Charly had gebruik gemaakt van de snelste auto en daar Henderson haar
bestuurd had, was de jonge man reeds een half uur op het vliegveld,
voordat daar de huurauto aankwam, bestuurd door een chauffeur, die
allesbehalve in zijn humeur was wegens den langen rit, maar wiens
stemming onmiddellijk omsloeg, toen Raffles hem twee souvereigns in de
hand stopte.
„Gij zijt immers niet bang, meisjes?” zoo wendde Raffles zich
glimlachend naar Rose en Ellen, toen zij naar de loods liepen, terwijl
Henderson en Charly bij den bewustelooze achterbleven, die voorzichtig
op een deken was neergelegd.
„Bang? In het geheel niet, mijnheer, wij zijn allen bijzonder
nieuwsgierig,” antwoordde Rose glimlachend. „Het komt ons nog altijd
voor als een verhaal uit een sprookjesboek, dat wij binnen anderhalf
etmaal het andere halfrond kunnen bereiken.”
„In twee en dertig uren, Miss,” verbeterde Raffles.
„Maar—wilt gij ons dan niet zeggen, welken weg gij volgt?” vroeg Ellen.
„Voor het allergrootste gedeelte is die weg geen geheim, Miss—wij
zullen vliegen over Nederland, dat wil zeggen de Friesche Wadden,
Sleeswijk Holstein, Wilna, Orenburg, op de grens van Siberië, over een
deel van Turkestan, dwars over heel China, over de Zuid-Chineesche zee,
over de Philippijnen en over Nieuw Guinea. Wat er dan komt—dat moet ik
tot mijn spijt geheim houden. Maar als dat laatste land achter den rug
is, dan hebben wij het doel van onze reis bijna bereikt.”
„Het is mij, alsof ik droom,” zeide Rose. „O, hoe heerlijk zou ik die
reis hebben gevonden, als wij haar onder andere omstandigheden
ondernamen.”
„Misschien zal dat nog wel eens geschieden, Miss—later.”
De loods werd geopend en nadat de twee meisjes bij het lichaam van hun
vader neergeknield waren en hem vol liefde aanstaarden, trokken Raffles
en Charly en Henderson de ranke vliegmachine uit de loods te
voorschijn.
Er was een waker van het veld komen toeloopen, met een lantaarn
gewapend, die niet veel begreep van dit nachtelijk gedoe, maar Raffles
zond den man met een goudstuk in de hand spoedig weer weg, onder
voorgeven, dat zij een vriend, die ernstig lijdende was, ten spoedigste
naar een specialiteit te Parijs moesten overbrengen.
De waker kende Charly Brand en Henderson, den Chauffeur van Lord
Aberdeen, heel goed en daarom maakte hij niet het minste bezwaar maar
verdween, zeer tevreden met zijn goudstuk.
Het geweer, de waterlaarzen, de dekens en wat er nog verder was
meegebracht, werd ingeladen, de meisjes klommen langs de smalle stalen
ladder aan boord van de vliegmachine, waarvan de aluminium romp zacht
glansde in het licht van de electrische booglamp, die dit gedeelte van
het terrein verlichtte, en daarna werd de bewustelooze voorzichtig aan
boord getild, gemakkelijk neergevlijd in een der zetels, waarvan de rug
bij wijze van ziekenstoel achterover geklapt kon worden en met dekens
en plaids warm ingestopt.
Charly wenkte Henderson een vaarwel toe, terwijl Raffles achter het
stuurwiel plaats nam, een hefboom werd overgehaald, de schroef begon te
draaien en pijlsnel schoot de vliegmachine over het veld, en steeg toen
bijna rechtstandig de lucht in.
Met eenige verwondering zagen de meisjes, hoe de grijsaard met zijn
spierwit haar met krachtige hand de vliegmachine bestuurde, alsof hij
een jonge man was niet ouder dan vijf en twintig jaar. Maar ondanks den
ernst van den toestand slaakten zij een kreet van bewondering bij het
wonderbare schouwspel, hetwelk het nachtelijke, helder verlichte
reusachtige Londen opleverde. Het was een verrukkelijke nacht, de maan
stond aan den hemel, de lucht was zeer helder en tot op tientallen
mijlen in het rond kon men de lichten van de wereldstad zien.
Maar reeds vijf minuten later was er van dit alles niets meer te
bespeuren en daaruit konden de luchtreizigers opmaken, dat zij
verbazend snel moesten vliegen.
En nu pas, nu zij over hun eerste zenuwachtigheid en hun eerste
verbazing heen waren, merkten de twee meisjes Charly Brand op, die, dik
in pelzen gewikkeld, naast den man met het witte haar zat.
