»Welnu, als je weigert dat middel te baat te nemen, dan ken ik nog

slechts een, namelijk als je in den Staat Florida wilt blijven."

»En dat is, master Perry."

»Om van kleur te veranderen, domoor! Laat je bleeken, Pyg, laat

je bleeken! En als je wit zult geworden zijn, dan zul je het recht

verkregen hebben om op Camdless-Bay te blijven. Anders niet!"

Pygmalion, verwoed over die scherts, droop grommend af,

De administrateur zette, grinnikend van de pret over de bestraffing,

die hij Pygs ijdelheid had doen ondergaan, zijne wandeling voort.

De neger bleef eerst diep in gedachten verzonken. Hij gevoelde wel,

dat er meer noodig was om in dienst van Castle-House te blijven, dan

slechts een in vrijheid gestelde slaaf te zijn. Vooreerst zou hij

blank moeten zijn. Maar, voor den drommel! hoe zou hij het moeten

aanleggen, om blank te worden, nu de natuur hem met eene huid van

het fraaiste ebbenzwart begiftigd had?

Toen Pygmalion zich naar de bedienden-gebouwen van Castle-House begaf,

krabde hij zich dan ook het lichaam, alsof hij de zwarte opperhuid

wilde afscheuren.

Het hielp hem natuurlijk niet veel.

James Burbank en Edward Carrol waren even vóór het middaguur op

Castle-House wedergekeerd. Zij hadden niets onrustbarends in de

omstreken van Jacksonville bespeurd. Het meerendeel der vaartuigen

lag op zijne gewone plaats, een gedeelte vastgemeerd aan de kaden der

haven, de anderen voor anker in het vaarwater en op de reede. Toch had

men eenige beweging onder de troepen-gedeelten op den anderen oever

der rivier waargenomen. Verscheidene detachementen der landmacht van de

geconfedereerden hadden zich op den linkeroever der Sint John vertoond,

die in noordelijke richting naar het graafschap Nassau oprukten.

Voor Camdless-Bay was evenwel niets dreigends ontwaard.

Toen James Burbank en zijn tochtgenoot bij de riviermonding aangekomen

waren, hadden zij hunne blikken natuurlijk zeewaarts gericht. Maar

geen enkel zeil werd in de verte bespeurd. Geen rook of damp van eene

stoomboot, die de tegenwoordigheid of de nadering van een smaldeel te

kennen kon geven, vertoonde zich bij of boven den gezichteinder. Wat

de maatregelen betrof, die ter verdediging genomen waren, die waren

totaal nul. Geene strandbatterijen, geene schouderweringen van aarde

opgeworpen. Geen enkel werkje om het binnenloopen van de monding

door een schip of door een flottilje te beletten. Wanneer de schepen

der federalisten zich zouden vertoonen, hetzij voor de Nassaukreek,

hetzij voor de monding der Sint John, zouden zij zonder de minste

verhindering naar binnen kunnen stevenen. Alleen de verlichting van den

vuurtoren San Pablo was buiten werking gesteld. De lantaarn van die

inrichting was uit elkander genomen en kon derhalve den toegang van

de vaarwaters niet aanduiden. Dat kon evenwel slechts moeielijkheden

baren, wanneer de vijandelijke flottilje zoude beproeven des nachts

naar binnen te stevenen.

Ziedaar, wat de Heeren James Burbank en Edward Carrol berichtten,

toen zij op Castle-House teruggekeerd waren.

Alles bij elkander genomen, kon de toestand als vrij geruststellend

beschouwd worden, daar te Jacksonville geen enkele beweging waargenomen

was, die op een aanstaanden aanslag op Camdless-Bay duidde.

»Gij kunt gelijk hebben," beaamde master Walter Stannard met een

hoofdknik.... »Ik zie evenwel het geruststellende van den toestand

zoo nog helder niet in."

»Wat bedoelt gij?" vroeg James Burbank.

