specialiteit voor massage in ontvangst, en keert na een vluchtig
afscheid terug naar de schilderijententoonstelling, om te zien,
of Miranda hare kunstbeschouwing thans heeft geëindigd.
Charles is waarlijk een allerbeminnelijkst jongmensch, die bij alle
beminnelijkheid zijn zin weet door te zetten en de dames bij het
afscheid toefluistert: "Die receptie bij Lady E. zal ondragelijk
vervelend zijn, als ik er u beiden niet ontmoet!" "Tot over een half
uurtje dan!" wordt hem toegeroepen, als het rijtuig wegrijdt van de
tentoonstelling, die op de beide vriendinnen geen overstelpend diepen
indruk heeft gemaakt. De koetsier legt de zweep over de paarden,
en in afwachting van de behandeling, die hare bekoorlijke handjes
zullen ondergaan in een der meest bekende salons voor manicure,
trekt Miranda haar handschoenen uit, en vindt dat haar rose nageltjes
hoognoodig volgens de regelen der kunst moeten worden gefatsoeneerd
en verfraaid, terwijl zij tevens het vermoeden te kennen geeft, dat
Virginia's vriend, Guy, omstreeks vijf uur in den bewusten salon zal
worden aangetroffen. Zelfs bij zulk eene alledaagsche zaak, als nagels
knippen en borstelen, speelt hier waarlijk het gevoel nog eene rol.
In eene geparfumeerde atmosfeer, tusschen zilveren en ivoren
instrumenten en geheimzinnige in vloeipapier gewikkelde pakjes, met
zachtgekleurde linten omstrikt, wachten keurig gekleede jonge dames
op hare schoone clientèle, die zij doen plaats nemen in gemakkelijke
rieten stoelen, met vooruitstekende zijschermen, waarachter druk
wordt gepraat en geflirt; want het mannelijk element is sterk
vertegenwoordigd, en Guy, die de komst der dames blijkbaar met
verlangen heeft tegemoet gezien, staat reeds op, om haar te begroeten.
Virginia vindt bij nader bedenken, dat er bij de behandeling zooveel
haast niet is; maar zij laat zich toch door eene gedienstige jonge
dame overhalen, hare vingertoppen in welriekend water te doopen, en
hare nagels een weinig te laten bij kleuren en polijsten, terwijl Guy
verhalen doet van paarden, waarop hij had willen wedden, en honden,
die volgens hem op een prijs kans hebben, en ten slotte Virginia
eene vertrouwelijke mededeeling doet omtrent de reden, waarom eene
zekere Mevrouw V., eene gemeenschappelijke kennis, niet op een diner is
verschenen, waar zij beiden genoodigd waren. "We zouden wel eens kunnen
gaan kijken, of 't waar is, wat ze van haar vertellen," zegt hij, "want
ze moet van middag deelnemen aan 't concours in 't mennen voor dames,
in Ranelagh. Zullen we eens gaan zien, of ze daar komt, en met wie? Ik
geloof het wel niet, wat er verteld wordt; maar.... mijn motor staat
klaar, en we zijn er in een half uurtje, als je wilt." Virginia vindt
ook, dat de menschen zoo akelig kwaadsprekend zijn. "'t Is eigenlijk
niet meer dan onze plicht," zegt ze, "om ons zelf te gaan overtuigen of
die praatjes waar zijn," en zij stemt dus gaarne in Guy's voorstel toe.
