praatten, onder aan de trap van het perron te wachten.
»Wie is daar?" vroeg James Burbank.
»Ik ben het, master Burbank," antwoordde een der opzieners van de
plantage, die daarbij zijn naam noemde.
»En wat is er?"
»Er is bij de aanlegplaats van de havenkom een vaartuig aangekomen,
mijnheer Burbank," antwoordde de opziener.
»En vanwaar komt dat vaartuig?"
»Van de overzijde der rivier."
»Wie bevindt zich aan boord?"
»Een bode, die vanwege de magistraten van Jacksonville naar u
toegezonden is."
»Een officieele bode?"
»Ja, master Burbank."
»En, wat verlangt hij?"
»Hij verzoekt u een mededeeling te mogen doen."
»Zoo!"
»Mag hij aan wal stappen?"
»Wel zeker, verzoek hem om hier te komen."
Mevrouw Burbank was haren echtgenoot genaderd. Ook miss Alice was
vlug op een der vensters van de hal toegetreden, terwijl master
Walter Stannard en master Edward Carrol naar de deur gingen. Zermah,
die het handje van de kleine Dy gegrepen had, was opgestaan.
Allen hadden er al een voorgevoel van, dat eene ernstige verwikkeling
op til was.
De opziener was naar de aanlegplaats teruggekeerd en tien minuten
later bracht hij den bode op Castle-House, die door het vaartuig van
Jacksonville naar Camdless-Bay was overgebracht.
Dat was een man, die in de uniform der militie van het graafschap
gekleed was. Hij werd de hal binnengeleid en vroeg den heer Burbank
te spreken.
»Dat ben ik," antwoordde de eigenaar van Camdless-Bay. »Wat verlangt
gij van mij?"
»Mij is opgedragen u dezen brief te overhandigen," antwoordde de bode.
Hij reikte hem een grooten omslag van officiëelen vorm over, die in
een der hoeken het zegelstempel van Court-Justice voerde.
James Burbank brak den briefomslag open en las het volgende:
»Bevel van de nieuw opgetreden autoriteiten te Jacksonville,
dat iedere slaaf, die, in weerwil der besluiten van de
Zuidelijken, in vrijheid zal gesteld zijn, onmiddellijk van
het grondgebied van den Staat zal verwijderd worden.
»Aan dezen maatregel zal binnen de tweemaal vierentwintig
uren uitvoering gegeven moeten zijn. In geval van weigering
zal die verwijdering door den sterken arm geschieden.
»Uitgevaardigd te Jacksonville, den 28sten Februari 1862.
»Texar."
De regeering, waarin de eerlijke lieden vertrouwen konden stellen, was
omvergeworpen en de Spanjaard Texar, gesteund door zijne aanhangers,
was thans aan het hoofd van het stedelijke bestuur van Jacksonville
gekomen.
James Burbank dacht een oogenblik na.
»Wat moet ik antwoorden?" vroeg de bode.
»Niets!" hernam James Burbank.
De bode vertrok en werd naar zijn vaartuig teruggeleid, dat dadelijk
van de aanlegplaats afstak en naar de overzijde van de rivier
geroeid werd.
Dus op bevel van dien ellendigen Spanjaard zouden de gewezen slaven
van de plantage Camdless-Bay verwijderd en heinde en verre verspreid
worden! Dus door het feit, dat zij in vrijheid gesteld waren, zouden
zij het recht missen om in vrijheid op het grondgebied van Florida
te mogen leven! Camdless-Bay zou van zijn geheel personeel verstoken
zijn, waarop James Burbank ten volle had kunnen rekenen om de plantage
te verdedigen!
»Op die voorwaarden bevrijd?" vroeg Zermah.
»Gij ziet het, Zermah," antwoordde James Burbank, terwijl hij op het
noodlottige papier wees. »Kom hier en lees!"
»De vrijheid voor dien prijs!" vervolgde de mestiesche vrouw vertoornd
en opgewonden. »Neen, dat nooit! Ik weiger de vrijheid. En daar het
gemis mijner vrijheid noodig is, om bij u, waarde meester, te mogen
blijven, wil ik liever weer slavin worden!"
