14. Den Oever.

Dit dorpje, dat thans 75 huizen telt, die door 400 menschen bewoond

worden, is omtrent 3/4 uurs afstand van Hypolitushoef verwijderd. De

bevolking, welke zich ook op veeteelt en landbouw toelegt, erlangt

grootendeels het dagelijksch onderhoud, in het visschen van zeewier. De

welvaartszon van den Oever is echter, sedert de opkomst en den bloei

van het Nieuwediep en den Helder, zeer getaand, zoo dat het van zijne

voormalige welvaart veel heeft verloren. Omstreeks vijftig jaren

geleden, verschafte de vaart op Amsterdam en elders, vele handen

werk, en vele monden 't brood; ja, de bewoners genoten zelfs eenen

rijken overvloed, toen zij door het ligten en boegseren der schepen,

welke naar 's Rijks Hoofdstad bestemd waren, groote verdiensten

hadden. In dien tijd lag er eene niet onbeduidende vloot van kaag-

en ligterschepen op de reede van den Oever, en nu geen enkele

meer. De overheersching der Franschen, en de openstelling van het

Noord-Hollandsche kanaal, wees den handelsweg eene andere rigting aan,

en ontnam, aan een groot gedeelte van Wieringens bewoners een rijk

middel van bestaan.

Het Hervormde gedeelte van de bewoners van dit dorpje, bedraagt thans

ongeveer 300 zielen, welke behooren tot de Gemeente Oosterland-Stroe-

en den Oever. De stichting van hun houten kerkje schijnt niet van

zeer vroege dagteekening te zijn. Het strekt ook tot bewaarplaats

van de met zoo veel kunst bewerkte kettingpompen, die zoo bijzonder

geschikt zijn, om gezonkene schepen te ligten. Vroeger bragten zij

belangrijke voordeelen aan, en nog ten huidige dage wordt, ofschoon

schaars, daarvan gebruik gemaakt.

De Doopsgezinden van den Oever, welke hier 50 in getal zijn, behooren

tot de Gemeente van Hypolitushoef en het Stroe. Deze gemeente telt

250 zielen, en heeft slechts ééne kerk, welke te Hypolitushoef

staat. Jacob pieterszoon was de eerste, die bij deze Gemeente het

leeraarsambt heeft waargenomen. Hij overleed ten jare 1710.--

Het Roomsch Katholijke gedeelte van den Oever's bevolking is zeer

gering, en behoort tot de Statie van Wieringen.--

De volksschool, welke met die van Oosterland verbonden is, wordt bij

afwisseling om de drie maanden door éénen onderwijzer waargenomen,

welke alsdan gemiddeld 80 leerlingen aan zijne zorg en leiding ziet

toevertrouwd.

Aan den noordoosthoek van het Eiland, bij het dorp den Oever, vindt

men een kapitaal steenen hoofd, lang 99 el, gemiddeld hoog 2,80

el boven volzee, en verder langs de noordzijde nog 23 paalhoofden,

lang 15,30 tot 60 ellen.--

Den Hoorn-dijk langs gaande, gaan wij over op den Oosterlander-weg,

die ons brengt in den

Het Eiland Wieringen en Zijne Bewoners · 第 33 / 44 题