Zou hij aarzelen dit te doen, wanneer de omstandigheden zich daartoe

gunstig voordeden? Neen voorzeker; dat niet!

En dat was nog slechts eene quaestie van weken, van dagen misschien,

daar het federalistisch leger reeds eenige punten van een der

aangrenzende Staten bezet had en eene expeditie naar Florida

voorbereidde.

Intusschen had James Burbank toch reeds alle maatregelen te

Camdless-Bay getroffen, die het lot zijner slaven konden verbeteren. Op

het landgoed waren ongeveer zevenhonderd zwarten van beider geslacht

aanwezig. Die lieden waren zindelijk in barakken gehuisvest, die

zorgvuldig onderhouden werden. Zij waren goed en doelmatig gevoed,

en het werk, dat zij te verrichten hadden, was naar den aard hunner

krachten geregeld.

De hoofdbestuurder en de onderbestuurders der plantage hadden stipt

bevel, om hen met rechtvaardigheid en zachtheid te behandelen. Het

natuurlijk gevolg daarvan was, dat de verschillende diensten veel beter

uitgevoerd werden dan elders het geval was, hoewel de lijfstraffen

sedert lang te Camdless-Bay buiten werking gesteld waren.

Deze opvatting van toestanden stelde eene scherpe tegenstelling daar

met hetgeen op de andere Floridasche plantages geschiedde, en, zooals

wel te begrijpen is, werd die opvatting niet dan met leede oogen door

de buren van James Burbank aangezien. Daaruit ontstond--zooals men wel

uit het vervolg van dit verhaal zien zal--een zeer gespannen toestand,

vooral in het tegenwoordige tijdperk, waarin de slavenquaestie door

de wapens zoude worden beslecht.

Het talrijke personeel van de plantage was in gezonde en goed

ingerichte hutten gehuisvest.

Bij vijftigtallen gegroepeerd, vormden die hutten een tiental

gehuchten, die ook wel barakken genoemd werden en langs de oevers

van stroomend water opgericht waren.

Daar leefden die zwarten met hunne vrouwen en kinderen. Ieder gezin

werd zooveel mogelijk bij dezelfde velden, bij dezelfde boschperceelen

of bij dezelfde werkinrichting ten arbeid gesteld, zoodanig dat de

leden van dat gezin niet gedurende de werkuren van elkander verspreid

waren.

Een onderbestuurder stond aan het hoofd van elk dier gehuchten en

was er in waarheid de hoofdman van, eigenlijk de burgemeester van die

kleine gemeente, welke aan de hoofdplaats van het kanton onderhoorig

was. Die hoofdplaats was het privaat-domein van Camdless-Bay, hetwelk

door eene omheining van hooge palissaden omgeven was. Die palissaden,

welke van zware boomstammen vervaardigd waren, die zorgvuldig tegen

elkander gevoegd en rechtstandig geplant waren, stonden halfverscholen

onder het loof van den weelderigen Floridaschen plantengroei.

Te midden van dat afgesloten terrein verhief zich de woning van de

familie Burbank.

Die woning, die het midden hield tusschen een heerenhuis en een

kasteel, had den naam van Castle-House ontvangen en verdiende dien

ten volle.

Camdless-Bay behoorde sedert vele jaren aan de voorouders van James

Burbank.

In een vroeger tijdvak, toen de verwoestende invallen der Indianen

te duchten waren, hadden de grondbezitters hun woonhuis moeten

versterken. Het was nog zoo heel lang niet geleden, dat generaal

Jessup Florida tegen de Seminolen te verdedigen had. Gedurende een

lang tijdperk hadden de kolonisten vreeselijk vanwege die stroopers

te lijden gehad. Niet alleen stonden zij aan ontvreemding en aan

diefstallen bloot, maar veelvuldige moorden werden toen in hunne

woningen gepleegd, die daarna in brand gestoken werden.

Zelfs de steden werden meermalen overvallen en met plundering bedreigd.