En hare bevrijdings-akte grijpende, verscheurde Zermah dat document
en viel toen voor de voeten van James Burbank op den grond neder.
IX.
IN AFWACHTING.
Dat waren de eerste gevolgen van de edelaardige opwelling, waaraan
James Burbank, door zijne slaven, voordat het federalistisch leger
van Sherman het grondgebied van den Staat Florida had overschreden,
in vrijheid te stellen, gehoor had gegeven.
Thans voerden Texar en zijne aanhangers gezag in Jacksonville niet
alleen, maar over het geheele graafschap. Zij zouden in de gelegenheid
zijn, en die voorzeker ook benutten, om allerlei daden van geweld te
plegen, die hun door hunne ruwe en woeste geaardheid zouden ingegeven
worden, dat wil zeggen, dat zij zich schuldig zouden maken aan de
verschrikkelijkste buitensporigheden.
Was het den Spanjaard bij slot van rekening ook al niet gelukt, om
door zijne lasterlijke aantijgingen en door zijne valsche en onbewezen
beschuldigingen de inhechtenisneming van James Burbank te bewerken,
zoo had hij toch desniettemin zijn doel bereikt, door gebruik te
kunnen maken van den eigenaardigen toestand van Jacksonville, welker
bevolking zeer was geprikkeld geworden door de gevolgde gedragslijn
der magistraten bij de behandeling der zaak van den eigenaar van
Camdless-Bay.
Nadat de anti-slaven-gezinde kolonist, die de invrijheidstelling
van alle de dienstbaren op zijn landgoed geproclameerd had, vrij en
frank heen was gegaan, de Noordelijke die zoo kenmerkend getoond had
tegen de meening der Zuidelijken gekant te zijn, had Texar de menigte
van oneerlijke kerels, die de meerderheid in de stad uitmaakten,
opgeroepen en had eene omwenteling in de stad tot stand gebracht.
Nadat de regeering der zoodanig verzwakte autoriteiten omvergeworpen
was, had hij hunne plaats doen innemen door de meest woeste zijner
partijgangers en had daarvan eenen raad gevormd, waarin de halfblanken
voor de eene helft en de bewoners van Florida, die van Spaansche
afkomst waren, voor de andere helft de macht in handen kregen.
Verder had hij zich van de medewerking der militie-troepen verzekerd,
die reeds lang bewerkt waren, en op het gewichtige oogenblik zich
dan ook met de lagere volksklasse verbroederden.
Thans bevond zich het lot van al de bewoners van het geheele graafschap
in zijn handen.
Hier ter plaatse dient verteld te worden, dat de handeling van
James Burbank hoegenaamd geene goedkeuring bij het meerendeel der
kolonisten, wier ondernemingen langs de beide oevers van de Sint John
gelegen waren, ondervonden had. Deze konden toch terecht vreezen, dat
hunne slaven hen zouden willen dwingen, om het gegeven voorbeeld te
volgen. Verreweg het grootste gedeelte dier planters waren voorstanders
van de slavernij en als zoodanig dan ook vastbesloten, om zich door
alle middelen tegen de eischen van de Noordelijken te verzetten. Zij
zagen de vorderingen, welke de federalistische leger-afdeelingen
maakten, met leede oogen en verbittering aan. Zij eischten dan ook, dat
Florida, evenals de andere Zuidelijke Staten, weerstand zoude bieden.
Had ook al het vraagstuk van de vrijmaking der slaven bij het uitbreken
van den oorlog hen wellicht onverschillig gelaten, thans beijverden
zij zich, om zich onder de door Jefferson Davis opgestoken vlag te
laten inlijven. Zij toonden zich geheel gereed, om de pogingen der
oproerlingen tegen het gouvernement van den president Abraham Lincoln
met al hun vermogen te steunen.
