"Geleid dezen heer naar zijn kwartier en vraag aan Mr. Black, of hij

Mr. Stockton bij hem wil brengen."

"Zeer goed, Sir," antwoordde de zeeman en nadat hij het zware gordijn

op zijde had geschoven, verzocht hij Tregarthen, hem voor te gaan.

Geen vijf minuten later was Jack Stockton bij hem.

"Hallo, Jack! Hoe gaat het jou hier?"

"Daar heb ik niet over te klagen. Ze hebben mij verteld, dat jij weer

heelemaal beter waart, ondanks die wond aan je hoofd. Over jou had ik

me dus niet meer ongerust te maken, maar ik tob nog over het verlies

van mijn jacht."

"Ja, 't is ons wel tegengeloopen. Maar je boot was toch verzekerd,

niet waar?"

"Zeker, maar wat doet dat er toe? Ik krijg nooit weer zoo'n zeiler

terug, en ik was er zoo aan gehecht."

"Je zult wel gauw een ander hebben."

"Wat? Hoe weet je dat?"

"Omdat je zult overstappen op het eerste schip, dat we tegenkomen."

"Zonder jou?"

"Juist. Daar zit hem de knoop. Jij wordt naar huis gestuurd, maar mij

willen ze hier houden, met of tegen mijn zin."

"Weet je dat zeker? Wat voor schip is het eigenlijk -- een

zeeroover?"

"'k Weet het niet. Alleen kan ik je zeggen, dat ik beslissen moet, of

ik hier aan boord gedurende twee jaar dienen wil of niet."

"En als je het niet doet?"

"Dan staat me niet veel goeds te wachten, denk ik."

Toen vertelde Gerald de bijzonderheden van zijn gesprek van den

vorigen avond met den kapitein en hoe deze erop stond, dat hij een

beslist antwoord geven zou.

"En wat denk je te antwoorden?" vroeg Jack.

"Daarover wilde ik met je praten. Je begrijpt nu, hoe ik ervoor sta.

Als ik niet binnen drie-en-dertig dagen op mijn post terugkeer, word

ik als deserteur aangemerkt, of men moet de goedheid hebben, mij als

vermist op te geven. Dat gebeurt dus in ieder geval, want ze houden

me hier en als ik het voorstel van den kapitein aanneem, zal ik

waarschijnlijk in staat zijn mijn vaderland een goeden dienst te

bewijzen en ik zal nog voorwaarden kunnen stellen ook."

"Waarom zou je het aanbod dan niet aannemen? En als je voorwaarden

stelt, laat dan bepalen, dat ik ook hier aan boord mag blijven."

"Jij?"

"Ja zeker. 'k Weet heel goed, dat ik niet zooveel kennis bezit als

jij, maar 'k ben toch ook wel wat waard aan boord."

"All right," antwoordde Gerald. "Dan is mijn besluit genomen. Maar

het kwartier is om en dus moet ik heengaan."

"Wel, Sir," vroeg kapitein Brookes, "zijt ge tot een besluit

gekomen?"

"Ik stem toe, maar wensch enkele voorwaarden te stellen."

"En die zijn ----?"

"Dat ik behandeld word met den eerbied, waarop een Britsch

zeeofficier aanspraak kan maken; dat ik niets zal behoeven te

ondernemen, dat in strijd is met de belangen van mijn land ----"

"Dat hebben we immers vooropgesteld."

"Dat mij wordt toegestaan aan de Admiraliteit te melden, op welke

wijze ik hier ben vastgehouden en dat Jack Stockton, volgens zijn

eigen verlangen, ook hier aan boord zal mogen blijven."

"Al die verzoeken kunnen worden ingewilligd," antwoordde kapitein

Brookes, waarbij Tregarthen opmerkte, dat hij het woord verzoeken

gebruikte inplaats van voorwaarden.

"Zeer goed, Sir,"

"En ge begrijpt, dat al mijn bevelen blindelings gehoorzaamd moeten

worden?"

"Zoolang ze niet in strijd zijn met de belangen van mijn land."

"Dat heb ik al herhaaldelijk toegestemd."

