III

De bevolking van Nepâl bestaat uit een zeer groot aantal stammen, die

elkander vreemd zijn en verschillende dialekten spreken. Sommigen zijn

van thibetaanschen oorsprong; anderen zijn ontstaan uit de vermenging

van Thibetanen en de oorspronkelijke bewoners des lands met immigranten

uit verschillende deelen van Hindostan. Van deze immigranten zouden

sommigen hebben behoord tot de Radjpoets, dat wil zeggen tot de

edelste en zuiverste vertegenwoordigers van het indische ras; anderen

daarentegen zouden half wilde stammen zijn geweest, zoo als de Kohls in

Shota Nagpore en de provincie Orissa. De groote massa der bevolking

in de eigenlijke vallei van Nepâl bestaat uit twee zeer scherp

onderscheiden groepen: de Newars, de afstammelingen der oude bewoners,

en de Gorkhas, die tegen het einde der vorige eeuw Nepâl veroverden

en de bevolking aan zich onderwierpen. Deze Gorkhas waren tot op dien

tijd een der vele krijgshaftige stammen, die binnen het gebied van

Nepâl zijn gevestigd; zij beweeren de afstammelingen te zijn van de

Radjpoets, die weleer naar deze afgelegen streken emigreerden om zich

aan de mohammedaansche overheersching te onttrekken. Buiten kijf zijn

zij van hindoeschen oorsprong, doch ik heb er maar weinigen ontmoet,

die niet de teekenen droegen van vermenging met thibetaansch bloed.

Het woord Gorkha is, overigens niet de naam van een bepaald ras. In

Nepâl verstaat men daaronder de nakomelingen der lieden van allerlei

stand en van zeer verschillende afkomst, die in de vorige eeuw de

nepaleesche provincie Gorkha verlieten en geheel Nepâl aan hunne macht

onderwierpen. Naar gelang van hunne afkomst vormen zij verschillende

kasten. De hoogste dezer kasten, die der kshatryas, is gesproten uit

de verbintenis van de bovengenoemde Radjpoets met de vrouwen van een

oorspronkelijk inlandschen stam, die den naam draagt van Khoes. De

Gorkhas vormen de kern der krijgshaftige bevolking van Nepâl, waartoe

verder nog verschillende stammen behooren, bij wie de mongoolsche type

veel meer op den voorgrond treedt dan bij de Gorkhas. De vereeniging

van Nepâl onder het gezag van één souverein is het werk der Gorkhas,

die zich door hunne groote dapperheid en militaire bekwaamheden boven

alle anderen onderscheiden. Deze krijgshaftige aristokratie acht alle

andere bezigheden buiten den wapenhandel beneden hare waardigheid: zij

bemoeit zich noch met handel, noch met industrie, noch met landbouw,

en is ook ten eenemale ontbloot van zin en smaak voor kunst. Hunne

godsdienst is het Brahmanisme; hunne taal is een dialekt van het

sanskriet, vermengd met thibetaansche woorden; zij gebruiken het

sanskrietsche letterschrift.

De Newars vormen de groote meerderheid der bevolking van de vallei

van Nepâl; zij werden eeuwenlang door hunne eigene rajahs geregeerd,

onder wier bestuur in de steden van Nepâl vele belangrijke monumenten

werden gesticht. Even als de Gorkhas, zijn ook de Newars gesproten

uit de vermenging van Hindoes en Thibetanen; maar het thibetaansche

element heeft bij hen veel meer de overhand. Toen ik de vallei van

Nepâl betrad, had ik onder mijn gevolg ook een bediende, die met mij

de verschillende deelen van Indië had doorreisd, zonder eenig begrip

te hebben van de landstreken, waarheen onze weg voerde. Maar ter

nauwernood waren wij in het eerste grensdorp van Nepâl aangekomen, of

hij vroeg mij, of wij ons niet in China bevonden. Volgens hem hadden

de inlanders eene zeer sterke overeenkomst met de Chineezen, die

hij te Bombay had gezien. De taal der Newars, het newari, verschilt

zeer van die der Gorkhas, hoewel zij evenzeer een mengsel is van

sanskriet en thibetaansch. Het newari is de eenige taal van Nepâl,

die eene letterkunde heeft.