Men zal zich onder die gegeven omstandigheden volstrekt niet
verwonderen, dat het Texar, die begreep, dat hij aller meeningen en
den invloed van het belang op zijne zijde had, om diezelfde belangen
te verdedigen, gelukt was, zich aan de bevolking op te dringen,
hoewel hij slechts weinig achting voor zijn persoon afdwong.
Hij zou voortaan als heer en meester kunnen handelen, niet zoozeer
om den weerstand, om de verdediging der Zuidelijken te organiseeren,
of om de flottilje van den Commodore Dupont terug te dringen, dan
wel om zijne kwade neigingen bot te vieren.
Daarom, maar vooral ten gevolge van den haat, dien hij voor de
familie Burbank koesterde, was de eerste zorg van Texar geweest om de
invrijheidstelling der slaven van Camdless-Bay te beantwoorden met
den maatregel, die, zooals de lezer reeds weet, ieder vrijgeworden
slaaf noodzaakte het grondgebied binnen de tweemaal vierentwintig
uren te ontruimen.
»Door zoo te handelen," zei hij, »beveilig ik de belangen der
kolonisten, die onmiddellijk bedreigd worden. Ja, zij zullen niet
anders kunnen dan dien maatregel goedkeuren, daar zijn eerste gevolg
zal zijn, den opstand der slaven in het geheele gebied van den Staat
Florida te beletten."
De groote meerderheid had dan ook den genomen maatregel door Texar,
zonder nevengedachten goedgekeurd, hoewel niemand zich ontveinsde,
dat hij zeer willekeurig was.
Ja! willekeurig, onrechtvaardig en onhoudbaar!
James Burbank bleef bij de invrijheidstelling van zijne slaven
geheel en al binnen de grenzen van zijn recht. Hij kon dat recht
reeds uitgeoefend hebben, voor dat de oorlog eene scheuring ter zake
van de quaestie der slavernij tusschen de Vereenigden Staten van
Noord-Amerika veroorzaakt had. Nimmer had dat recht mogen aangetast
worden, en nimmer zou de maatregel, door Texar getroffen, billijk,
noch wettig, noch rechtvaardig genoemd kunnen worden.
Maar, met betrekking tot den toestand van de familie Burbank, valt
vooreerst te vermelden, dat door dien maatregel Camdless-Bay van hare
natuurlijke verdedigers beroofd zoude worden. Dienaangaande had de
Spanjaard zijn doel volkomen bereikt.
Dat begreep men te Castle-House dadelijk en wellicht ware het te
wenschen geweest, dat James Burbank met die invrijheidstelling zijner
slaven gewacht had, totdat hij zonder gevaar had kunnen handelen.
Maar, zooals men weet, was hij ten aanhoore van de magistraten
van Jacksonville beschuldigd geworden, dat zijne daden niet in
overeenstemming met zijne grondbeginselen waren; hij had zich
verplicht gezien om dadelijk, overeenkomstig die beginselen te
handelen en onder den indruk zijner verontwaardiging had hij in het
openbaar zijne verklaring afgelegd, en in het openbaar was hij ook
tegenover het personeel der plantage er toe overgegaan, om de negers
van Camdless-Bay tot vrije lieden uit te roepen.
Daar nu de toestand van de familie Burbank en van hare gasten ten
gevolge van dat feit verergerd was, moest in alle haast besloten
worden, wat er in de gegeven omstandigheden moest gedaan worden.
En vooreerst--en daarop kwam het voornaamste gedeelte der discussie
dien avond neer--zouden er redenen bestaan om op de daad van
invrijheidstelling terug te komen? Neen! Want dat zou aan den stand
van zaken volstrekt niets veranderen. Texar zou geen rekening willen
houden met dien te laten terugtred.