Zij begrepen evenwel, dat hij een vriend moest zijn van den
geheimzinnigen helper, die zoo plotseling in hun leven was verschenen.
Op dit oogenblik draaide Charly zich juist om en beduidde hun met
vriendelijke gebaren, hoe zij de ruggen van hun zetels konden doen
omklappen en ze aldus veranderen in gemakkelijke rustbanken.
De meisjes waren vermoeid, het was nacht, zij zouden toch niets zien en
daarom kozen zij de wijste partij, volgen de aanwijzingen van Charly op
en wikkelden zich dicht in de warme dekens en plaids.
En intusschen snelde de „Duivel der lucht” met ontzaggelijke snelheid
door het luchtruim, en toen het in het Oosten begon te dagen, om vier
uur in den morgen, toen zweefde de vliegmachine boven de Russische
steppen, een twintigtal kilometers ten Zuid Oosten van Wilna, en op een
hoogte van meer dan drieduizend meter.
Charly wierp een blik achter zich nadat hij zelf eenige uren geslapen
had.
In de schemering zag hij de drie beweginglooze lichamen van de beide
meisjes en Jerry liggen.
Blijkbaar sliepen zij nog gerust.
Wat Jeffries Macmillan betreft—hij had evengoed dood kunnen zijn, want
hij lag nog altijd juist in dezelfde houding achter in het lange,
gemakkelijke schuitje, onder het schuine dak van aluminium en mica, dat
hem tegen de hevige koude beschermde, welke op deze hoogte heerschte.
Charly rekte zich eens goed uit, schudde als het ware de stijfheid van
zich af, die iedereen bevangt wanneer hij moet slapen in deze
ongunstige omstandigheden—op drieduizend meter hoogte en op een smalle,
nogal harde rustbank in de openlucht en bedacht daarna, dat het goed
zou zijn, voor een kop heete chocolade te zorgen, en dat een paar snede
geroosterd brood met kaas en een gekookt ei waarschijnlijk ook niet
onwelkom kon zijn.
Nu, dat alles te bereiden kostte niet veel moeite.
Daartoe behoefde Charly slechts achter zich en naast zich te reiken,
hier een lade open te trekken en daar het deurtje van een kleine
proviandkast te openen, waarop hij slechts een stopcontact had te
sluiten, om den kleinen electrischen oven in werking te brengen.
Met behulp daarvan kon hij water koken, en in dat water eenige eieren.
De electrische broodrooster zorgde voor een paar sneden heerlijk
knappend brood.
Toen dit alles gereed was, zette hij een en ander voor Raffles gereed,
na zelf snel wat te hebben gegeten, en nam hem daarna het stuurwiel uit
de hand met de in zijn oor schreeuwende woorden:
„Ga nu slapen, Edward. Het is mijn beurt. Ik zal ons wel dwars over
Rusland en Siberië heen brengen. Wij moeten onze krachten zooveel
mogelijk verdeelen.”
„Je hebt gelijk, slapen de kinderen nog?”
„Als rozen. De oude Jerry ook. Hij gedraagt zich, alsof hij zijn
geheele leven niet anders gedaan heeft, dan aan boord van een
vliegmachine te slapen.”
„Dat getuigt van zijn goed geweten,” zeide Raffles glimlachend, terwijl
hij den kop heete chocolade aan zijn lippen bracht en gretig in het
geroosterde en dik geboterde brood beet.
Toen hij gereed was met zijn maal, dat voor hem een souper zou zijn,
richtte hij zich weder tot Charly en zeide:
„Tracht zooveel mogelijk de route te volgen, welke wij gisteren op de
kaart hebben aangeduid, hoe eerder wij de plaats van bestemming hebben
bereikt, hoe beter het zal zijn voor de meisjes en ook voor den
bewustelooze. En nu ga ik eenige uren slapen. Denk er om, dat je mij
niet langer dan vier uur in slaap laat!”
Charly knikte Raffles toe en een oogenblik later had deze zich
uitgestrekt op zijn eigen rustbank, een dikke deken over zich
heengetrokken en eenige seconden later sliep hij even gerust, als
wanneer hij zich in zijn eigen bed in de fraaie slaapkamer in de Regent
Street had bevonden.
Charly had met vaste hand het stuurwiel gegrepen en bracht de
vliegmachine, die nog altijd met onverminderde vaart door de lucht
voortstoof met een onbegrijpelijke snelheid, waarvan echter hier op
deze hoogte niets te merken viel, daar de luchtreizigers geen
aanknoopingspunt hadden, en eenige uren later kwam Orenburg reeds in
het gezicht.
