ingenomen. Jenny, de kamermeid, weet, dat haar beminde, trooper
Thomson, bij het regiment is en naar haar zal uitzien. En trooper
Thomson weet precies waar Jenny zal wezen; ze heeft het hem verteld,
toen ze den vorigen avond in Wellington Road afscheid namen. Thomson
is een knappe vent met een mooien knevel, dien Jenny onverbeterlijk
vindt. Misschien is hij niet precies zoo verliefd op Jenny, als zij het
is op hem, maar hij maakt haar niet jaloersch, door tegen alle andere
meiden te lachen, zooals sommigen van zijn kameraden doen. Hij kijkt
recht voor zich uit, zonder op de bewonderende blikken te letten,
die op hem worden geworpen, tot hij bij Jenny's huis komt. Dan heft
hij zijn hoofd op en lacht en knikt, en Jenny is in den zevenden
hemel van verrukking. Zij is verloofd met Thomson en denkt met hem
te trouwen. Het moet noodzakelijk een lang engagement zijn; maar
dat is niets; zij verdient een goed loon en geeft aan haar soldaat
aardige cadeautjes, pijpen en tabakzakjes en sigaren en al die soort
van dingen, en Jenny is naar het bal in de kazerne geweest en leefde
er in een sprookjesland, want haar mooie beminde in het rood danste
iederen dans met haar. En ze telt de uren, wanneer het weer haar
uitgaans-Zondag is, dat ze met haar mooien galant kan wandelen en in
het park zitten of hem op een music-hallbezoek kan trakteeren.
Wanneer ze, als ze met hem loopt, de meisjes ziet omkijken en
zijdelingsche blikken van bewondering op haar held werpen, lacht
ze eens schuw en drukt zijn arm een beetje vaster, als om volkomen
bezit uit te drukken, en ze denkt, dat ze het gelukkigste meisje in
de wereld is. Zij is een braaf meisje en ze zal een hardwerkende,
zelfopofferende vrouw worden. Laat ons hopen, dat Thomson de liefde,
die hij heeft gewonnen, op prijs stellen zal en dat Jenny nooit berouw
zal gevoelen over haar liefde voor een rood pakje.
Het is een lange wandeling door het Liefdeland, want in het Noorden
en het Zuiden, in het Oosten en het Westen vinden we de oude historie
weer. Naar het drukke theehuis, waar handige Phylissen van tafeltje tot
tafeltje dribbelen, gaat nu en dan de trouwe minnaar en ze wisselen
een paar woorden van teedere begroeting, als zij hem zijn broodje
of zijn kop thee of koffie brengt. En al de meisjes in de inrichting
weten, dat de jonge man de beminde van Phyllis is, en als hij weg is,
praten ze vol sympathie tot haar over hem en feliciteeren haar met
zijn trouw, dat hij zoo vaak naar haar toe komt. De minnaar van de
juffrouw in het buffet kan niet zoo lang blijven in de tegenwoordigheid
van zijn meisje, want de caféhouder heeft een scherp oog en moedigt
de liefde niet aan, die in den regel het meisje minder spraakzaam en
vriendelijk maakt voor de betalende gasten.
Dan zijn er nog de mode-minnaars, die naast elkaar in de Row rijden, en
de gewone minnaars uit de werkmansklasse, die een eerlijk, hardwerkend
meisje vrijen en trouwen en even trotsch op haar zijn als de niet meer
zeer jonge hertog, die de eerste schoonheid van het seizoen naar het
altaar leidt.
En dan zijn er de oude paren, die we arm in arm ontmoeten, met
gelukkige, glimlachende gezichten onder hun kroon van zilveren haren,
mannen en vrouwen, die elkanders lief en leed van der jeugd af hebben
gedeeld en die nu op den avond van hun welbesteden levensdag nog
geliefden zijn.
