Aan één raam boven is een aardig gezichtje geheel door glimlachjes

ingenomen. Jenny, de kamermeid, weet, dat haar beminde, trooper

Thomson, bij het regiment is en naar haar zal uitzien. En trooper

Thomson weet precies waar Jenny zal wezen; ze heeft het hem verteld,

toen ze den vorigen avond in Wellington Road afscheid namen. Thomson

is een knappe vent met een mooien knevel, dien Jenny onverbeterlijk

vindt. Misschien is hij niet precies zoo verliefd op Jenny, als zij het

is op hem, maar hij maakt haar niet jaloersch, door tegen alle andere

meiden te lachen, zooals sommigen van zijn kameraden doen. Hij kijkt

recht voor zich uit, zonder op de bewonderende blikken te letten,

die op hem worden geworpen, tot hij bij Jenny's huis komt. Dan heft

hij zijn hoofd op en lacht en knikt, en Jenny is in den zevenden

hemel van verrukking. Zij is verloofd met Thomson en denkt met hem

te trouwen. Het moet noodzakelijk een lang engagement zijn; maar

dat is niets; zij verdient een goed loon en geeft aan haar soldaat

aardige cadeautjes, pijpen en tabakzakjes en sigaren en al die soort

van dingen, en Jenny is naar het bal in de kazerne geweest en leefde

er in een sprookjesland, want haar mooie beminde in het rood danste

iederen dans met haar. En ze telt de uren, wanneer het weer haar

uitgaans-Zondag is, dat ze met haar mooien galant kan wandelen en in

het park zitten of hem op een music-hallbezoek kan trakteeren.

Wanneer ze, als ze met hem loopt, de meisjes ziet omkijken en

zijdelingsche blikken van bewondering op haar held werpen, lacht

ze eens schuw en drukt zijn arm een beetje vaster, als om volkomen

bezit uit te drukken, en ze denkt, dat ze het gelukkigste meisje in

de wereld is. Zij is een braaf meisje en ze zal een hardwerkende,

zelfopofferende vrouw worden. Laat ons hopen, dat Thomson de liefde,

die hij heeft gewonnen, op prijs stellen zal en dat Jenny nooit berouw

zal gevoelen over haar liefde voor een rood pakje.

Het is een lange wandeling door het Liefdeland, want in het Noorden

en het Zuiden, in het Oosten en het Westen vinden we de oude historie

weer. Naar het drukke theehuis, waar handige Phylissen van tafeltje tot

tafeltje dribbelen, gaat nu en dan de trouwe minnaar en ze wisselen

een paar woorden van teedere begroeting, als zij hem zijn broodje

of zijn kop thee of koffie brengt. En al de meisjes in de inrichting

weten, dat de jonge man de beminde van Phyllis is, en als hij weg is,

praten ze vol sympathie tot haar over hem en feliciteeren haar met

zijn trouw, dat hij zoo vaak naar haar toe komt. De minnaar van de

juffrouw in het buffet kan niet zoo lang blijven in de tegenwoordigheid

van zijn meisje, want de caféhouder heeft een scherp oog en moedigt

de liefde niet aan, die in den regel het meisje minder spraakzaam en

vriendelijk maakt voor de betalende gasten.

Dan zijn er nog de mode-minnaars, die naast elkaar in de Row rijden, en

de gewone minnaars uit de werkmansklasse, die een eerlijk, hardwerkend

meisje vrijen en trouwen en even trotsch op haar zijn als de niet meer

zeer jonge hertog, die de eerste schoonheid van het seizoen naar het

altaar leidt.

En dan zijn er de oude paren, die we arm in arm ontmoeten, met

gelukkige, glimlachende gezichten onder hun kroon van zilveren haren,

mannen en vrouwen, die elkanders lief en leed van der jeugd af hebben

gedeeld en die nu op den avond van hun welbesteden levensdag nog

geliefden zijn.