"Te veel nadruk kan niet gelegd worden op die voorwaarde, Sir."

"Wilt ge erin toestemmen, de uniform te dragen van de officieren van

de Olijftak?"

"Neen, Sir. De eenige uniform, waarop ik recht heb, is die van de

Engelsche marine. Maken de omstandigheden het onmogelijk, die te

dragen, dan moet ik me in politiek kleeden."

"Goed, ik zal er niet op aandringen. Laten we nu onzen rondgang over

het schip beginnen, om u een denkbeeld te geven van de inrichting."

Dit zeggende, ging de kapitein hem voor naar het half dek en Gerald

merkte op, dat het schip veel overeenkwam met het Dreadnought-type,

maar daarvan in enkele opzichten afweek. De dienst leek geheel op

Engelsche wijze ingericht.

Wat de grootte van het schip aangaat, hij schatte de

waterverplaatsing op niet minder dan 10000 ton, dus iets meer dan de

helft van die van een moderne Dreadnought. Bij een lengte van 300

voet, bedroeg de breedte, naar zijn meening, 60 voet. Verder merkte

hij op: één slanken schoorsteen, een stevigen commando-toren,

enkele kleinere torentjes, verscheidene luiken en eenige lantarens.

In de torentjes stonden geen kanonnen, hoewel elk voorzien was van

twee schietgaten.

Op gelijke afstanden stonden aan beide zijden van het dek dunne,

stalen platen, die met een hoek van 45° waren omgebogen.

"Dat zijn windschermen," merkte kapitein Brookes op.

"Ze zijn onontbeerlijk, daar kan ik u de verzekering van geven."

"Ge behoeft er niet tegen op te zien, mij inlichtingen te vragen,"

ging hij voort. "Het is in ons beider belang, dat ge geheel op de

hoogte komt. Ik zag u daareven naar de torentjes kijken. Die zijn nu

nog onbewapend, maar binnen een paar dagen hoop ik de kanonnen in

positie te hebben."

"Dus op 't oogenblik zijt ge zonder middelen van verdediging."

"Ge zult die gevolgtrekking niet meer maken, wanneer ge het schip

geheel gezien hebt. Maar hoe groot, denkt ge, dat de snelheid is,

waarmee we nu varen?"

Tregarthen keek aandachtig over de verschansing.

"Vijf en veertig," raadde hij.

"Doe er nog twintig bij en ge zult dichter bij de waarheid zijn. Mr.

Gimlette," zei hij tot den officier van de wacht, "hoeveel knoopen?"

"Zeven en zestig, Sir."

Het antwoord werd gegeven op een toon, waaruit viel af te leiden, dat

dit niets bijzonders was. Tregarthen stond verstomd. De Olijftak

legde dus in één uur een afstand af, die gelijk stond met vijf en

zeventig landmijlen. Hij begreep nu, dat alleen de windschutten het

mogelijk maakten, op het dek staande te blijven: de luchtstroom, die

door den snellen gang van 't schip ontstond, zou anders alles hebben

neergeworpen.

"Ge zult zeker wel opgemerkt hebben, dat er bijna geen golf voor den

boeg ontstaat," ging de kapitein voort. "Door een vernuftige vinding

wordt het verplaatste water geleidelijk langs de zijden van het schip

afgevoerd, waardoor ook de schroeven beter kunnen werken. En nu

zullen we den commando-toren bezoeken."

"Maar welke beweegkracht gebruikt ge?" vroeg Gerald.

"Petroleum, paraffine of eigenlijk een ontvlambare olie, die uit een

mengsel bestaat en gemakkelijk door de vaporisators dringen kan. De

motoren, die elk door tien ingenieurs worden bediend, brengen zes

schroeven in beweging. Stokers hebben we in 't geheel niet noodig en

door toepassing van de nieuwste vindingen op machine-gebied, hebben

we slechts een bemanning van 105 koppen noodig, de officieren

meegerekend."

