Henk stond voor de waranda en zwaaide met zijn armen. "Toe dan, Bep!"

"Ja, wat is er? Hoe vindt je mijn muizen?"

Bram kwam ook uit de kamer en trok een gewichtig gezicht zoo gauw

Bep bij hen was.

"Ik vind, dat uw muizekindertjes erg wit zien, Mevrouw. Ik ben de

dokter, weet u en 'k zeg al tegen Meneer Henk, dat ze zeker niet

genoeg in de lucht komen. Ze moeten elken dag noodzakelijk een

wandelingetje doen."

"Ja," zei "Meneer" Henk, proestend van 't lachen; "ik heb maar dadelijk

gedaan wat de dokter zei en de muizekindertjes vonden 't erg prettig."

Bep keek angstig van den een naar den ander.

"Wat hebben jullie met mijn muisjes gedaan? Waar is de flesch?"

"O, Mevrouw, hun bedjes zijn netjes opgemaakt," begon Bram, maar Bep

duwde hem op zij en liep naar binnen, naar 't tafeltje, waarop de

stopflesch stond.

De muizen waren niet te zien.

Eerst dacht Bep nog, dat ze onder 't zaagsel waren gekropen, maar neen,

ze waren niet meer in de flesch.

"Waar zijn mijn muisjes? 't Is jullie schuld, dat ze weg zijn,"

riep ze half schreiend uit. "Nare jongens!"

"Hè, wat flauw om dadelijk te huilen," zei Henk en trok Bep mee

naar buiten. "De dokter wou immers, dat ze een wandelingetje gingen

doen? Kijk, dáár kuieren ze." Hij wees naar boven, naar de kruin van

den ouden, knoestigen appelboom en ja, daar wandelden Beps muisjes

over de takken.

Nu moest Bep toch door haar tranen heen lachen; 't was ook zoo'n

grappig gezicht!

"Wat zijn ze al hoog," riep Bram, die er ook bij kwam. "Hoe krijgen

we ze nu terug?"

Beps gezichtje betrok al weer en zeker zou ze erg aan 't schreien zijn

gegaan als Vader, Moeder en Oom er niet aan waren gekomen. Drie groote

menschen er bij, dacht Bep, nù zouden de muisjes wel gauw gepakt zijn!

Daar stonden ze nu met hun vijven onder den boom. Bram klom er een

eindje in en schudde aan de takken, maar de muizen waren vlugger

dan hij.

"Neen, jongen, zoo krijg je ze niet," zei Oom; "wacht, ik weet iets!"

Op een draf liep hij naar 't schuurtje, waar het tuingereedschap werd

geborgen en kwam weldra met een appelplukker terug. Nu moest Bram uit

den boom komen; Oom ging er onder staan en toen heel, heel voorzichtig,

ving hij de muisjes één voor één met den appelplukker.

Was dàt niet mooi?--Maar 't mooiste is nog, dat 't heusch gebeurd is

van dien appelplukker, die, in plaats van appels, muizen uit den boom

moest halen----Bep heeft 't me zelf verteld.

Vertellingen · 第 19 / 25 题