Toen de officier van de wacht dezen uitroep hoorde, haastte hij zich

kapitein Brookes te waarschuwen. Gedurende de reis waren er meermalen

schepen in zicht geweest, maar de Olijftak had ze steeds zorgvuldig

vermeden, behalve de Puma, waarmee een ontmoeting op een bepaalde

lengte en breedte vooraf was vastgesteld. Het verwekte dan ook

algemeene verwondering, toen de kapitein bevel gaf koers te zetten in

de richting van het vreemde schip.

Snel naderde de Olijftak het vaartuig, dat een Duitsche vrachtboot

bleek te zijn van ongeveer 4000 ton. Hulpeloos dreef het rond als een

speelbal van de golven: aan de groote mast wapperde de signaalvlag,

die beteekent, dat het roer is weggeslagen.

Met de noodige voorzorgen om een aanvaring te voorkomen, naderde de

Olijftak zoo dicht mogelijk het schip, dat in nood verkeerde en door

middel van een megaphoon deelde kapitein Brookes den Duitschen

gezagvoerder mee, dat hij het schip op sleeptouw zou nemen naar

Pernambuco.

"Heb ik te doen met een Engelsch oorlogsschip?" vroeg de Duitscher,

die heel goed wist, dat hij in dat geval geen bergloon te betalen

had.

"Neen," antwoordde kapitein Brookes kortaf.

"Hoeveel moet ik dan betalen?"

"Evenveel als aan een schip van de Britsche regeering -- niemendal.

Breng nu maar een tros uit."

Toen vroeg de ander nog naar den naam van den kruiser, maar kapitein

Brookes deed, alsof hij die vraag niet gehoord had. Of hij bijzondere

redenen had voor die geheimzinnigheid, kon Gerald natuurlijk niet

beoordeelen.

Het uitbrengen van een tros was geen gemakkelijk werk, want tweemaal

brak de kabel af, maar de derde maal slaagde men beter en toen zette

de Olijftak koers naar Pernambuco met een snelheid van twaalf

knoopen, terwijl het vrachtschip er achter dreef als een

geharpoeneerde bruinvisch.

"En laten we nu samen het schip nog eens nader bekijken, Mr.

Tregarthen," zei kapitein Brookes, "deze ontmoeting maakt, dat ik

mijn werkzaamheden moet onderbreken, ik heb dus weer eens tijd; laat

Mr. Stockton ons vergezellen."

"Tot uw dienst, Sir, heel gaarne," antwoordde Gerald en een paar

minuten later daalde de kapitein met zijn beide vrienden langs een

ijzeren ladder af naar het gedeelte van het schip onder het

pantser-dek.

Deze ruimte, die onder de waterlijn lag, was geheel electrisch

verlicht, en dat was niet overbodig, want overal liepen bundels

draden, beschermd door metalen kokers, die in verschillende kleuren

geschilderd waren.

Ze kwamen voor een stalen schuifdeur, die door kapitein Brookes

geopend werd, terwijl hij de beide vrienden uitnoodigde binnen te

gaan. Ze kwamen in een portaaltje, dat aan de andere zijde afgesloten

was door een tweede deur, die volkomen gelijk was aan die, welke ze

reeds waren doorgegaan. Zorgvuldig sloot de kapitein de buitenste

deur en maakte daarna de binnenste open, die toegang gaf tot een

klein donker vertrek, dat nu en dan verlicht werd door den

blauwachtigen schijn van vonken, die door de werking van een

electrische machine ontstonden. Een jonge officier zat over het

toestel gebogen, het hoofd zorgvuldig beschermd door een metalen kap,

die voorzien was van ontvangers, zooals men gebruikt bij een

telephonisch gesprek.

"Dit is onze Marconi-kamer," zei de kapitein, zijn stem verheffende

om zich verstaanbaar te maken bij de snel opeenvolgende, krakende

geluiden, die aan het knallen van een zweep deden denken. "Onze

draadlooze berichten gaan niet door de lucht, maar ze worden

overgebracht door een electrischen stroom, die door het water gaat.

