zou het mogelijk zijn, aan mevrouw Burbank op dien rivieroever die
verpleging te wijden, welke haar toestand toch vorderde? Miss Alice
besloot dan ook, in weerwil van alles naar Castle-House te gaan. Daar
zij evenwel begreep, dat het volgen van de kronkelingen van de Sint
John den weg aanmerkelijk en noodeloos verlengde, kwam zij op de
gedachte dwars door de weilanden te steken en zich daarbij te richten
op de barakken, die in lichte laaie stonden.
Zoo deed zij, en wij hebben gezien, hoe zij in de nabijheid van het
heerenhuis aangekomen was.
Daar viel mevrouw Burbank bewegingloos op den grond neder en stond
miss Alice naast haar, die zelf onmachtig was overeind te blijven.
In dit oogenblik was het detachement militietroepen, gevolgd door de
bende plunderaars, na den stormaanval gestaakt te hebben, reeds ver
van de omwalling verwijderd.
Men hoorde geene kreten meer noch buiten noch binnen het heerenhuis.
Miss Alice kon inderdaad meenen, dat de aanvallers, na Castle-House
ingenomen te hebben, het verlaten hadden, zonder er een der verdedigers
levend achtergelaten te hebben.
Toen overviel haar een doodelijke angst. Uitgeput viel ook zij op den
grond neder; maar zij had nog de kracht een laatste gejammer te uiten,
een laatsten kreet om hulp te doen hooren.
En die kreet was gehoord geworden!
James Burbank en zijne makkers waren toen naar buiten geijld en nu
wisten zij alles, wat bij de Marino-kreek voorgevallen was. Wat kon
het hun thans schelen of de vijanden afgetrokken waren? Wat ging het
hun aan, dat zij het vreeselijke lot niet meer te duchten hadden
van in hunne handen te kunnen vallen? Dat alles liet hen koud en
gevoelloos. Een vreeselijke ramp had hen getroffen, die hen gevoelloos
voor alles maakte. De kleine Dy was in de macht van Texar!
Ziedaar, wat miss Alice met horten en stooten en meermalen afgebroken
door zuchten en snikken verhaalde.
Ziedaar, wat mevrouw Burbank onder een stortvloed van tranen vernam,
toen zij van hare onmacht bijgebracht was.
Ziedaar, wat James Burbank, Walter Stannard, Edward Carrol, master
Perry en hunne overige lotgenoten vernamen.
Dat arme kleine meisje ontvoerd, meegesleept God weet waar, en... wat
het ergst was... in handen van den wreedsten vijand haars vaders!...
Wat was er erger te bedenken?... En zou het mogelijk zijn, dat de
toekomst nog zwaardere rampen voor deze familie voorbereidde?
Allen waren ten zeerste terneer geslagen door dien slag. Zij waren
inderdaad vernietigd.
Mevrouw Burbank werd naar hare kamer gebracht en te bed gelegd,
en miss Alice bleef tot hare verpleging liefderijk bij haar.
Beneden in de hal trachtten James Burbank en zijne vrienden tot
overeenstemming te geraken, omtrent hetgeen verricht moest worden,
om de kleine Dy op het spoor te komen en haar met Zermah uit de handen
van Texar te verlossen.
Ongetwijfeld zou de getrouwe en verknochte mestiesche vrouw alles
beproeven om het kind te verdedigen! Daartoe zou zij zelfs haar leven
veil hebben! Maar zij was de gevangene van een ellendeling, die een
persoonlijken haat jegens haar koesterde. En zou die er niet op uit
zijn, haar met haar leven te doen boeten voor de in zijn oogen zoo
groote misdaad, dat zij hem vroeger voor de rechtbank aangeklaagd had?
Toen beschuldigde James Burbank zich, dat hij zijne echtgenoote
genoodzaakt had Castle-House te verlaten, dat hij een
ontvluchtingsmiddel had uitgedacht, hetwelk zoo verkeerd gewerkt had.