Intusschen heeft Miranda hier en daar een praatje gehouden, een
nieuw reukpoeder voor haar bad en een fleschje alleronschuldigste
schoonheidsbalsem gekocht, zich verbaasd over de ijdelheid van haar
medeschepselen, en eindelijk ontdekt, dat de tijd niet stilstaat,
en Virginia schijnt te vergeten, dat zij nog op de receptie van Lady
E. moeten verschijnen.
Op 't zelfde oogenblik fluistert Virginia haar haastig toe: "Ben
je misschien van plan een parfumeriezaak op te zetten? Kom toch
gauw mee; ik moet straks nog met Guy naar Ranelagh, en we mogen
Berkeley Square niet verzuimen."--Haast eer Miranda tijd heeft om
haar gedachten te verzamelen, staan ze al in het dichte gedrang
op de breede trap bij Lady E., die in grijze zijde en echte kant
in de deur van haar salon haar gasten ontvangt. "Wat ben je laat,"
voegt zij de beide dames toe. "Je hebt mijn mandolinespelers gemist,
en ook eene alleraardigste lezing van een Amerikaan, maar je komt nog
juist bij tijds, om te hooren, wat kolonel W. over de spijsvertering
heeft te zeggen." Boven het verwarde gerucht van vele damesstemmen
hooren ze daarbinnen: "Lady Q. is eene modezaak begonnen, en we gaan
bij niemand anders meer koopen dan bij haar. Haar modelkamer is een
boudoir, met zijden behangsel, prachtig ingericht, en al de hoeden
komen zóó uit Parijs. Virginia, je moet er bepaald eens heengaan; 't
is de moeite waard, een kijkje te nemen." Virginia maakt de opmerking,
dat eene modemaakster uit den hoogeren stand haar heeft verzekerd, dat
de klandizie harer vriendinnen haar nog eens zal ruïneeren; want dat al
die vriendelijkheid op niets neerkwam dan onbetaalde rekeningen. De
eenigszins verlegen stilte, die volgt op deze mededeeling, wordt
gelukkig verbroken door de aankondiging van Lady E., dat Herr G. een
stuk van Beethoven zal voordragen, waarop het geheele gezelschap,
na de eerste zware accoorden, eenparig en nog eens zoo luid aan het
babbelen gaat. Miranda is uit haar humeur; zij vindt die uitvoeringen
belachelijk, en zij komt om te praten, zooals zij beweert. Haar tong
staat dan ook niet stil, zelfs onder het reciteeren van een wonderkind,
waarvoor zij diepe minachting schijnt te koesteren. Gelukkig verschijnt
weldra haar vriend Charles, die haar meetroont naar den Botanischen
tuin, om de hondententoonstelling te zien, waar hij een schipperke
heeft ingezonden. Miranda vindt dit eene uitkomst, nu Virginia in
gezelschap van Guy haar motortochtje heeft ondernomen, en zij rijdt
getroost met Charles naar Regent's Park, waar zij reeds uit de verte
door een oorverdoovend geblaf en gehuil worden begroet. Charles'
schipperke wordt naar behooren gewaardeerd, en stellig een tweeden
prijs waardig gekeurd; maar over de Chows geraakt zij in verrukking,
"omdat ze zoo sprekend op katten lijken." Als ze ten slotte naar den
optocht gaan kijken van beroemde actrices met hare lievelingshonden,
wordt Charles' aandacht zoo uitsluitend door de dames in beslag
genomen, dat Miranda hem vriendelijk verzoekt, "een beetje uit de
drukte te gaan en wat langs den vijver te wandelen."
Intusschen snort de motor naar Ranelagh, waar alles er even
feestelijk uitziet, en meer afwisseling heerscht dan op de gewone
wedrennen. Hier een wedstrijd in het mennen, daar een polo-match,
en overal drommen van belangstellende toeschouwers. "Mevrouw V. is
er wel degelijk," fluistert Virginia opgewonden; "ze heeft een
prachtig span paarden, en ik zag haar zooeven praten met haar eigen
man! Van die praatjes geloof ik nu niets meer!" Er wordt druk gewed
onder de toeschouwers, en een klein meisje, met lang, loshangend
haar, dat door haar vader met angstige bezorgdheid wordt nagezien,
schijnt bepaald de favorite te zijn. "Dat kleintje heeft veel kans,"
verzekert Guy, en waarlijk, zij wint den eersten prijs en wordt met
daverende toejuichingen begroet. Virginia amuseert zich uitstekend,
en gaat op een gemakkelijken stoel in de schaduw zitten, tot zij zich
plotseling herinnert, dat zij beloofd heeft, de hertogin van X. te
helpen bij een bazaar, die dien middag in Kensington wordt gehouden,
ten voordeele der arme Ieren, en dat Miranda er op rekent, met haar
thee te drinken in Kensington Gardens.