Deze manier van doen is slechts een uitbreiding van het systeem,

waarop het seinen-wisselen tusschen duikbooten berust. Wij staan op

deze wijze in verbinding met onze agenten te Swanage in Engeland,

Plougastel in Frankrijk, Kaap Cod in de vereenigde Staten, Sydney in

Nieuw Zuid-Wales en Antofagasta in Chili. Zoo worden we dus

uitstekend ingelicht, omtrent omstandigheden, die het noodig kunnen

maken, dat wij tusschen beide komen."

"En zoo hebt u ook den uitslag vernomen van uw proefneming met de

Zieten, niet waar?" vroeg Tregarthen.

"Dat is een heel slimme gissing, maar het is toevallig niet waar. Bij

gelegenheid zal ik u echter wel eens vertellen, hoe dat in zijn werk

is gegaan."

Nadat ze de Marconi-hut hadden bezichtigd, bracht de kapitein hen

naar het voorste deel van het schip. Ze gingen door de

kabelbergplaatsen en bereikten toen een klein luik. Hierdoor daalden

ze af in het lagere gedeelte van het scheepsruim en traden een

wigvormig vertrek binnen, dat in verbinding stond met den boeg van

het schip. In het midden van de kamer stond een tafel, waarop

verscheidene opgerolde electrische kabels lagen en een paar

toestellen stonden, die veel op galvanometers geleken.

"En wat denkt ge nu hiervan?" vroeg de kapitein. "Waarvoor zouden

deze toestellen dienen?"

"'k Weet het niet," zei Gerald, die na zijn vergissing van straks,

voorzichtiger was geworden.

"Dit toestel waarschuwt ons, wanneer we over een onderzeeschen

telegraafkabel varen. We weten allen, dat het haast onmogelijk is, de

ligging van die kabels te vinden, maar met ons toestel kunnen we ze

ontdekken op iedere diepte tot honderd vademen toe. En dan is het een

kleinigheid om ze op te visschen en af te leiden. Een groot nadeel

echter is het, dat het schip bijna geen vaart moet hebben, wil de

aanwijzer werken en bij 't opvisschen van den kabel moet het

heelemaal stil liggen."

"Dan hebt u zeker den kabel tusschen Borkum en Lowestoft afgesneden

-- ik herinner me, dat in de krant van een storing in die verbinding

werd melding gemaakt."

"Neen, dat heb ik niet gedaan, dat was het gevolg van een ongelukkig

toeval. Wat zou ik er ook aan hebben een kabel onbruikbaar te maken:

't is me juist te doen om de berichten op te vangen, die erlangs

geseind worden? Niet den kabel van Borkum naar Lowestoft hebben we

afgetapt, maar die van Middelkerke naar Dumpton Gap en zoo kwamen we

precies op de hoogte van hetgeen met de Zieten was gebeurd."

Nadat ze nu nog een bezoek hadden gebracht aan de machine-kamer,

merkte kapitein Brookes op, dat ze nu wel de voornaamste

bijzonderheden van het schip kenden. "We beschikken nog over een

uitvinding, waarop ik werkelijk een beetje trotsch ben. Maar het

toestel is nog niet geheel klaar en tot zoo lang zullen we wachten,

vóór ik u de werking verklaar."

"Mag ik dan nog één ding vragen?" zei Gerald. "'k Hoop niet, dat u

het onbescheiden vindt, maar ik zou graag weten, hoe u aan uw

officieren gekomen zijt."

De kapitein antwoordde niet dadelijk. "De meeste van hen zijn mannen

van eer," merkte hij op, "maar er is in hun leven 't een of ander

gebeurd, waarom ze liever niet over het verleden spreken. Enkele

gevallen wil ik u meedeelen, maar zooals vanzelf spreekt, geheel

vertrouwelijk. Mr. Palmer, bijvoorbeeld, één van onze luitenants,

was tot voor eenige jaren commandant van een Engelsch oorlogsschip.