En Londen is een plaats, waar verbazend veel getrouwd wordt; in zoo
ver is het een heel andere plek dan de hemel, dat er nergens zooveel
ten huwelijk gegeven en ten huwelijk genomen wordt, als in Engelands
hoofdstad. De huwelijksstatistieken wijzen uit, dat bij alle andere
groote steden in de wereld vergeleken, Londen het gunstigst of, uit
het oogpunt van den tegenstander van het huwelijk, het ongunstigst
staat aangeschreven. Zelfs in de hoofdstad van het land der Sterren
en Strepen zijn het aantal en de verscheidenheid der huwelijken
niet grooter dan in Londen. In geen enkele europeesche stad kan een
huwelijk met zoo weinig kosten worden voltrokken en met zoo weinig
omslag als in Londen, en aan de andere zijde met meer pracht en
staatsie en tegen grootere financiëele offers.
Elke soort van trouwpartij oefent een wondere bekoring op de menigte
in Londen, onverschillig of het geldt een huwelijk in den klassieken
tempel van Hymen, St. George's Hanover Square of een in de nu deftiger
St. Paul's, Knightsbridge; alsook in de prozaïsche omgeving, waarin
het burgerlijk huwelijk wordt voltrokken, altijd zijn er kijkers in
overvloed. Een werkelijk groot huwelijk, een, waarbij de partijen
bekend zijn in de staatkundige of maatschappelijke wereld, brengt
duizenden nieuwsgierigen samen, en geduldig zullen ze uren staan
buiten de kerk, waar de plechtigheid zal plaats hebben, om straks
even een oog te mogen slaan op de blozende bruid en den ridderlijken
bruidegom; en weinig mannen en vrouwen, die naar hun dagelijksch werk
of naar een plaats van uitspanning op weg zijn, gaan verder, zonder
even stil te staan, als ook maar een eenvoudige bruiloft passeert.
Zooals wij zeiden, is thans St. Paul's, Knightsbridge, de deftigste
kerk; maar die voorname dames, die door gevoel en traditie meer
tot de 19de dan tot de 20ste eeuw behooren, geven nog de voorkeur
aan St. George's, Hanover Square, en geen andere kerk in Londen kan
een zoo interessant huwelijksregister vertoonen, want daar hadden
de meeste der aanzienlijkste huwelijken uit de periode van koningin
Victoria plaats. In St. Paul's werd voor het eerst toestemming gegeven
tot de repetities, die nu aan sommige huwelijken in de groote wereld
voorafgaan. Velen van diegenen, die de rustige manier bewonderen,
waarop niet enkel bruid en bruidegom, maar de geheele bruidspartij
de niet weinig ingewikkelde plechtigheid uitvoeren, weten niet,
dat elke stap der handeling, met uitzondering van de eigenlijke
huwelijksvoltrekking, zorgvuldig gerepeteerd is door het geheele
gezelschap.
In de laatste jaren hebben bloemen een steeds grooter aandeel
gekregen aan de huwelijken in de groote wereld; sommen, die afwisselen
tusschen honderd en duizend pond sterling worden uitgegeven voor de
versiering met bloemen van de kerk en het huis, waar de receptie
wordt gegeven. Het wordt ook gewoonte, dat bruid en bruidegom een
stuk zilverwerk cadeau geven aan de kerk, waar ze trouwen. Nog niet
lang geleden was het gebruik, dat er gedurende de plechtigheid een
vrij uitvoerig muziekprogramma werd uitgevoerd, maar dat was in de
dagen toen deftige huwelijken nog in den morgen werden voltrokken;
tegenwoordig is de eigenlijke dienst zoo kort mogelijk.
Bij militaire huwelijken is een aantrekkelijkheid de aanwezigheid
in volle uniform van officieren en leden van des bruidegoms
regiment. Lange, welgeproportionneerde officieren worden dan gekozen,
om langs de zijden in de kerk te staan, en hun vuurroode uniformen
zijn een schitterende achtergrond voor den bruidsstoet.