De motor doet goede diensten, en weldra ziet Virginia zich bestormd
door ijverige verkoopsters, terwijl de hertogin, gewapend met potlood
en notitieboek, ieder verachtelijke blikken toewerpt, die niet voor een
groot bedrag aan loten neemt in de tombola. Guy offert gewillig zijne
sovereigns, en verneemt kort daarna, dat hij de gelukkige bezitter
is van eene witte kanten japon. Bij het kraampje met handteekeningen
van beroemde mannen hooren ze van de lachende verkoopster, dat de
echte Pinero's zijn uitverkocht; "maar," voegt zij er guitig bij,
"ik ben tòch 't laatste half uur nog twaalf kwijtgeraakt tegen een
sovereign per stuk, voor de goede zaak natuurlijk!" Intusschen komt
Lady H. aandragen met eene groote rol flanel, die zij volstrekt wil
kwijt raken, eer zij naar huis gaat. Guy is zoo beleefd, haar van dien
last, en zijn beurs van eenige overtollige goudstukken te bevrijden,
en verstopt zijn aankoop fluks achter in het bloemenkraampje, waaruit
hij te voorschijn treedt met een bouquetje in ieder knoopsgat.
Virginia vreest, dat Miranda ongeduldig zal worden, en vindt, als zij
eindelijk onder de boomen van Kensington Gardens aankomen, die vrees
bewaarheid. De dames begroeten elkaar hartelijk, en hoewel ze beiden
"doodmoe" zijn, neemt haar gebabbel geen einde, tot de schaduwen
langer worden, de zon een rooden gloed werpt over het groene gras,
en de nog steeds druk pratende wandelaars hunne schreden richten naar
de wachtende rijtuigen, "'t Is gezellig geweest," zegt Miranda bij het
afscheid, en haastig wipt ze de stoep op, om zich te gaan kleeden voor
het diner en zich verder voor te bereiden op den misschien nog veel
drukkeren avond van bals en partijen, die haar wacht. En concerten,
niet te vergeten, want als men de muzikaliteit eener plaats moest
afmeten naar het aantal concerten dat er te hooren valt, zouden
de Londenaars met recht voor de muzikaalste stervelingen ter wereld
kunnen worden gehouden. En al heeft Londen sinds de dagen van Purcell,
aan de wereld geene groote componisten geschonken, het is een feit, dat
Londenaars, van de hoogste kringen tot den eersten besten bewoner eener
achterbuurt, buitengewoon veel behagen scheppen in muziek. Nergens
worden zulke groote sommen betaald, zelfs door niet zeer vermogende
lieden, voor plaatsen in de opera bij een symphonische uitvoering,
een oratorium, of een piano-recital.
Onder de verschillende plaatsen, waar men in Londen muzikale
genietingen kan smaken, verdient zeker in de eerste plaats het groote
operagebouw in Covent Garden te worden genoemd. Leelijk, vuil, somber
en zwart berookt, in een doolhof van onoogelijke straten gelegen,
wekt het de verwondering van elken vreemdeling, die gewend is aan de
ruime, fraaie, op zorgvuldig onderhouden pleinen gelegen operagebouwen
van Weenen, Parijs of New-York.
Ook van binnen vertoont de londensche opera geen spoor van kunstzin
of verfijnden smaak in uiterlijke inrichting, maar het tooneel,
met zijne electrische machines en volmaakte decoraties, kan met
de meest beroemde theaters wedijveren. Covent Garden levert in den
season werkelijk een schitterend schouwspel op. Buiten strekt zich,
eene kwart mijl naar het Westen, eene onafzienbare reeks van rijtuigen
uit, waarin men door de ruiten nu en dan juweelen ziet schitteren, of
een bekoorlijk gelaat onderscheidt. Binnen is men eenigszins onder den
indruk van het feit, dat het de eerste voorstelling van den season is.
De geheele voorname wereld van Londen is daar verzameld, diplomaten,
groote bankiers, steunpilaren der City in menigte. In de loges
is het één verblindende pracht van schitterende juweelen, en
blanke armen en schouders, die de schoonheid dier sieraden doen
uitkomen. De orkestdirecteur neemt zijne plaats in, en buigt voor het
publiek. Langzaam gaat het gordijn op, en op het tooneel vertoont
zich het geheele gezelschap in de costumes, waarin zij dien avond
zullen optreden. De prima-donna treedt naar voren; het publiek staat
als één man op, en heft eenstemmig "God save the King" aan, waarna
eerst de eigenlijke uitvoering begint. Na elk bedrijf worden zoowel
de directeur als de artisten, en bij de uitvoering van een nieuw werk
natuurlijk ook de componist, wel vier, vijf, tot zesmaal teruggeroepen,
met een vuur, dat soms doet twijfelen aan de bewering, dat Engelschen
zoo phlegmatisch van aard zouden zijn. In de pauze worden de binocles
druk gebruikt en men legt over en weer in de loges bezoeken af. Men
is er als in een besloten kring; Covent Garden is weer geopend,
en de eigenlijke season is begonnen.
