De bewaking van zijn gevangenen gaf Gerald weinig moeite, zoodat hij

al den tijd had, om na te denken over hetgeen hij begonnen was. In

zijn ijver om de Patagoniërs van een wissen ondergang te redden, had

hij wel wat overijld een plan gevormd en nu de uitvoering zoo nabij

was, kwamen de bezwaren van kapitein Brookes zich met groote kracht

aan hem opdringen.

De Z.Z.-stralen konden wel eens op grooteren afstand werken, dan de

uitvinder veronderstelde; de straal van haar gebied kon wel eens

grooter zijn, dan de wijzer op het bord aangaf, de afstand en de

ligging van de rots ten opzichte van de Olijftak konden wel eens niet

zuiver zijn bepaald; -- en wat dan?

Tregarthen keek op zijn horloge. Het was een kwartier vóór elven.

"Smith!" riep hij, zich richtend tot één van de onderofficieren.

"Sir?"

"Gelast den mannen hun bandelieren af te doen en de magazijnen van

hun geweren leeg te maken en stop de patronen in den grond bij dien

boom daar."

Zonder eenige toelichting te vragen bij dit oogenschijnlijk zoo

zonderlinge bevel, bracht Smith het aan zijn mannen over: aan blinde

gehoorzaamheid waren ze op de Olijftak gewoon.

Nu had Gerald alle voorzorgen genomen, die te bedenken waren en kalm

wachtte hij den loop der dingen af.

Langzaam kropen de minuten om en de spanning van den bewakingstroep

werd bij ieder seconde grooter; ook de Patagoniërs schenen te

gevoelen, dat er iets bijzonders zou gaan gebeuren.

Met zijn uurwerk in de hand wachtte Gerald en toen de groote wijzer

één minuut voor de twaalf stond, riep hij: "let op!" en strekte den

arm in de richting van de rots.

Wel verstonden de Patagoniërs den uitroep niet, maar ze volgden met

de oogen de aangeduide richting. Een benauwende, doodelijke stilte

hing in de lucht.

Precies om twaalf uur deed een vreeselijke ontploffing den harden

bodem schudden en de rots ging schuil in een zware wolk van damp en

rook. Toen die wolk was opgetrokken, was de rots geheel verdwenen:

alleen wees een hoop steenklompen de plaats aan, waar ze gestaan had.

De uitwerking op de inboorlingen was niet te beschrijven. In

doodsangst wentelden ze zich stuiptrekkend over den grond, gillend en

kermend op een erbarmelijke manier.

Hun ontzetting was zoo groot, omdat juist déze rots voor hun oogen

vernietigd werd. Daar was, zooals ze geloofden, de verblijfplaats van

hun krijgsgod, die hen beschermde bij hun verraderlijke aanvallen op

de bemanningen van vreedzame koopvaarders of visschersvaartuigen, die

hier een schuilplaats zochten tegen zwaar weer. En nu bleken die

blanke mannen op hun drijvend dorp sterker dan hun machtige

oorlogsgod; dit maakte, dat hun vrees groeide tot wanhoop.

Om half één, precies op den afgesproken tijd, landde kapitein

Brookes. Door middel van gebaren werd den Patagoniërs duidelijk

gemaakt, dat men hun leven zou sparen, op voorwaarde, dat ze zich in

de toekomst zouden onthouden van elke vijandelijke daad tegenover de

bemanning van schepen, die Desolation Inlet aandeden. Ze schenen te

begrijpen, wat van hen gevergd werd en gaven ook door teekens te

kennen, dat ze de bevelen van hun overwinnaars getrouw zouden volgen.