In scherpe tegenstelling tot een huwelijk in het West End van Londen
is de plechtigheid, die ten oosten van St. Paul wordt voltrokken in
de armere wijken van de groote stad. Zulk een huwelijksvoltrekking
van vele paren te zamen geeft een goed denkbeeld van het leven in de
armoedige sloppen. Er waren vroeger predikanten, die er zich op lieten
voorstaan, dat ze zoo snel veel paren in den echt konden verbinden. Dat
deed bijvoorbeeld de bekende Alexander Keith, dominee van St. George's
Chapel, Hyde Park Corner. Bij een bepaalde gelegenheid in Maart 1754
trouwde hij zestig paren, een dagrecord, waarvoor zelfs verbleekt
dat van den Reverend Arthur W. Jephson van St. John's, Walworth,
die toch in den loop van zijn ambtsvervulling meer dan 8000 paren
heeft vereenigd. De heer Jephson is een hardwerkend predikant en
het is zijn ongeluk, niet zijn schuld, dat hij soms niet minder dan
vier-en-veertig paren heeft getrouwd met precies dezelfde preek.
Tegenwoordig wordt het trouwen bij groepen minder gedaan, omdat
de geestelijken ertegen zijn; maar er was een tijd, toen de
stuivershuwelijken, waarbij elk der contracteerende partijen die
bescheiden som had te betalen voor het voorrecht, het huwelijksjuk te
mogen torsen, druk werden aangemoedigd. Het stuivershuwelijk behoort
tot het verleden; zes shillings is nu de laagste prijs, en er worden
nog een massa huwelijken van dien aard gesloten, vooral met Kerstmis,
Paschen en Pinksteren en op Bank Holiday in Augustus.
Minder interessant, omdat ze minder schilderachtig zijn, maar uit het
oogpunt van talrijkheid niet minder belangrijk, zijn de londensche
huwelijken, die voor den ambtenaar worden gesloten. Een toenemend
aantal menschen, die erop gesteld zijn alles rustig en zonder opzien
te doen plaats hebben, en ook begeerig, zich de onkosten te besparen,
die met het kerkelijk trouwen samengaan, worden nu door den ambtenaar
in het Registrar's Office getrouwd. Op die kantoren kan men u verhalen
doen van tallooze pathetische en grappige tooneelen, die er zijn
afgespeeld. Daarbij heeft de ambtenaar het voorrecht, zijn klanten
veel meer op hun gemak te zien dan ze tegenover een geestelijke
zouden durven te zijn. De bruidegom uit de lagere klassen weet wel,
dat als hij tegenover den ambtenaar staat, hij te doen heeft met een
betaald persoon, die door den staat bezoldigd wordt en het hindert,
naar zijn idee, niet, als hij moeite geeft of last.
Het gebeurt niet zelden, dat een jong werkman om inlichtingen komt
en, nadat alle formaliteiten hebben plaats gehad, behalve die van
het betalen, er toevallig bijvoegt, dat hij nog niet weet, of hij
de toestemming zal krijgen van zijn toekomstige bruid, daar hij
haar de gewichtige vraag nog niet heeft gedaan! Zoo komt ook soms
de uitverkoren bruid de verlangde stukken brengen en heeft het geld
klaar, maar op het laatste oogenblik komt haar bruidegom en ze kan
hem niet overhalen, zijn aandeel in het contract te dragen.
De vorm van het huwelijk, bij de Kwakers in gebruik, is bij uitstek
eenvoudig; er is geen dienstdoend predikant, want de partijen
trouwen feitelijk zichzelven door eenige woorden uit te spreken,
die schoon en ernstig klinken en een symbool kunnen zijn van al wat
de huwelijksplechtigheid inhoudt.