Daarenboven zoude de overgroote meerderheid der negers van
de plantage, wanneer zij het ergerlijk besluit door de nieuwe
autoriteiten van Jacksonville tegen hen genomen, zouden vernemen,
zich niet beijveren het voorbeeld van Zermah te volgen? Zouden al de
akten van invrijheidstelling niet verscheurd worden? Ja, waarlijk,
om Camdless-Bay niet te verlaten, om niet van het grondgebied van
den Staat Florida verjaagd te worden, zouden allen hun toestand van
slaaf willen hernemen, totdat bij eene Staatswet bepaald zoude zijn,
dat zij het recht zouden hebben om vrij te zijn en te kunnen wonen,
waar hun dat zou goeddunken.
Maar, waartoe zou dat alles dienen? Daar zij toch vastbesloten waren
om met hunnen meester ook de plantage, die voor hen een waar vaderland
geworden was, te verdedigen, zouden zij dat met evenveel geestdrift
en toewijding doen, nu zij vrijgemaakt waren. Zermah stelde zich
borg daarvoor.
James Burbank was dan ook van oordeel, dat op zijn eenmaal genomen
besluit niet mocht worden teruggekomen. En allen deelden dienaangaande
zijne meening. En zij vergisten zich niet; want toen den volgenden
morgen de nieuwe maatregel, door het bestuur van Jacksonville
uitgevaardigd, bekend werd, braken de betuigingen van toewijding,
van getrouwheid en verknochtheid van alle kanten op Camdless-Bay los.
»Als Texar zijn besluit wil ten uitvoer leggen," werd er van den
eenen kant geroepen, »dan zullen wij weerstand bieden!"
»Wanneer hij geweld wil gebruiken," riep eene andere stem, »dan zullen
wij hem met geweld te keer gaan!"
In het heerenhuis dacht men er iets kalmer over.
»De gebeurtenissen zullen nu gaan dringen," zei Edward Carrol. »Binnen
twee dagen, misschien wel binnen vier en twintig uren, zal de quaestie
der slavernij in Florida haar beslag gekregen hebben."
»Hoe bedoelt gij?" vroeg James Burbank.
»Wel, overmorgen kan de flottilje van de federalisten onder Dupont
de mondingen der Sint John bemachtigd hebben."
»Dat is zoo."
»Maar wanneer de militietroepen, gesteund door de legerafdeeling der
geconfedereerden, weerstand zullen bieden?" merkte meester Walter
Stannard op.
»Wanneer die weerstand bieden, dan kan zulks niet lang duren,"
antwoordde Edward Carrol. »Hoe zouden zij zich, zonder oorlogsschepen,
zonder kanonneerbooten zelfs, tegen het binnenstevenen van den
Commodore Dupont, tegen het landen van de debarkementstroepen van
Generaal Sherman en tegen de bezetting der havensteden Fernandina,
Jacksonville en Sint Augustijn kunnen verzetten?"
»Ik beken, dat het moeielijk is."
»Welnu, wanneer die punten in handen der federalistische zee- en
landmacht gevallen zijn, dan is Florida feitelijk in de macht der
Noordelijken."
»Dat erken ik ten volle; maar..."
»En dan blijft aan Texar en zijne aanhangers geen ander redmiddel
meer over, dan het hazenpad te kiezen."
»O, dat het integendeel toch gelukken moge hem in handen te
krijgen!" riep James Burbank uit.
»Dat help ik u van harte wenschen!" zei Walter Stannard.
»Wanneer hij in de macht der gerechtigheid van de Noordelijken zal
zijn," vervolgde James Burbank, »dan zullen wij eens zien of hij
zich nogmaals op een alibi zal beroepen, om aan de gerechte straf
voor zijne misdaden te ontkomen!"
»Ja, op dat gebied is hij slim, dat moet erkend worden," antwoordde
Edward Carrol.
»Maar, dan zouden wij toch zien!" mompelde James Burbank dreigend.
De nacht ging voorbij zonder dat de veiligheid van Castle-House
bedreigd, zonder dat de stilte zelfs gestoord was geworden. Maar in
weerwil daarvan hadden èn mevrouw Burbank èn Miss Alice dien nacht
in de grootste ongerustheid doorgebracht.