En Londen is een plaats, waar verbazend veel getrouwd wordt; in zoo

ver is het een heel andere plek dan de hemel, dat er nergens zooveel

ten huwelijk gegeven en ten huwelijk genomen wordt, als in Engelands

hoofdstad. De huwelijksstatistieken wijzen uit, dat bij alle andere

groote steden in de wereld vergeleken, Londen het gunstigst of, uit

het oogpunt van den tegenstander van het huwelijk, het ongunstigst

staat aangeschreven. Zelfs in de hoofdstad van het land der Sterren

en Strepen zijn het aantal en de verscheidenheid der huwelijken

niet grooter dan in Londen. In geen enkele europeesche stad kan een

huwelijk met zoo weinig kosten worden voltrokken en met zoo weinig

omslag als in Londen, en aan de andere zijde met meer pracht en

staatsie en tegen grootere financiëele offers.

Elke soort van trouwpartij oefent een wondere bekoring op de menigte

in Londen, onverschillig of het geldt een huwelijk in den klassieken

tempel van Hymen, St. George's Hanover Square of een in de nu deftiger

St. Paul's, Knightsbridge; alsook in de prozaïsche omgeving, waarin

het burgerlijk huwelijk wordt voltrokken, altijd zijn er kijkers in

overvloed. Een werkelijk groot huwelijk, een, waarbij de partijen

bekend zijn in de staatkundige of maatschappelijke wereld, brengt

duizenden nieuwsgierigen samen, en geduldig zullen ze uren staan

buiten de kerk, waar de plechtigheid zal plaats hebben, om straks

even een oog te mogen slaan op de blozende bruid en den ridderlijken

bruidegom; en weinig mannen en vrouwen, die naar hun dagelijksch werk

of naar een plaats van uitspanning op weg zijn, gaan verder, zonder

even stil te staan, als ook maar een eenvoudige bruiloft passeert.

Zooals wij zeiden, is thans St. Paul's, Knightsbridge, de deftigste

kerk; maar die voorname dames, die door gevoel en traditie meer

tot de 19de dan tot de 20ste eeuw behooren, geven nog de voorkeur

aan St. George's, Hanover Square, en geen andere kerk in Londen kan

een zoo interessant huwelijksregister vertoonen, want daar hadden

de meeste der aanzienlijkste huwelijken uit de periode van koningin

Victoria plaats. In St. Paul's werd voor het eerst toestemming gegeven

tot de repetities, die nu aan sommige huwelijken in de groote wereld

voorafgaan. Velen van diegenen, die de rustige manier bewonderen,

waarop niet enkel bruid en bruidegom, maar de geheele bruidspartij

de niet weinig ingewikkelde plechtigheid uitvoeren, weten niet,

dat elke stap der handeling, met uitzondering van de eigenlijke

huwelijksvoltrekking, zorgvuldig gerepeteerd is door het geheele

gezelschap.

In de laatste jaren hebben bloemen een steeds grooter aandeel

gekregen aan de huwelijken in de groote wereld; sommen, die afwisselen

tusschen honderd en duizend pond sterling worden uitgegeven voor de

versiering met bloemen van de kerk en het huis, waar de receptie

wordt gegeven. Het wordt ook gewoonte, dat bruid en bruidegom een

stuk zilverwerk cadeau geven aan de kerk, waar ze trouwen. Nog niet

lang geleden was het gebruik, dat er gedurende de plechtigheid een

vrij uitvoerig muziekprogramma werd uitgevoerd, maar dat was in de

dagen toen deftige huwelijken nog in den morgen werden voltrokken;

tegenwoordig is de eigenlijke dienst zoo kort mogelijk.

Bij militaire huwelijken is een aantrekkelijkheid de aanwezigheid

in volle uniform van officieren en leden van des bruidegoms

regiment. Lange, welgeproportionneerde officieren worden dan gekozen,

om langs de zijden in de kerk te staan, en hun vuurroode uniformen

zijn een schitterende achtergrond voor den bruidsstoet.