»Integendeel, ik vind het een verontrustend feit, dat de schepen

van den Commodore Dupont nog niet in het gezicht zijn. Dat is eene

vertraging, die mij raadselachtig en vreemd voorkomt."

»Mij ook," zei Edward Carrol. »Wanneer die flottilje voorgisteren zee

gekozen en de baai Sint Andrews verlaten heeft, dan moest zij nu ter

hoogte van Fernandina aangekomen zijn!"

»Wij hebben sedert eenige dagen slecht weer gehad," antwoordde James

Burbank op kalmeerenden toon.

»Ja, maar voor een eskader als het onderwerpelijke...."

»Het is mogelijk," vervolgde de eigenaar van Camdless-Bay, »dat ten

gevolge van de hevige oostenwinden, die eene zware branding hebben

doen ontstaan, de Commodore Dupont genoodzaakt is geweest de kust te

mijden en zijn heil in volle zee te zoeken. Maar de wind is sedert

heden ochtend veel gevallen, zoodat het niemand verwonderen zou,

wanneer dezen nacht...."

»Dat de hemel u verhoore, waarde James!" zei mevrouw Burbank, »en

dat hij ons ter hulpe kome!"

»Waarde heer James," merkte miss Alice op, »hoe zal de flottilje,

nu de vuurtoren van San Pablo niet meer verlicht is, de Sint John

kunnen binnendringen?"

»De Sint John binnendringen, dat zou zeer moeielijk en zeer gevaarlijk,

ik durf wel zeggen: onmogelijk zijn, lieve Alice."

»Dus...." wilde mevrouw Burbank zeggen.

»Dus zullen de federalisten, alvorens de mondingen van den stroom te

bemachtigen," ging haar echtgenoot voort, »eerst het eiland Amelia

moeten bezetten, zoo ook het stadje Fernandina, ten einde meester

te zijn van de spoorbaan naar Cedar-Keys. Ik denk voor het naaste,

dat de schepen van den Commodore Dupont de Sint John eerst over drie

of vier dagen zullen opstevenen."

»Eerst dan," zuchtte mevrouw Burbank.

»Dat is wel laat," sprak miss Alice op hare beurt bedrukt.

»James heeft gelijk," sprak Edward Carrol. »Dat binnendringen kan

eerst over een viertal dagen geschieden en in de tegenwoordige

omstandigheden is dat een lang tijdperk; maar ik koester de hoop,

dat de bemachtiging van de havenplaats Fernandina voldoenden indruk

zal teweegbrengen, om de geconfedereerden te noodzaken den terugtocht

aan te nemen. Misschien zullen zelfs de militie-troepen de aankomst van

de kanonneerbooten der federalisten niet afwachten, maar Jacksonville

dadelijk ontruimen. In dat geval zou Camdless-Bay buiten gevaar zijn

en niet meer door de muitende bende van Texar bedreigd worden...."

»Dat alles is mogelijk, vrienden!" zei James Burbank. »Laat ons dus

hopen, dat de federalistische troepen den voet maar zetten op het

grondgebied van Florida; meer is niet noodig om onze veiligheid te

verzekeren. En dat zal spoedig genoeg geschieden!--Maar, om over iets

anders te spreken: Is er geen nieuws op de plantage?"

»Neen, mijnheer Burbank," antwoordde miss Alice. »Van de trouwe

Zermah vernam ik, dat de negers hunne gewone bezigheden in de

constructie-keten en werkplaatsen, als ook bij den houtaankap in de

bosschen hervat hadden. Zij verzekert, dat die menschen steeds vol

toewijding zijn en zich gereed verklaren, Camdless-Bay te verdedigen

tot de laatste hunner gevallen is."

»Laten wij hopen, dat van hunne verknochtheid die proef niet zal

gevergd behoeven te worden!" zeide James Burbank.

»Ja, laten wij dat hopen!" prevelde mevrouw Burbank; »maar laten wij

tevens God bidden, dat onze hoop vervuld worde!"