Juist toen de Duivel der lucht de grens passeerde, meende Charly eenige
beweging achter zich te vernemen. Hij wendde even het hoofd om en zag
dat Rose en Ellen overeind waren gaan zitten en hem glimlachend
toeknikten.
„Zij zijn gelukkig niet bang,” mompelde Charly voor zich heen. „Het
zijn flinke meisjes, dat is zeker.”
Hij wenkte Rose naast hem te komen en op de knieën kruipend, zich
vasthoudend aan de zijwanden van de soort van bak, waarin zij zich
bevonden, begaf het meisje zich naar den stuurstoel, zoodat Charly haar
kon toeschreeuwen:
„Daar is de electrische oven. In dat kastje zijn eieren, een paar
blikjes ham, brood en boter. Gij vindt er ook cacao en een keteltje om
water te warmen. Ziet gij nu kans om zelf het ontbijt klaar te maken!”
Rose knikte vroolijk en vroeg, de kleine handen om den mond stulpend:
„Zijn wij al ver?”
„In Siberië, Miss,” antwoordde Charly lakoniek.
„Lieve hemel, hoe laat is het dan wel?”
„Het is zooeven acht uur geweest, Miss!”
„Dus in acht uren tijds....”
„Zijn wij over Nederland, Denemarken, de Oostzee en Rusland gevlogen.”
„Dat is om bang van te worden,” kwam Rose.
„Het is niets dan een kwestie van gewoonte, Miss,” riep Charly terug,
„maar haast u nu met het ontbijt, want uw zuster en gij zult wel honger
hebben.”
En een oogenblik later was het jonge meisje bezig met de electrische
inrichting, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, en alsof zij
zich op den beganen grond bevond.
Men kon wel zien, te doen te hebben met een jong meisje, dat veel aan
picknicken deed en gewend was, zelf de handen uit de mouw te steken en
zich te behelpen als het noodig was.
Jerry was nu ook wakker geworden en het had maar een haar gescheeld, of
de goede oude man, die niet dadelijk wist waar hij was, had zijn been
over den rand van het schuitje geslagen, in de stellige overtuiging,
dat hij in zijn bed lag.
Maar Ellen trok hem bijtijds aan zijn mouw en schudde hem eens goed
heen en weer, en toen keek het drietal nieuwsgierig en vol
belangstelling naar beneden, naar de aarde, die zich op grooten afstand
onder hen uitbreidde.
Daar een ontdekking hier toch geen gevolgen na zich zou slepen, liet
Charly de machine tot op vijftien honderd meter dalen en nu waren de
meisjes verrukt over het mooie schouwspel, dat zich onder hen
vertoonde.
Het gebied van de Kirgiezen ontrolde zich onder de vliegmachine en
juist naderden zij de vruchtbare boorden van de Sarysu.
Maar nauwelijks waren zij over deze rivier gevlogen, of reeds doemde
aan het eind het meer van Balchasch op, van een verrukkelijk blauwe
kleur en omringd door groene bergen.
Maar nu moest de machine snel weder op groote hoogte stijgen, want daar
teekende zich reeds de kammen van „Het Hemelsche Gebergte” af, de Tien
Shan der Chineezen, welke Siberië van het ontzaggelijke Chineesche rijk
scheidt en dat zich op sommige plekken tot drie en vierduizend meter
verheft.
De koude nam snel toe, maar de beide meisjes merkten er weinig van,
zoozeer werden zij in beslag genomen door de aanschouwing van het
heerlijke schoone sneeuwlandschap, dat zich onder hen uitstrekte, want
zij waren reeds ver boven den sneeuwgordel en hier waren alle
bergtoppen met een rein witte wade bedekt, waarop de zon een
schitterend kleurenspel tooverde.
Maar hoe kort duurde het genieten van dit tafereel.
Met razende snelheid suisde de vliegmachine over het gebergte en nu pas
kon men inderdaad iets van die snelheid bemerken.
Maar niet zoodra had men het gebergte achter zich gelaten, of Charly
liet de machine opnieuw aanzienlijk dalen en opgetogen beschouwden de
luchtreizigers, die op zulk een onverwachte wijze door het lot hierheen
waren gevoerd, het landschap waarop zij den blik konden vestigen, op
een hoogte van iets meer dan 1000 meter, zoodat geen enkele
bijzonderheid hen ontging.