Maar, was het aan het toeval wel alleen te danken, dat Texar zich
juist bij die ontvluchting bij de Marino-Kreek bevonden had?
Zeker niet. Blijkbaar had de Spanjaard op de een of andere wijze
kennis bekomen van het bestaan van de tunnel. Hij had begrepen, dat de
verdedigers van Camdless-Bay pogen zouden daar langs te ontsnappen,
wanneer zij het in het heerenhuis niet meer zouden kunnen houden. En
na zijn troep op den rechteroever der rivier overgebracht te hebben,
na de palissadeering der omwalling bemachtigd te hebben, na James
Burbank genoodzaakt te hebben met de zijnen een toevluchtsoord achter
de beschermende muren van Castle-House te zoeken, toen ongetwijfeld
had hij het strijdperk verlaten, om met eenigen zijner afschuwelijkste
medeplichtigen in de nabijheid van de Marino-Kreek post te komen
vatten.
Daar had hij eensklaps de beide negers overvallen, die op de sloep
pasten en die bij de ontvluchting behulpzaam moesten zijn. Hij had
die ongelukkigen doen afmaken, wier hulpgeschreeuw te midden van het
geknetter der geweerschoten en het verdere tumult van het gevecht
niet vernomen was geworden.
Toen had de Spanjaard geduldig gewacht totdat Zermah en een oogenblik
na haar de kleine Dy te voorschijn traden. Toen hij die twee alleen
zag verschijnen, moest hij wel denken, dat noch mevrouw Burbank, noch
haar echtgenoot, noch diens vrienden tot de ontruiming van Castle-House
hadden kunnen besluiten. Hij moest zich dus met die prooi vergenoegen.
Hij had toen het kleine meisje en de mestiesche vrouw ontvoerd, om
ze naar eene onbekende schuilplaats te brengen, alwaar het onmogelijk
zoude zijn ze op te sporen!
Dat was wel de wreedste slag, waarmede die ellendeling de familie
Burbank had kunnen treffen.
Zou hij dien vader, die moeder meer hebben doen lijden, wanneer hij
hun het hart uit het lijf had gerukt? Ja, de ontvoering van dat kleine
meisje was eene onmenschelijke daad!
De overgebleven verdedigers van Camdless-Bay brachten een vreeselijken
nacht door.
Moesten zij daarenboven niet vreezen, dat de aanvallers zouden
terugkomen en dan talrijker en beter bewapend dan bij den eersten
inval, om de laatste verdedigers van Castle-House te noodzaken zich
over te geven?
Gelukkig geschiedde dat niet. De dag brak eindelijk aan, zonder dat
James Burbank en zijne lotgenooten door een nieuwen aanval verontrust
werden.
Het kon evenwel nuttig geacht worden, te weten waarom daags te voren
die drie kanonschoten gelost waren, en waarom de aanvallers op dat
sein hun stormaanval gestaakt hadden? Toen was het toch voor iedereen
duidelijk, dat een laatste pogen, dat de volharding slechts gedurende
een uur, het heerenhuis in hunne handen zoude doen vallen!
Mocht men gelooven, dat die terugroeping veroorzaakt werd door een
aanvallend vertoon van de federalistische scheepsmacht bij de monding
van de Sint John?
Hadden de vaartuigen van den Commodore Dupont Jacksonville reeds
bemachtigd?
In het belang van James Burbank en de zijnen was natuurlijk niets
wenschelijker. Zij zouden dan volkomen veilig de meest ijverige
nasporingen hebben kunnen beginnen en voortzetten, om de kleine Dy en
Zermah weer te vinden. Zij zouden dan Texar in persoon aansprakelijk
hebben kunnen stellen, namelijk wanneer de Spanjaard niet met zijne
handlangers de vlucht genomen hadden, en hem vervolgen als de opstoker,
de belhamel bij de verwoestingen, op Camdless-Bay aangericht, en
vooral als de schuldige aan de dubbele schaking van de mestiesche
vrouw en het kind.