In scherpe tegenstelling tot een huwelijk in het West End van Londen

is de plechtigheid, die ten oosten van St. Paul wordt voltrokken in

de armere wijken van de groote stad. Zulk een huwelijksvoltrekking

van vele paren te zamen geeft een goed denkbeeld van het leven in de

armoedige sloppen. Er waren vroeger predikanten, die er zich op lieten

voorstaan, dat ze zoo snel veel paren in den echt konden verbinden. Dat

deed bijvoorbeeld de bekende Alexander Keith, dominee van St. George's

Chapel, Hyde Park Corner. Bij een bepaalde gelegenheid in Maart 1754

trouwde hij zestig paren, een dagrecord, waarvoor zelfs verbleekt

dat van den Reverend Arthur W. Jephson van St. John's, Walworth,

die toch in den loop van zijn ambtsvervulling meer dan 8000 paren

heeft vereenigd. De heer Jephson is een hardwerkend predikant en

het is zijn ongeluk, niet zijn schuld, dat hij soms niet minder dan

vier-en-veertig paren heeft getrouwd met precies dezelfde preek.

Tegenwoordig wordt het trouwen bij groepen minder gedaan, omdat

de geestelijken ertegen zijn; maar er was een tijd, toen de

stuivershuwelijken, waarbij elk der contracteerende partijen die

bescheiden som had te betalen voor het voorrecht, het huwelijksjuk te

mogen torsen, druk werden aangemoedigd. Het stuivershuwelijk behoort

tot het verleden; zes shillings is nu de laagste prijs, en er worden

nog een massa huwelijken van dien aard gesloten, vooral met Kerstmis,

Paschen en Pinksteren en op Bank Holiday in Augustus.

Minder interessant, omdat ze minder schilderachtig zijn, maar uit het

oogpunt van talrijkheid niet minder belangrijk, zijn de londensche

huwelijken, die voor den ambtenaar worden gesloten. Een toenemend

aantal menschen, die erop gesteld zijn alles rustig en zonder opzien

te doen plaats hebben, en ook begeerig, zich de onkosten te besparen,

die met het kerkelijk trouwen samengaan, worden nu door den ambtenaar

in het Registrar's Office getrouwd. Op die kantoren kan men u verhalen

doen van tallooze pathetische en grappige tooneelen, die er zijn

afgespeeld. Daarbij heeft de ambtenaar het voorrecht, zijn klanten

veel meer op hun gemak te zien dan ze tegenover een geestelijke

zouden durven te zijn. De bruidegom uit de lagere klassen weet wel,

dat als hij tegenover den ambtenaar staat, hij te doen heeft met een

betaald persoon, die door den staat bezoldigd wordt en het hindert,

naar zijn idee, niet, als hij moeite geeft of last.

Het gebeurt niet zelden, dat een jong werkman om inlichtingen komt

en, nadat alle formaliteiten hebben plaats gehad, behalve die van

het betalen, er toevallig bijvoegt, dat hij nog niet weet, of hij

de toestemming zal krijgen van zijn toekomstige bruid, daar hij

haar de gewichtige vraag nog niet heeft gedaan! Zoo komt ook soms

de uitverkoren bruid de verlangde stukken brengen en heeft het geld

klaar, maar op het laatste oogenblik komt haar bruidegom en ze kan

hem niet overhalen, zijn aandeel in het contract te dragen.

De vorm van het huwelijk, bij de Kwakers in gebruik, is bij uitstek

eenvoudig; er is geen dienstdoend predikant, want de partijen

trouwen feitelijk zichzelven door eenige woorden uit te spreken,

die schoon en ernstig klinken en een symbool kunnen zijn van al wat

de huwelijksplechtigheid inhoudt.