De Newars zijn ten eenemale ontbloot van den krijgshaftigen geest en

de militaire bekwaamheden der Gorkhas, maar bezitten daarentegen een

zeer opmerkelijken aanleg voor landbouw, handel en nijverheid. Zij zijn

de bouwmeesters der met prachtig beeld werk versierde, merkwaardige

tempels, waarmede de vallei als bezaaid is. De kunst om het hout

te bewerken en te snijden heeft bij hen eene hoogte bereikt, die,

naar mijn oordeel, door geen enkel volk van het hedendaagsch Europa

wordt geëvenaard. Maar het thans heerschende ras, de Gorkhas, doet

volstrekt niets om de kunst aan te moedigen; zij gaat dan ook sterk

achteruit; de bekwame kunstenaars zoeken elders een goed heenkomen; en

tegenwoordig vindt men in de geheele vallei ter nauwernood een dozijn

lieden, die inderdaad de kunst van houtsnijden verstaan. Wanneer de

laatste van deze kunstenaars verdwenen zal zijn, zal ook de kunst van

houtsnijden zelve in Nepâl ten onder zijn gegaan, zoo als de kunst

van het brons te bewerken hier reeds zoo goed als vergeten is. Ook

de architectuur is in verval; bijna al de merkwaardige monumenten

dagteekenen van vóór den tijd der heerschappij van de Gorkhas.

Een derde gedeelte der Newars belijdt de hindoesche godsdienst:

zij zijn volgelingen van Siva; de anderen zijn Boeddhisten. Zoowel

Brahmanisten als Boeddhisten hebben het kastenstelsel in stand

gehouden.

Twee sprekende karaktertrekken zijn aan alle Nepaleezen, Gorkhas

zoowel als Newars, gemeen: hunne groote godsdienstigheid en

hun onafhankelijkheidsgevoel. De Nepaleezen zijn misschien het

godsdienstigste volk der wereld. Mij is geen ander land bekend, waar,

naar verhouding, het getal der tempels en der priesters zoo groot

is. Godsdienstige feesten en plechtigheden nemen het grootste gedeelte

van den tijd der bevolking in beslag. De astrologen, die doorgaans

onder de priesters worden gekozen, spelen bij alle handelingen van het

leven eene gewichtige rol; en evenmin als de oude Romeinen, zullen de

Nepaleezen eene onderneming op touw zetten of eene reis aanvaarden,

zonder vooraf het lot te hebben geraadpleegd en een gunstigen dag

uitgekozen. Jammer maar dat, ondanks hunne godsdienstigheid, hunne

zedelijkheid zoo veel te wenschen overlaat; vooral is hun volkomen

gemis van waarheidszin zeer opmerkelijk. Een Hindoe zegt nog somtijds

de waarheid, een Nepalees nooit.

Wat de bewoners van Nepâl zeer beslist van de Hindoes onderscheidt,

is hunne vaderlandsliefde en hun onafhankelijkheidsgevoel. Deze beide

eigenschappen, waarvan men elders in Indië geen spoor vindt, zijn

bij de geheele bevolking van Nepâl in zeer hooge mate ontwikkeld. In

die gezindheid wortelt hun onbedwingbaar wantrouwen jegens alle

vreemdelingen; zij is het ook die hen tot het besluit heeft gebracht

om den toegang tot hun land aan alle Europeanen te ontzeggen.