"Laat ze nu heengaan," beval kapitein Brookes en zich toen tot Gerald

richtend, zei hij: "Dat is prachtig gegaan. De Z.Z.-stralen hebben

uitstekend de proef doorstaan en we kunnen er voortaan met alle

gerustheid gebruik van maken, daar we zeker zijn omtrent de

uitwerking. Dat is een groote gerustheid, want we zullen ze spoedig

noodig hebben. Zoo even ontving ik een draadloos bericht, dat onze

tegenwoordigheid in de Middellandsche Zee noodzakelijk maakt. Ik ken

nog geen nadere bijzonderheden en kan dus niets verder zeggen, maar

één ding weet ik wel en dat is, dat onze avonturen van de laatste

maanden kinderspel zullen blijken bij hetgeen we daar zullen

beleven."

HOOFDSTUK XIX.

IN DE MIDDELLANDSCHE ZEE.

Een week later kliefde de Olijftak de golven van het noordelijk deel

van den Atlantischen Oceaan. Haar uiterlijk voorkomen was veel

veranderd sedert ze Desolation Inlet had verlaten, want alle sporen

van haar ontmoeting met de Engelsche kruisers waren verdwenen. Alle

schade, door de granaten aangericht, was hersteld, alleen het

automatische stuurtoestel had men niet weer in orde kunnen krijgen en

daarom stonden nu voortdurend een kwartiermeester en twee matrozen

aan het groote stuurrad, terwijl vroeger een uitkijkpost voldoende

was, wanneer het schip, als een bezield wezen, een vasten koers

volgde.

Omstreeks dezen tijd was het bestaan van de tot nu toe zoo

geheimzinnige Olijftak algemeen bekend en de voornaamste Europeesche

staten hadden wel ingezien, dat men voortaan met haar strijdkracht

zou moeten rekenen. Het rapport van Gerald aan de Britsche

Admiraliteit had een zeer gunstig gevolg gehad, waarvan kapitein

Brookes en zijn officieren niets wisten. Aan de talrijke schepen, die

de Engelsche vlag over alle zeeën voeren, waren code-telegrammen

gezonden, die het bevel inhielden de Olijftak ongemoeid te laten,

zoolang deze zich onthield van vijandelijkheden tegen Britsche

vaartuigen. De wijze, waarop kapitein Brookes was opgetreden bij

Talcahuano, was zeker ook van grooten invloed geweest op deze

vriendschappelijke gezindheid.

Aan boord van de Olijftak was, zooals we zeiden, van deze gunstige

wending niets bekend en de kapitein deed al het mogelijke, om een

ontmoeting met Engelsche schepen te vermijden. Zeer moeilijk zou dit

gaan bij het doorvaren van de Straat van Gibraltar. Een andere weg om

in de Middellandsche Zee te komen was er niet, want aan het

Suez-kanaal kon in geen geval gedacht worden en daarom zag kapitein

Brookes zich genoodzaakt zeer bijzondere voorzorgen te nemen. Hij had

vernomen, dat een groot deel van de Russische, vrijwillige vloot den

tocht zou maken van Libau naar Sebastopol en nu besloot de kapitein

zijn schip het voorkomen te geven van een Russisch oorlogsvaartuig.

Op die wijze hoopte hij ongehinderd voorbij Gibraltar te komen.

In de eerste plaats werden twee hooge schoorsteenen van zeildoek

opgericht, verder werd er een mast bijgeplaatst met een nagemaakt

toestel voor draadlooze telegraphie. Het geheele schip werd groen

geschilderd, de kleur van de vaartuigen van de Keizerlijke Russische

Marine en de naam Jekaterinoslav werd in Russische letters op den

boeg gezet. De Russische vlag, het blauwe St. Andrieskruis op een wit

veld, die aan den mast wapperde, voltooide de vermomming.

"Ik denk, dat we er zóó prachtig zullen doorkomen," zei kapitein

Brookes tevreden, toen alles klaar was. "Alleen is het te hopen, dat

we geen krachtigen wind krijgen in de Straat, want dan liggen onze

mooie, nieuwe schoorsteenen dadelijk tegen het dek."

"En dan is onze verdere vermomming niets meer waard," voegde

luitenant Sinclair er bij. "We hebben ze zoo stevig mogelijk

bevestigd, maar toch bewegen ze nog door den wind."