Het Leger des Heils heeft altijd veel gehecht aan de trouwplechtigheid,

en een huwelijk wordt gewoonlijk de aanleiding tot een groot

vertoon. De eigenlijke voltrekking duurt lang en heeft met veel

omslag plaats, want er zijn zeven huwelijksartikelen, die aan de

contracteerende partijen moeten worden voorgelezen, vóór bruid en

bruidegom de hen verbindende woorden spreken. In elk dier artikelen

wordt melding gemaakt van het Heilsleger, en beide, bruid en bruidegom

beloven plechtig, nooit tusschenbeide te komen in het werk, dat de

ander voor het Leger doet of iets anders te doen dan hem of haar te

helpen bij dat werk. De voltrekker van de verbintenis is gewoonlijk

de commandeerende officier van het regiment, waar de partijen toe

behooren. Geen grapjes, als het werpen van rijst of iets anders,

is bij een huwelijk in het Heilsleger geoorloofd.

Elke godsdienstige vereeniging heeft natuurlijk haar eigen vormen en

plechtigheden voor het huwelijk. Misschien zijn het schilderachtigst

en het meest individueel die, welke plaats hebben bij een joodsche

bruiloft. De dienst bij een huwelijk in de joodsche kerk verschilt in

menig opzicht van dien der Kerk van Engeland. Hij omvat het voorlezen

van het huwelijkscontract of de Kethubah, waar de mooie woorden in

voorkomen: "Ik wil voor u werken, u eeren, u steunen en voor u zorgen,

naar het gebruik onder joodsche mannen, die voor hun vrouwen werken,

ze eeren, steunen en voor haar zorgen". Het costuum van de joodsche

bruid is gelijk aan dat van haar christelijke zuster; maar de bruidegom

draagt gedurende de gansche plechtigheid zijn hoed, daar de jood geen

gebed uitspreekt met ongedekten hoofde. Tijdens de plechtigheid staan

de beide partijen onder den troonhemel, die Tsjoepah wordt genoemd,

en die troonhemel is soms prachtig versierd met witte bloemen.

De formule, die in woorden wordt vervat, is zeer kort bij

Roomsch-Katholieke huwelijken, en in geval van een gemengd

huwelijk, dus als een van de partijen protestantsch is, wordt de

dienst teruggebracht tot de kortste en vlugst afgeloopen vormen,

en er wordt geen muziek gemaakt. Aan den anderen kant is een groot

Roomsch-Katholiek huwelijk in een hoofdkerk zeer indrukwekkend,

en gaat met meer vormelijkheden en ceremoniën gepaard, terwijl het

ook veel langer duurt dan een dergelijke plechtigheid in St. Paul's,

Knightsbridge. Een der schilderachtigste Roomsch-Katholieke huwelijken,

dat ooit in Londen plaats had, was het huwelijk per bicycle, dat

gevierd werd in Notre Dame de France, Leicester Square. Het gelukkige

paar reed naar de kerk van een naburige restauratie op een tandem, die

bekoorlijk versierd was met oranjebloesem en wit satijnen linten. Zij

werden gevolgd door hun vrienden, gezeten op zestien enkele fietsen en

twaalf tandems, en het behoeft nauwelijks gezegd, door een onmetelijke

schare toeschouwers. De bruid droeg de ouderwetsche, wit satijnen

trouwjapon met tulen sluier, en de bruidegom een rok en hoogen hoed.

Zonder twijfel krijgen wij in den loop van deze eeuw

auto-trouwpartijen, en er zullen wel onder ons zijn, die huwelijken

per luchtballon beleven. Maar hoe ook de sluiting van het huwelijk

plaats hebbe, er is groote kans, dat binnen niet al te langen tijd

op de plechtigheid van het trouwen die van het doopen volgt, en ook

deze heeft op allerlei verschillende manieren in de groote wereldstad

plaats.

De Chapel Royal, St. James's aanschouwt menige deftige dooppartij,

en dat doet ook All Saint's Church, Knightsbridge. De meest geliefde

tijd is kort na den lunch. De gasten gaan dan naar het huis terug,

om thee te drinken, bij welke gezellige en onvormelijke bijeenkomst

een mooie en lekkere koek wordt opgedischt, waarop in groote letters

Baby's naam en geboortedatum zijn te zien, en waarvan een gevoelige

mama wel eens een snede bewaart, om er haar lieveling in later jaren

van te laten proeven.