Op vele plaatsen worden nog bouwvallen aangetroffen als onwraakbare

bewijzen van de wreedaardige en bandelooze handelwijze van die

bloeddorstige Indianen. Op een kleinen afstand van Camdless-Bay, op

nog geen vijftig mijlen, in de nabijheid van het gehucht Manderijn,

wijst men den reiziger nog het »bloedige huis" aan, waarin een

kolonist, master Motle genaamd, met zijne vrouw en zijne drie nog

jeugdige dochters door die bandieten gescalpeerd en daarna op de

meest wreedaardige wijze vermoord waren.

Maar thans was de uitroeiingsoorlog tusschen de blanke en de roode

menschen geëindigd. De Seminolen waren ten lange laatste afdoende

overwonnen geworden en hadden eene toevlucht moeten zoeken in de dichte

bosschen aan gene zijde van de Mississippi. Men verneemt tegenwoordig

niets meer van hen. Slechts eenige hunner benden, die aan de algemeene

slachting zijn ontkomen, zwerven nog in de moerasachtige streken

van Zuid-Florida rond. Het land heeft dus niets meer van die woeste,

wreede inboorlingen te duchten.

Maar men begrijpt, dat de woningen der kolonisten in dat tijdperk

zoodanige ingericht werden, dat zij tegen een plotselingen aanval der

Indianen genoegzame veiligheid aanboden, ja zelfs in staat waren een

beleg te doorstaan, in afwachting van de vrijwilligersbataljons, die in

de naburige steden en dorpen bij zulke gelegenheden werden opgeroepen.

En zoo was het ook met het kasteel van Castle-House geschied.

Castle-House was op eene geringe terreinverheffing, te midden van

een afgezonderd park, hetwelk eene oppervlakte van ruim drie bunders

besloeg, gebouwd. Dat park rondde zich op een afstand van een paar

honderd yards van den oever der Sint John-rivier af. Een vrij diepe

gracht omgaf dat park, terwijl eene hooge omheining van stevige

palissaden dat verdedigingsstelsel vervolledigde. Een bruggetje

over de singelgracht was de eenige toegang tot die stelling. Achter

het kasteel overdekten verscheidene fraaie boomgroepen de hellingen

van den heuvel, waarop het verrees, en vormden een prachtigen steeds

groenen gezichteinder. Een frissche laan van bamboestruiken, die hunne

fijne topeinden hoog in de lucht in ogiefvormige figuren kruisten,

vormde een lang gewelf, dat zich van de ontschepingsplek bij de kleine

havenkom van Camdless-Bay tot bij de eerste grasperken uitstrekte.

Binnen de omheining was de geheele ruimte tusschen de boomen door

steeds groene graszoden ingenomen, waarin breede wandellanen en paden

gesneden waren, die door witgeverfde staketsels omzoomd waren en op

een met wit zand bedekt plein voor het voorfront van Castle-House te

zamen liepen.

Dat kasteel, hetwelk vrij onregelmatig van constructie was, bood

in het geheel van zijne bouworde zeer veel onverwachts en in zijne

bijzonderheden niet minder grilligheden aan. Maar voor het geval dat

de aanvallers de palissadeering van het park bemachtigd hadden, zou het

in zich zelve eenig verdedigingsvermogen bezeten hebben en--wat vooral

belangrijk was--een beleg van eenige uren hebben kunnen uithouden.

De vensters der benedenverdieping waren door middel van ijzeren

stangen getralied. De hoofddeur, namelijk die in het voorfront, kon

in waarheid eene valpoort van een vestingfront genoemd worden. Op

sommige punten was op den bovenkant der gevelmuren eene soort van

bastionvormige peperbussen in marmersteen naar buiten gebouwd, die de

verdediging zeer vergemakkelijkten, daar zij gedoogden de aanvallers

in de flank te kunnen beschieten.

Om kort te gaan, nam men alles te zaam, zijne toegangen die tot het

strikt noodzakelijke beperkt waren, zijn centralen toren, die het

geheel beheerschte en waarboven de sterrenvlag der Vereenigde Staten

van Noord-Amerika in den wind golfde, de rijen van schietgaten, die in

sommige muren gebroken waren, de schuine helling zijner muren bij hun

grondvlak, zijne hoogverheven daken, zijne veelvuldige uitsteeksels,

de dikte zijner muren, waarin hier en daar embrasuren aangelegd waren,

dan geleek dit woonhuis meer op een versterkt kasteel, dan op een

buitengoed of op eene tot weelde ingerichte woning.