Al pratende hadden de beide mannen den toren bereikt, een ronde,

gepantserde ruimte, die ongeveer vijf voet boven het dek uitstak en

een middellijn had van vijfentwintig voet. Tegen de wanden waren

electrische schakelborden aangebracht en een net van verschillend

gekleurde draden, zooals men ze ook vindt aan boord van Engelsche

oorlogsschepen.

Doch de aandacht van Gerald werd dadelijk getrokken door een bord,

dat uit koperen en zinken platen bestond, zoodat het wel een groot

dambord geleek. In elk van de hoeken was een wijzer aangebracht. Het

geheele toestel kon draaien langs stalen draden, die bijna een cirkel

vormden, met een kleine gaping, die naar het achterschip was gekeerd.

"Nu, Mr. Tregarthen, waartoe zou dat wel dienen, denkt ge?"

"'t Is een toestel om de plaats van een vijandelijk schip te bepalen,

denk ik."

"Daar lijkt het veel op, maar we kunnen er meer mee doen. Voor ik u

daarvan op de hoogte breng, moet ge me eerst eens vertellen, of ge,

voor uw vertrek uit de haven van Poole, ook een bericht gelezen hebt

in de bladen over een avontuur van den kruiser Zieten."

Bij deze vraag kwam het Tregarthen plotseling in de gedachte, dat het

schip, waardoor de Zieten op zoo'n geheimzinnige wijze machteloos was

gemaakt, den naam droeg van Almirante Constant en dat hij zich dus

aan boord bevond van dat wonderlijke vaartuig. Zijn verbazing was zoo

groot, dat hij geen woord kon uitbrengen en de kapitein, die de

verrassende uitwerking van zijn vraag bemerkte, bleef zwijgend het

antwoord van Geralds afwachten.

"Ja, ik heb het gelezen," begon deze eindelijk. "Maar hoe hebt ge dat

gedaan?"

"In een paar woorden zal ik het u duidelijk maken. Dit bord is,

zooals ge ziet, verdeeld in een en tachtig vierkanten; ieder van die

vierkanten vertegenwoordigt eene vierkante mijl. Zoo staat een

gezichtsveld van negen mijlen in het vierkant tot mijn dienst. Laten

we nu aannemen, dat een vijandelijk schip nadert. De plaats van het

vaartuig wordt op de gewone wijze bepaald en nu heb ik slechts de

wijzers uit twee tegenovergestelde hoeken te brengen in het vierkant,

dat het ligvlak van den vijand voorstelt. De wijzers kunnen daartoe,

zooveel als noodig is, worden verlengd. Zoodra dit gedaan is, richt

zich een draadlooze stroom, dien ik de Z. straal zal noemen, op het

vijandelijk vaartuig. Onmiddellijk wordt nu de geheele electrische

installatie daar aan boord in de war gebracht en ge weet, wat dat

beteekent voor een modern oorlogsschip. Ge hebt opgemerkt, dat er

twee paar wijzers op het bord zijn aangebracht; die met de witte

schijven doen de Z. straal ontstaan. Wanneer een vaartuig na de les,

die het hiermee ontvangen heeft, nog voortgaat een vijandige houding

aan te nemen worden de wijzers met de roode schijf in werking

gebracht en dan is de tegenstander van de Olijftak tot een wissen

ondergang gedoemd."

"Hoe dan?" vroeg Gerald met de grootste belangstelling.

"De wijzers met de roode schijf veroorzaken een stroom van nog veel

grootere kracht, de Z. Z. straal genoemd, waardoor dadelijk de

munitievoorraden van het vijandelijke schip ontploffen."

"En waarom wilt ge dan kanonnen aan boord nemen? Ik meen toch, dat ge

gezegd hebt, dat de bewapening van de Olijftak binnen enkele dagen in

orde kan zijn."

"Alleen als voorzorgsmaatregel. Het kleinste gebrek in de geleiding

kan de werking van alle electrische toestellen hier aan boord

verlammen en dan moet ik mijn toevlucht tot kanonnen kunnen nemen.