Wanneer ook al aanvankelijk betwijfeld werd of Texar aan het hoofd van
die booswichten gestaan had, die Camdless-Bay aangevallen hadden,--wij
weten toch dat John Bruce, de bode van master Harvey, dienaangaande
aan master James Burbank niets met zekerheid had kunnen mededeelen;
thans had de laatste kreet van Zermah dien twijfel verdreven en
genoegzaam onthuld, welk aandeel hij in die ontvoering had of beter
wie de eenige schuldige was. Daarenboven, had miss Alice hem niet
herkend, op het oogenblik toen hij zich met zijne sloep verwijderde?
Ja, de gerechtigheid der federalisten zou dien ellendeling wel weten
tot bekentenis te brengen, waarheen hij zijn slachtoffers vervoerd
had! Ja, zij zou hem weten te straffen en ernstig te straffen, wegens
de gruwelijke misdaden, die hij niet meer zoude kunnen loochenen.
Ongelukkig, niets kwam de veronderstellingen van James Burbank, met
betrekking tot de aankomst van de flottilje der Noordelijken in de
wateren der Sint John, bevestigen.
Op dien datum--den 3den Maart--had nog geen enkel vaartuig de baai
Sint-Mary verlaten. Dat bleek weldra maar al te zeer uit de tijdingen,
die een der opzieners van de plantage Camdless-Bay op den anderen
rivieroever was gaan inwinnen.
Geen enkel vaartuig was nog ter hoogte van den vuurtoren van Pablo
verschenen. Tot nu toe hadden de federalisten er zich bij bepaald,
de havenplaats Fernandina en het fort Clinch te bezetten.
Het scheen, dat de Commodore Dupont slechts met de uiterste
omzichtigheid tot in het hart van Florida wilde doordringen. Wat
Jacksonville betrof, daar was de partij der muiters steeds de
baas. Texar had zich na den verwoestingstocht op Camdless-Bay weer in
de stad vertoond. Hij bereidde de verdediging voor, voor het geval
dat de kanonneerbooten van Stevens zouden beproeven de bank in de
rivier over te stevenen.
Zonder twijfel was het een valsch bericht, hetwelk hem daags te voren
met zijne aanhangers naar Jacksonville had teruggeroepen.
Maar was, alles wel beschouwd, de wraakgierigheid van Texar niet
voldoende bevredigd? De geheele plantage was toch verwoest, de
timmerwerven waren door de vlammen verteerd, de negers waren verjaagd
en in de omliggende bosschen van het graafschap heinde en ver verspreid
zonder huisvesting, daar hunne barakken verbrand waren, en eindelijk
de kleine Dy was aan hare ouders ontroofd en niemand kon op het spoor
van het ontvoerde kind komen.
James Burbank kreeg van dit laatste de zekerheid, toen hij en Walter
Stannard de rivier langs den rechteroever den volgenden ochtend
opvoeren; tevergeefs doorzochten zij de verschillende inhammen, de
kleinste kreken, nergens vonden zij eenig teeken, dat hen op het spoor
kon brengen der richting, welke het vaartuig, dat het kind ontvoerde,
genomen had.
Maar deze nasporing had toch slechts zeer onvolledig kunnen geschieden,
want om er eenige meening op te kunnen bouwen, had men haar ook over
den linkeroever moeten uitstrekken.
Was dat evenwel in de tegenwoordige tijdsomstandigheden mogelijk?
Zou het niet beter zijn te wachten, totdat Texar en zijne aanhangers
door de aankomst der federalistische troepen tot onmacht gedoemd
zouden zijn?
Zou het niet meer dan onvoorzichtig moeten heeten, wanneer men èn
mevrouw Burbank, in den toestand waarin zij zich bevond, èn miss Alice,
die de waardige vrouw onmogelijk verlaten kon, èn Edward Carrol, die
tengevolge zijner wel is waar lichte verwonding toch bedlegerig was,
alleen in Castle-House zou achterlaten, daar immers een terugkeer van
den woesten troep tot de mogelijkheden, ja tot de waarschijnlijkheden
gerekend moest worden?