»Het zou mij zeer verwonderen," vervolgde James Burbank,

»wanneer de ellendelingen, die zich door daden van geweld aan de

eerlijke lieden tot bestuurders opgedrongen hebben, niet de vlucht

zullen nemen, wanneer er geseind zal worden, dat de flottilje der

federalisten ter hoogte van Florida zal aangekomen zijn. Intusschen

moeten wij voorzichtig zijn, blijven uitkijken en geen enkelen

veiligheidsmaatregel veronachtzamen!"

»Ja, zeker, wij moeten de grootst mogelijke waakzaamheid blijven

betrachten!" zei Edward Carrol.

»Juist," hernam James Burbank, »en daarom, Stannard en Carrol, gaat

gijlieden na het ontbijt met mij mede, om een bezoek te brengen aan

het meest blootgestelde gedeelte van de plantage?"

»Wat wilt gij daar gaan doen?" vroeg Walter Stannard.

»Gij weet: »het oog des meesters enz."; maar vooral, waarde vriend,

wil ik er mij van overtuigen, dat gij en onze lieve Alice hier op

Castle-House niet door grootere gevaren zult bedreigd worden dan te

Jacksonville. Waarlijk, wanneer de zaken slecht liepen, zou ik het

mij zelven nimmer vergeven, dat ik u herwaarts heb doen komen."

»Waarde James," antwoordde master Walter Stannard, »wanneer wij

in onze woning te Jacksonville gebleven waren, dan zouden wij zeer

waarschijnlijk nu aan de knevelarijen der thans aan het roer zijnde

autoriteiten blootgesteld zijn, zooals het allen geschiedt, die de

meeningen der voorstanders van de slavernij niet toegedaan zijn."

»In ieder geval, mijnheer Burbank," vulde miss Alice aan, »wanneer

zelfs de gevaren hier grooter mochten zijn, dan vraag ik nog: of het

niet beter is, dat wij ze samen deelen?"

»Ja, waarde dochter!" antwoordde James Burbank.

»Ja, zeker, Alice!" zei haar vader.

»Kom!" ging master James Burbank voort. »Ik koester veel hoop en ik

vermeen, dat Texar zelfs den tijd niet zal hebben, om het tegen ons

geslagen besluit ten uitvoer te kunnen leggen!"

»Het is te hopen!" zuchtte mevrouw Burbank, die zich als een drenkeling

aan dat strootje poogde vast te klemmen.

James Burbank en zijne beide vrienden bezochten in de namiddaguren

de verschillende barakken, bij welk bezoek de administrateur, master

Perry, hen vergezelde. Zij konden zich daarbij overtuigen, dat de

stemming der negers uitmuntend was.

Bij die gelegenheid meende James Burbank de aandacht van den waardigen

administrateur te moeten vestigen op den ijver, waarmede de nieuw

bevrijden den arbeid hervat hadden.

»Jawel!... Jawel!..." antwoordde master Perry. »Het is een nieuwtje,

en gij kent het spreekwoord omtrent de nieuwe bezems, master Burbank."

»Ja, maar dat is hier niet toepasselijk, master Perry," meende James

Burbank.

»Best mogelijk, master Burbank.... Maar dan zal nog te bezien staan,

hoe het afgeleverde werk zal zijn."

»Ja, maar Perry, is dat nu een argument?"

»En een goed argument, master Burbank!"

»Die brave zwarte kerels zullen, bij wisseling van toestand, toch

niet hunne handen verwisseld hebben, meen ik."

»Neen, nog niet, master Burbank," antwoordde de onverbeterlijke

stijfkop. »Maar gij zult weldra ontwaren, dat zij niet meer dezelfde

handen aan het uiteinde hunner armen bezitten, of beter uitgedrukt,

dat hun de handen geheel verkeerd staan!"