Maar er dreigt ook nog een ander gevaar. Ik moet niet alleen om me

heen, maar ook naar omhoog kijken -- uit de lucht kan de vijand ook

een aanval beproeven. Het toestel, dat ge hier ziet, heeft me

vijftien jaar arbeid gekost, om het zoo volmaakt te krijgen, als het

nu is, maar in den laatsten tijd hebben het luchtschip en de

vliegtuigen een ommekeer gebracht in den strijd ter zee. Nu is de

gewone afstand van zoo'n luchtschip of vliegtuig 1000 voet; zou ik op

dien afstand de Z-stralen of de ZZ-stralen willen laten werken, dan

moest de stroom zoo sterk zijn, dat hij stellig noodlottig zou worden

voor ons eigen schip. In dat geval dien ik dus ook over verdragend

geschut te kunnen beschikken. En nu kent ge de geheimen van den

commando-toren en kunnen we onze wandeling voortzetten."

"Maar waarvoor dient dat?" vroeg Tregarthen, terwijl hij wees naar

drie rijen metalen knoppen, aangebracht op een mahoniehouten bord

tegen den wand van den toren.

"Om de uitwerking van het geschutvuur na te gaan. Als de kanonnen er

zijn, zal ik u de werking verklaren. Laten we nu naar de brug gaan."

Op de brug gierde de wind als een orkaan en Gerald was blij, dat hij

beschutting kon vinden in een hokje, waar zeekaarten werden bewaard.

Hier bevond zich ook het electrische stuurtoestel, maar tot zijn

groote verbazing hield daar niemand toezicht. Op de brug stonden

alleen een officier en een matroos, die met kijkers den horizon

afzochten.

"Moet er niemand aan het roer staan?" vroeg Gerald.

Kapitein Brookes schudde het hoofd. "Bij lange zeereizen is dat niet

noodig," zei hij. "Dan stuurt het schip zich zelf. Zooals de meeste

vraagstukken is ook dit heel eenvoudig, als men de oplossing weet.

Het stuurtoestel van de Olijftak is ingericht als een

Whitehead-torpedo. De koers wordt aangewezen door een wijzer op het

kompas en bij de minste afwijking wordt een klep geopend, waardoor

het roer automatisch in werking komt. In begrensd water, of wanneer

we in strijd zijn, gebruiken we het stuurtoestel in den

commando-toren. -- En nu hebt ge de voornaamste wonderen van de

Olijftak gezien."

Gerald moest toegeven, dat hij haast niet kon gelooven dat al, wat

hij hier gezien had, werkelijkheid was.

HOOFDSTUK VII.

GERUCHTEN VAN OORLOG.

"Een oogenblik nog, Sir," zei Gerald toen ze op hun terugweg voorbij

een troepje matrozen kwamen, die met het geweer exerceerden.

"Waarvoor dient die cylinder aan den mond van de loop."

"Dat is een geluid-demper. Het is een uitvinding van mijzelf en ik

heb er patent op gevraagd. Mr. Ball, breng mij eens één van de

geweren, als u wilt."

Het bleek, dat Gerald goed gezien had, want het geweer verschilde

weinig van het Lee-Enfield type.

"Het magazijn kan tien ronden munitie bevatten," zei kapitein

Brookes, terwijl hij het sluitstuk uittrok en een patroon in de kamer

legde. "Luister nu."

Hij bracht het geweer aan den schouder en haalde den trekker over.

Geen knal werd gehoord en dat er inderdaad een schot gelost was,

bleek alleen uit den zwakken terugslag van het wapen, het fluiten van

den kogel en het uitvallen van de patroonhuls.

"Deze vinding heb ik op alle wapenen aan boord toegepast, ook op de

revolvers. Het is een groot voordeel in den strijd, wanneer de vijand

overvallen wordt met een geluidloos salvo," voegde de kapitein erbij,

terwijl hij het geweer teruggaf.

"Laten we nu ----"

"Schip in zicht!" werd er van de brug geroepen.

"Waar?" vroeg de kapitein.

"Recht vooruit, Sir."

"Dat is de Puma. Mr. Tregarthen, ik moet u nu verder in den steek

laten. Zeg aan uw vriend Stockton, dat hij zich over het geheele

schip vrij bewegen mag; alleen de commando-toren is verboden terrein

voor hem."