En wat den toestand nog wanhopiger maakte, dat was dat master James
Burbank er niet aan denken kon om Texar aan te klagen noch wegens de
verwoesting der plantage, noch wegens de ontvoering van Zermah en
van het kleine meisje. Aan wien zou hij zich toch met zijne klacht
moeten wenden? De eenige magistraat, die haar immers in ontvangst
had kunnen nemen, was de misdadiger zelf.
Hij moest dus wachten, totdat de geregelde rechtspleging te
Jacksonville weer uitgeoefend kon worden.
»James," sprak master Walter Stannard, »al zijn ook de gevaren, die
uw kind bedreigen, groot en verschrikkelijk te noemen, toch is het
een troost voor u, te weten, dat Zermah bij het lieve meisje is. En
niet waar? de toewijding van die goede vrouw is zoo onbegrensd, dat..."
»Dat zij haar leven voor het kind zal opofferen, dat is waar," zeide
James Burbank, »maar... wanneer..."
Hij aarzelde voort te gaan.
»Wat wilt ge zeggen?" vroeg Walter Stannard.
»Maar... wanneer Zermah dood zal zijn..."
»Dat zou verschrikkelijk wezen, James!"
»Niet waar?... O, die gedachte foltert mij!" steende James Burbank.
»Luister evenwel, waarde James," hernam Walter Stannard. »Als wij
goed nadenken, dan brengt het belang van Texar niet mede om het tot
dat uiterste te drijven."
»Dunkt u?"
»Zoo is mijne overtuiging, James. Texar heeft Jacksonville nog niet
verlaten, niet waar?"
»Dat is zoo."
»Welnu, zoolang hij daar zal verwijlen, zal van zijn kant
geene gewelddadigheid te duchten zijn. Zal hij in uw kind niet
een soort van bescherming, van gijzelaar zien tegen de weerwraak,
die hij te vreezen heeft, zoowel van uwe zijde als van den kant der
federalistische gerechtigheid, wegens het omverwerpen der wettelijke
regeering te Jacksonville en wegens het verwoesten eener plantage,
aan een Noordelijke toebehoorende?"
»Daar is wel iets van aan!"... aarzelde James Burbank te erkennen.
»Dat is voor mij helder als de dag," ging Walter Stannard voort. »Zijn
belang brengt mede, die vrouw en dat meisje te sparen en te ontzien,
en in dit geval moeten wij geduldig wachten, totdat de Commodore Dupont
en de Generaal Sherman meester van het grondgebied van Florida zullen
zijn, om tegen hem te kunnen handelen."
»Maar, wanneer zullen zij meester zijn?"... riep James Burbank
wanhopig uit.
»Morgen,... heden reeds wellicht!... Ik herhaal het u: de kleine Dy
is onbewust de beschermster van Texar."
»Welaan!"
»Daarom heeft hij de gelegenheid aangegrepen, om haar te ontvoeren,
geloof mij!"
»Slechts daarom?" vroeg James Burbank bitter.
»O, hij wist ook, dat hij u daarmede het hart verbrijzelen zou,
arme James, en de ellendeling is daarin maar al te wel geslaagd!"
Zoo redeneerde master Walter Stannard en zoo trachtte hij zijn vriend
een hart onder de riem te steken. Toch moet erkend worden, dat ernstige
motieven voor de juistheid zijner redeneering pleitten. Maar gelukte
het hem James Burbank te overtuigen? Ongetwijfeld, neen. Of slaagde
hij er in, hem eenige hoop in te boezemen? Ook dat niet. Helaas,
dat was het onmogelijke verlangen!
Toch begreep James Burbank, dat hij zich dwingen moest om in
tegenwoordigheid zijner echtgenoote te redeneeren, zooals Walter
Stannard tegenover hem gedaan had. Als hij anders handelde, als hij
de hoop in het moederlijke hart niet zou weten aan te kweeken, dan
zou mevrouw Burbank die laatste ramp zeer zeker niet overleven.