"We moeten maar een beetje op ons goed gesternte vertrouwen. In allen

gevalle reken ik er op, dat we wel op een geschikte manier door de

Straat zullen heenkomen. Wilt ge in de machinekamer verzoeken de

vaart terug te brengen tot vijftien knoopen en wilt ge de windstutten

inspecteeren?"

Tegen zonsondergang veranderde de Olijftak, die in noordelijke

richting langs de Spaansche kust voer, haar koers en voer naar het

Z.O.

Het was een warme avond: Gerald zocht met zijn vriend Stockton een

beetje koelte op het dek. Jack was onder de goede zorgen van Dr.

White snel in beterschap toegenomen, zijn wond was wel heel

gevaarlijk geweest, maar er deden zich gelukkig geen complicaties

voor.

"Daar hebben we kaap Tarifa," zei Gerald, toen er aan bakboord een

rood licht zichtbaar werd. "Spoedig zullen we nu wel het witte licht

van Europa Point in het oog krijgen. Ik ben wel benieuwd naar de

gebeurtenissen, die ons wachten. Het zal nog wel gaan, de

Middellandsche zee binnen te komen, maar hoe moet het, als we weer

terug willen. Door zoo'n paar kruisers als bij Talcahuano kom je wel

heen, maar hier krijgen we de heele Britsche Middellandsche zeevloot

aan den hals: dat is wat anders."

"Laten we geen zorgen maken voor den tijd. Tot nu toe gaat alles

best, we zijn al in de Straat en worden niet opgemerkt."

"Ja, onze vermomming helpt er ons voor 't oogenblik doorheen, maar

als het eenmaal bekend is, dat de Olijftak in de Middellandsche zee

is, dan worden we van alle kanten aangevallen."

"Als zij --."

Den volzin, dien Jack wilde uitspreken, kon hij niet voleindigen,

want eensklaps blies er een rukwind uit de richting van Carnero

Point, greep de Olijftak aan stuurboord en wierp de twee

schoorsteenen van zeildoek in zee. Het doek raakte verward in de

roerkettingen, en daardoor was de werking van het roer verlamd.

Even snel als de wind was opgestoken, ging hij ook weer liggen.

Kapitein Brookes verloor geen oogenblik zijn kalmte en nam dadelijk

zijn maatregelen. De motors werden stopgezet, om te voorkomen, dat de

schroeven door het zeildoek onklaar zouden worden en dadelijk werden

de noodige mannen aan het werk gezet om de hinderlijke doekmassa's

uit den weg te ruimen.

Vlug togen ze aan den gang, maar nog geen tien minuten waren ze

bezig, of daar grepen met de grootste juistheid de verblindende

stralen van een zoeklicht de Olijftak.

"Een schip," sprak kapitein Brookes, "ieder op zijn post, mannen."

Toen hij den commando-toren had bereikt, was het zoeklicht gedoofd en

door middel van een signaallicht in den mast, riep het vreemde schip

de Olijftak aan, die bewegingloos wachtte, op hetgeen er volgen zou.

"Geef antwoord," beval de kapitein kort en daarop volgden van de brug

van het andere schip korte lichtschitteringen, die beduidden: "Welk

schip?"

"We zullen maar geen schuilevinkje spelen, Tregarthen. Ik wil mijn

eigen, geliefde vlag toonen en als ze maar eenigszins hun veiligheid

liefhebben, dan zullen ze daar wel afblijven."

Daarna gaf hij bevel te antwoorden: "De kruiser, de Olijftak."

Een oogenblik later volgde van het andere schip de vraag: "Is

kapitein-luitenant Tregarthen aan boord?"

"Zoo, Mr. Tregarthen, hoort ge wel, ge zijt in rang verhoogd, laat me

u van harte gelukwenschen."

Er werd bevestigend geantwoord en nu seinde het Britsche schip --

want het was ontwijfelbaar een Engelsch vaartuig --:

"Ik heb u een mededeeling te doen; ik zend u een boot."