De Duivel der lucht vloog met ongestoorde snelheid over dorpen en
steden, over meren en rivieren, over drukke marktplaatsen, zoowel als
over uitgestrekte woestijnen en nu en dan moest Charly weder stijgen,
teneinde de vliegmachine veilig over de bergen te brengen, waarvan die
van Kwen-Lun de voornaamste waren.
Toen de vliegmachine het laatstgenoemde gebergte overvloog, was het
vier uur in den middag.
De Duivel der Lucht was dus zestien uur onderweg.
Raffles was natuurlijk reeds lang wakker en nu en dan had hij de beide
meisjes opmerkzaam gemaakt op sommige belangrijke punten, welke zij
bliksemsnel naderden en weder achter zich lieten.
Ook had hij eenmaal omgezien naar Macmillan, maar deze had zich zelfs
niet bewogen en alleen zijn rustige ademhaling bewees, dat hij tot de
levenden behoorde.
De duisternis begon te vallen, toen de vliegmachine het geweldige
gebergte achter den rug had, hetwelk het grootste deel van China’s
Oostkust overdekt en dat door tallooze rivieren doorsneden wordt.
En ten Noorden van het eiland Hai-Nan stevende zij onverschrokken de
Zuid-Chineesche Zee tegemoet.
Er was nu niets meer te zien, en iedereen, die zich niet met het sturen
had te bemoeien, in dat geval weder Raffles, begaf zich opnieuw ter
ruste.
De tocht over de Zuid-Chineesche Zee, de Philippijnen, de zee van
Celebes en van Nieuw Guinea werd volbracht, zonder dat iemand, behalve
Raffles, er iets van merkte.
Hijzelf had op het compas moeten sturen, maar hij was er zeker van, dat
hij zich geen tiende deel van een graad zou hebben vergist.
En weer onderging Raffles de zonderlinge gewaarwording, welke iedereen
moet gevoelen, die met ontzaggelijke snelheid het Oosten tegemoet
reist, met het gevolg, dat hij de dagen en dus ook de zon veel langer
ziet.
Het was, altijd volgens zijn horloge, hetwelk hij volstrekt niet verzet
had, zes uur in den morgen, toen de Duivel der Lucht boven de uiterste
Oostpunt van Nieuw Guinea zweefde, en toen was het op dit gedeelte van
de wereld juist een half etmaal later.
Maar met de maaltijden hadden de luchtreizigers hiermede geen rekening
gehouden, zij hadden gegeten wanneer zij honger hadden.
De beide meisjes werden op dit oogenblik wakker, wreven zich de oogen
uit en keken nieuwsgierig naar beneden.
Maar zij zagen niets dan water en nog eens water, van een heerlijke
diepblauwe kleur, zooals men zich altijd Italiaansche meren voorstelt.
Maar in de verte doemden kleine stippen en vlekken op, dat waren de
ontelbare eilanden, die hier als het ware in zee gestrooid lijken te
zijn door een reuzenhand.
Raffles liet nu de machine zeer aanzienlijk rijzen en nu was er niets
meer te zien, noch van de eilanden, noch van de zee, want een
wolkenbank breidde zich tusschen de machine en de aarde uit.
Anderhalf uur later daalde Raffles weder, de zee werd nu zichtbaar, hij
raadpleegde nauwkeurig de kaart, die voor hem was opgehangen, en nu
begon hij in groote kringen te dalen.
Daarginds aan den gezichtseinder, op ongeveer acht kilometer afstand,
doemden de vormen van een eenzaam eiland op.
Het geleek nu nog een stip, maar zienderoogen werd het grooter, van een
stip werd het een vlek, en toen verkreeg het een duidelijk te herkennen
vorm: langgerekt en eenigszins gebogen in den vorm van een boomerang.
En tien minuten later streek de machine neder in het midden van een
geurige weide, waardoor een vriendelijk klaterend beekje zich een weg
baande.
Aan het einde van dit weiland verhief zich een kleine houten hut,
stevig gebouwd en omringd door een soort tuintje.
Raffles had de machine tot stilstand gebracht, wipte snel op den grond
en hielp de meisjes bij het uitstappen.
Zij waren geheel verstijfd, maar een kwartier loopen zou den
bloedsomloop wel weder geheel herstellen.
Voorzichtig droegen Raffles, Charly en Jerry den bewusteloozen
Macmillan uit de vliegmachine over het weiland in de hut en legden hem
daar op een gemakkelijke rustbank.
En toen nam Raffles de beide meisjes weer mee naar buiten en begon,
terwijl hij met flinken pas met hen op en neer liep:
„Luister nu eens, Miss Rose en ook gij, Miss Ellen. Gij ziet, dat ik
dusverre mijn woord heb gehouden, en als alles goed gaat, dan kunt gij
over twee maanden uw goeden vader weder geheel genezen in de armen
sluiten.