Toen hij dan ook in het heerenhuis teruggekeerd was, deed hij al die
argumenten, waaraan hij zelf zoo bitter weinig geloofde, krachtig
gelden.
Middelerwijl liep master Perry, de administrateur, met zijne
ondergeschikten, de opzieners, Camdless-Bay rond, om de plantage in
oogenschouw te nemen.
Helaas, het was een treurig tooneel, dat zij te zien kregen; zelfs
zoo treurig, dat het een diepen indruk op Pygmalion, die hen bij
dien tocht vergezelde, scheen te maken. Die »vrije man" had gemeend
de bevrijde slaven, op last van en door Texar uiteen gejaagd, niet
te moeten volgen. Die vrijheid om in het woud te moeten gaan slapen,
om daar honger, dorst en koude te gaan lijden, kwam hem een beetje al
te dwaas voor. Hij verkoos dan ook op Castle-House te verblijven, al
zou hij, om daartoe het recht te verkrijgen, ook, evenals Zermah gedaan
had, zijne acte van invrijheidstelling hebben moeten verscheuren.
»Gij ziet het, Pyg?" vroeg hem de administrateur Perry. »Gij ziet het."
»Ja, ik zie het, master Perry."
»De plantage is verwoest, onze werkplaatsen zijn verbrand. Alles
is vernield!"
»Ja, ja, master Perry, het is erg."
»Zie, dat zijn de gevolgen, wanneer men de vrijheid geeft aan lummels
van uw kleur!"
»Master Perry," antwoordde Pygmalion, »het is toch mijne schuld niet,
dat..."
»Het is integendeel wel je schuld, domme neger!" hernam de
administrateur.
»Dat zou ik wel eens willen vernemen."
»Wanneer gij en uwe gelijken niet al die schreeuwers, die tegen
de slavernij donderden en preekten, toegejuicht hadt; wanneer gij
ernstig tegen de denkbeelden van de Noordelijken geprotesteerd hadt;
wanneer gij de wapenen opgevat hadt!..."
»Om wat te doen, master Perry" vroeg de neger verbouwereerd.
»Om de federalistische troepen terug te drijven, dom dier! Ziet,
dan zou master James Burbank nimmer op de gedachte gekomen zijn om
ulieden vrij te verklaren en dan zouden de rampen van Camdless-Bay
ver verwijderd gebleven zijn!"
Pygmalion stond bij die redeneering geheel versteld.
»Maar wat kan ik er thans aan doen?" vroeg hij met beklemd
gemoed. »Zeg, goede master Perry, wat kan ik er thans aan doen?"
»Wat je er aan doen kunt?... Luister, ik zal het je zeggen, Pyg. En
als je nog een enkel grijntje gevoel van rechtvaardigheid in het lijf
hebt, dan..."
»Dan, master Perry?"
»Dan zul je doen, wat ik je zeggen zal. Doe goed je zwarte ooren
open, Pyg."
»Ik luister, master Perry."
»Je bent vrij, niet waar?"
»Ja, het schijnt zoo."
»Bijgevolg behoor je aan niemand anders toe dan aan je zelven,
niet waar?"
»Ongetwijfeld, master Perry."
»En als je je zelven toebehoort..."
»Hoe zegt gij, master Perry?"
»Als je de eigenaar van je eigen persoon bent... begrijp je thans?"
»O, ja."
»Welnu, dan kan je over je lichaam beschikken, zooals je wilt,
niet waar?"
»Voorzeker, master Perry!"
»Dat kan niemand je beletten, niet waar?"
»Neen, niemand."
»Welnu, als ik in je plaats was, Pyg, dan zou ik geen oogenblik
aarzelen..."
»Wat zoudt ge dan doen, master Perry?" vroeg Pygmalion.