Dit zeggende, verliet kapitein Brookes snel de brug. De gang van de

Olijftak was tot minder dan twintig knoopen teruggebracht en er

werden toebereidselen gemaakt om met de Puma in verbinding te komen.

Toen Tregarthen heenging om zijn vriend op te zoeken, was de afstand

tusschen de beide schepen nog ongeveer vijf mijlen.

"'t Is in orde, Jack; je moogt aan boord van de Olijftak blijven,"

riep hij.

"Ja, dat weet ik al, ik dank je voor de moeite. En ze hebben me

verteld, dat we samen deze hut zullen bewonen."

"Laten we eens aan dek gaan kijken, Jack," stelde Gerald voor.

"Goed, maar vertel me nu eerst eens, wat je eigenlijk van de Olijftak

denkt. Zijn we hier onder zeeroovers?"

"'k Geloof het niet, maar we zullen toch goed doen, met flink uit

onze oogen te kijken."

Toen ze het halfdek betraden, presenteerde de schildwacht het geweer.

De man wist dus al, dat Gerald niet meer als gevangene beschouwd

werd, maar als officier een plaats onder de bemanning had ingenomen.

De Olijftak en de Puma lagen evenwijdig op een kabellengte afstand

van elkander. Het was volkomen windstil, de zee was zoo effen als een

spiegel en de zon flikkerde op het vlakke water.

De bootsmansmaat had gefloten: "klaar op het benedendek" en op het

bovendek hadden enkele mannen trossen uitgelegd om aan het andere

schip te bevestigen.

De Puma was een schip van ongeveer 6000 ton, met twee stompe masten,

en een zwarten schoorsteen. Aan een vlaggestok hing de Amerikaansche

vlag, met de sterren en strepen, slap neer in de stille lucht. De

Olijftak voerde geen kleuren.

"Nu is er toch geen sprake van zeerooverij," merkte Jack op. "De

matrozen zijn niet eens gewapend."

"Dat denk ik ook niet," stemde Gerald mee in. "Voor zoover ik er nu

al over oordeelen kan, is de bemanning een bevaren en goed geoefende

troep. 'k Zou wel eens willen weten, hoe die eigenlijk bij elkaar

zijn gebracht en hoe ze hier aan boord zijn gekomen. Ze doen voor

onze beste Britsche matrozen niet onder."

Gerald had niet te veel goeds van de mannen gezegd. Vlug en behendig

volgden ze de bevelen op, die kort en zonder de minste drukte gegeven

werden.

Vlug werd de Olijftak langszijde van de Puma gebracht en er werd

begonnen met het lossingswerk. In minder dan twee uur waren acht

kanonnen van 15 c.M. overgebracht uit het ruim van het vrachtschip op

het dek van den kruiser, benevens een flinke hoeveelheid

snelvuurgeschut van kleiner kaliber, een aantal kisten en een groote

voorraad granaten.

Toen het werk afgeloopen was, kwam de gezagvoerder van de Puma, een

echte Amerikaan, aan boord van de Olijftak, gewapend met een bundel

papieren. Nadat hij ongeveer een half uur bij kapitein Brookes had

doorgebracht, verliet hij het schip en de trossen werden weer

losgeworpen.

Tregarthen had opgemerkt, dat intusschen de vlag op den kruiser

geheschen was: een groene olijftak op een wit veld.

Toen de beide schepen weer in beweging kwamen, werd er van

weerszijden met de vlag gesalueerd en een uur later was de Puma in

noord-westelijke richting geheel uit het gezicht verdwenen.

Het overige deel van den dag werd gebruikt om de kanonnen te stellen

en dat werk ging verwonderlijk vlug, dank zij de vernuftige

werktuigen, waarover men daarbij kon beschikken. Men was al een heel

eind gevorderd, toen het sein voor het middagmaal gegeven werd, dat

Gerald en Jack in gezelschap van de andere officieren zouden

gebruiken. Vóór ze aan tafel gingen, werden de beide vrienden aan

hun nieuwe makkers voorgesteld door kapitein Brookes.