Het Leger des Heils heeft altijd veel gehecht aan de trouwplechtigheid,
en een huwelijk wordt gewoonlijk de aanleiding tot een groot
vertoon. De eigenlijke voltrekking duurt lang en heeft met veel
omslag plaats, want er zijn zeven huwelijksartikelen, die aan de
contracteerende partijen moeten worden voorgelezen, vóór bruid en
bruidegom de hen verbindende woorden spreken. In elk dier artikelen
wordt melding gemaakt van het Heilsleger, en beide, bruid en bruidegom
beloven plechtig, nooit tusschenbeide te komen in het werk, dat de
ander voor het Leger doet of iets anders te doen dan hem of haar te
helpen bij dat werk. De voltrekker van de verbintenis is gewoonlijk
de commandeerende officier van het regiment, waar de partijen toe
behooren. Geen grapjes, als het werpen van rijst of iets anders,
is bij een huwelijk in het Heilsleger geoorloofd.
Elke godsdienstige vereeniging heeft natuurlijk haar eigen vormen en
plechtigheden voor het huwelijk. Misschien zijn het schilderachtigst
en het meest individueel die, welke plaats hebben bij een joodsche
bruiloft. De dienst bij een huwelijk in de joodsche kerk verschilt in
menig opzicht van dien der Kerk van Engeland. Hij omvat het voorlezen
van het huwelijkscontract of de Kethubah, waar de mooie woorden in
voorkomen: "Ik wil voor u werken, u eeren, u steunen en voor u zorgen,
naar het gebruik onder joodsche mannen, die voor hun vrouwen werken,
ze eeren, steunen en voor haar zorgen". Het costuum van de joodsche
bruid is gelijk aan dat van haar christelijke zuster; maar de bruidegom
draagt gedurende de gansche plechtigheid zijn hoed, daar de jood geen
gebed uitspreekt met ongedekten hoofde. Tijdens de plechtigheid staan
de beide partijen onder den troonhemel, die Tsjoepah wordt genoemd,
en die troonhemel is soms prachtig versierd met witte bloemen.
De formule, die in woorden wordt vervat, is zeer kort bij
Roomsch-Katholieke huwelijken, en in geval van een gemengd
huwelijk, dus als een van de partijen protestantsch is, wordt de
dienst teruggebracht tot de kortste en vlugst afgeloopen vormen,
en er wordt geen muziek gemaakt. Aan den anderen kant is een groot
Roomsch-Katholiek huwelijk in een hoofdkerk zeer indrukwekkend,
en gaat met meer vormelijkheden en ceremoniën gepaard, terwijl het
ook veel langer duurt dan een dergelijke plechtigheid in St. Paul's,
Knightsbridge. Een der schilderachtigste Roomsch-Katholieke huwelijken,
dat ooit in Londen plaats had, was het huwelijk per bicycle, dat
gevierd werd in Notre Dame de France, Leicester Square. Het gelukkige
paar reed naar de kerk van een naburige restauratie op een tandem, die
bekoorlijk versierd was met oranjebloesem en wit satijnen linten. Zij
werden gevolgd door hun vrienden, gezeten op zestien enkele fietsen en
twaalf tandems, en het behoeft nauwelijks gezegd, door een onmetelijke
schare toeschouwers. De bruid droeg de ouderwetsche, wit satijnen
trouwjapon met tulen sluier, en de bruidegom een rok en hoogen hoed.
Zonder twijfel krijgen wij in den loop van deze eeuw
auto-trouwpartijen, en er zullen wel onder ons zijn, die huwelijken
per luchtballon beleven. Maar hoe ook de sluiting van het huwelijk
plaats hebbe, er is groote kans, dat binnen niet al te langen tijd
op de plechtigheid van het trouwen die van het doopen volgt, en ook
deze heeft op allerlei verschillende manieren in de groote wereldstad
plaats.
De Chapel Royal, St. James's aanschouwt menige deftige dooppartij,
en dat doet ook All Saint's Church, Knightsbridge. De meest geliefde
tijd is kort na den lunch. De gasten gaan dan naar het huis terug,
om thee te drinken, bij welke gezellige en onvormelijke bijeenkomst
een mooie en lekkere koek wordt opgedischt, waarop in groote letters
Baby's naam en geboortedatum zijn te zien, en waarvan een gevoelige
mama wel eens een snede bewaart, om er haar lieveling in later jaren
van te laten proeven.