»Ik zou mij op de naastbij gelegen plantage gaan aanbieden. Ik
zou mij zelven daar als slaaf verkoopen en ik zou de opbrengst of
beter het bedrag van dien verkoop aan mijn ouden meester brengen,
om hem schadeloos te stellen voor het nadeel, dat ik hem toebracht,
door mij in vrijheid te laten stellen. Ziedaar, beste Pyg, nu weet
je, wat ik doen zou, als ik met een zwart vel bedeeld was en in jou
geval verkeerde."
Sprak de administrateur ernstig of gekscheerde hij slechts? Wie zal
dat uitmaken? De goede man was tot alles in staat, zelfs tot het
spreken van wartaal, van onzin, wanneer hij zijn stokpaardje besteeg.
In ieder geval stond de dwaze Pygmalion daar, verbouwereerd te kijken
en wist niet wat te antwoorden.
Intusschen was het onbetwistbaar waar, dat de daad van edelmoedigheid,
door James Burbank bedreven, ongeluk, verwoesting en verderf over
de plantage gebracht had. De materieele verwoesting en de daaruit
voortspruitende geldelijke nadeelen zag men voor oogen en moest tot
een vrij hoog bedrag becijferd worden. Van de barakken was niets
overgebleven; zij waren door de vlammen verteerd, nadat zij door
die ellendige bandieten geplunderd waren. Van de houtzagerijen, van
de werkplaatsen, van de loodsen, van de timmerwerven bleef niets
anders over dan een hoop asch en eenige zwaar verkoolde balken en
stijlen. Uit die treurige overblijfselen van den gewoed hebbenden
brand ontsnapten hier en daar nog eenige blauwachtige rookwolken,
die spiraalvormig naar boven kronkelden.
Ter plaatse waar de keten stonden, die tot opschuring dienden van de
reeds gezaagde en afgewerkte houtdeelen, ter plaatse waar de fabrieken
verrezen, waarin de werktuigen aanwezig waren, om de katoenvlokken
uit de zaaddoozen te halen en, zonder de vezel te verbreken, van
de vrucht te scheiden, waarin de hydraulische persen werkten, die
de katoen tot balen, voor het vervoer geschikt, moesten verwerken,
waarin de rietmolens, de diffusie-machineriën en de vacuumpannen
van de rietsuikerkokerijen te vinden waren, stonden niets meer dan
eenige geblakerde en roetzwarte muurpanden, die ieder oogenblik konden
omstorten. Men zag er slechts hoopen baksteenen, die ter plaatse,
waar de schoorsteenen der fabrieken zich hoog verheven hadden,
eenmaal door het heftige vuur der ovens roodgloeiend gemaakt waren.
Ter plaatse waar eenmaal lachende koffietuinen, met hun fraai
glinsterend groen, aangetroffen werden, waar de halmen der rijstvelden
onder den zachten druk der bries golfden, waar de groenten, voor de
tafel des meesters bestemd, geteeld werden, waar de fourages voor het
slacht- en trekvee der plantage, voor de paarden en het pluimgedierte
verbouwd werden, werden niets anders dan sporen van vernieling en
verwoesting aanschouwd. De vernielzucht had zoodanig gewoed, dat
het was, alsof wilde dieren gedurende langen tijd op de plantage
huisgehouden hadden.
Bij het gezicht van die bewijzen der misdadige bedoelingen van
de aanvallers, kon master Perry zijne verontwaardiging niet meer
inhouden. Zijn toorn ontlastte zich in een vloed van verwenschingen en
dreigementen. Pygmalion voelde zich niets op zijn gemak, wanneer hij
de woeste blikken van den bulderenden administrateur op zich voelde
rusten. Hij besloot dan ook hem alleen te laten en naar Castle-House
te sluipen, »om," zooals hij zeide, »meer op zijn gemak te kunnen
nadenken over het voorstel om zich zelven te koop aan te bieden,
hetwelk de administrateur hem gedaan had." En voorzeker was een dag
niet voldoende om zijn gedachtengang dienaangaande te bepalen; want
toen de avond gevallen was, had hij nog geen besluit genomen.