Den volgenden dag--den 1en Maart--hield men het oor scherp geopend
ter waarneming van de geruchten, die zich van buitenaf konden laten
hooren. Niet dat de plantage dien dag in het bijzonder bedreigd
was. Neen, het besluit van Texar toch hield in, dat de verdrijving
der vrijgestelde slaven eerst na tweemaal vierentwintig uren moest
geschied zijn.
Daar James Burbank vast besloten was, aan dat willekeurig bevel niet
te gehoorzamen, had hij tijd in overvloed, om de verdedigingsmiddelen
van Castle-House zooveel als mogelijk was in gereedheid te brengen.
Het voornaamste was, om goed op de hoogte te zijn van hetgeen op het
tooneel des oorlogs voorviel. De berichten daarvan konden toch ieder
oogenblik den staat van zaken wijzigen.
James Burbank en zijn zwager stegen dus te paard en verlieten bij het
aanbreken van den dag Castle-House. Zij reden tot aan den rechteroever
der Sint-John, en zich naar den benedenstroom richtende, wilden zij de
monding der rivier verkennen. Vooral wilden zij hunne aandacht wijden
aan de trechtervormige kom, die deze monding voorafgaat en op een
tiental mijlen van de plantage gelegen is, en in de San-Pablo-kaap
eindigt, waarop de vuurtoren, die het vaarwater aanduiden moet,
verrijst.
Bij dien tocht moesten zij Jacksonville, op den linkeroever der
Sint-John gelegen, voorbijrijden. Zij zouden dan zeer gemakkelijk
kunnen waarnemen, of vaartuigen bij elkander gebracht waren of werden,
hetgeen eenigermate als een teeken kon gelden, dat er een aanslag
door de bevolking op de plantage Camdless-Bay ondernomen zoude worden.
Beiden hadden een half uur later de grensscheiding der plantage
overschreden en reden steeds in noordelijke richting voort. De lezer
weet waarschijnlijk, dat de Sint John van zuid naar noord stroomt.
Middelerwijl wandelden mevrouw Burbank en miss Alice in het park van
Castle-House op en neer, waarbij hare gedachtenwisselingen natuurlijk
niet van geruststellenden aard waren. Master Walter Stannard poogde
later het onmogelijke om haar tot kalmte te stemmen, maar helaas
tevergeefs! Zij beweerden het voorgevoel van een op handen zijnd
ongeluk te ondervinden.
Zermah van haren kant had zich beijverd naar de barakken der negers
te wandelen. Hoewel de bedreiging van verjaagd te worden thans aan
allen bekend was, dachten de gewezen slaven er niet aan om er rekening
mede te houden. Zij waren eenvoudig aan den arbeid gegaan, zooals zij
gewoon waren. Evenals hun meester, waren zij vastbesloten weerstand
te bieden, en vroegen zich dan ook in gemoede af: krachtens welk
recht zou men hen, nu zij vrij waren, uit hun aangenomen vaderland
verjagen? Zermah kon dus hare meesteres van die zijde de meest
gunstige berichten mededeelen. Men kon en mocht ten volle op het
personeel van Camdless-Bay vertrouwen.
»Ja," zeide zij, »al mijne lotgenooten zouden liever weer slaaf
willen worden, zooals ik gedaan heb, dan de plantage te verlaten en
de meesters van Castle-House in den steek te laten."
»Maar als men hen daartoe noodzaakt, met geweld noodzaakt?" vroeg
mevrouw Burbank.
»Wanneer men hen daartoe zou willen noodzaken," antwoordde Zermah,
»welnu.... dan zullen zij hunne rechten verdedigen! Dan zullen zij
geweld met geweld keeren!"
»God geve, dat dit onnoodig moge zijn!" zuchtte de echtgenoote van
den eigenaar van Camdless-Bay.
»Ja, God geve dat!" herhaalde Zermah.