Zijn vaartuig liep op de rotsen, hij werd voor een zee-krijgsraad

gebracht en moest zijn loopbaan opgeven. Zijn vrienden leven in de

overtuiging, dat Mr. Palmer -- maar dat is zijn ware naam niet --

voor drie jaar op reis is naar de Rockies. En dan White, de dokter --

dat is ook een pseudoniem tusschen twee haakjes -- die was

dorpsgeneesheer met een uitgebreide, bloeiende praktijk. Bij een

lijkschouw verzuimde hij een onbeduidende kleinigheid, waardoor hij

met den rechter in aanraking kwam. In Engeland was hij nu verder

onmogelijk."

"En de matrozen?"

"Voor het meerendeel zijn ze slachtoffers van het korte

dienstverband, dat de Britsche Admiraliteit slechts toestaat,

waardoor de mannen op betrekkelijk jeugdigen leeftijd worden

afgedankt en verder zijn er nog vroegere koopvaardij-matrozen bij van

verschillende naties."

"Zijt u niet bang, dat er enkelen bij zijn, die op een goeden dag

zullen deserteeren en de geheimen van de Olijftak verraden."

"Dat zou niets hinderen, zoolang ze niet allen tegelijk wegliepen;

maar daarbij komt, dat ze op zulke voordeelige voorwaarden zijn

aangemonsterd, dat ik me in 't geheel niet bezorgd behoef te maken

voor desertie. En dan is geen van de mannen op de hoogte van de

geheele inrichting van het schip. Zoo is 't ook met de officieren:

zij zijn alleen bekend met het onderdeel, dat onder hun leiding staat.

Neem bijvoorbeeld Sinclair, die het geschut bedient, hij, zou geen

raad weten met de Z-stralen; Taylor -- o! nu heb ik toch nog iets

vergeten. Eigenlijk is het wonder, dat ik niet meer vergeet, bij

alles wat op mij neerkomt. -- Taylor, de scheikundige, beheert met

behulp van Guy Temple het laboratorium. Ik heb u zijn heiligdom nog

niet laten zien. We kunnen er dadelijk nog even heengaan."

Het laboratorium was een ruim vertrek, gelegen aan stuurboordzijde,

onder den voorsten toren, door een luik in verbinding met het

middendek. In één van de hoeken stond een groote werktafel,

overdekt met reageerbuisjes, retorten en meer dergelijke voorwerpen,

die men gebruikt bij scheikundige onderzoekingen, terwijl op den

vloer ongeveer honderd cilinders in rijen waren neergezet.

"Waar is Mr. Taylor?" vroeg kapitein Brookes aan een jong officier,

verdiept in een scheikundige proefneming.

"De laatste twee uur heb ik hem niet gezien, Sir."

"H'm!"

"Wil ik hem laten roepen, Sir?"

"Neen, dat is niet noodig. Nu, Mr. Tregarthen, hier zijn de

ontplofbare ladingen voor de 15 c.M, granaten. De projectielen worden

afgevuurd door middel van Whaddiet, een verbeterden vorm van cordiet;

maar waaruit bestaat de springlading, denkt ge? 'k Zal het u maar

zeggen: vloeibare lucht. Met deze springstof heeft een 15 c.M.

granaat grooter uitwerking dan een 35 c.M. met lyddiet. Geen

pantserplaat is er tegen bestand. Zoodra we het vrachtschip kwijt

zijn, dat we op sleeptouw hebben, zal ik u de kracht laten zien." --

Hier werd de kapitein gestoord door de komst van een luitenant, die

bleek zag van blijkbare opwinding, ondanks de donkere tint van zijn

gebruind gelaat.

"Sir," riep hij uit. "Wilt u dadelijk aan dek komen? De officier van

de wacht zendt mij hierheen, om u te zeggen, dat er verraad wordt

gepleegd aan boord van de Olijftak."

"Zoo?" zei kapitein Brookes heel kalm op vragenden toon en zich

daarna tot Tregarthen wendende, noodigde hij dezen uit hem te

vergezellen naar het campagne-dek.

"Wel, Mr. Sinclair, wat is er gaande?" vroeg de kapitein aan den

officier van de wacht, die hem te gemoet kwam.