"Als die boot langszijde ligt hebben we niets meer te vreezen,"

merkte kapitein Brookes op, "maar we zullen toch op onze hoede moeten

zijn. Laat de schroeven een paar slagen doen, dan kunnen we zien of

ze te gebruiken zijn en laat flink voortmaken met het opruimingswerk."

Nauwelijks was de valreep neergelaten, of men hoorde het geluid van

riemen en de omtrek van de naderende boot werd zichtbaar.

"Twee brieven, Sir; één voor den commandant van dit schip en één

voor kapitein-luitenant Tregarthen. Wilt u zoo goed zijn mij voor

beide een bewijs van ontvangst te geven?" zei de officier, die de

sloep commandeerde, "Ge zult me toch zeker wel de eer aandoen, een

oogenblik aan boord te komen," sprak kapitein Brookes hoffelijk en

terwijl de officieren naar de campagne gingen, vervolgde hij: "Mag ik

zoo onbescheiden zijn, te vragen, hoe het mogelijk is, dat ge brieven

voor mij aan boord hadt?"

"Het gevolg van een algemeene order, Sir," antwoordde de luitenant

van de Galatea, één van de nieuwste super-Dreadnoughts. "Ten

gevolge van uw ongelooflijke snelheid, is men altijd in het onzekere

omtrent de plaats, waar uw schip zich bevindt. We zijn zoo gelukkig

geweest in uw vaarwater te komen."

Er was een groot verschil tusschen de wijze, waarop de kapitein zijn

brief in ontvangst nam en die, waarop Gerald hetzelfde deed.

Terwijl de eerste bedaard de enveloppe met een vouwbeen opensneed,

scheurde Gerald de zijne in koortsachtige haast stuk.

Hij vond erin het afschrift van een besluit, waarbij luitenant

Tregarthen tot kapitein-luitenant bevorderd werd, terwijl hij voor

onbepaalden tijd voor speciale diensten werd aangewezen. Wat zijn

verblijf op de Olijftak aangaat, daarover sprak de Admiraliteit zich

niet duidelijk uit, toch lag er in haar woorden een aanmoediging voor

hem om aan boord te blijven. Het bericht wentelde een grooten last

van Geralds gemoed, maar door de opwinding van het oogenblik was het

hem niet mogelijk, het voordeel, dat het hem bracht, geheel te

overzien.

Intusschen had ook kapitein Brookes de lezing van zijn brief ten

einde gebracht, maar geen trek op zijn gezicht verraadde den indruk,

dien de inhoud op hem gemaakt had. Met zorg koos hij een veeren pen,

versneed die en begon te schrijven.

Deze voorliefde voor veeren pen was een van de zonderlingheden van

den kapitein. Overal op zijn schip waren zijn eigen nieuwste

vindingen toegepast en hij schreef met de ouderwetsche ganzeveer.

Hij schreef keurig zijn antwoord, sloot zijn brief met een zuiver

gevormd lakstempel en overhandigde dien met een hoffelijke buiging

aan den Britschen officier.

Toen Gerald ook gereed was met het schrijven van zijn bericht van

ontvangst, noodigde de kapitein zijn bezoeker uit, een fijne flesch

Madera te blijven drinken en gezellig bleven de drie mannen nog een

half uur bij elkander.

Nadat de sloep naar de Galatea was teruggekeerd, was men ook gereed

met het wegruimen van de overblijfselen van de verongelukte

schoorsteenen en na een vriendschappelijk afscheid met lichtsignalen,

verlieten de beide schepen elkander. De Galatea keerde terug naar de

haven van Gibraltar en de Olijftak zette, met een snelheid van vijf

en veertig knoopen, koers naar het oostelijk deel van de

Middellandsche zee.

Vroeg in den volgenden morgen stond de geheele bemanning aangetreden

op het campagnedek. Alleen zij, die elders onmisbaar waren, ontbraken

in de gelederen.

Toen Gerald aan dek kwam, bemerkte hij, dat de Russische vlag was

neergehaald en dat een man gereed stond om de groene-witte van de

Olijftak op een gegeven teeken te hijschen.