De plechtigheid in de kerk is niet lang en niet erg treffend. De

familie en de vrienden groepeeren zich rondom het doopbekken. De

peettante geeft de baby, als het tijd is, aan den dienstdoenden

geestelijke--een vreeselijk oogenblik voor den jongen curate--en de

peetoom geeft antwoord op de vraag naar den naam van het kind. De

dominee sprenkelt een paar droppels water op het gezichtje uit een

op zilveren voet staande gebeeldhouwde schelp.

De rijtuigen brengen het doopgezelschap terug naar het huis, of als ze

uiteengaan, zullen ze elkaar waarschijnlijk terugzien aan een groot

diner, gegeven ter eere van den zoon en erfgenaam. Baby is sierlijk

uitgedost voor de gelegenheid, en Baby's cadeaux worden vertoond,

terwijl de Nurse, één en al glimlach, geen extra'tje versmaadt,

dat bescheiden in haar hand glijdt.

Wat de dooppresenten aangaat, een zilveren kroesje is niet langer

het eenige, dat zich voordoet; rijke peten schenken een flinke som

geld of maken de bepaling, dat het kind een sommetje als zakgeld zal

ontvangen op elken verjaardag tot den 21sten. Een aardig doopcadeau

is een gouden medaillonnetje met het teeken van den dierenriem,

waaronder het kindje is geboren. Dat draagt het engeltje altijd om

den hals aan een fijn kettinkje, en het moet geluk aanbrengen.

Er is geen trompetgeschal, als een kindje uit een slop in den boezem

der kerk wordt opgenomen. Hij komt aan, opgerold in een oude shawl

en met een geleend doopkleed. In sommige gemeenten, als Poplar en

Westminster, zijn er avondbijeenkomsten voor doopen, omdat de werkers

anders geen tijd hebben. Loop er eens binnen op een Woensdagavond

omstreeks half acht; dan treft ge misschien een predikant, twee vrouwen

en een baby, die om het doopvont staan in een stille, flauw verlichte

kerk. Peten? Wel, Albert Edward heeft ten minste een peettante; maar

zijn peetooms zijn afwezig, en daar hij een wijs kind is, slaapt hij

rustig door de heele plechtigheid heen.

Zondagnamiddag is zeer in de mode voor doopen in bevolkte wijken. Dan

wachten den dienstdoenden dominee soms een half dozijn baby's,

zoo fraai uitgedost als de trotsche moeders kunnen bijbrengen. Een,

die geen aardigheid aan de plechtigheid heeft, begint te schreien,

de anderen volgen, en des dominee's stem gaat onder in een koor

van geween. Arme stumpertjes, ze voelen denkelijk de hardheid des

levens vooruit.

Een lange schotsche predikant treedt ginds een huis binnen, om er

een baby te doopen, en de familie en vrienden zitten er al voor

in het salon. Ze staan op, als hij binnenkomt in zijn gewone jas,

en de korte, eenvoudige plechtigheid begint. Een wit tafellaken is

op de tafel uitgespreid, en een familiebowl, een oud zilveren stuk,

dient voor heiliger doel dan dat, waar hij oorspronkelijk voor was

bestemd. Een moeilijk oogenblik komt voor den vader, als hij staande,

terwijl de anderen zitten, een plechtig aanspraakje van den predikant

moet aanhooren, waarin hem zijn plichten ten opzichte van het kind

worden voorgehouden. Dan legt de moeder Baby in de armen van haar

echtgenoot, en hij houdt het den dominee voor.