„Ik zal een brief voor hem achter laten, dien Jerry hem ter hand moet
stellen, zoodra hij uit zijn bewusteloosheid ontwaakt is.”
„Maar mogen wij daar dan niet bij zijn, mijnheer?” vroeg Ellen op
smeekenden toon.
„Ik had de vraag wel verwacht, Miss, en ik moet er weigerend op
antwoorden, hoeveel leed het mij ook doet. Bedenk toch zelf eens,
hoezeer het uw vader zou smarten, als hij reeds nu onzen kleinen toeleg
doorzag. Hij zou niet van u willen scheiden, hij zou mede terug willen
en gij zoudt misschien de kracht missen om hem te weerstaan. Zeg eens
eerlijk—heb ik het niet bij het goede einde?”
Ellen boog het hoofd en haar stilzwijgen antwoordde voor haar.
„Ik zal uw vader, zoodra gij voldoende hersteld zijt van de
vermoeienissen van de reis en alles hier hebt opgenomen, het middel
toedienen, en gij belooft mij, dat gij u dan dadelijk met mij
inscheept. Ik van mijn kant doe u de toezegging, dat wij hier zullen
blijven rondvliegen, totdat Jerry door het wuiven met zijn zakdoek ons
te kennen heeft gegeven, dat uw vader ontwaakt is en zich in goeden
welstand bevindt. Hebt gij daar vrede mee?”
„Gij zijt een goed, een edel mensch, mijnheer,” riep Ellen uit, met een
spontane beweging sloeg zij den armen om den hals van den gewaanden
grijsaard en drukte hem een stevigen kus op de wang.
Raffles maakte de teedere armen om zijn hals zachtjes los en zeide op
eenigszins heeschen toon:
„Dat moet gij niet doen, Miss. Ik heb het werkelijk niet verdiend. Gij
weet immers niet eens, wie ik ben!”
„Dat weet ik wel,” riep Ellen levendig uit. „Ik heb het u zooeven reeds
gezegd, gij zijt een edelmoedig mensch en wij zijn u ons geluk
verschuldigd!”
„Loop niet op de gebeurtenissen vooruit, Miss—wij moeten nog afwachten,
of uw vader de ziekte zal doorstaan, die hem ongetwijfeld zal
overvallen, wanneer hij zich zoo plotseling van opium verstoken ziet.
En nu zullen wij alles eens gaan uitladen, wat hij en Jerry noodig
hebben.”
Charly en Jerry werden geroepen en nu werden de levensmiddelen,
lucifers, patronen, geweren, dekens, een paar spaden en andere
voorwerpen naar de hut gedragen.
Daar stonden reeds de onmisbare meubelen, een tafel en eenige stoelen,
een paar bedden, een kast met vaatwerk, en zoo voorts.
Toen dit alles zoo geschikt was, werd op het gras in de buitenlucht een
stevige maaltijd gebruikt, door Jerry en Charly bereid en daarna werd
een korte wandeling over het eiland gemaakt, want binnen een uur zou
het geheel duister zijn en dan moest de terugreis aanvaard zijn, maar
Raffles nam zich voor, dadelijk daarna op een ander eiland, waar ook
hij alleen meester was, opnieuw te dalen en de vermoeide meisjes in de
gelegenheid te stellen zich door een ongestoorde nachtrust voor te
bereiden op de bezwaren van de terugreis.
Rose en Ellen waren verrukt over de verblijfplaats, waar hun vader twee
maanden zou vertoeven—over het prachtige geboomte, de malsche weiden,
de heldere beekjes met hun kristalklaar water, de wilde geiten, de
boschvarkens, die zij zagen voorbij snellen, de schelkleurige
papegaaien en zelfs over den reuk van de cacaoplanten en de
tamarindebloesems.
Zoodra men was teruggekeerd, diende Raffles den bewusteloozen Macmillan
het tegenmiddel toe, de meisjes namen weenend afscheid van den trouwen
Jerry, die zelf zijn tranen niet kon bedwingen, Raffles wachtte nog een
kwartier en toen de eerste huiveringen over het onbewegelijke gelaat
van den bewusteloozen man begonnen te loopen, voerde hij Rose en Ellen
snel met zich mede, en eenige minuten later steeg de vliegmachine boven
het eiland.
Tien minuten bleef zij in groote kringen op een hoogte van driehonderd
meter rondcirkelen en toen kwam er een man uit de hut snellen, die met
een grooten witten zakdoek zwaaide....