Er waren vijftien officieren bij elkaar, waarvan Gerald er al een

paar kende, namelijk White, den dokter en Christoffel Weeks, den

jongen luitenant, die hem naar de hut van den kapitein had gebracht.

Het waren knappe, vroolijke menschen, die gemakkelijk over allerlei

onderwerpen praatten. Alleen vermeden ze zorgvuldig te spreken, over

hetgeen ze vroeger geweest waren. Met één uitzondering echter:

Taylor, die het opzicht had over het laboratorium, waar de granaten

werden gevuld, praatte zonder terughouding, zonder acht te slaan op

de teekenen van afkeuring van zijn dischgenooten.

Na den maaltijd begaven Gerald en Jack zich weer naar het dek, waar

nu bij 't heldere licht van een aantal booglampen hard werd

doorgewerkt. Kapitein Brookes was overal tegenwoordig om tot spoed

aan te zetten, aanwijzingen te doen en te helpen. Hij leek geen

vermoeienis te kennen.

"Waartoe dient die buitengewone haast, Mr. Sinclair?" vroeg

Tregarthen aan den dienstdoenden officier op de brug.

"Weet u dat niet? Heeft de kapitein u het nieuws nog niet verteld? In

den namiddag is er een draadloos bericht ontvangen, dat de oorlog

verklaard is tusschen twee Zuid-Amerikaansche republieken. Daar

zullen we aan meedoen."

"'k Zou wel eens willen zien, hoe hier de inrichting voor draadlooze

telegraphie in elkaar zit," zei Stockton, toen ze samen in hun hut

zaten.

"Ja, dat zal wel weer wat bijzonders zijn, maar aan boord van dit

schip verwonder ik me over niets meer. Toch ben ik benieuwd, hoe het

eindelijk met dit vaartuig zal afloopen. De Olijftak kan toch niet

eeuwig in volle zee blijven. De voorraden moeten worden aangevuld en

het schip moet van tijd tot tijd dokken om te worden schoongemaakt en

gerepareerd. Dat kost alles schatten en waar komt al dat geld

vandaan? En dan vraag ik mezelf af: "Wie is eigenlijk die kapitein

Brookes? Is hij een millionnair -- een fantastisch plannenmaker, --

wat is hij?""

"Ik denk -- Hallo, wie is daar? Binnen!"

Een bescheiden tikje op de deur had Jack verhinderd zijn meening uit

te spreken.

Een kleine man, met een rond, blozend gezicht kwam stilletjes binnen

en sloot behoedzaam de deur achter zich.

Het was Taylor, de scheikundige.

"Wel, Mr. Taylor, waarmee kunnen we u van dienst zijn?" vroeg Gerald.

"Zacht wat, Sir, niet zoo luid, als ik u verzoeken mag," zei de

kleine man, terwijl hij zenuwachtig met de hand door zijn

kortgeknipt, grijzend haar streek. "Mijn naam is niet Taylor, maar

Schneider. Ik ben onderwijzer in talen en andere wetenschappen. U

kwaamt van Poole, niet waar? Hebt u daar soms kolonel Mortebeque

gekend? Ik ben gouverneur van zijn zoon geweest ----"

"Neem me niet kwalijk, Mr. Schneider," viel Tregarthen hem ongeduldig

in de rede, "ik ken dien kolonel Dinges niet, en ik stel geen belang

in uw levensgeschiedenis. Kom tot de zaak, wat wenscht ge van ons?"

"Ach! zuchtte de man, terwijl hij een treurig gezicht zette, ik ben

erin geloopen en ze hebben me hier onder valsche voorspiegelingen aan

boord gehaald. Ik zou scheikundige onderzoekingen doen en nu moet ik

granaten vullen. Dat bevalt me heelemaal niet. -- Hij is een

zeeroover."

"Hoe weet u dat?"

"Ja, ziet u, misschien is dat de goede naam niet. Hoe noemt u dat in

't Engelsch? Ha! Nu weet ik het -- een toovenaar. U verkeert dus

beiden in groot gevaar. Vraag in de eerste de beste haven verlof om

aan land te gaan en neem mij dan mee. We vluchten dan en zijn weer

veilig."