Niet ver van daar, in het eene of andere kleine Variëteitentheater
wordt weer op andere wijze genoten. Daar verdringen zich kleine
jongens in grooten getale op de galerij, en de begroetingen, tusschen
deze jongelui gewisseld, zijn, schoon iets minder vormelijk dan in
Covent Garden, niet minder hartelijk gemeend. De aangename geur
van gebakken visch, die in papier gewikkeld, wordt medegebracht
en in de pauze verorberd, prikkelt uwe reukzenuwen, terwijl uw
gehoororgaan wordt vergast op het eigenaardig schel gefluit,
waarmee de jeugdige Londenaar zijne afkeuring te kennen geeft, of
het doordringend neusgeluid waarmede hij instemt in de geliefkoosde
refreinen, waarvan hij de woorden natuurlijk op zijn duimpje kent. In
de betere Variëteitentheaters gaat het weer iets deftiger toe; het
Palace, Empire en Alhambra zijn dan ook waarlijk eenig in hun soort,
en kunnen de vergelijking doorstaan met alle andere inrichtingen van
dien aard in Europa.
Wat symphonische uitvoeringen betreft, over gebrek daaraan heeft Londen
zich niet te beklagen. De Philharmonic Society, de Richterconcerten,
gedirigeerd door Dr. Richter uit Manchester, en de uitvoeringen
van de Royal Amateur Orchestral Society, waarbij de leden der
koninklijke familie niet zelden verschijnen, van al deze uitstekende
muziekuitvoeringen kunnen zij geregeld genieten. Een orkest echter,
het Queen's Hall Orchestra, onder zijn begaafden dirigent Mr. Henry
J. Wood, munt boven alle andere orkestvereenigingen uit, en schenkt
ook aan de minder vermogende liefhebbers van muziek een goedkoop
en onvermengd genot door zijne verrukkelijke promenade-concerten,
waarvan men des zomers voor één shilling kan genieten, terwijl zelfs
rooken hierbij niet verboden is.
In 1903 heeft Prof. Kruse, van het strijkkwartet van dien naam, de
leiding op zich genomen van wat in Londen nooit anders wordt genoemd
dan "the Pops", eene afkorting voor "Popular Concerts". Voor het groote
publiek is de klassieke kamermuziek, welke daar wordt uitgevoerd,
niet bestemd; maar de kenners kunnen er van harte genieten. Deftige
oude dames met wit haar komen er in gezelschap van hare echtgenooten,
die haar ouderwetsche shawls nadragen, om de kalme genoegens te
smaken, die het luisteren naar een rustig strijkkwartet haar eer zal
verschaffen, dan de overweldigende klank van een vol orkest. In de
reusachtige Albert Hall, in Kensington, worden Oratoria uitgevoerd
door de leden van de Royal Choral Society; terwijl nog onlangs
weer een groot nieuw concertgebouw, the Aeolian, werd geopend,
waarin de beroemde Broadwood-concerten worden gegeven. Wat de lengte
der programma's betreft, daarin spannen zeker de Ballad-concerts,
van de heeren Chappell en Boosey de kroon; want deze duren soms
vier uren achtereen. Wel is waar schijnen zich zoowel de zangers
als het publiek al dien tijd uitstekend te vermaken; maar men zou
aan de waarheid te kort doen, wanneer men wilde beweren, dat het
muzikale gehalte dezer uitvoeringen evenredig was aan het onschuldig
genoegen, daar gesmaakt. Nog tot 1904 vertoonden in St. James' Hall
the Mohawk Minstrels, opvolgers van Moore and Burgess' negerzangers,
met zwartgemaakte gezichten hunne origineele dansen, begeleid door
gezang. Eene soort van muzikale uiting is er welke het Londensch
publiek steeds met ingenomenheid heeft begroet, nl. de komische
operette, die door Sir Arthur Sullivan, in zijne voor het Savoy Theatre
gecomponeerde stukken tot eene buitengewone hoogte werd opgevoerd.