»Kom, kom, master Perry," zei James Burbank glimlachend. »Hunne

handen zullen steeds vijf vingeren hebben en hunne handen zullen op

dezelfde wijze aan het polsgewricht bevestigd blijven; wees daaromtrent

onbekommerd, en waarlijk, meer kan toch niet van hen gevorderd worden!"

Pruttelend ging de administrateur heen.

»Wie heeft ooit van eene negerhand hooren spreken?" mompelde hij. »Van

een negerpoot, dat's wat anders!"

Zoodra dat bezoek afgeloopen was, keerden James Burbank en zijne

beide tochtgenooten naar Castle-House terug.

De avond ging rustiger voorbij dan de avond te voren. Bij gebrek aan

tijdingen van Jacksonville, was men weer begonnen te hopen, dat Texar

er van afgezien had zijne dreigementen ten uitvoer te leggen of dat

de tijd hem daartoe zou ontbreken.

Evenwel werden toch de nauwkeurigste veiligheidsmaatregelen voor den

nacht getroffen. Perry met zijne opzieners zouden op de grenzen van

de plantage ronden verrichten, voornamelijk op den oever der Sint

John. De negers waren gewaarschuwd geworden, dat zij bij aanval of

alarm dadelijk moesten terugtrekken op de met palissaden omheinde

binnenruimte, terwijl eene sterke wacht bij de buitenpoterne opgesteld

werd.

Dat alles getuigde, dat de eigenaar van Camdless-Bay, in weerwil van

de gekoesterde hoop, een goed overzicht van den stand van zaken had.

James Burbank en zijne vrienden losten elkander herhaalde malen af,

om zich buiten Castle-House te gaan overtuigen, dat hunne bevelen

stipt opgevolgd en geen der veiligheidsmaatregelen verwaarloosd

werden. Toen de zon aan den gezichteinder verscheen, had geen enkel

voorval de rust van de bewoners en gasten van het heerenhuis gestoord.

X.

DE DAG VAN DEN 2DEN MAART.

Daags daarna--dus den 2den Maart--ontving James Burbank tijdingen van

een zijner opzieners, wien het gelukt was onbemerkt de rivier over te

steken, binnen Jacksonville te dringen en zonder achterdocht opgewekt

te hebben, van die stad weer te keeren.

Die tijdingen, welker waarheidlievendheid niet in twijfel te trekken

was, waren zeer belangrijk. De lezer zal uit het ondervolgende er

over kunnen oordeelen.

De Commodore Dupont, bevelhebber van het eskader, dat bestemd was tegen

de Staten Georgië en Florida te ageeren, was in de baai Sint-Andrews,

ten oosten van de Georgische kust gelegen, ten anker gekomen. De

Wabash, die den wimpel van den opperbevelhebber voerde, stond aan het

hoofd van een smaldeel, hetwelk uit zes en twintig vaartuigen bestond,

waarvan achttien kanonneerbooten, een kotter, een transportvaartuig,

dat behoorlijk van geschut voorzien, als oorlogsschip dienst kon doen,

en daarenboven nog zes gewone transportschepen, die de brigade van

den Generaal Wright aan boord hadden.

Zooals Gilbert Burbank het in zijn laatsten brief medegedeeld had,

vergezelde Generaal Sherman deze expeditie.

De Commodore Dupont, wiens komst door het heerschende slechte weer zeer

vertraagd was, beijverde zich om dadelijk maatregelen tot bemachtiging

der toegangen tot het vaarwater van Sint-Mary te treffen. Dit

vaarwater, hetwelk zeer moeilijk te verkennen is, levert toegang tot

de monding van eene rivier van dien naam, ten noorden van het eiland

Amelia, op de grenzen van de Staten Georgië en Florida gelegen.

Fernandina, de havenplaats en de voornaamste stelling van het geheele

eiland, werd verdedigd door het fort Clinch, dat, door stevige dikke

steenen muren beveiligd, eene bezetting van ruim vijftien honderd

man bevatte. Zouden de Zuidelijken, in die sterkte, waarin eene

langgerekte verdediging zeer mogelijk was, weerstand bieden aan de

federalistische troepen? Dat was zeer goed mogelijk.