Zooals reeds gezegd is, was men genoodzaakt geweest die bouworde aan te

nemen ter wille van de veiligheid van hen, die Castle-House ten tijde

der woeste invallen van de Indianen op het grondgebied van Florida

bewoonden. Er bestond zelfs een tunnel, een soort van onderaardsche

gang, die onder de palissadeering en de ringgracht doorvoerde en zoo

het hoofdgebouw in gemeenschap stelde met een klein haft van de Sint

John-rivier, de Marinokreek genaamd. Die tunnel was bestemd om in

den uitersten nood de vlucht te kunnen nemen.

Voorzeker, in den tegenwoordigen tijd waren de Seminool Indianen,

die van het Floridasche schiereiland bijna geheel verjaagd waren,

sedert een twintigtal jaren niet meer te duchten. Maar wist men wat

de toekomst verborgen hield?

Het is waar, van den kant der Indianen dreigde geen gevaar meer; maar

wie weet of het niet van den kant van landgenooten zou kunnen komen?

Stond James Burbank niet als Noordelijke geheel geïsoleerd te midden

van die Zuidelijke Staten, en was hij daardoor niet blootgesteld

aan alle kansen van den burgeroorlog, die tot heden zoo hardnekkig

bloederig gevoerd was geworden en tot zoovele gevallen van weerwraak

aan weerskanten aanleiding gegeven had?

Maar die noodzakelijkheid om op de veiligheid van Castle-House

bedacht te zijn, had aan de gezellige en doelmatige inrichting

van het innerlijke van het woonhuis niet geschaad. De zalen waren

ruim, de vertrekken weelderig en keurig verdeeld. De familie Burbank

genoot er, te midden van eene heerlijke ligging, alle gemakken, alle

genoegdoeningen, welke de weelde verschaffen kan, wanneer zij bij hen,

die haar bezitten, aan een waren kunstzin gepaard gaat.

Achter het kasteel strekten zich in het afgesloten park, prachtige

tuinen uit tot bij de palissadeering, welker palen verdwenen onder een

dek van slingerplanten, waaronder de ranken van de passiebloem en te

midden waarvan duizenden colibri's, die vliegende juweel-vogeltjes,

fladderden. Geheele boschjes van oranjeboomen, olijfboomen,

vijgeboomen, granaatboomen, pontederiaplanten met hare azuren

bloembouquetten, geheele groepen van magnolia's, welker kelken met

hunne tint van oud ivoor de heerlijkste geuren verspreidden, geheele

struiken van sabal-palmen, welker waaiervormige bladeren door de bries

bewogen werden, geheele festoenen van coboca's met hare violetkleurige

bloemen, geheele boschjes van tupea's, met groene rosetvormige bloemen,

van yukka's, welker zaaddoozen een geklikklak als van gescherpte

sabels doen hooren, van rooskleurige rododendrons, van myrten en van

pompelmoezen, in één woord: van alle gewassen, die in eene luchtstreek

voortgebracht kunnen worden, welke aan de keerkringslanden grenst,

waren dan ook in die tuinen, in die perken, in die bloembedden,

tot streeling zoowel van den reuk als van het oog, aanwezig.

Bij de grens van de omheining, onder het loofgewelf der cypressen en

der baobabs, waren de stallen, de rijtuigloodsen, de hondenhokken,

de melkinrichting en de hoenderhokken verscholen. Dank zij de ver

uitgespreide takken en het dichte loof van die boomen, waardoor de

dagvorstin zelfs op deze breedte niet vermocht door te dringen, hadden

de huisdieren niets te lijden van de zonnehitte, terwijl daarenboven

stroomend water, afgeleid uit naburige beken en riviertjes, er eene

aangename en gezonde frischheid onderhield.

