Dit dorpje, dat thans 75 huizen telt, die door 400 menschen bewoond
worden, is omtrent 3/4 uurs afstand van Hypolitushoef verwijderd. De
bevolking, welke zich ook op veeteelt en landbouw toelegt, erlangt
grootendeels het dagelijksch onderhoud, in het visschen van zeewier. De
welvaartszon van den Oever is echter, sedert de opkomst en den bloei
van het Nieuwediep en den Helder, zeer getaand, zoo dat het van zijne
voormalige welvaart veel heeft verloren. Omstreeks vijftig jaren
geleden, verschafte de vaart op Amsterdam en elders, vele handen
werk, en vele monden 't brood; ja, de bewoners genoten zelfs eenen
rijken overvloed, toen zij door het ligten en boegseren der schepen,
welke naar 's Rijks Hoofdstad bestemd waren, groote verdiensten
hadden. In dien tijd lag er eene niet onbeduidende vloot van kaag-
en ligterschepen op de reede van den Oever, en nu geen enkele
meer. De overheersching der Franschen, en de openstelling van het
Noord-Hollandsche kanaal, wees den handelsweg eene andere rigting aan,
en ontnam, aan een groot gedeelte van Wieringens bewoners een rijk
middel van bestaan.
Het Hervormde gedeelte van de bewoners van dit dorpje, bedraagt thans
ongeveer 300 zielen, welke behooren tot de Gemeente Oosterland-Stroe-
en den Oever. De stichting van hun houten kerkje schijnt niet van
zeer vroege dagteekening te zijn. Het strekt ook tot bewaarplaats
van de met zoo veel kunst bewerkte kettingpompen, die zoo bijzonder
geschikt zijn, om gezonkene schepen te ligten. Vroeger bragten zij
belangrijke voordeelen aan, en nog ten huidige dage wordt, ofschoon
schaars, daarvan gebruik gemaakt.
De Doopsgezinden van den Oever, welke hier 50 in getal zijn, behooren
tot de Gemeente van Hypolitushoef en het Stroe. Deze gemeente telt
250 zielen, en heeft slechts ééne kerk, welke te Hypolitushoef
staat. Jacob pieterszoon was de eerste, die bij deze Gemeente het
leeraarsambt heeft waargenomen. Hij overleed ten jare 1710.--
Het Roomsch Katholijke gedeelte van den Oever's bevolking is zeer
gering, en behoort tot de Statie van Wieringen.--
De volksschool, welke met die van Oosterland verbonden is, wordt bij
afwisseling om de drie maanden door éénen onderwijzer waargenomen,
welke alsdan gemiddeld 80 leerlingen aan zijne zorg en leiding ziet
toevertrouwd.
Aan den noordoosthoek van het Eiland, bij het dorp den Oever, vindt
men een kapitaal steenen hoofd, lang 99 el, gemiddeld hoog 2,80
el boven volzee, en verder langs de noordzijde nog 23 paalhoofden,
lang 15,30 tot 60 ellen.--
Den Hoorn-dijk langs gaande, gaan wij over op den Oosterlander-weg,
die ons brengt in den