Wie onder de inwoners van Londen eene muzikale opleiding wenscht te
ontvangen, behoeft de gelegenheid daartoe niet ver te zoeken. Aan de
drie grootste muziekscholen van Londen, de "Royal Academy of Music",
de "Guildhall School", en de "Royal College", studeeren thans met
elkaar meer dan 4000 leerlingen. De meesten zullen het misschien niet
verder brengen dan tot den nederigen rang van muziekonderwijzer of
onderwijzeres; maar er worden aan deze inrichtingen uitlokkende, en
niet àl te onbereikbare medailles uitgereikt, en zelfs eerste proeven
van jeugdig compositietalent in het publiek uitgevoerd, zoodat het geen
wonder mag heeten, als het meisjeskoor van Royal Academy leerlingen,
met haar witte jurken en gekleurde zijden ceintures altijd goed bezet
is, en onder de leerlingen een opgewekte geest heerscht. Des zomers
geven de leerlingen van de Royal Academy en het Royal College eene
uitvoering van de eene of andere opera in een der groote theaters van
het West-End, waarbij natuurlijk de bewonderende vrienden en verwanten
in elken jeugdigen tenor een aanstaanden De Reszke, en in elke lieve
sopraan eene toekomstige Melba zien.
De "upper ten" kunnen in den season ook nog genieten van de
State Concerts in Buckingham Palace, waar de grootste artisten uit
Covent Garden zich laten hooren voor de Koninklijke familie, en van
verschillende uitvoeringen ten huize van hun rijke vrienden, die
gaarne ter wille van hun gasten eene of andere beroemde prima-donna
200 pond sterling betalen voor het zingen van een paar liederen,
of zelfs het dubbele van die som offeren voor het onvergelijkelijke
genot van Paderewski te mogen hooren in besloten kring.
Al brengen de Londenaars niet zoo geregeld hun zomeravonden in de
buitenlucht door, als de bevolking der andere groote steden van Europa,
toch genieten op echt warme zomersche avonden in Hyde Park duizenden
gearmde paartjes van de muziek van een of ander Guards' Regiment,
terwijl in andere parken de uitstekend geschoolde muziekkorpsen
van de County Council gratis uitvoeringen geven. Op straat halen de
ongelukkige "German bands", bij wie het publiek den wil meest voor de
daad moet nemen, toch altijd nog hun pennies op, en het piano-orgel
moge al sommigen onzer tot wanhoop drijven, het is en blijft de "Pop"
van den armsten Londenaar.
Op Zaterdagavond gevoelen zich dikwijls de bewoners van het East-end
of de "Surrey Side" gedrongen, in meer luide dan welluidende tonen hun
aangeboren muzikalen zin te uiten. Rijen van mannen en jongens nemen de
geheele breedte der straat in beslag, en trekken al zingende verder,
de een gewapend met een mondharmonika; de ander met een stuk hout,
waarmee hij op een leege, blikken trommel slaat; allen vergenoegd
en tevreden, vooral wanneer een koor van schrille meisjesstemmen
luidkeels invalt bij hunne muziek. Het wordt intusschen steeds later
en een paar schreden verder, op den hoek eener straat, jaagt een
knecht uit de herberg het laatste troepje straatmuzikanten uiteen,
dat eerst met klokslag twaalf hun versleten instrumenten laat rusten,
om er des morgens al vroeg weder op uit te trekken.
Schrille contrasten zijn in Londen aan de orde van den dag, en aan
de scherpe tegenstelling tusschen de diepste armoede en de meest
verkwistende weelde wordt men er bij elken stap herinnerd. Meer dan
ooit is dit het geval, wanneer de koninklijke familie in Londen
verblijf houdt, of vreemde vorsten als gasten in de Metropolis
ontvangt. Verbazende sommen worden dan verdiend door de winkels
tusschen Oxford Street en Pall Mall gelegen; want daar de Londensche
juweliers, kunsthandelaars, lederfabrikanten en kleermakers allen in
het buitenland hoog worden geroemd, maken zij bij zulk eene gelegenheid
de beste zaken.
Zoo brengen ook die openbare plechtigheden, waaraan hunne Koninklijke
Hoogheden zich verwaardigen deel te nemen, en de optochten, waarin
zij eene plaats bekleeden, den bewoners der buurten, waar de stoet
zich vertoonen zal, ongeloofelijke winsten aan. Geen wonder, dat
de bevolking van Londen met blijdschap de tijding begroette, dat
Koning Edward en Koningin Alexandra voornemens waren veel meer in
de hoofdstad te vertoeven, dan Koningin Victoria tijdens haar leven
had gedaan. Koning Edward is dan ook in Londen geboren, evenals
zijn zoon, de troonopvolger. Van het leven, dat de Koninklijke
familie leidt gedurende hun verblijf in de hoofdstad, en hunne
dagelijksche bezigheden, buiten de onvermijdelijke plichten, die hun
hooge waardigheid medebrengt, is het publiek weinig bekend, hoewel de
inrichting der koninklijke paleizen, Marlborough House en Buckingham
Palace, meermalen werd beschreven.