Zooals men ziet, was dit particulier eigendom, geheel en al ten

gebruike van de bewoners van Camdless-Bay, een bewonderenswaardig

geënclaveerd gedeelte van de uitgestrekte onderneming van master James

Burbank. Noch het spektakel der katoenmolens, noch het geknars der

houtzaagmolens, noch het gebons van de bijlslagen op de boomstammen,

noch een enkel der geluiden, zoo eigen aan eene zoo belangrijke

onderneming, konden zich aan de binnenzijde der palissadeering

doen hooren.

Slechts de duizenden vertegenwoordigers van de Floridasche

vogelenwereld konden over die omheining heen vliegen. Maar die

gevleugelde zangers, waarvan het gevederte met de schitterende bloemen

van deze zone wedijverden, werden even gulhartig welkom geheeten als

de geuren, waarmede de bries bezwangerd werd, als zij de weilanden

en de wouden met haren adem kuste.

Zoo was Camdless-Bay, de plantage van James Burbank. En inderdaad,

zij mocht onder de rijkste ondernemingen van oostelijk Florida

gerekend worden.

III.

HOE HET MET DEN SECESSIE-OORLOG STAAT.

Eenige woorden zijn noodig over den secessie-oorlog, waarmede deze

geschiedenis zoo innig samenhangt.

Laten wij eerst en vooraf als uitgemaakt vaststellen, dat, zooals

de Graaf van Parijs, vleugel-adjudant van den generaal Mac Clellan,

in zijne merkwaardige Geschiedenis van den burger-oorlog in de

Vereenigde Staten van Noord Amerika geschreven heeft, deze oorlog

veroorzaakt werd noch door eene tarievenquaestie, noch door eene veete

gesproten uit een verschil van afkomst tusschen de Noordelijken en

de Zuidelijken. Het Anglo-Saksische ras regeerde tegelijkertijd over

het geheele grondgebied der Vereenigde Staten. Een handelsquaestie

heeft ook geene aanleiding tot dien vreeselijken strijd tusschen

broeders gegeven. »Niet anders dan de slavernij, die in de eene

helft der republiek bloeide en in de andere helft afgeschaft was,

heeft twee groepen in het leven geroepen, die elkander vijandig

waren. Die slavernij had ten zeerste de zeden der bewoners gewijzigd,

alwaar zij voortheerschte, hoewel zij daarbij voor het uiterlijke den

regeeringsvorm onaangetast liet. Zij was het, die niet het voorwendsel

of de gelegenheid aan de hand gaf, maar de eenige oorzaak was van de

tweespalt, die den burger-oorlog tot onvermijdelijk gevolg had."

In de Slavenstaten bestonden drie klassen. Geheel op de laagste

sport vier millioen negers, die hunne vrijheid kwijt waren; maar het

derde gedeelte der bevolking uitmaakten. Op de bovenste sport stond

de kaste der eigenaars, die betrekkelijk weinig onderwezen, maar

rijk en van zelfgenoegzaamheid doortrokken waren. Dezen hadden het

bestuur der openbare zaken geheel en al tot zich getrokken. Tusschen

die twee bestond de rumoerige, de luie, de ellendige klasse der

half-blanken. Dezen verklaarden zich, tegen alle verwachting in, voor

het behoud der slavernij, grootendeels uit vrees dat de negerklasse

bij invrijheidstelling tot hun peil zou kunnen stijgen.

Het Noorden moest dus als vijandig beschouwen niet alleen de rijke

grondbezitters, maar ook de half-blanken, die vooral buiten de steden

te midden der slavenbevolking woonden.

De strijd, welke zich ontspon, was dan ook vreeselijk. Hij verwekte

zelfs te midden der huisgezinnen zoodanige oneenigheden, dat men

broeders zag strijden, de een onder de vanen der geconfedereerden,

de andere onder die der federalisten. Om het even, een groot volk

mocht en kon niet aarzelen, om de slavernij met wortel en tak uit te

roeien. Reeds in de vorige eeuw had de beroemde Franklin de afschaffing

van die mensch-onteerende instelling geëischt. In 1807 had Jefferson

het congres aanbevolen »om een handel te verbieden, welks verdwijning

door de moraliteit, door de eer en door de dierbaarste belangen van

het land gevorderd werd."