"Ik bemerkte op het schip daar ginds iemand, die van de brug seinen

gaf, Sir. Onmogelijk kon ik de beteekenis van die signalen

vaststellen, maar ik kreeg de stellige overtuiging, dat de man, die

ze gaf, trachtte zoo min mogelijk de aandacht te trekken van lieden,

die er niet mee te maken hadden. Toen ik naar den achtersteven

slenterde hield het spelletje dan ook geheel op. Daarop zond ik Mr.

Weeks naar uw hut, om u op de hoogte te stellen. Hij vond u daar

niet, maar kwam mij berichten, dat Mr. Taylor bezig was op het

achterschip seinen te wisselen met den Duitscher."

"Heel goed, Mr. Sinclair; doe verder alsof er niets aan de hand is."

Daarna zocht kapitein Brookes een plaatsje bij den achtersten toren,

waar hij, zonder zelf te worden opgemerkt, alles zien kon, wat er op

het vreemde schip gebeurde.

"Verstaat u Duitsch?" vroeg hij.

"Ja Sir," antwoordde Gerald.

"Zeg dan eens, wat dat daar beteekent," en hij wees naar de snelle

bewegingen van een vlag daarginds.

"Beproef van nacht het schip te verlaten; wij zullen u wachten," las

Gerald af.

"Juist," bevestigde kapitein Brookes. "Ze hebben blijkbaar voor 't

oogenblik niets meer te zeggen, maar ik weet genoeg."

HOOFDSTUK IX.

ZEEROOF.

Gedurende den maaltijd was het aan niets te bemerken, dat er aan

boord van de Olijftak vreemde gebeurtenissen te wachten waren.

Kapitein Brookes had aan hen, die wisten, wat er gaande was, zeer

strenge bevelen gegeven, tegenover de verdere bemanning het

stilzwijgen te bewaren en er voor te zorgen, dat de verrader door

geen woord of gebaar argwaan zou krijgen.

Aan tafel heerschte dan ook dezelfde opgewekte en vriendelijke toon

van anders, maar Taylor, of liever Schneider was niet geheel op zijn

gemak; dat merkte Gerald wel. Hij mengde zich niet in de gesprekken

en aan zijn zwevende blikken was het heel goed te zien, dat zijn

gedachten elders waren.

Toen de maaltijd geëindigd was en de sigaren voor den dag kwamen,

verontschuldigde de kapitein zich en ging heen.

"Nog iets bijzonders, Mr. Sinclair?" vroeg hij aan den officier van

de wacht.

"'k Heb het achterste promenade-dek onderzocht en daar een katrol met

een kabel gevonden."

"Ge hebt toch alles stil laten liggen, hoop ik."

"Ja, Sir."

"Heel goed. Het licht moet in mijn hut worden aangestoken en de

gordijnen moeten gesloten worden. Houd een oogje op Taylor, zonder

dat hij er iets van bemerken kan en kom mij waarschuwen, zoodra hij

zich naar het achterdek begeeft."

Kort na middernacht kwam het bericht, dat Taylor zich in de

achtergalerij bevond en kapitein Brookes, Gerald, Stockton en de

officier van de wacht verborgen zich op een plek, waar ze duidelijk

de bewegingen van den verrader konden volgen.

Het was stikdonker. Alle lichten aan dek waren gedoofd, alleen een

paar lantarens aan den voorsteven brandden, maar die waren van het

promenade-dek af niet te zien. De Olijftak vervolgde kalm haar weg

met een gang van ongeveer tien knoopen en ze liet een wit, lichtend

spoor van schuim achter, dat afgebroken werd door den donkeren romp

van het vrachtschip, dat een kabellengte verwijderd was.

Een kwartier lang bleef het doodstil, maar toen hoorden de mannen

plots een plomp in 't water, veroorzaakt door den val van een donker

voorwerp, dat ze overboord hadden zien vallen.

"Is hij over boord gesprongen?" fluisterde Jack Stockton.

"St! Neen, hij heeft de reddingboei over boord gegooid. 'k Zie de

lijn, die er aan vast zit."

"Zoo is het," merkte kapitein Brookes op, die met een nachtkijker den

omtrek verkende. "De reddingboei is uitgeworpen."

