Er was eens een jongen--Karel heette hij--die dolgraag een horloge
wou hebben. Zijn groote broers hadden er allebei een en nu was 't
dus zijn beurt om er een te krijgen, vond hij.
"Wacht maar tot je jarig bent," zei zijn vader; "misschien, als je
goed oppast, dan...." Meer zei Vader niet.
Of Karel ook goed oppaste!
Toen kwam zijn jaardag.--Op de slaapkamer kreeg hij de presenten van de
broers en kleine zus. Vader en Moeder feliciteerden hem ook--maar----er
was geen pakje van hen.
Even keek Karel op zijn neus; toen deed hij direct weer vroolijk--hij
was immers jarig!
Aan 't ontbijt gekomen zag hij toch nog een pakje op zijn bord liggen.
"Dat heb je van Vader en mij," zei Moeder.