Iedereen gevoelde, dat er iets bijzonders aan de hand was.

Het was wel algemeen bekend, dat er een belangrijk bericht was

ingekomen, maar bijzonderheden kende niemand en het was dus niet te

verwonderen, dat alle oogen zich nieuwsgierig richtten op kapitein

Brookes, toen deze, in groot tenue gekleed, aan dek verscheen.

De kapitein haalde het schrijven, dat hij den vorigen avond ontvangen

had, voor den dag en begon, na een korte inleiding, het stuk voor te

lezen.

"Van My Lords, uitoefenend het gezag van Opper-Admiraal van Z.M.'s

hoogzeevloot aan den officier, commandeerende den kruiser

(nationaliteit onbekend) de Olijftak.

"Sir, -- Hierbij berichten we u, dat het decreet, waarbij ge als

zeeroover werd aangeduid, d.d. 29.8, is ingetrokken. Dit besluit is

van kracht, overal waar Z. M.'s Regeering geëerbiedigd wordt.

Aangenomen wordt verder, dat ge u zult onthouden van elke vijandige

daad tegen onderdanen, schepen, gebouwen en verdere eigendommen van

de Kroon -- (Was geteekend) Balderstowe, Secretaris van My Lords,

enz., enz."

De eerste oogenblikken, die volgden op de lezing, bleef het doodstil.

De officieren toch waren te phlegmatisch om hun gevoelens op

luidruchtige wijze te uiten en de manschappen zagen niet dadelijk in,

hoe belangrijk de inhoud van het schrijven was. Toen dit tot hen

doordrong, uitten ze hun vreugde in een krachtig hoezee. Niets zou de

trouw aan hun kapitein kunnen schokken, maar ze bleven toch steeds

gevoelen Engelschen te zijn en het verwekte een groote vreugde, dat

ze niet langer door de zeelieden van hun vaderland als zeeroovers

zouden worden opgejaagd en aangevallen.

"Ge hebt zeker wel opgemerkt, mannen," sprak kapitein Brookes, "dat

er meer uit dit stuk te lezen is, dan de Britsche Admiraliteit erin

heeft willen neerschrijven. Wij zijn erkend ais een belangrijke

factor voor het bewaren van den wereldvrede. En we kunnen gerust nog

verder gaan, we kunnen verklaren, dat, mochten voor Engeland uren van

beproeving aanbreken, de Olijftak zich zonder bedenken zal scharen

aan de zijde van den kampioen voor waarachtige vrijheid.

"Aan den politieken horizon komen dreigende wolken opzetten. Welk

aandeel de Olijftak zal hebben in de gebeurtenissen, die in de

eerstvolgende weken kunnen verwacht worden, wil ik u meteen meededen.

"Eenigen tijd geleden zijn er ernstige moeilijkheden gerezen tusschen

Turkije en Griekenland en verschillende omstandigheden wijzen er op,

dat het geschil niet tot deze twee staten zal beperkt blijven, maar

dat het leiden zal tot een algemeenen Europeeschen oorlog.

"Er loopen stellige geruchten omtrent het bestaan van een geheim

verdrag tusschen Griekenland en Rusland, waarbij bepaald is, dat de

Russische Zwarte-zee-vloot de Dardanellen zal forceeren, zoodra het

eerste schot in den Grieksch-Turkschen oorlog wordt gelost. Tevens

zullen Oostenrijk en Italië zich voegen aan de zijde van Turkije.

Rusland zal dus zijn legers over de Karpathen zenden en wanneer we de

noodige aandacht schenken aan de bondsverhouding tusschen Duitschland

en Oostenrijk, dan moeten we wel aannemen, dat het eerste land niet

zal toelaten, dat Rusland reusachtige troepenmassa's samentrekt op

Duitschlands oostgrens. Frankrijk wacht slechts op een gelegenheid om

de verloren provincies Elzas en Lotharingen terug te krijgen en zal

dus stellig Rusland, waarmee het verbonden is, steunen.