De meeste menschen weten wel, dat Koningin Victoria het grootste
gedeelte van den dag in de buitenlucht placht door te brengen;
maar ook Koning Edward en zijne gemalin scheppen veel behagen in
het buitenleven, en in het fraaie châlet in het Park van Buckingham
Palace, dat onlangs geheel nieuw is ingericht, brengen zij een groot
deel van hun tijd door. Buckingham Palace is prachtig gelegen voor
garden-party's en roeitochten, en de post van "King's Watermen"
is thans geen sinecure meer.
Een groot gedeelte van den dag wijden de leden der Koninklijke
familie aan hun correspondentie. Al de kinderen van Koningin Victoria
waren gewend, haar dagelijks berichten te zenden, en ook Koningin
Alexandra schrijft veel aan haar familie, terwijl hare kinderen
haar gedurende hunne afwezigheid geregeld op de hoogte houden van
hun wedervaren. Zoowel de Koningin als de Koning hebben hun eigen
secretarissen; maar natuurlijk blijven altijd brieven over, die
slechts door hen zelf kunnen gelezen en beantwoord worden. Koning
Edward wijdt elken morgen twee volle uren aan die taak. Hij gebruikt
voor die private correspondentie nog altoos denzelfden ouderwetschen,
staanden lessenaar, die zijn vader hem veertig jaren geleden heeft
nagelaten. Het slot wordt geopend met een klein gouden sleuteltje,
dat de Koning altoos bij zich draagt.
Koningin Victoria was gewend, met groote strengheid zekere regels
van étiquette te handhaven, waaraan de leden van haar gezin zich
bij bezoeken aan Londen hadden te onderwerpen. Tot nog toe wordt
daarvan ook thans niet afgeweken. Zoo mag bijv. geene prinses van
den bloede, hoe jong ook, haar lunch of diner gebruiken in eene
restauratie, waar het publiek toegang heeft. Dit verbod noodzaakt de
leden der Koninklijke familie, als zij eens voor een enkelen dag in
de stad komen, de gastvrijheid hunner vrienden of verwanten in te
roepen. Zulk een verzoek wordt door hem, die het ontvangt, als een
gebod beschouwd. Wanneer de Koning of de Koningin voornemens zijn, een
bezoek af te leggen, wordt hiervan tijdig bericht gezonden, zoodat de
aanwezigheid van andere bezoekers in ieder geval kan worden vermeden.
Wie in de termen valt, om den Koning eene uitnoodiging te zenden voor
een lunch of een diner, kan niet eenvoudig rechtstreeks dien wensch aan
Zijne Majesteit te kennen geven. De uitnoodiging geschiedt door een
tusschenpersoon, een der hovelingen, en als de Koning haar aanneemt,
wordt hem eene lijst voorgelegd van de overige genoodigden, waarin
Z.M. soms veranderingen aanbrengt. Ook bij zijne intieme vrienden aan
huis wordt de Koning door zijn eigen personeel bediend, evenals toen
hij nog Prins van Wales was.
Van vertooning houdt de Koninklijke familie in het geheel niet,
en wat den eenvoud en de strikte orde aangaat, die heerscht in de
Koninklijke huishouding, mochten vele hunner onderdanen wel aan hen
een voorbeeld nemen. De Koninklijke keuken is geheel en al toevertrouwd
aan de zorgen van één chef. En elk onderdeel van het menu, 't zij het
er een is voor 10 of 100 personen, wordt in het Paleis zelf gereed
gemaakt. Nooit wordt hulp van buitenaf ingeroepen. Niemand anders dan
de Prins van Wales in eigen persoon was het, die gedurende de laatste
dertig jaren een geheelen omkeer heeft te weeg gebracht in wat men
"de londensche wijze van dineeren" zou kunnen noemen. De Koning en de
Koningin hadden beiden een afkeer van de lange, vermoeiende gastmalen,
die in Koningin Victoria's dagen in zwang waren, en zij brachten
hierin de gewenschte verandering, door vast te stellen dat geen diner
ten hunnen huize langer dan een uur mocht duren. Hun voorbeeld vond
natuurlijk overal navolging.