De plechtigheid in de kerk is niet lang en niet erg treffend. De
familie en de vrienden groepeeren zich rondom het doopbekken. De
peettante geeft de baby, als het tijd is, aan den dienstdoenden
geestelijke--een vreeselijk oogenblik voor den jongen curate--en de
peetoom geeft antwoord op de vraag naar den naam van het kind. De
dominee sprenkelt een paar droppels water op het gezichtje uit een
op zilveren voet staande gebeeldhouwde schelp.
De rijtuigen brengen het doopgezelschap terug naar het huis, of als ze
uiteengaan, zullen ze elkaar waarschijnlijk terugzien aan een groot
diner, gegeven ter eere van den zoon en erfgenaam. Baby is sierlijk
uitgedost voor de gelegenheid, en Baby's cadeaux worden vertoond,
terwijl de Nurse, één en al glimlach, geen extra'tje versmaadt,
dat bescheiden in haar hand glijdt.
Wat de dooppresenten aangaat, een zilveren kroesje is niet langer
het eenige, dat zich voordoet; rijke peten schenken een flinke som
geld of maken de bepaling, dat het kind een sommetje als zakgeld zal
ontvangen op elken verjaardag tot den 21sten. Een aardig doopcadeau
is een gouden medaillonnetje met het teeken van den dierenriem,
waaronder het kindje is geboren. Dat draagt het engeltje altijd om
den hals aan een fijn kettinkje, en het moet geluk aanbrengen.
Er is geen trompetgeschal, als een kindje uit een slop in den boezem
der kerk wordt opgenomen. Hij komt aan, opgerold in een oude shawl
en met een geleend doopkleed. In sommige gemeenten, als Poplar en
Westminster, zijn er avondbijeenkomsten voor doopen, omdat de werkers
anders geen tijd hebben. Loop er eens binnen op een Woensdagavond
omstreeks half acht; dan treft ge misschien een predikant, twee vrouwen
en een baby, die om het doopvont staan in een stille, flauw verlichte
kerk. Peten? Wel, Albert Edward heeft ten minste een peettante; maar
zijn peetooms zijn afwezig, en daar hij een wijs kind is, slaapt hij
rustig door de heele plechtigheid heen.
Zondagnamiddag is zeer in de mode voor doopen in bevolkte wijken. Dan
wachten den dienstdoenden dominee soms een half dozijn baby's,
zoo fraai uitgedost als de trotsche moeders kunnen bijbrengen. Een,
die geen aardigheid aan de plechtigheid heeft, begint te schreien,
de anderen volgen, en des dominee's stem gaat onder in een koor
van geween. Arme stumpertjes, ze voelen denkelijk de hardheid des
levens vooruit.
Een lange schotsche predikant treedt ginds een huis binnen, om er
een baby te doopen, en de familie en vrienden zitten er al voor
in het salon. Ze staan op, als hij binnenkomt in zijn gewone jas,
en de korte, eenvoudige plechtigheid begint. Een wit tafellaken is
op de tafel uitgespreid, en een familiebowl, een oud zilveren stuk,
dient voor heiliger doel dan dat, waar hij oorspronkelijk voor was
bestemd. Een moeilijk oogenblik komt voor den vader, als hij staande,
terwijl de anderen zitten, een plechtig aanspraakje van den predikant
moet aanhooren, waarin hem zijn plichten ten opzichte van het kind
worden voorgehouden. Dan legt de moeder Baby in de armen van haar
echtgenoot, en hij houdt het den dominee voor.