"Het geschil tusschen Griekenland en Turkije mag dus niet tot

uitbarsting komen. De ontmoeting tusschen de beide vijandelijke

vloten mag niet plaats hebben; en die te verhinderen is de taak van

de Olijftak."

Toen de kapitein zijn rede geëindigd had, klonk er nogmaals een luid

hoezee en de bemanning marcheerde af.

Kapitein Brookes maakte zich juist gereed de campagne te verlaten,

toen Mr. Selkirk, de chef van de machinekamer hem een niet zeer

welkome mededeeling kwam doen. Er dreigde namelijk gebrek aan

brandstof. Mr. Selkirk meende, dat men met de grootste zuinigheid nog

voor twee dagen genoeg zou hebben.

De kapitein ontveinsde zich de moeilijkheid van het geval niet. In de

motoren zat de kracht van de Olijftak, als die niet voldoende gevoed

konden worden, was het geheele schip machteloos. Er moest dus

dadelijk naar een middel worden uitgezien, om den voorraad brandstof

aan te vullen.

Malta zou men nog wel kunnen bereiken, maar de kapitein had er groot

bezwaar tegen nu reeds dadelijk Engelsche hulp in te roepen en daarom

vormde hij een ander plan.

De Olijftak zou koers zetten naar de Straat van Messina en daar goed-

of kwaadschiks bezit nemen van de lading van één van de vele

olie-tankschepen, die uit Baku naar de Fransche havens aan de

Middellandsche zee varen.

HOOFDSTUK XX.

DE AMERIKAANSCHE VLIEGER.

Het was tegen het vallen van de schemering, dat de Olijftak den

noordelijken ingang van de Straat van Messina bereikte. In de verte,

aan stuurboord, schitterden de lichten van de Siciliaansche stad

Milazzo, terwijl aan de andere zijde een roodachtig schijnsel in de

lucht de plaats aanwees, waar Stromboli lag.

"Dat is Kaap Faro," merkte Sinclair op, terwijl hij een voorgebergte

aanduidde, dat zich wazig afteekende in het bleeke, vervloeiende

licht. "Nu komen we gauw in het: drukste vaarwater."

"Hoe gauwer hoe beter," zei luitenant Palmer. "De kapitein heeft

juist de mededeeling ontvangen, dat we nog maar twee uur varen

kunnen."

"Licht aan bakboord, Sir," riep de uitkijk, toen een mat-roode ster

langzaam van achter het voorgebergte te voorschijn kwam.

"Zorg ervoor dat ze geen achterdocht krijgen," zei kapitein Brookes,

toen het vreemde schip de sirene liet werken. "Vraag naar het

register-nummer."

Het code-boek wees aan, dat men te doen had met het Engelsche schip

Bletchley Hall.

Men liet het schip voorbijvaren. Ook een tweede ontmoeting

beantwoordde niet aan het doel, want dat vaartuig was de Pluto, van

Zante naar Castellamare.

De toestand werd bij het oogenblik meer dreigend en om de laatste

brandstof zooveel mogelijk te sparen, werden de machines van de

Olijftak stopgezet.

Bij het aanbreken van den volgenden dag zou echter het geluk beter

dienen, want een groot vrachtschip kwam langzaam de Straat

binnenstoomen en het geoefende oog van den kapitein zag al gauw, dat

hij nu gevonden had, wat hij zocht.

"Als dat geen olietank is," riep hij vroolijk, "dan mag ik een

Duitscher zijn!"

Zonder iets kwaads te vermoeden gaf het vrachtschip zijn naam op, de

haven van uitklaring en van bestemming en den aard van de lading:

ruwe petroleum. Maar daarop volgde tot niet geringe verbazing van den

gezagvoerder een bevel van de Olijftak om bij te draaien.

