JAN'S VERRASSING.

Vanavond laat of vannacht zou St. Nicolaas zeker komen, had groote

broer Frans gezegd, toen Jan naar bed ging. Frans was mee naar boven

gegaan en had grapjes gemaakt onder 't uitkleeden en toen hadden ze,

op den rand van Jan's ledikantje gezeten, samen nog gepraat over

St. Nicolaas en bedacht wat Janneman morgen wel in zijn pantoffeltjes

zou vinden. Ze stonden ginds bij den schoorsteen met hooi er in en

roggebrood en----een paar dikke wortels.

De wortels had Frans er bij gedaan, omdat de schimmel van St. Nicolaas

daarvan zooveel hield.

"Wat zal hij smullen," dacht Jan, toen Frans weggegaan was en hij van

uit zijn bedje juist de wortels kon zien, die uit zijn pantoffeltjes

staken.

Hij was vast van plan wakker te blijven, totdat St. Nicolaas zou

komen, maar zijn oogen wilden 't niet; die hadden den heelen dag

zooveel rondgekeken, nu moesten de luikjes dicht, vonden ze en Jan

was zoo goed niet of hij moest ze hun zin geven.----

Anders werd Janneman 's nachts nooit wakker, maar nu----.

Dat kwam zeker, omdat hij zoo verlangde naar morgen, naar den

verjaardag van St. Nicolaas.

Jan deed zijn oogen wijd open. 't Nachtlichtje brandde met een stil,

rustig vlammetje op de tafel bij 't raam, maar waar 't schijnsel niet

kwam, in den hoek bij de deur, dáár was 't pikdonker.

"Is 't dan nog geen morgen?" dacht Jan en hij ging overeind zitten

om naar zijn pantoffeltjes te zien.

Ze stonden nog net zooals Frans en hij ze samen hadden neergezet,

't Brood was er nog in en 't hooi en----de dikke, mooie wortels.

Hè, die lekkere wortels! De schimmel van St. Nicolaas kon er niet meer

van houden dan Janneman zelf. Hij was er gewoonweg dol op. Twee waren

't er; uit ieder pantoffeltje stak er één.--

"'k Geloof bepaald, dat Schimmel ziek zal worden als hij dat alles

alleen opeet--bij ieder kind staat vanavond wat voor hem klaar en

als hij nu overal wortels krijgt----" zei Jan in zichzelf. "Eigenlijk

kon ik er wel ééntje bij weg nemen!"

Wip sprong hij uit bed--geschuifel van bloote voetjes over den grond,

toen knabbel-de-knabbel van scherpe tandjes... en--Schimmel zou straks

maar één wortel vinden.

"Eén staat toch wel wat gek," dacht Jan daarop; "'t is zoo'n groote--ik

zal er twee van maken: doorbijten of een stuk er afbreken." Meteen

nam hij den overgebleven wortel op.

Rrt ging 't in den schoorsteen, alsof er roet naar beneden viel,

of----was het misschien----!

Jan vol schrik op een holletje naar bed. Toen hij echter goed en wel

lag, met de dekens hoog opgetrokken, zoodat alleen zijn neusje er uit

kwam, bemerkte hij, dat hij den grooten wortel nog in zijn hand had.

't Bleef alles doodstil in den schoorsteen. Toch had Janneman geen

zin meer om uit bed te komen; met den wortel gaan slapen kon hij ook

niet--neen, er zat niets anders op, nu moest hij dien óók wel opeten!

"'t Is maar goed ook, 't is zoo'n dikke; Schimmel zou bepaald ziek

worden," overlegde Jan; "stel je voor, dat Schimmel dan niet verder

kon--hoe zou St. Nicolaas dan vannacht nog bij al de kinderen kunnen

komen? Als hij dat loopende zou moeten doen, kwam hij zeker in geen

week klaar."--En toen vond Jan zichzelf nog erg braaf op den koop toe,

omdat hij er zoo goed voor zorgde, dat Schimmel niet ziek zou worden.

De wortel was bijna op, toen kwam de slaap en met den slaap nog iemand

anders ook, maar dien zag Janneman niet. Hij had zijn oogen al dicht

en in zijn hand hield hij 't laatste stukje afgeknabbelden wortel

stevig vast.--

Den volgenden morgen keek Jan, zoo gauw hij wakker werd, naar zijn

pantoffeltjes; hij was er zóó benieuwd naar wat daar wel in zou

wezen!--Maar wat denk je, dat hij toen zag?----

Worteltjes, niets dan worteltjes, dikke en dunne, groote en kleine

worteltjes! Zijn pantoffeltjes waren er tot aan 't randje mee gevuld

en op den grond er naast lagen er ook nog.

Janneman wist niet of hij zou lachen of huilen.--Lachen omdat 't

zoo'n grappig gezicht was, al die worteltjes--maar... al houdt je er

nóg zooveel van, niets dan wortels te krijgen is toch ook niet prettig!

Jan trok dus een pruillip en er zouden zeker tranen gekomen zijn,

als Moeder en Frans niet om 't hoekje van de deur hadden gekeken.

"Goedenmorgen Jan!" riepen ze vroolijk en toen ging Frans de worteltjes

eens van naderbij bekijken.

"'t Zijn geen echte, Jan, ze zijn van marsepein," riep hij al gauw;

"maar waarom zou St. Nicolaas jou zooveel wortels geven? Begrijp

jij dat?"

"Jawel--maar--maar, 'k zeg 't alleen aan Moekie," stotterde Janneman

verlegen, en toen, bij Moeder op schoot, kwam het heele wortelverhaal

voor den dag.

"Omdat Schimmel niet ziek zou worden, dáárom deed ik het," zei Jan.

"Neen, eigenlijk omdat ik er zoo'n zin in had," verbeterde Moeder. "Is

't zóó niet geweest, Jan?"

"Ja! 't Waren ook zulke lekkere, dikke," zuchtte Jan, die zich nu

wel erg schaamde voor Moeder en Frans, voor St. Nicolaas en voor

Schimmel ook.--

Zou St. Nicolaas er boos om zijn geweest?

Ik denk toch haast van niet, want toen Jan zijn worteltjes ging

opbergen, zag hij onder in 't eene pantoffeltje een briefje, waar in

stond, dat hij eens in de serre moest kijken.--Toen Janneman 't deed,

vond hij daar op de tafel een heele uitstalling van moois en lekkers:

juist allemaal dingen, die hij graag wou hebben!--

Vertellingen · 第 20 / 25 题