GRAPPIGE APPELTJES.

Bep hield veel van dieren. Ze had een hondje, een poes, konijntjes,

duiven, en--nu kreeg ze er nog zes witte muizen bij van Oom Kees. In

een spanen doos met gaatjes in het deksel, had Oom, die in de stad

woonde, ze met den bode meegegeven.

Dat was een grappig pakje! Moeder keek eerst niet heel blij naar de

nieuwe huisgenootjes; ze vond muizen naar en dacht, dat ze 't overal

erg vuil zouden maken, maar--er was nog geen week voorbij of Moeder

had al evenveel schik als Vader en Bep aan de vlugge, witte diertjes,

die zoo slim uit hun roode oogjes keken. De groote stopflesch, waarin

ze woonden, mocht zelfs in de huiskamer blijven staan.

In 't begin hadden de muizen veel bekijks. Bep bracht telkens

vriendinnetjes mee naar huis, die, net als Moeder, eerst maar niet

wilden gelooven, dat witte muizen veel aardiger zijn dan gewone

grijsjes, en op een mooien Woensdagmiddag kwam Oom Kees zelf met zijn

jongens uit de stad, om ook eens naar zijn "cadeautje" te zien. Bep

had juist les bij haar handwerkjuffrouw aan huis en zag Oom met

Bram en Henk voorbij fietsen. Gelukkig, dat het uur al bijna om was;

ze verlangde er zoo naar hem de muizen te laten kijken!

Zou Oom wel kunnen zien, dat ze gegroeid waren? Bep dacht van wel; ze

had haar muisjes altijd volop eten gegeven. Prettig, dat ze de flesch

juist schoon had gemaakt; frisch zaagsel, om er 's nachts onder te

kruipen, was er ook in. Oom zou wel schik hebben, omdat de muisjes

't zoo best hadden!

Toen de les uit was, bleef Bep niet, zooals anders, met de juffrouw

babbelen; ze liep in één vaart naar huis.

Mietje stond aan de deur met den kruideniersjongen te praten.

"Raad eens wie er gekomen zijn, Bep?"

"Dat weet 'k al lang! Oom en de jongens. Waar zijn ze, Mietje?"

"In den tuin, bij de rozen."

Bep er ook heen. Ze nam den kortsten weg, door de keuken. "Dag Oom

Kees! Dag Oom! Hebt u mijn muizen gezien? Vindt u ze niet groot? Waar

zijn de jongens?--U blijft toch tot vanavond laat, hè Oom?"

Oom Kees, die met Vader en Moeder in 't rozenpriëel zat, begon te

lachen. Zooveel vragen op eens.

"Ja Beppie," zei hij, "de muizen zijn flink gegroeid; je hebt er best

op gepast. De jongens vinden ze ook zoo aardig. Ze zijn net weer naar

binnen geloopen, om ze nog eens te bekijken."

"Roep Henk en Bram maar hier," zei Moeder, die limonade inschonk;

"ze zullen ook wel dorst hebben."

"Henkie! Bra-am!" riep Bep zoo hard ze kon, onder 't loopen.

"Ja-a! Kom eens kijken!" klonk het terug.

Vertellingen · 第 18 / 25 题