Tot eer van den Rus moeten we echter verklaren, dat hij maar niet

onmiddellijk dat bevel opvolgde. Hij versnelde den gang van het schip

en trachtte zoo snel mogelijk weg te komen. Het tooneel, dat nu

volgde, deed denken aan een jacht van een hond op een stekelvarken,

want de Olijftak had het, dank zij het bespaarde overschot van haar

brandstof, gebracht tot een snelheid van dertig knoopen. Ze loste een

kanonschot en toen een granaat op twintig meter afstand van den boeg

voorbijgonsde, besloot de Rus te stoppen en bij te draaien.

"Laat een boot neer," beval kapitein Brookes. "Mr. Palmer, gij wilt

de zaak wel in orde brengen, niet waar? Nadere bevelen behoef ik u

niet te geven."

"Neen, sir," antwoordde de luitenant.

Zoodra de boot bij het schip was gekomen, begon de kapitein, een

groote, breedgeschouderde Rus, uit te varen en hij slingerde den

indringers scheldwoorden, ontleend aan alle Europeesche talen, naar

het hoofd.

"Gooi eens een touw uit!" riep Palmer. "En maak je niet zoo dik, oude

jongen. We komen alleen maar een beetje olie halen."

"Jullie hebt hier niets te halen," antwoordde de vertoornde schipper.

"We zullen er natuurlijk een goeden prijs voor betalen."

"Dank je wel, mijn olie is niet te koop."

"Dan zullen wij ze moeten nemen."

"Zoo, dus jullie zijn zeeroovers, dan weet ik wat me te doen staat.

'k Heb geschut aan boord en ik zal jullie een lesje geven, dat je

lang zal heugen. Hoe heet eigenlijk je schip?"

"De Olijftak!"

De uitwerking van die mededeeling was wonderbaarlijk: de bemanning

van het vrachtschip sprong van de verschansing, de kapitein verliet

de brug en zorgde ervoor, dat onmiddellijk de valreep werd

neergelaten.

In een ommezien waren Palmer en zijn mannen aan boord en namen bezit

van het schip, terwijl de boot werd teruggezonden. Voorzichtig

manoeuvreerend kwam nu de Olijftak langszijde en men begon dadelijk

de olie over te laden.

Slangen werden aangeschroefd en zes groote centrifugaalpompen

begonnen te werken en vulden de tanks van de Olijftak, die zes

honderd ton konden bevatten.

Toen het werk was afgeloopen, stelde kapitein Brookes den

gezagvoerder een wissel op een Engelsche bank ter hand, ruimschoots

de waarde vertegenwoordigend van de overgenomen olie en ten

overvloede gaf hij hem nog een kist whisky ten geschenke.

Zoodra de Olijftak zich nu op eenigen afstand van het vrachtschip

bevond, deelde kapitein Brookes mee, dat het zijn plan was, den

gezagvoerder nog even kennis te laten maken met de uitwerking van de

Z-stralen.

Gerald maakte de opmerking, dat er dan misschien schade zou worden

toegebracht aan den onderzeeschen kabel tusschen Reggio en Messina,

maar de kapitein merkte op, dat men, als er stoornis ontstond, zeker

wel aan andere oorzaken zou denken. Daar ginds immers lag de Etna en

vulkanische verschijnselen konden ook invloed op den kabel hebben.

Gedurende tien minuten liet men de Z-stralen werken, terwijl de

Olijftak de in de oudheid zoo beruchte Scylla en Charibdis

voorbijvoer op weg naar de haven van Catania, zestig mijlen ten

zuiden van de straat.

"Een wrak vooruit, Sir," riep de man op den uitkijk.

Dadelijk grepen de officieren naar hun kijkers en spoedig hadden ze

een voorwerp ontdekt, dat op het eerste gezicht veel geleek op een

zeilboot, die op zijde lag.

"Als dat zoo is, dan is het een heel vreemde boot," merkte Stockton

op.

"'t Is een monoplan," riep kapitein Brookes. "De vlieger is met zijn

toestel in zee gevallen. Opgelet, vooruit!"

De Koning der Zee · 第 8 / 12 段