En om nu nog even naar den top van de ladder terug te keeren, baby's

mogen allen gelijk wezen, zooals een ketterij van mannen beweert, hun

doopen is niet gelijk, zooals wij hebben gezien, en zoo is de baby in

de hoogstgeplaatste kringen ook niet altijd stil, als dat van hem wordt

verlangd. Hij wordt gedragen door een nurse in het wit. Zij draagt het

vorstelijk kind, terwijl voor haar uit een gepoederde lakei gaat. Als

ze bij de deur van de zaal zijn gekomen, voor de plechtigheid bestemd,

is daar reeds een doorluchtig gezelschap bijeen; een dame, die dienst

heeft, neemt het kostbare kindje over en de doopdienst begint. Dan

biedt zij baby aan de koningin aan, eerste peettante, en Haar

Majesteit reikt het kindje op het voorgeschreven moment over aan den

aartsbisschop van Canterbury. De vorstentelg wordt gedoopt met water

uit de Jordaan, terwijl de doopvont een gouden bowl is van sierlijken

vorm en prachtig bewerkt, welke schaal gebruikt wordt voor alle

koninklijke kinderen, geboren in het Vereenigd Koninkrijk. Daaromheen

staan de peten gegroepeerd naar hun rang. Onnoodig te zeggen, dat de

held van den dag altijd gekleed is in de fijnste stoffen, niets is te

goed voor hem; maar alles is wit gehouden. Echte kant speelt er een

hoofdrol bij. In enkele aanzienlijke familiën wordt een historisch

geworden doopkleed gebruikt en altijd met de grootste zorg bewaard.

Het hedendaagsche Londen.

Enkele plichten en genoegens der "upper ten".

Hoe zullen wij onzen namiddag zoek brengen? Dit is een probleem,

't welk londensche schoonen gaarne met vereende krachten pogen op te

lossen; d.w.z. zij zoeken daarbij het gezelschap eener uitverkoren

vriendin; minder om eene tegenstelling te vormen met hare eigen

bekoorlijkheid, dan wel om deze door harmonische samensmelting te

verhoogen. Bijna dagelijks komt Miranda de lieve Virginia bezoeken;

vindt natuurlijk de laatste nog niet gereed, en brengt eenigen tijd

door voor den spiegel in het boudoir, waar zij zich nog eens bedient

uit Virginia's poederdoos, bromt over het slechte licht, en zorgvuldig

elk onderdeel van haar toilet de revue laat passeeren. Als zij ten

slotte niet volkomen tevreden is over het effect, dat zij maakt,

lucht zij hare verontwaardiging in eenige knorrige opmerkingen

over Virginia's gebrek aan punctualiteit, waaraan deze door hare

verschijning al spoedig een einde maakt. Daarop volgt een haastige

opsomming van al de dringende plichten, welke beiden nog dien zelfden

middag hebben te vervullen.

"Je moet volstrekt met mij naar de B's, en dan naar de D's."--"Dat kan

onmogelijk, beste; want ik moet om vier uur bij de C's zijn."--"Je

mag mij in geen geval in den steek laten; want ik moet mij op

vijf plaatsen te gelijk vertoonen van middag, en ik zal het nooit

klaarspelen, als je mij niet helpt."--Dat is wel een der lastigste

eigenaardigheden van het gezellig verkeer in de londensche groote

wereld, dat men, indien men alle samenkomsten zou willen bijwonen,

waar men verwacht wordt, noodzakelijk overal te gelijk zou moeten

zijn. Iemand, die zaken deed uit pure liefhebberij, verklaarde eens,

dat een werkdag eigenlijk slechts uit drie uren bestond, namelijk

van tien tot één. Maar de dames, die eveneens uit liefhebberij haar

genoegen najagen, zien haar dag ineenkrimpen tot een tweetal uren, die

tusschen vier en zes. En wat zullen ze nu eerst doen, onze vriendinnen

Miranda en Virginia, die daar, naar de allerlaatste mode uitgedost,

in de elegante, fonkelnieuwe victoria stappen, die wacht, om haar

naar de plaats harer bestemming te vervoeren?