En om nu nog even naar den top van de ladder terug te keeren, baby's
mogen allen gelijk wezen, zooals een ketterij van mannen beweert, hun
doopen is niet gelijk, zooals wij hebben gezien, en zoo is de baby in
de hoogstgeplaatste kringen ook niet altijd stil, als dat van hem wordt
verlangd. Hij wordt gedragen door een nurse in het wit. Zij draagt het
vorstelijk kind, terwijl voor haar uit een gepoederde lakei gaat. Als
ze bij de deur van de zaal zijn gekomen, voor de plechtigheid bestemd,
is daar reeds een doorluchtig gezelschap bijeen; een dame, die dienst
heeft, neemt het kostbare kindje over en de doopdienst begint. Dan
biedt zij baby aan de koningin aan, eerste peettante, en Haar
Majesteit reikt het kindje op het voorgeschreven moment over aan den
aartsbisschop van Canterbury. De vorstentelg wordt gedoopt met water
uit de Jordaan, terwijl de doopvont een gouden bowl is van sierlijken
vorm en prachtig bewerkt, welke schaal gebruikt wordt voor alle
koninklijke kinderen, geboren in het Vereenigd Koninkrijk. Daaromheen
staan de peten gegroepeerd naar hun rang. Onnoodig te zeggen, dat de
held van den dag altijd gekleed is in de fijnste stoffen, niets is te
goed voor hem; maar alles is wit gehouden. Echte kant speelt er een
hoofdrol bij. In enkele aanzienlijke familiën wordt een historisch
geworden doopkleed gebruikt en altijd met de grootste zorg bewaard.
Het hedendaagsche Londen.
Enkele plichten en genoegens der "upper ten".
Hoe zullen wij onzen namiddag zoek brengen? Dit is een probleem,
't welk londensche schoonen gaarne met vereende krachten pogen op te
lossen; d.w.z. zij zoeken daarbij het gezelschap eener uitverkoren
vriendin; minder om eene tegenstelling te vormen met hare eigen
bekoorlijkheid, dan wel om deze door harmonische samensmelting te
verhoogen. Bijna dagelijks komt Miranda de lieve Virginia bezoeken;
vindt natuurlijk de laatste nog niet gereed, en brengt eenigen tijd
door voor den spiegel in het boudoir, waar zij zich nog eens bedient
uit Virginia's poederdoos, bromt over het slechte licht, en zorgvuldig
elk onderdeel van haar toilet de revue laat passeeren. Als zij ten
slotte niet volkomen tevreden is over het effect, dat zij maakt,
lucht zij hare verontwaardiging in eenige knorrige opmerkingen
over Virginia's gebrek aan punctualiteit, waaraan deze door hare
verschijning al spoedig een einde maakt. Daarop volgt een haastige
opsomming van al de dringende plichten, welke beiden nog dien zelfden
middag hebben te vervullen.
"Je moet volstrekt met mij naar de B's, en dan naar de D's."--"Dat kan
onmogelijk, beste; want ik moet om vier uur bij de C's zijn."--"Je
mag mij in geen geval in den steek laten; want ik moet mij op
vijf plaatsen te gelijk vertoonen van middag, en ik zal het nooit
klaarspelen, als je mij niet helpt."--Dat is wel een der lastigste
eigenaardigheden van het gezellig verkeer in de londensche groote
wereld, dat men, indien men alle samenkomsten zou willen bijwonen,
waar men verwacht wordt, noodzakelijk overal te gelijk zou moeten
zijn. Iemand, die zaken deed uit pure liefhebberij, verklaarde eens,
dat een werkdag eigenlijk slechts uit drie uren bestond, namelijk
van tien tot één. Maar de dames, die eveneens uit liefhebberij haar
genoegen najagen, zien haar dag ineenkrimpen tot een tweetal uren, die
tusschen vier en zes. En wat zullen ze nu eerst doen, onze vriendinnen
Miranda en Virginia, die daar, naar de allerlaatste mode uitgedost,
in de elegante, fonkelnieuwe victoria stappen, die wacht, om haar
naar de plaats harer bestemming te vervoeren?