Het Noorden had dus recht, toen het tegen het Zuiden oprukte, om het

ten onder te brengen. Daarenboven, een meer innige band zou tusschen

al de elementen der republiek geboren worden, door de vernietiging

van de zoo noodlottige en zoo bedreigingsvolle leer, dat ieder burger

eerst en vooral gehoorzaamheid verschuldigd was aan den Staat waartoe

hij behoorde en eerst daarna en dus eerst in de tweede plaats aan

het algemeen belang der Amerikaansche federatie.

Nu was het juist in den Staat Florida, dat de eerste quaestiën

betreffende de slavernij en den slavenhandel geopperd werden. In

het begin der XIXde eeuw had een Indiaansch opperhoofd, een mesties

van oorsprong, Oscéola genaamd, eene boschnegerin, of duidelijker

uitgedrukt: eene voortvluchtige negerslavin, tot vrouw genomen. Deze

was geboren in dat moerassige gedeelte van het Floridasche

grondgebied, hetwelk Everglades geheeten wordt. Deze vrouw werd

op een vroegen morgen als voortvluchtige slavin gevat en met geweld

weggevoerd. Oscéola, die niet verkoos zich bij zulk een handeling neer

te leggen, riep zijne Indianen te wapen en begon met hen den eersten

veldtocht tegen het slavenstelsel. Hij delfde evenwel het onderspit,

werd gevangen genomen en stierf in de kasematten van de versterking,

waarin men hem opgesloten had. Maar de oorlog was daarmede niet

uit, hij werd integendeel met de meeste verbittering voortgezet,

en, zooals de geschiedschrijver Thomas Higginson zich uitdrukt:

»de somme gelds welke tot het voeren van dien strijd benoodigd was,

overtrof ruim driemalen die, welke in vroegere jaren aan Spanje voor

den aankoop van Florida betaald was."

Ziedaar de beginpunten van dien secessie-oorlog. Wij deelen ook den

staat van zaken mede gedurende de maand Februari van het jaar 1862,

het tijdstip waarop James Burbank en zijn huisgezin zóó schrikkelijk

den weeromstuit dier gebeurtenissen zouden ondervinden, omdat wij

het belangrijk genoeg achten daarvan het onderwerp van dit verhaal

te maken.

Op den 16den October 1859 maakte de heldhaftige kapitein John Brown aan

het hoofd van een kleinen troep voortvluchtige slaven, zich meester van

Harpers-Ferry in den Staat Virginia. De bevrijding uit het slavenjuk

van de kleurlingen was zijn doel. Dat beleed hij, dat verkondigde

hij openlijk. Eindelijk werd hij door de militie-compagnieën, welke

tegen hem afgezonden waren, overwonnen, gevangen genomen en op den

2den December 1859 te Charlestown met zes zijner makkers opgehangen.

Een conventie kwam op den 20sten December 1860 in Zuid-Carolina

bijeen, verklaarde zich permanent en nam het besluit van secessie,

of van afscheiding van de Vereenigde Staten van Noord-Amerika met

geestdrift aan.

In het daarop volgende jaar werd Abraham Lincoln op den 4den

Maart 1861 tot president van de republiek benoemd. De Zuidelijke

Staten beschouwden die verkiezing als eene bedreiging tegen de

slaven-instelling.

Op den 11den April 1861 viel het fort Sumter, een der sterkten, die

den toegang tot de reede van Charlestown verdedigden, in handen der

Zuidelijke troepen, die door generaal Beauregard aangevoerd werden.

Noord-Carolina, Virginia, Arkansas en Tennessee schonken onmiddellijk

na dat wapenfeit hunne adhaesie aan het besluit tot afscheiding.

Het federalistisch Gouvernement riep toen een leger van vijf-en

zeventig duizend vrijwilligers onder de wapenen.

Maar in de allereerste plaats hield men zich onledig, met Washington,

de hoofdstad der Vereenigde Staten van Noord-Amerika, tegen een

onverhoedschen aanslag vanwege de geconfedereerden te beveiligen.

Men vulde de arsenalen van het Noorden, die zich in berooiden toestand

bevonden, terwijl die van het Zuiden onder het bestuur van den

president Buchanan overvloedig voorzien waren. Het oorlogsmaterieel

werd ten koste van de grootste geldelijke opofferingen en dank zij

der grootste inspanning gecompleteerd.