Toch waren eenige oude slaven dienzelfden dag heimelijk op Camdless-Bay
teruggekeerd. Men zal zich wel kunnen voorstellen, hoe groot hunne
droefheid was, toen zij allen hunne hutten verbrand vonden.
James Burbank verstrekte dadelijk de noodige bevelen, opdat
zooveel mogelijk in de behoeften van die arme drommels voorzien
zou worden. Een zeker getal van die zwarten kon binnen de omwalling
gehuisvest worden, namelijk in de bijgebouwen, die door den brand
gespaard waren geworden. Men zette hen dadelijk aan den arbeid,
en hun eerste werk was om de lijken te begraven van hunne makkers,
die bij de verdediging van Castle-House gesneuveld waren, alsook de
lijken der aanvallers, die bij het beleg omgekomen waren. De woeste
troep had bij zijn aftocht slechts de gekwetsten medegenomen.
Ook werden de beide ongelukkige negers, die in de kleine Marino-kreek
vermoord waren, toen zij door Texar en zijne medeplichtigen overvallen
werden, terwijl zij de sloep bewaakten, waarmede de vrouwen van
Castle-House zouden ontvluchten, met alle plechtigheid ter aarde
besteld.
Toen dat gedaan was, kon James Burbank nog niet aan de reorganisatie
van zijne plantage denken. Daarmede moest hij wachten tot het
hoofdgeschil tusschen de Noordelijken en Zuidelijken in den Staat
Florida beslecht was. Maar middelerwijl bestormden hem andere
beslommeringen, die hem dag en nacht bezig hielden. Hij wendde
natuurlijk alle mogelijke pogingen aan, om zijn dochtertje op het
spoor te komen. Van een anderen kant was de gezondheidstoestand van
mevrouw Burbank, ten gevolge van al die wederwaardigheden, ten gevolge
van den doorgestanen angst en schrik, zeer bedenkelijk geworden en
boezemde dit haren echtgenoot groote bekommering. Miss Alice verliet
haar geen oogenblik en verzorgde en verpleegde haar met kinderlijke
toegenegenheid. Maar in weerwil daarvan verergerde de toestand en
het werd dringend noodig, dat geneeskundige hulp ingeroepen werd.
Te Jacksonville woonde een geneesheer, die het vertrouwen der
familie Burbank volkomen bezat. Deze aarzelde geen oogenblik om naar
Camdless-Bay te komen, toen hij daarheen geroepen werd. Ja, de waarde
Esculaap schreef geneesmiddelen voor, maar kon men daarvan ook maar
de geringste uitwerking verwachten, zoolang de kleine Dy niet aan
hare moeder zou weergegeven zijn?
Terwijl Edward Carrol, die genoodzaakt was eenige dagen zijn kamer te
houden, op het heerenhuis achterbleef, gingen James Burbank en Walter
Stannard dagelijks nasporingen op de beide rivieroevers doen. Zij
doorzochten de eilandjes van de Sint John; zij ondervroegen de bewoners
der landstreek; zij strekten hunne verkenningen tot in de kleinste
gehuchten van het graafschap uit; zij loofden geld, veel geld uit aan
hen, die eenige aanwijzing omtrent het verdwenen meisje konden doen.
Alles, alles vruchteloos!
Hoe toch zou men te weten hebben kunnen komen, dat die ellendige
Spanjaard zich in de Zwarte Kreek schuil hield? Dat was niemand
bekend. En daarenboven kon Texar, om zijne slachtoffers des te beter
aan iedere nasporing te onttrekken, haar niet naar het boven-gedeelte
van de Sint John vervoerd hebben? Het grondgebied was groot genoeg. Er
waren genoeg schuilplaatsen in de uitgestrekte bosschen van het
binnenland, te midden van de onmetelijke moerassen van Zuid-Florida
in de streek van de onbereikbare Everglade, waar Texar de beide
vrouwen zoo goed zoude kunnen verbergen, dat niemand tot haar zoude
kunnen komen.