En toen hoorden ze voetstappen, dichtbij. Onwillekeurig weken ze

achteruit en wierpen zich plat op den grond. Met ingehouden adem

wachtten ze en daar verscheen boven de stalen verschansing de donkere

omtrek van een menschelijke figuur. Dat was Schneider.

Dadelijk ging de man aan het werk. Met den meesten spoed hing hij den

takel over den kabel, die de beide vaartuigen met elkander verbond en

toen sloeg hij zijn eene been over den haak, die onder aan het blok

bevestigd was. Stevig greep hij den takel vast en in deze

ongemakkelijke houding waagde hij den moeilijken maar vrij

ongevaarlijken overtocht. Hij stootte met het vrije been af en snel

gleed de takel met zijn vracht langs het touw.

"We zullen wachten, tot hij halfweg is," zei de kapitein. Door zijn

nachtkijker volgde hij den vluchteling en toen hij zag, dat deze zich

midden tusschen de schepen bevond, een paar voet boven den

waterspiegel, haalde hij zijn mes te voorschijn en begon den kabel

door te snijden.

"Goede hemel!" fluisterde Stockton. "Zoo wordt die man vermoord!"

"Wees daarvoor maar niet bang," zei Gerald, "hij wordt alleen maar

ondergedompeld: ze halen hem daarginds wel aan boord met het touw. Ga

uit den weg en kijk uit, als de kabel stuk springt."

Nauwelijks was die waarschuwing gegeven, of de laatste vezels van den

kabel scheurden stuk en het deel, dat op de Olijftak was vastgemaakt,

zwaaide met kracht over het dek en het schip kreeg plotseling een

sterk versnelde beweging, 't leek wel een hond, die zich van zijn

ketting had losgerukt.

"Laat de zoeklichten werken," commandeerde kapitein Brookes. "Roer

naar stuurboord!"

Het schip draaide rond en de machtige lichtbundels gleden over het

golvende water en beschenen het vrachtschip, dat een paar mijlen

verder onbeweeglijk lag als een zilveren bark.

"Nu zijn we klaar. Houdt het schip daar in het oog," vervolgde de

kapitein. "En nu, mijne heeren, zullen we slapen gaan en de zaak tot

morgen laten rusten."

Bij het aanbreken van den dag ging Gerald weer naar boven,

nieuwsgierig om te zien, hoe het met de zaken stond. De kapitein was

al present.

Het Duitsche vaartuig bevond zich op een kleine mijl afstand. De

bemanning had de rest van den kabel aan boord gehaald en ze hadden

zeker wel bemerkt, dat de breuk van het touw geen toeval was, maar

dat het doorgesneden was, want ze hadden zeilen bijgezet en het schip

bewoog zich langzaam naar het Z. Z. W.

Volgens het bevel van den kapitein, was de Olijftak zoo dicht bij het

schip gebracht, dat het te beroepen was.

"Draai bij," riep kapitein Brookes met een stentorstem. "Ik zal een

boot zenden."

"Mr. Slade," ging hij voort, zich tot één van de luitenants

richtende, "wilt ge naar dat schip gaan en Mr. Taylor tot elken prijs

terugbrengen. Mr. Tregarthen, wilt u Mr. Slade vergezellen?"

In een oogenblik was de boot gestreken en bemand met matrozen, die

met sabel en revolver gewapend waren. De luitenant beschikte ook over

een pistool, maar Gerald wilde liever ongewapend meegaan.

Toen ze het vreemde schip naderden, zagen ze op de verschansing de

krachtige figuren der Duitsche matrozen, die niet van plan schenen

hen aan boord te laten komen.

"Werp ons een lijn toe, als ge wilt?" riep Slade.

"Wat komt ge hier doen?" vroeg de gezagvoerder van het vrachtschip.

"We komen den man halen, die van nacht van ons schip gedeserteerd is.

We weten, dat ge hem geholpen hebt bij zijn vlucht."

"Hier aan boord komt ge niet," riep de gezagvoerder vastberaden.