Eindelijk verklaarde Abraham Lincoln de havenplaatsen der Zuidelijken

in staat van blokkade.

De eerste oorlogsfeiten vielen in Virginia voor. Mac Clellan drong

de opstandelingen in westelijke richting terug. Maar op den 21sten

Juli werden de federalistische troepen onder de bevelen van Mac Dowel

te Bull Run geslagen en zetten zij hunne bandelooze vlucht tot bij

Washington voort.

Waren de Zuidelijken niet meer voor de veiligheid van Richmond, hunne

hoofdplaats, beducht, thans was het de beurt der Noordelijken, om voor

het behoud der hoofdplaats van de Amerikaansche republiek te vreezen.

De federalistische troepen werden weinige maanden later andermaal

bij Ball's Bluff geslagen.

Gelukkig werd aan deze noodlottige voorvallen een tegenwicht verschaft

door verschillende krijgstochten, waardoor het fort Hatteras en

Port-Royal-Harbour in handen der Noordelijken geraakten.

Op het einde van het jaar 1861 werd de algemeene bevelvoering over

de troepen der Unie opgedragen aan den Generaal-majoor Georges Mac

Clellan.

Intusschen hadden gedurende dit jaar zich kapers, door de Zuidelijke

Staten uitgerust, in alle zeeën der beide halfronden vertoond. Deze

kapers genoten eene welwillende ontvangst in de havenplaatsen

van Frankrijk, Engeland, Spanje en Portugal. Dit kon als een grove

misslag aangerekend worden; want het toekennen aan de secessionnisten

van de rechten eener oorlogvoerende partij had tot uitslag, dat de

kaapvaart aangemoedigd en de duur van dien vreeselijken burgeroorlog

verlengd werd.

Alsnu volgden de oorlogsfeiten ter zee, die eene merkwaardige plaats

in de geschiedenis dier dagen verworven hebben.

Vooreerst het kaperschip Sumter, waarover de beroemde kapitein

Semmes het bevel voerde. Dan de verschijning van het ramschip

Manassas. Op den 12den October 1861 werd het zeegevecht bij den

ingang tot de vaarwaters van de Mississippi-mondingen geleverd. Op

den 8sten November daarop volgende werd de Trent, welk vaartuig de

commissarissen der geconfedereerden aan boord had, door den kapitein

Wilkes der Noordelijken genomen. Maar de Trent was een Engelsch schip,

voer onder Engelsche vlag, zoodat dit feit de Vereenigde Staten van

Noord-Amerika in die kritieke tijdsomstandigheden in groot gevaar

bracht in een oorlog met Groot-Brittanje gewikkeld te worden.

Middelerwijl leverden de tegenstanders en de aanhangers der slavernij

elkander bloedige gevechten met afwisselend geluk en ongeluk. Het

terrein van den oorlog werd tot in den Staat Missouri uitgebreid.

Lyon, een der voornaamste Generaals van de Noordelijken, sneuvelde,

hetgeen den terugtocht der federalistische troepen op Rolla en het

voortdringen van Price aan het hoofd van het leger der geconfedereerden

in noordelijke richting ten gevolge had. Op den 21sten October leverde

men slag te Frederictown, op den 25sten te Springfield en op den

27sten bezette Generaal Fremont aan het hoofd van de federalistische

troepen laatstgenoemde stad.

Op den 19den December bleef het gevecht te Belmont, waar de

wederzijdsche troepen door de Generaals Grant en Polk aangevoerd

werden, onbeslist. Eindelijk kwam de winter, welke in die streken

van Noord-Amerika zoo gestreng kan wezen, een einde aan de

krijgsverrichtingen maken.

De eerste maanden van het jaar 1862 werden besteed tot het treffen

van maatregelen om den veldtocht te vervolgen en werden daarbij aan

weerskanten de grootste ijver en de verreikendste inspanning aan den

dag gelegd.

De strijd tusschen Noord en Zuid Deel 1: Overrompeling eener plantage · 第 2 / 19 段