Er bleef niets anders te doen over dan den terugkeer af te wachten
van master James Burbank en van Edward Carrol. Het was volstrekt niet
onmogelijk, dat de flottilje der federalisten dien zelfden dag--wij
weten dat het den 1sten Maart was--den vuurtoren van San Pablo in
het gezicht liep, in welk geval zij geheel gereed zoude zijn, de
mondingen van de Sint John te bemachtigen en in bezit te nemen.
De geconfedereerden zouden aan alle hunne militietroepen waarachtig
niet te veel hebben om den Noordelijken dien doortocht te betwisten
en dan zouden de autoriteiten van Jacksonville, die zich dadelijk en
persoonlijk bedreigd moesten gevoelen, niet meer in staat zijn hunne
dreigementen ten opzichte der bevrijde slaven van Camdless-Bay ten
uitvoer te leggen.
De administrateur, master Perry, ging middelerwijl voort zijn
dienst te verrichten, alsof niets buitengewoons gebeurd was. Zoo
bracht hij dien ochtend zijn dagelijksch bezoek aan de verschillende
inrichtingen en arbeidsketen in de plantage, en kon hij daarbij ook
van zijn kant de gunstige gezindheid der negers opmerken. Hoewel hij
dat uiterst moeielijk ten aanhoore van anderen erkend zoude hebben,
zoo zag hij toch met zijne eigene oogen dat, al was ook al de toestand
der negers geheel gewijzigd, hun vlijt en naarstigheid bij het werk,
hunne toewijding aan de familie Burbank dezelfde gebleven waren. Ook
begreep hij ras, dat zij vastbesloten waren, om iederen aanslag,
dien de lagere volksklasse van Jacksonville tegen hen zoude willen
ondernemen, met alle kracht te keer te gaan. Maar, volgens de meeningen
van master Perry, die meer dan ooit hardnekkig aan zijn denkbeelden
van voorstander der slavernij vasthield, konden die mooie gevoelens
niet lang duren. De natuur zoude volgens hem hare rechten wel weten
te hernemen. Wanneer zij van de onafhankelijkheid geproefd zouden
hebben, dan zouden zij uit eigen beweging weer om de invoering der
slavernij verzoeken. Zij zouden wederom tot den rang afdalen, die
hun door de natuur op de ladder der wezens tusschen den mensch en
het dier aangewezen was.
Terwijl hij zoo, in zijne gedachten verdiept, liep rond te drentelen,
ontmoette hij den ijdelen en opgeblazen Pygmalion. Die domoor had een
nog trotscher en nog snoevender voorkomen dan daags te voren. Wanneer
men hem daar fier als eene pauw, met de handen op den rug gekruist,
met het hoofd in den nek, en met de borst vooruit als eene kropduif,
zag voortstappen, dan gevoelde men inderdaad, dat het een vrij mensch
was, die zich daar vertoonde. Vrij was hij, dat is waar, vrij om te
doen en te laten wat hij wilde, en als zoodanig maakte hij dan ook
van dien toestand gebruik, om zoo min mogelijk te doen, of beter om
niets te doen en alles, wat op arbeid betrekking had, na te laten.
»Goeden morgen, master Perry!" zei hij op uiterst voornamen toon.
»Goeien morgen...." knorde de administrateur binnensmonds. »Dat komt
er nog bij, dat zoo'n lummel je goeien morgen mag wenschen!"
»Mooi weertje vandaag, master Perry!" vervolgde Pygmalion luchtig.
»Hum, ja.... Wat voer jij hier uit, luiaard?"
»Zooals ge ziet, master Perry, ik wandel."
»Zoo, wandel jij?"
»Heb ik daartoe het recht niet, master Perry?"
»Het recht, uilskuiken?"
»Ja, het recht! Ik ben toch geen ellendige slaaf meer, meen ik,
master Perry?"
»Zoo, meen je dat maar, domkop?"
»O, niet alleen dat, ik ben er ook zeker van. Heb ik niet de akte
mijner invrijheidstelling in den zak?"
»Wel bekome het je, ezelskop."
»Dank u, master Perry."
»Maar, zeg eens Pyg...."
»Wat is er?"
»Wie zal je voortaan voeden?"