"Hebt ge onze vlag gezien? Dit schip is Duitsch grondgebied," en hij

wees naar den achtersteven, waar de rood, wit en zwarte vlag

wapperde.

"Riemen binnen boord!" commandeerde de luitenant en de boot gleed

langs de zijde van het schip en de bootsman probeerde zijn haak over

de verschansing te slaan. Het glimmende staal van een bijl flikkerde

in de zon en het volgende oogenblik viel de ijzeren haak met een stuk

van den stok in de boot, gelukkig zonder iemand te treffen.

"Doe dat nog eens, en ik zal laten vuren," schreeuwde Slade, die rood

geworden was van ergernis.

Toen boog zich de gezagvoerder van het Duitsche schip over de leuning

van de brug en richtte zijn revolver.

"Zeeroovers!" bulderde hij. "Houdt af, of ik schiet."

Hij gaf een onverstaanbaar bevel en toen daalde er een hagelbui van

brokken steenkool en stukken ijzer neer op de mannen in de boot,

waarvan sommige ernstig werden gekwetst.

Nu was het uit met het geduld van den luitenant: zonder een oogenblik

te aarzelen trok hij zijn revolver, richtte snel en haalde den

trekker over.

Er kwam geen vuurstraal, geen rook, toen het schot afging, alleen

trilde de arm van den luitenant even, maar Tregarthen zag den

Duitscher wankelen, de linkerhand aan den rechterschouder brengen en

op 't dek vallen, terwijl zijn machtelooze hand het pistool losliet.

"Nu aan boord, mannen!"

Ontsteld door hetgeen ze hun gezagvoerder zagen overkomen en verrast

door de geheimzinnige wijze, waarop hij getroffen was, bood de

bemanning weinig weerstand en binnen enkele minuten waren de matrozen

van Slade meester van het dek van het Duitsche schip.

Nadat Slade een sein gegeven had, kwam er een tweede boot van de

Olijftak, waarin zich een aantal matrozen en de dokter bevonden. Toen

deze aan boord was, werd eerst de wond van den gezagvoerder

onderzocht en die bleek niet gevaarlijk, het was een vleeschwond, het

been was niet geraakt. Nadat een verband was aangelegd, werd de

gekwetste naar zijn hut gebracht.

"Zeg, Tregarthen," riep Slade, "jij spreekt hun taal; vraag eens aan

den eersten stuurman, of hij al zijn volk op het dek wil laten

aantreden."

Gerald voldeed aan het verzoek en bracht het bevel over, dat door den

Duitscher, die den moed niet had te weigeren, werd opgevolgd.

Zoodra de matrozen op het dek bijeen waren, droeg Slade aan enkele

van zijn mannen op, de Afrika -- zoo heette het schip -- te

doorzoeken.

Een nauwkeurig onderzoek leverde echter niets op: er was geen spoor

van den vermiste te vinden. De stuurman werd in verhoor genomen, maar

ook daardoor kwam men niet verder: zelfs bedreigingen hadden geen

uitwerking.

Ten slotte verloor Slade zijn geduld; hij trok zijn revolver en

richtte het op het hoofd van den stuurman, terwijl hij Tregarthen

verzocht hem mee te deelen, dat Taylor voor den dag moest worden

gebracht, dood of levend en wel binnen vijf minuten.

[Illustratie: Tregarthen zag den Duitscher wankelen. Pag. 60]

De vastberaden uitdrukking in de oogen van den luitenant deed den

stuurman vreezen, dat hij zijn bedreiging zou ten uitvoer brengen en

daarom vond hij het raadzaam, zich niet langer te verzetten. Hij gaf

een bevel aan twee van zijn mannen, die nu met vier matrozen van

Slade in het voorste ruim afdaalden.

Hier werd de deserteur gevonden, verborgen in een ledige tank en

ondanks zijn heftig verzet werd hij aan dek gebracht en zonder omslag

geboeid en daarna in de boot geplaatst. Daar nu het doel van den

tocht bereikt was, keerden de booten naar de Olijftak terug.