"Bond Street", wordt den knecht toegevoegd, die het portier

sluit.--Bond Street, dat Mekka van de vrouwelijke groote wereld. Zou

er trouwens wel ééne vrouw in heel Londen zijn, die niet éénmaal in

haar leven de woorden heeft gesproken: "Laten we eens in Bond Street

gaan kijken?"--En toch denkt niemand er aan, dat Bond Street daardoor

evenveel recht heeft verworven op een beroemden naam, als Fleetstreet,

dat zijne vermaardheid gedeeltelijk heeft te danken aan het feit,

dat Dr. Johnson er gaarne zijne middagwandeling deed.

Virginia en Miranda hebben niet veel tijd noodig, om dat heerlijk

oord te bereiken, hoewel eene opeenhooping van rijtuigen op den

hoek van Bruton Street een kort oponthoud veroorzaakt. Maar op

haar weg erheen wordt plotseling hare aandacht getrokken door de

aankondiging van eene schilderijententoonstelling in Piccadilly, waar

ze eerst even afstappen, om een ietwat oppervlakkigen blik te slaan

op de kunstwerken, die prijken aan de wanden, doch daarentegen hare

onverdeelde aandacht te schenken aan de niet minder boeiende gewrochten

der natuur, die ze al rondwandelende bewonderen. Of het toeval is,

dat Miranda hier juist haar vriend Charles ontmoet? Misschien is het

beter, zich daarin niet te verdiepen, noch onbescheiden gissingen te

wagen omtrent de reden, die Virginia noopt, plotseling eene boodschap

te gaan doen aan den overkant van de straat, waar zij zegt volstrekt

eene voile te moeten koopen, hoewel zij toch anders alles van dien

aard uit Parijs bestelt. Maar aan den zachten drang der vriendschap

geeft zij gaarne gehoor, en zij luistert met voorbeeldig geduld naar

de langdradige vertoogen van den onderdanigen en belangstellenden

winkelier, die zoo laat in den middag, als er weinig klanten zijn,

al den tijd heeft, om elk item van den uitgebreiden voorraad in zijn

magazijn uitbundig aan te prijzen, en altoos eindigt met de alles

afdoende verzekering, dat dit of dat artikel "veel gedragen wordt."

Virginia koopt eene voile, die ze niet noodig heeft, bezichtigt

stalen van kant, die zij niet van plan is te bestellen, en bekijkt

zelfs met gelatenheid de nieuwste modellen van zijden blouses,

tot een opgewekt: "Wat heb ik je in lang niet gezien! Mij dunkt,

je begint dik te worden!" haar doet opschrikken. De spreekster is

een zekere Mevrouw F., wier neiging tot gezetheid ongeveer het eenige

onderwerp van hare overdenkingen en gesprekken uitmaakt, en die niet

kan nalaten, al hare vrienden en kennissen in gedachten de maat te

nemen; eene hebbelijkheid, waarmede die vrienden onbarmhartig den draak

steken. Bij de onvermoeide pogingen, door Mevrouw F. aangewend om hare

vroegere slankheid te herwinnen, is zij, om zoo te zeggen, beurtelings

gekookt en geschroeid, gewreven en geboend; bij tusschenpoozen half

verhongerd, en heeft met lijdzaamheid de meest kwellende martelingen

doorstaan. Alle apostelen van de eene of andere "schoonheidsleer"

hebben haar onder hun aanhang geteld, en hoewel zij met de jaren

langzaam maar zeker in omvang blijft toenemen, zij geeft den moed niet

op. Elke kwakzalvers-advertentie wordt door haar met ingenomenheid

begroet, en zij begunstigt al hare uitverkoren vriendinnen met intieme

mededeelingen omtrent de werking der aangeprezen middelen; terwijl zij

haar geen grooter genoegen kunnen doen, dan na dergelijke confidenties

te verzekeren, dat zij toch werkelijk eer slank is, dan het tegendeel,

en die medicijnen in het geheel niet noodig heeft.

Het hedendaagsche Londen De Aarde en haar Volken, 1907 · 第 2 / 4 段