»Wel ikzelf, master Perry."
»Hoe zul je dat doen, Pyg?"
»Wel, master Perry, met mijn mond, door te eten."
»En wie zal je te eten geven, schaapskop?"
»Mijn meester."
»Je meester?... Heb je dan al vergeten, dat je geen meester meer
hebt, domkop!"
»Neen, master Perry, ik heb geen meester meer en zal er nooit meer
een hebben!"
»Welnu?"
»Maar master Burbank zal mij nimmer heenzenden van de plantage,
waarop ik, zonder snoeverij, eenige diensten bewijs, master Perry."
»Integendeel,...."
»Wat integendeel?"
»Hij zal je wel wegzenden!"
»Mij wegzenden?"
»Ongetwijfeld. Toen je hem toebehoordet, toen je zijn eigendom
waart, kon hij je houden, zelfs al voerde je niets uit. Maar van het
oogenblik, dat je hem niet meer toebehoort, zal hij je, wanneer je
voortgaat den luiwammes te spelen en niet te willen werken, de deur
goed en wel uitjagen!"
»Mij de deur uitjagen?"
»Ja, en dan zullen wij eens zien, wat je met je mooie vrijheid zult
aanvangen, arme dwaas!"
Pygmalion trok een vervaarlijk leelijk gezicht. Het was helder
als de dag, dat hij de quaestie der slavernij niet uit dat oogpunt
beschouwd had.
»Wat, master Perry," hernam hij, »zoudt gij denken, dat master James
Burbank zoo wreed zoude kunnen zijn, om...."
»Daarbij komt geene wreedheid te pas, domoor," antwoordde de
administrateur, »zoo iets volgt uit de logica der feiten, begrijp je?"
Pyg schudde met het hoofd. Neen, hij begreep die orakelspreuk niet. Dat
was erger dan latijn voor hem.
»Om het even," ging mijnheer Perry voort, »of je het begrijpt of
niet. Wat zou ook zoo'n negerkop kunnen begrijpen? Wat je evenwel
duidelijk moet zijn, dat is, dat er--het moge master Burbank aanstaan
of niet--eene ordonnantie vanwege de autoriteiten te Jacksonville
uitgevaardigd is, waarbij de uitzetting van al de bevrijde slaven
buiten het grondgebied van Florida bevolen is."
»Is dat dus waar, master Perry?"
»Zeer waar; en wij zullen eens zien, hoe gij en uwe lotgenooten het
nu aanleggen zult, om aan den kost te komen, nu gij geen meester
meer hebt."
»Ik wil Camdless-Bay niet verlaten!" riep Pygmalion uit.
»Zoo, wil je niet, mijn jongen?" vroeg de administrateur sarcastisch
glimlachend.
»Neen, ik wil niet!..." schreeuwde de neger. »Daar ik vrij ben...."
»Juist, Pyg.... je bent vrij om heen te gaan, maar je bent niet vrij
om te blijven! Hoor je dat? Ik raad je dus aan om je bullen bijeen
te pakken."
»Maar, wat zal er van mij worden, master Perry?"
»Dat zijn zaken, die niemand anders aangaan dan je zelven. Je bent
immers vrij!"
»Maar als ik dan vrij ben...." hernam Pygmalion, die maar steeds op
zijn stokpaardje terugkwam.
»Dat is niet genoeg, zooals het schijnt."
»Zeg mij, wat ik doen moet, master Perry?"
»Wat je doen moet, domme gans?"
»Ja, master Perry, ik bid u."
»Welnu, luister dan.... en volg mijne redeneering, als je die namelijk
vatten kunt."
»O, ik zal ze wel vatten, wees gerust, master Perry. Ga uw gang."
»Je bent een bevrijde slaaf, niet waar?"
»Ja, dat ben ik, master Perry! Dat ben ik! Ik heb de akte van
invrijheidstelling in den zak!"
»Welnu, verscheur dat document!"
»Dat nooit!"
»Nooit?"
»Neen nooit!"