"Hé! van Nicht Saar," zei Ma verrast en toen, even later met een
vroolijken blik op Wim: "Luister eens, jongen, dit geldt jou ook."
"Vanmiddag laat van een driedaagsch uitstapje thuis gekomen, vond
ik je brief met de inlichtingen--die ik trouwens zelf gevraagd
had--van Willems wenschen. 't Is wel niet mijn gewoonte cadeaux
te geven op verjaardagen, maar met Willem wil ik een uitzondering
maken. 't Spijt me zeer, dat ik je brief niet eerder in handen heb
gekregen--nu ben ik niet klaar met mijn cadeau. 't Is nu te laat er
nog voor te zorgen. Eerlijk gezegd, was ik ontevreden, omdat ik op
mijn vraag maar geen antwoord kreeg. We hadden toch afgesproken,
dat je zoudt informeeren of ik nog thuis was; zoo niet, dan zou
de juffrouw je mijn adres geven. Het ontstemde mij, dat ik geen
bericht van je kreeg en daarom kwam ik ook niet, zooals eerst mijn
plan was, vóór Willems jaardag thuis. Enfin, ik heb den brief nu en
't is zeker een misverstand geweest. 't Is me nu te laat om zelf nog
te komen, bovendien ben ik moe van de reis; maar ik wil den jongen
zijn cadeau nu toch niet onthouden. Geef hem inliggenden brief met
mijn gelukwenschen."
Vier, vijf, zes handen tegelijk werden naar het papiertje uitgestoken,
dat Ma omhoog hield.
Wim pakte het en met een kleur als vuur las hij hardop: "Goed voor
een mooie ijzeren slede, uit te kiezen door Willem zelf."
"O, Ma!" was al wat Wim zeggen kon--de tranen sprongen hem in de oogen,
en als hij zich niet geschaamd had voor de vrindjes, dan...
Dat werd een heerlijk slot van den dag. Ma verzon het en allen vonden
't dol. Verbeeld je, ze gingen met hun zessen en de vier vrindjes er
bij, dat was tien, warm ingestopt er nog op uit, naar de Kerkstraat,
om daar bij den smid een slee uit te kiezen. 't Was Wim alsof hij
droomde, nu hij daar op den laten avond in den winkel stond en zijn
vurige wensch op 't punt was vervuld te worden.
Hij zocht een prachtslee uit. Zelfs Vic moest bekennen, dat de zijne
er niet bij haalde.
Of ze haar dadelijk mee mochten nemen? "Wel ja, hoor!" Nette in de
slee--Wim, Otto, Vic en Piet aan 't duwen--hei, wat vloog die er
overheen! Zoo licht als een veer!
Nu weer terug naar Ma en de anderen, en toen in vroolijken optocht
allen met elkaar de vier vrinden één voor één thuis gebracht. Het
laatste eind mocht Wim zelf in de slee.
Ma liep er op een drafje bij met de meisjes en pret dat ze hadden. Wim
vooral, hij was door alles heen.
Maar thuis, toen de nieuwe slee veilig was opgeborgen en de drie
jongsten ook nog even mochten opblijven om na te praten, werd Wim
weer stil. Hij keek zoo ernstig.
"Jongenlief, wat is er?" vroeg Ma, die zich al ongerust maakte.
"Ma--ik--ik weet wel hoe 't komt, dat Nicht uw brief zoo laat
kreeg." Ziezoo, nu was 't begin gemaakt, nu was 't hooge woord er
uit: "'t Was mijn schuld, Ma"--en haperend en stotterend, maar toch
al opgelucht, vertelde Wim de heele geschiedenis, ook dat van zijn
luistervink spelen.
Ma zei er maar niet veel meer van; de jongen had er al narigheid
genoeg over gehad. Maar gelukkig, het eind van den dag was dan toch
goed geweest, vond Ma, terwijl ze haar jongen afkuste en zijn hoofd
weer ophief, dat hij erg beschaamd liet hangen.
Nou, òf 't goed was geweest! Dat vond Wim ook, toen hij in bed lag
en den heelen dag nog eens naging. "Maar de halve waarheid spreken
en voor luistervink spelen doe 'k van mijn leven niet meer," dacht
hij,--"wat een ellende heb ik me daarmee op den hals gehaald! En--'t
scheelde niet veel of ik was er mijn slee nog door misgeloopen ook!"