"Brengt hem beneden en sluit hem op in zijn hut," beval kapitein

Brookes kortaf. "Laat twee man op hem toezien, dat hij de hand niet

aan eigen leven slaat. Mr. Tregarthen," voegde hij er bij, "ik dank u

voor den dienst, dien ge bij deze gelegenheid bewezen hebt. Ge zult

zeker wel behoefte hebben aan wat eten; uw ontbijt staat klaar."

"'t Verwondert me, dat de kapitein zoo goed wist, dat ik nog

ontbijten moet," zei Gerald tot zijn vriend Jack, toen ze beiden aan

tafel zaten.

"Daar begrijp ik ook niets van," antwoordde Stockton, die op de

hoogte was van alle bijzonderheden omtrent den tocht naar de Afrika.

"Maar wat me nog meer verwondert, is, dat hij zich ten doel stelt den

oorlog uit te roeien. Daarvoor kiest hij al een heel vreemden weg.

Het slot zal zijn, dat de Olijftak als een roofschip zal worden

aangemerkt en dat wij aan de galg komen."

"We hebben hier zeker met een geval van zeeroof te doen," zei Gerald.

"En het zou me niet verwonderen, als binnen een paar weken een

internationaal eskader werd uitgezonden om ons te vervolgen."

Terwijl Tregarthen zoo sprak, had kapitein Brookes zonder eenig

bedenken de witte vlag laten hijschen op de Olijftak, die snel

wegvoer van het Duitsche schip, dat ze hadden aangevallen.

HOOFDSTUK X.

GEREED VOOR DEN STRIJD.

Zes glazen in de voormiddag-wacht. De Olijftak gleed met een snelheid

van tien knoopen door het kalme water, terwijl de tropische zon fel

brandde op de zonnetent, die over het campagne-dek was uitgespannen.

Alle officieren waren daar in een halven kring gezeten en daarachter

stonden de matrozen opgesteld, voor zoover ze niet elders op het

schip onmisbaar waren. Er heerschte een stemming van ernst, want er

zou recht gesproken worden over Taylor, beschuldigd van desertie en

verraad.

"Breng den gevangene voor!" beval de kapitein en een oogenblik later

verscheen de beschuldigde onder geleide van twee gewapende matrozen

aan dek en werd tegenover zijn rechters geplaatst.

"Mark Taylor," zoo begon luitenant Palmer, die als aanklager optrad,

zijn rede, "ge wordt beschuldigd van desertie. Ge hebt uw post en dit

schip zonder voorkennis en toestemming van den kapitein verlaten om

een schuilplaats te zoeken aan boord van het Duitsche schip de

Afrika. Niet tevreden met deze schending van de krijgstucht hebt ge

aan den gezagvoerder van genoemd Duitsch vaartuig geheimen verraden,

die alleen aan den kapitein van de Olijftak toebehooren. Bekent ge

aan deze misdaden schuldig te zijn of niet?"

"Ik ben onschuldig. Ik --"

"Dat is voor het oogenblik genoeg.", viel hem de luitenant in de rede.

"Straks zult gij de gelegenheid krijgen, u nader te verklaren."

Eerst werden nog vijf getuigen gehoord, die de beschuldigingen kwamen

bevestigen en daarna mocht de beklaagde zich verdedigen.

Hij gaf toe, dat hij het schip had verlaten, zonder daartoe verlof te

hebben ontvangen, maar hij ontkende ten stelligste eenig geheim van

de Olijftak te hebben verraden aan den gezagvoerder of aan een lid

van de bemanning van de Afrika. Hij begon in zuiver Engelsch, maar

hoe verder hij kwam, des te meer werd een vreemd accent in zijn

uitspraak merkbaar.

"En ten slotte wijs ik er op, dat ik Duitsch onderdaan ben en dus

onder bescherming sta van de Duitsche vlag en de Duitsche regeering,"

verklaarde hij aan het eind van zijn verdediging.

"Als ge inderdaad een Duitscher zijt," bracht de kapitein in het

midden, "waarom hebt ge dat dan niet gezegd, toen ge hier aan boord

kwaamt en waarom hebt ge dat dan tot nu toe geheim gehouden?"

De Koning der Zee · 第 3 / 12 段