"'t Spijt me, Mr. Schneider, maar ge zijt hier aan het verkeerde

adres. Als ge wat te klagen hebt, waarom wendt ge u dan niet tot den

kapitein zelf? En als ge zoo zeker weet, dat hij een toovenaar is,

dan zal hij nu ook wel gehoord hebben, wat ge ons hebt verteld. Ge

kunt dus wel heengaan."

Mr. Schneider, die wel begreep, dat hij hier geen troost zou vinden,

volgde den raad op, die hem zoo zonder complimenten gegeven was.

"Dat is een gluiper, dien ik voor niets vertrouw," zei Jack, toen de

deur van de hut weer dicht was. "'t Zijn natuurlijk allemaal

praatjes, die hij ons heeft willen wijsmaken."

"Ik geloof tenminste niet, dat we bij een toovenaar aan boord zijn,"

zei Gerald lachend, terwijl hij zich gereed maakte om naar kooi te

gaan. "In allen gevalle moeten we ons er maar zoo goed mogelijk in

schikken, nu we eenmaal hier zijn. En om je de waarheid te zeggen, ik

ben er niet rouwig om, dat het toeval ons aan boord van de Olijftak

gebracht heeft."

HOOFDSTUK VIII.

VERRAAD.

Gedurende verscheidene dagen vervolgde de Olijftak haar onstuimige

vaart in zuidelijke richting met het doel Straat Magelaan te

bereiken, die de Atlantische met de Groote Oceaan verbindt.

In dien tijd had Tregarthen weinig gelegenheid om met kapitein

Brookes te spreken, die letterlijk nacht en dag werkte.

Toen men de Linie passeerde, werd er niet aan gedacht de oude

gewoonte, om den klassieken zeegod met zijn gevolg te ontvangen, in

eere te houden. Naar het scheen, was de oude Neptunus daarover

verbolgen, want vóór de streek der windstilten bereikt was, werd de

Olijftak door een verschrikkelijken orkaan beloopen.

Het leek wel, of de zee en de lucht samenwerkten bij deze

wraakoefening op het schip. De golven werden bergenhoog opgezweept en

de bulderende stormwind joeg witte schuimvlokken door de grijze,

laaghangende wolken. De regen viel als een stortvloed neer en midden

op den dag was het zoo grauw en schemerig, dat men niet verder dan

een kabellengte voor zich uit kon zien.

Maar ondanks de woede der elementen, joeg de Olijftak met een vaart

van ongeveer dertig knoopen voort door het kokende en bruischende

water. Het leek wel, of het schip niet langer door de golven gedragen

werd, maar of het er dwars doorheen boorde.

Geweldige watermassa's werden over het dek geworpen en sloegen bij

oogenblikken tot hoog boven de brug, maar daarbij bleef het schip

verwonderlijk goed in evenwicht.

Gerald moest, evenals de overige bemanning, beneden blijven en sprak

zijn verbazing uit, over den rustigen gang van het schip in zoo'n

woest bewogen zee.

"Ja, dat is een wonder!" stemde Alex Sinclair toe. "Het is niet mijn

doel u ongerust te maken, maar we danken dezen rustigen gang alleen

aan de lage ligging van het zwaartepunt, onze groote snelheid

waarborgt onze veiligheid. Zoolang we recht tegen den golfslag

ingaan, hebben we geen gevaar te duchten, maar als een golf ons van

terzij aangreep, zouden we er anders voor staan: dan gaf ik niet

zóó veel voor mijn leven."

Gelukkig duren zulke hevige stormen betrekkelijk kort en daar de

Olijftak zulk een buitengewone snelheid had, was men spoedig door het

gebied der orkanen heen en bereikte het schip ongedeerd kalmer

streken.

Met vreugde begroette het scheepsvolk het oogenblik, toen de luiken

weer werden geopend en ze op het dek frissche lucht konden inademen.

"Zeil aan stuurboord!"

De Koning der Zee · 第 2 / 12 段