"Bond Street", wordt den knecht toegevoegd, die het portier
sluit.--Bond Street, dat Mekka van de vrouwelijke groote wereld. Zou
er trouwens wel ééne vrouw in heel Londen zijn, die niet éénmaal in
haar leven de woorden heeft gesproken: "Laten we eens in Bond Street
gaan kijken?"--En toch denkt niemand er aan, dat Bond Street daardoor
evenveel recht heeft verworven op een beroemden naam, als Fleetstreet,
dat zijne vermaardheid gedeeltelijk heeft te danken aan het feit,
dat Dr. Johnson er gaarne zijne middagwandeling deed.
Virginia en Miranda hebben niet veel tijd noodig, om dat heerlijk
oord te bereiken, hoewel eene opeenhooping van rijtuigen op den
hoek van Bruton Street een kort oponthoud veroorzaakt. Maar op
haar weg erheen wordt plotseling hare aandacht getrokken door de
aankondiging van eene schilderijententoonstelling in Piccadilly, waar
ze eerst even afstappen, om een ietwat oppervlakkigen blik te slaan
op de kunstwerken, die prijken aan de wanden, doch daarentegen hare
onverdeelde aandacht te schenken aan de niet minder boeiende gewrochten
der natuur, die ze al rondwandelende bewonderen. Of het toeval is,
dat Miranda hier juist haar vriend Charles ontmoet? Misschien is het
beter, zich daarin niet te verdiepen, noch onbescheiden gissingen te
wagen omtrent de reden, die Virginia noopt, plotseling eene boodschap
te gaan doen aan den overkant van de straat, waar zij zegt volstrekt
eene voile te moeten koopen, hoewel zij toch anders alles van dien
aard uit Parijs bestelt. Maar aan den zachten drang der vriendschap
geeft zij gaarne gehoor, en zij luistert met voorbeeldig geduld naar
de langdradige vertoogen van den onderdanigen en belangstellenden
winkelier, die zoo laat in den middag, als er weinig klanten zijn,
al den tijd heeft, om elk item van den uitgebreiden voorraad in zijn
magazijn uitbundig aan te prijzen, en altoos eindigt met de alles
afdoende verzekering, dat dit of dat artikel "veel gedragen wordt."
Virginia koopt eene voile, die ze niet noodig heeft, bezichtigt
stalen van kant, die zij niet van plan is te bestellen, en bekijkt
zelfs met gelatenheid de nieuwste modellen van zijden blouses,
tot een opgewekt: "Wat heb ik je in lang niet gezien! Mij dunkt,
je begint dik te worden!" haar doet opschrikken. De spreekster is
een zekere Mevrouw F., wier neiging tot gezetheid ongeveer het eenige
onderwerp van hare overdenkingen en gesprekken uitmaakt, en die niet
kan nalaten, al hare vrienden en kennissen in gedachten de maat te
nemen; eene hebbelijkheid, waarmede die vrienden onbarmhartig den draak
steken. Bij de onvermoeide pogingen, door Mevrouw F. aangewend om hare
vroegere slankheid te herwinnen, is zij, om zoo te zeggen, beurtelings
gekookt en geschroeid, gewreven en geboend; bij tusschenpoozen half
verhongerd, en heeft met lijdzaamheid de meest kwellende martelingen
doorstaan. Alle apostelen van de eene of andere "schoonheidsleer"
hebben haar onder hun aanhang geteld, en hoewel zij met de jaren
langzaam maar zeker in omvang blijft toenemen, zij geeft den moed niet
op. Elke kwakzalvers-advertentie wordt door haar met ingenomenheid
begroet, en zij begunstigt al hare uitverkoren vriendinnen met intieme
mededeelingen omtrent de werking der aangeprezen middelen; terwijl zij
haar geen grooter genoegen kunnen doen, dan na dergelijke confidenties
te verzekeren, dat zij toch werkelijk eer slank is, dan het tegendeel,
en die medicijnen in het geheel niet noodig heeft.