Toch gebeurde dat niet.

Volgens het medegedeelde door den opziener, liep het gerucht te

Jacksonville, dat de geconfedereerden het fort Clinch ontruimd hadden

op het oogenblik, dat het smaldeel van den Commodore Dupont voor de

baai Sint-Mary verscheen. Zij zouden niet alleen het fort Clinch

verlaten hebben, maar ook de havenplaats Fernandina, het eiland

Cambesland, alsook dit geheele gedeelte der Floridasche kust.

Tot zoover luidden de tijdingen te Castle-House aangebracht.

Het zal onnoodig zijn om nog verdere klem te leggen op hare bijzondere

belangrijkheid, vooral ten opzichte van de plantage Camdless-Bay.

Daar de federalistische troepen eindelijk in Florida ontscheept waren,

kon het niet missen of het geheele grondgebied van dien Staat moest

weldra in hunne macht vallen. Blijkbaar zouden nog eenige dagen

moeten voorbijgaan, alvorens de kanonneerbooten de bank van de Sint

John zouden kunnen overstevenen. Hunne nabijheid evenwel zoude eene

heilzame vrees inboezemen aan de autoriteiten van Jacksonville. En het

was te hopen dat, voor weerwraak beducht, Texar en zijne aanhangers

niets tegen de plantage zouden durven uitvoeren van een Noordelijke,

waarop de algemeene aandacht zoozeer gevestigd was als James Burbank.

Dat was inderdaad eene geruststelling voor de familie, die haar,

wel wat al te spoedig, van te groote vrees tot te groote hoop, dus

van het eene uiterste tot het andere deed overslaan.

Maar, zoowel voor miss Alice Stannard als voor mevrouw Burbank hadden

die tijdingen het voordeel haar de zekerheid te verschaffen, dat

Gilbert niet meer ver af was, dat zij dus de hoop mochten koesteren

de eene om haren bruidegom, de andere om haren zoon binnen kort weer

te zien, zonder dat voor zijne veiligheid behoefde gevreesd te worden.

En, inderdaad, de jeugdige luitenant zoude slechts dertig mijlen af

te leggen gehad hebben, om van Sint-Andrews af de kleine havenkom

van de plantage Camdless-Bay te bereiken.

Hij bevond zich in dat oogenblik op de kanonneerboot Ottawa, en die

kanonneerboot had door eene schitterende krijgsdaad uitgeblonken,

welker weerga in de maritieme geschiedrollen nog niet aangetroffen was.

Ziehier wat er dien morgen van den 2den Maart voorgevallen was.

Het is waar, dat de opziener, welke de tijdingen naar Camdless-Bay

overgebracht had, dat feit gedurende zijn verblijf te Jacksonville nog

niet had kunnen vernemen; maar wij deelen het bericht er van mede,

omdat de lezer het moet kennen voor de duidelijkheid der ernstige

gebeurtenissen, die volgen gaan.

Zoodra de Commodore Dupont kennis bekomen had, dat de bezetting

der geconfedereerden het fort Clinch ontruimd had, zond hij eenige

vaartuigen van weinig diepgang, langs het vaarwater van Sint-Mary.

De blanke bevolking had zich reeds in het gevolg der zuidelijke troepen

naar het innerlijke des lands teruggetrokken en de steden, de dorpen,

de gehuchten en de plantages, langs de kust gelegen, verlaten.

Het was inderdaad een panische schrik, die allen bezielde, veroorzaakt

door de gedachte aan weerwraak, welke de secessionisten ten onrechte

aan de hoofden van de federalistische troepenafdeelingen toeschreven.

Maar niet alleen in Florida, maar overal op de grenzen van Georgië,

in dat geheele gedeelte van dien Staat, hetwelk tusschen de baaien van

Ossabaw en van Sint-Mary gelegen is, sloegen de inwoners overhaast

op de vlucht, om aan de debarkementstroepen van de brigade Wright

te ontkomen.

