Annie kwam uit school; ze liep natuurlijk op een drafje, al huppelend;
'k geloof, dat ze heelemaal niet meer gewoon kalm kon loopen. Ma
haalde haar, Ma met Hek, den grooten hond, die zoo goed de school
wist te vinden. Geen wonder, want elken dag mocht hij mee om Annie te
brengen en te halen, alleen als 't regende had Ma 't liever niet. Weet
je waarom? Hektor kon geen parapluutje ophouden en geen cape omslaan
zooals Annie en als 't regende werd zijn mooi vachtje dus druipnat,
en dan maakte hij later alles in huis zóó vuil! Nu was 't droog weer;
prettig voor Hek en voor Annie, want die dacht al aan allerlei prettige
plannetjes voor 's middags; dan had ze geen school, zie je.
Annie en Hek liepen samen vooruit tot aan den hoek der stille straat;
daar moesten ze op Ma wachten, die veel te bang was dat ze bij het
oversteken niet op de electrische tram zouden letten. Annie gaf Ma nu
een arm, terwijl Hek blaffend bij haar opsprong en de tasch probeerde
te pakken, waarmee Annie telkens langs zijn neus zwaaide.
Een paar huizen ver zei Annie niets en anders was ze zoo'n
babbeltje. Ma dacht al: "misschien heeft ze op school iets uitgevoerd
en is de juffrouw een klein beetje boos op haar geweest." Juist wou Ma
er naar vragen, toen Annie haar op eens met een heel ernstig gezichtje
aan den arm trok. "Ma," fluisterde ze, "vanmorgen is er een nieuw
kind op school gekomen; ze zit naast me, en 't is toch zoo'n stout,
klein meisje."
"Zoo," zei Ma, "wat heeft ze dan gedaan?"
"Ze wou heelemaal niet stil zitten en ze luisterde niet, en toen
heeft de juffrouw haar in den hoek gezet."
Ja, dat was erg, dat vond Ma ook en toen ze thuis kwamen en Annie er
Pa van vertelde, vond Pa het ook al heel erg om op den eersten dag
van je op school zijn in den hoek terecht te komen. Onder de koffie
begon Annie telkens weer over 't stoute meisje; hoe ze heette wist
ze niet precies, Koosje of Roosje of misschien Toosje, morgen zou ze
't haar eens vragen.
"Pas maar op dat Koosje, Roosje of Toosje jou niet stout maakt," zei
Pa, maar Annie schudde van neen. "Ik praat heelemaal niet met haar,"
verklaarde ze beslist.
"Dat vind ik niets lief van je. Onder de les moet je natuurlijk stil
zijn, maar onder 't spelen kan je toch wel aardig voor haar zijn? Je
zit naast elkaar in de klas, en zij zal zich nog zoo vreemd voelen
op school."
Toen Ma dat zoo zei, moest Annie op eens aan vanmorgen denken hoe
't nieuwe, kleine meisje daar zoo verlaten bij de deur had gestaan,
terwijl de andere kinderen, die ze geen van allen kende, met elkaar
zulke prettige spelletjes deden.
"Morgen zal ik vragen of ze mee doet", beloofde ze, terwijl ze 't
laatste hapje van haar boterham in den mond stak. Hek wachtte daar
al op, want hij wou door den tuin hollen en op z'n eentje vond hij
er niets aan.
's Middags mochten Annie en Hek met Pa en Ma mee naar het bosch en
wie denk je, dat ze toen tegenkwamen op het Plein?--Annie's buurtje
van school.--Ze liep heel alleen met een grooten zak in haar hand en
keek zoo donker uit haar zwarte kijkers. Annie trok Pa aan zijn jas
en knikte toen, wel een beetje verlegen. 't Kind groette niet terug;
ze zag Annie misschien niet eens, want ze had alleen maar oog voor
Hektor, die op haar af kwam om aan den zak te snuffelen.
"Hektor, hier", riep Pa, en toen tegen het kleine meisje "hij doet je
niets hoor--kijk maar eens hoe goede vrienden hij met Annie is!" Even
keek ze angstig op naar Pa en naar Annie, en toen vloog ze weg,
het Plein over, met haar zak stevig tegen zich aangeklemd.
"Dàt was ze nu", zei Annie,--"dàt was 't stoute, kleine meisje,
dat naast me zit op school. "Ze deed niet erg vriendelijk, hè Ma?"
"Ze was nu bang voor den hond--je moet haar morgen maar eens vertellen
hoe 'n lief dier Hek is, dat vindt ze misschien wel aardig", raadde Ma.
Den volgenden dag kregen Pa en Ma aan de koffie weer heele verhalen
over 't stoute, kleine meisje; Toosje heette ze, Annie had 't haar
gevraagd en in 't speelkwartiertje had ze ook haar best gedaan
Toosje mee in den kring te nemen, maar Toosje had niet gewild en ja,
dat was wel erg stout geweest, ze had Annie toen een tikje op haar
hand gegeven. Onder de les was Toosje ook weer zóó lastig geweest,
dat de juffrouw haar school had moeten laten blijven!
"Wat stout, hè?--haar Pa en Ma zijn in Indië en nu woont ze bij een
Mevrouw in de straat, hierachter", vertelde Annie verder.
"Van onze slaapkamer kan je precies in hun tuin kijken. Ik vind Toosje
toch niets geen aardig meisje, en als ik jarig ben, vraag ik haar
niet. Mientje en Betty wel, die zijn lief, en Jo en Truusje mogen
ook komen, hè Ma?"
"Hoeveel nachtjes moet je nog slapen?" vroeg Pa.
"Laat eens zien--nog drie, nee, nog vier nachtjes! Hè, zoo prettig!" Nu
dacht Annie al niet meer aan Toosje, zooveel had ze te bedenken en
te vragen over haar jaardag. Wat of ze wel krijgen zou? Pa plaagde
haar en zei dat hij haar iets heel groots zou geven omdat ze zelf
zoo groot werd--'t moest een plaatsje in de speelkamer krijgen,
maar Annie kon het niet neerzetten.
"Een plakboek dan?" raadde Annie, "dat kan ik in de kast van de
speelkamer leggen."
"Nee, 't kan niet in de kast, 't is véél te groot--je kan het ook
niet neerleggen."
Niet neerzetten en niet neerleggen--dat was moeielijk te raden, maar
meer wou Pa er toch niet van zeggen en Annie moest dus stilletjes
wachten totdat ze nog vier nachtjes had geslapen. Vier nachtjes
en--drie daagjes, 't duurde wel lang, maar eindelijk waren ze toch om.
Op haar jaardag maakte Ma haar wakker met een kus. Annie deed haar
oogen open en--toen wist ze 't op eens--"vandaag ben ik jarig!" juichte
ze.
't Scheelde niet veel of nu had Annie op school in den hoek moeten
staan. Ze kon maar niet stilzitten, want ze had Truusje, die vóór
haar zat, zooveel te vertellen van de mooie presentjes, die, ze
had gekregen. "En weet je wat ik van Pa heb, dat ding, dat ik niet
neer kan zetten of neer kan leggen? Een groot schilderij om in de
speelkamer te hangen! Is dat niet echt? 't Is zoo mooi, je ziet er
twee kleine meisjes op en kippen en kuikentjes, en een klein katje."
"Annie, als je nu weer zoo druk babbelt, mag je straks niet mee
spelen," klonk opeens de stem van de juffrouw.