"Geef hier," zeide Poppleton, het papiertje uit Neds hand rukkend. "Het
schrift is niet verdraaid maar mij geheel onbekend. Ongetwijfeld
een complot."
"Wat zijt gij van plan te doen, kapitein?"
"Onmiddellijk rapport maken aan den gouverneur."
"Het is zeker de voorgeschreven weg, maar zal even zeker aanleiding
geven tot nog grooter botsingen tusschen Napoleon en sir Hudson
Lowe. Zou het niet verstandiger zijn den keizer elke poging tot
vluchten te beletten?"
"Ja, dat zou het."
"Well! zet een wacht voor Bonaparte's deur, of beter nog, één aan
weerszijden van het huis en geef bevel ieder neer te schieten, die
het gebouw verlaat."
"Ik zal hem terstond mededeelen, dat wij verplicht zijn dezen maatregel
te nemen. En dan hield hij zich nogal ziek! Om te lachen! Soldaten
hebben wij genoeg. Dagelijks trekt een heele compagnie uit."
"Zet gij de wachten uit tusschen licht en donker?"
"Me dunkt niet vroeger."
"Precies mijn meening. Laten wij tot dien tijd het geheim
bewaren. Mogelijk komt er nog een derde signaal."
"Dat geen onheil kan stichten. Wij weten nu dat er een samenzweering
bestaat en de keizer, streng bewaakt, kan zijn paleis niet verlaten."
"Neen, hij blijft gevangen. Gaarne stel ik mij voor deze zaak ter
uwer beschikking om.... nu ja, om den plannenmaker te overrompelen en
hierheen te brengen. Het zal niet gemakkelijk gaan, maar wij kunnen
het beproeven. Mijn pistolen heb ik bij mij."
"Dat zou prachtig zijn," juichte Poppleton.
"Van Longwood mogen in geen geval signalen worden gegeven. Zoodra de
schemering invalt, worden alle deuren en vensters gesloten en het
licht mag men niet verwijderen van de tafel waarop het staat. De
mededeeling, dat de wacht bevel heeft onmiddellijk te vuren, moet
kracht aan uwe bevelen bijzetten."
"'t Zal geschieden. Ik houd den "ouden Nap" voortdurend gezelschap. En
wie het waagt, ondanks de strenge orders licht aan te steken, wordt
doodgeschoten."
"Wilt gij mij een handvol soldaten toevertrouwen, kapitein?"
"Natuurlijk, Mylord! Stipt twee uur voor middernacht zullen zij op
de door u aangewezen plaats zijn."
"Dan wacht ik ze bij de monding der Prosperious-baai in het
Nymphen-dal."
"All right."
"Verzwijg ook voor Balkombe onze afspraak, kapitein. Ik zie hem daar
komen. Welke reden zullen wij voor mijn verblijf hier opgeven?"
"Gemakkelijk genoeg! Gij hebt mijne uitnoodiging aangenomen om een
wacht op Longwood mede te maken."
"Best. Afgesproken."