In die niet voorziene omstandigheden hadden de vaartuigen van den

Commodore Dupont geen enkel kanonschot te lossen gehad, om het

fort Clinch en de havenplaats Fernandina in bezit te nemen. Alleen

de kanonneerboot Ottawa, waarop Gilbert Burbank, die steeds den

mesties Mars bij zich had, als eerste officier dienst deed, kwam in

de gelegenheid van hare vuurmonden gebruik te moeten maken.

De zaak droeg zich navolgender wijze voor:

De havenstad Fernandina is met het westerstrand van Florida, hetwelk

de golf van Mexico omzoomt, door eene spoorbaan verbonden, die naar

de haven van Cedar Keys voert, Die spoorbaan volgt eerst de kust van

het eiland Amelia, maar alvorens het vaste land te bereiken, steekt

zij de Nassau-kreek over langs eene zeer lange brug op palen gebouwd.

Juist toen de Ottawa in het midden van die kreek aankwam, stoomde een

spoortrein die brug op. Daarmede vluchtte de bezetting van Fernandina,

die al haar mondvoorraad en krijgsbehoeften medevoerde. Bij die

bezetting hadden zich eenige aanzienlijken der stad gevoegd. Dadelijk

stoomde de kanonneerboot met volle kracht naar de brug en gaf vuur

uit hare jaagstukken zoowel op het paalwerk der brug als op den

voortijlenden trein. Gilbert Burbank bevond zich op het voorschip

en regelde de richting der kanonstukken. Door zijne juistheid van

richten werden eenige gelukkige schoten gedaan, Onder anderen trof

eene granaat het laatste rijtuig van den trein, waarvan de assen en

de verbindingskrammen werden verbrijzeld. De trein, die onmogelijk in

dit kritiek oogenblik stoppen kon, was verplicht dat rijtuig in den

steek te laten. Hij spoorde dan ook met volle kracht en was alzoo

in weinige oogenblikken in zuid-westelijke richting te midden van

het dichtbegroeide gedeelte van het Floridasche schiereiland uit het

oog verdwenen. Juist in dit oogenblik verscheen een detachement der

federalistische troepen, te Fernandina ontscheept, die de spoorwegbrug

dadelijk bestormden. In een oogwenk waren de reizigers in dat rijtuig

gezeten, allemaal civielen, gevangengenomen. Deze krijgsgevangenen

werden den hoofdofficier, den kolonel Gardner, die te Fernandina bevel

voerde, in handen gesteld. Om een voorbeeld te stellen, weerhield

men hen gedurende vier-en-twintig uren op een van de vaartuigen van

het smaldeel, waarna men hen liet gaan.

Toen de spoortrein uit het gezicht verdwenen was, moest de Ottawa

zich vergenoegen met een vaartuig aan te vallen, hetwelk met

oorlogsmaterieel geladen was en dat eene toevlucht in die baai gezocht

had. De kanonneerboot bemachtigde het gemakkelijk.

Die gebeurtenissen waren wel geschikt om de troepen der

geconfedereerden en de bewoners der Floridasche steden sterk te

ontmoedigen. Dit gebeurde in de hoogste mate te Jacksonville. De

monding der Sint John zou weldra evenals die der Sint Mary in handen

der Noordelijken zijn. Dit leed geen twijfel, en zeer waarschijnlijk

zouden de Unionisten evenmin te Jacksonville weerstand ondervinden

als te Sint Augustijn en in de overige plaatsen van het graafschap.

Dat alles bracht het zijne er toe bij, om James Burbank gerust

te stellen.

Onder die omstandigheden moest men wel gelooven, dat Texar geen gevolg

zou durven geven aan zijne dreigementen. Hij en zijne aanhangers

zouden verjaagd worden en binnenkort zouden, alleen door den drang

der omstandigheden, de eerlijke lieden weer aan het bestuur komen,

dat hen door eene muiterij van de lagere volksklasse aan de handen

ontwrongen was.

