijde werd zeildoek gespannen om eenige beschutting voor den wind

te vormen. Uitstekende balken werden met een dikke laag vilt omwikkeld,

zoodat ze bij het slingeren van den ballon geen gaten in het omhulsel

konden boren.

Gedurende de eerstvolgende uren heerschte er een koortsachtige

opgewondenheid. Iedereen deed zijn uiterste best. Aan alle kanten

weerklonk het kraken en dreunen van planken, die losgebroken werden.

Men repte zich, als gold het een brand te blusschen. Door een

scheepsroeper deelde Andrée met de stem van een godheid zijn bevelen

uit; aan ieder moest hij zijn bijzondere bevelen geven en naar alle

kanten moest hij zijn opmerkzaamheid richten. Intusschen daalden, van

de hooge berghellingen achter de loods, zware wolken neer.

Reeds rukte de ballon ongeduldig aan de touwen, en vaak werden reeds

alle zandzakken van den bodem opgelicht. Nu werd hij een weinig gevierd

om de gondel met de zes draagtouwen aan den ring te kunnen bevestigen.

De kooien met de duiven werden in de gondel gezet en de zandzakken voor

een groot deel verwijderd. De ballon werd nu alleen nog maar

vastgehouden door drie bundels ballastzakken, waarvan de luchtschippers

op het laatste oogenblik de touwen zouden doorkappen, en door drie

dikke kabels die om eenige balken op den grond heengeslagen waren. Bij

elken kabel stond een matroos met een bijl. Twee dozijn zakken met zand

werden als ballast ingeladen.

„Alles klaar!”

Andrée dankt allen, die hem geholpen hebben, en neemt haastig van ieder

afzonderlijk afscheid. Zonder veel woorden drukt men elkaar stevig de

hand. Wanneer de laatste oogenblikken maar eerst voorbij waren, wenscht

ieder in stilte. Een onvergetelijk schouwspel moet deze opstijging

opgeleverd hebben.

Dan doopt Andrée den ballon met den naam „Ornen” (Adelaar) en hij

springt in de gondel waar Fränkel en Strindberg reeds onder de

Zweedsche vlag hebben plaats genomen. Met blanke messen in de handen

staan ze daar, en met één enkele snede kappen ze de touwen der

ballastzakken!

Een rustig oogenblik wordt afgewacht. Er heerscht een diepe stilte. Men

waagt het nauwelijks te fluisteren, slechts het suizen van den wind in

de bijna ledige loods is hoorbaar. De drie helden leunen tegen den rand

van de gondel. Andrée bewaart een onverstoorbare kalmte; geen spoor van

aandoening is op zijn gelaat te bekennen. Om halfdrie klinkt zijn stem:

„Kappen—een, twee, drie!”

Op hetzelfde oogenblik springen de kabels los, en statig verheft zich

de „Adelaar” uit zijn nest!

„Leve Andrée!” klinkt het daar beneden.

„Groet Zweden van mij!” roept hij met luider stem, terwijl hij zich

over den rand van de gondel heenbuigt; met de sleeptouwen die een spoor

van schuim in het water achter laten, als het zog van een stoomschip,

zweefde de „Adelaar” in noordoostelijke richting over de Hollanderkaap

heen. Voordat hij die achter zich had, daalde hij bedenkelijk, wellicht

door een sterken luchtstroom naar beneden gedrukt. De gondel kwam zelfs

in het water, maar sprong toen weer in de hoogte. Negen zandzakken

moesten uitgeworpen worden om te beletten dat de „Adelaar” tegen de

klippen zou stooten. Daarmede gingen tweehonderd kilogram ballast

overboord!

Nog ernstiger was, dat bij het opstijgen een groot stuk der sleeptouwen

scheurde. Daarmee ging meer dan een halve ton ballast verloren! Het

geheele fundament, waarop Andrée zijn plannen gebouwd had, scheen

vernietigd! Hij was niet meer door de sleeptouwen in aanraking met de

aarde, maar zweefde als een speelbal der winden, vrij in de lucht!

De „Adelaar” verhief zich dan ook tot een hoogte van ongeveer

zevenhonderd meter. Een tijd lang werd hij door een wolk aan het

gezicht onttrokken, maar weldra kwam hij weer te voorschijn. Na verloop

van een uur verdween hij achter de rotsige eilanden in het Noordoosten,

in de wijde eenzaamheid der poolzeeën—voor altijd.

Zwijgend en ernstig begaven zich de helpers der drie helden weer aan

boord van de „Svensksund”.—

Van pool tot pool(#76913) · 第 28 / 75 题