Er bestond blijkbaar alle reden toe om zoo te denken en bijgevolg ook

om goede hoop te koesteren. Toen dan ook het personeel der plantage

van Camdless-Bay die belangrijke tijdingen vernomen had, die ook te

Jacksonville dadelijk verspreid waren, toonde het zijne vreugde door

luidruchtige hoerakreten, waarvan onze bekende Pygmalion een groot

deel voor zijne rekening nam.

Evenwel mochten de veiligheidsmaatregelen, die nog gedurende eenigen

tijd betracht moesten worden en die zooveel konden bijbrengen

om aan ieders gemoedsstemming eene zekere mate van gerustheid te

schenken, niet verwaarloosd worden, althans niet tot het tijdstip,

dat de federalistische kanonneerbooten in de wateren van de Sint John

zouden verschijnen.

Neen, dat mocht vooral niet! Hoewel noch James Burbank, noch een der

zijnen dat gissen of ook maar veronderstellen kon, zou ongelukkig

nog eene geheele week moeten voorbijgaan, alvorens de Noordelijken

de noodige maatregelen zouden getroffen hebben om de Sint John te

kunnen opstevenen en meester van zijn stroomgebied te zijn.

En hoeveel gevaren zouden intusschen Camdless-Bay kunnen bedreigen!

Inderdaad, hoewel de Commodore Dupont Fernandina bezet had, zoo was

hij toch verplicht met eene zekere mate van omzichtigheid te werk

te gaan. Het behoorde tot zijn plan om de federalistische vlag op

alle punten, bereikbaar voor zijne vaartuigen, te vertoonen. Hij

was dus verplicht zijn eskader in verscheidene onderdeelen te

splitsen. Eene kanonneerboot werd de rivier Sint-Mary opgezonden, om

de kleine stad van dien naam in bezit te nemen en verder het land een

twintig mijlen ver binnen te dringen. Ten noorden zouden drie andere

kanonneerbooten, onder de bevelen van den kapitein ter zee Gordon,

de baaien onderzoeken, zich meester maken van de eilanden Jykill en

Sint-Simon en verder bezit nemen van de kleine stad Brunswijk en van

de iets grootere stad Darier, die evenwel door hare bewoners verlaten

waren. Zes stoomvaartuigen van geringen diepgang waren bestemd om onder

de bevelen van den kommandant Stevens de Sint John op te stevenen en

Jacksonville aan te tasten.

Wat de rest van het expeditionnaire smaldeel betreft, dat maakte

zich gereed om andermaal zee te kiezen, ten einde Sint-Augustijn te

bemachtigen en de geheele kuststrook van Florida tot Mosquito-Inlet

te blokkeeren. Daardoor zouden dan de mondingen van de Mosquitolagune

voor den smokkelhandel in oorlogs-materieel gesloten zijn.

Maar die samengestelde bewegingen konden niet in vier-en-twintig uren

volbracht worden, en vier-en-twintig uren waren meer dan voldoende

om het geheele grondgebied aan de verwoestingen van de Zuidelijke

kwaadgezinden over te leveren.

Het was ongeveer drie uren in den namiddag toen James Burbank

de eerste tijdingen kreeg, dat er iets tegen Camdless-Bay op til

was. De administrateur master Perry, die eene verkenning langs de

grensscheiding van de plantage was gaan uitvoeren, kwam buiten adem

naar Castle-House loopen.

»Master James!... Master James!..." riep hij.

»Wat is er, Perry?"

»Men heeft eenige verkenners bespeurd, die Camdless-Bay langzaam

naderen!"

»Van welken kant, Perry?"

»Van de noordzijde, master James!"

»Van de noordzijde!... Dat is ernstig."

De strijd tusschen Noord en Zuid Deel 1: Overrompeling eener plantage · 第 11 / 19 段