De mythische geschiedenis van Nepâl begint met de helden van de

Mahabharata, maar van de werkelijke geschiedenis des lands weten

wij al even weinig als van die van het overige Indië. Voor het

jaar 1300 van onze jaartelling is ons met zekerheid eigenlijk niets

van de historie des lands bekend, dan alleen dat het Boeddhisme er

omstreeks de eerste eeuw werd ingevoerd. Ongetwijfeld was eertijds

de bevolking hoofdzakelijk thibetaansch. Na de inneming van Shittor,

door Ala-oed-din, in 1306, namen een aantal Radjpoets, die zich

aan de muzelmansche heerschappij niet wilden onderwerpen, de wijk

naar de bergen van Nepâl. Zij werden in 1336 gevolgd door andere

Radjpoets uit de koninkrijken Oudhe en Kanoeje, die insgelijks voor

de nieuwe veroveraars vluchtten. Uit deze emigratie van Radjpoets

zouden de Gorkhas gesproten zijn, die in Nepâl een klein zelfstandig

vorstendom vormden, dat eeuwenlang zijne onafhankelijkheid wist te

handhaven. In 1765 vatten de Gorkhas het plan op om geheel Nepâl

onder één gezag te vereenigen. Na een vierjarigen oorlog gelukte

het hun, de drie koninkrijken te onderwerpen, waarvan Bhatgaon,

Patan en Khatmandoe de hoofdsteden waren, en die sedert het begin

van de veertiende eeuw werden geregeerd door dynastieën van rajahs,

die van een gemeenschappelijken stamvader afstamden en tot het ras

der Newars behoorden, dat van mongoolschen oorsprong is en nog de

massa der bevolking vormt. Na zich aldus van de drie hoofdsteden te

hebben meester gemaakt, vernietigden de Gorkhas de talrijke kleine

vorstendommen, het best te vergelijken met onze oude leenen, waarin

het land destijds was verdeeld. Sedert dien tijd is geheel Nepâl

onderworpen aan het gezag van een enkelen souverein, en heeft slechts

eene hoofdstad, Khatmandoe.

Bij herhaling werd de onafhankelijkheid van Nepâl bedreigd door zijne

twee machtige buren, de Engelschen en de Chineezen, en heeft het rijk

tegen hen bloedige oorlogen moeten voeren; maar zoo de Nepaleezen

soms werden overwonnen, is het toch nog aan geen vreemde legermacht

gelukt, hunne hoofdstad te bereiken, en ondanks alles bleef de

onafhankelijkheid des lands gehandhaafd. De zwaarste aanval, dien Nepâl

te verduren had, was de oorlog met Engeland in de eerste jaren dezer

eeuw. In 1814 door de Engelschen aangevallen, brachten de Nepaleezen

hun een bloedige nederlaag toe, en doodden hun generaal Gillespie; maar

toen in 1816 de Engelschen met een leger van zes-en-veertigduizend man,

tot op drie dagreizen afstands van Khatmandoe waren doorgedrongen,

moest de kleine staat, die een heldhaftigen tegenstand had geboden,

den ongelijken strijd opgeven en zich de vredesvoorwaarden van den

overwinnaar laten welgevallen. Een van de voornaamste bepalingen

van het vredesverdrag was, dat de regeering van Nepâl een engelsch

gezant in hare hoofdstad zou ontvangen. Deze voorwaarde, hoe hard

ook voor de Nepaleezen, bracht hen echter feitelijk in geen anderen

toestand, dan waarin alle europeesche mogendheden tegenover elkander

verkeeren, want de engelsche gezant is niets meer dan een diplomatiek

vertegenwoordiger en heeft hoegenaamd geen recht, zich met de regeering

des lands te bemoeien. "De engelsche minister", zegt doctor Wright,

gewezen geneesheer bij het gezantschap te Khatmandoe, "heeft in het

minst geen recht of bevoegdheid zich te mengen in de regeering des

lands. Metterdaad vervult hij geene andere functiën dan die van

consul, geheel overeenkomende met die van een engelsch consul in

eene of andere europeesche stad. De Nepaleezen zijn in hooge mate

trotsch en naijverig op hunne onafhankelijkheid, en dulden niet dat

een vreemde zich met hunne zaken bemoeie."

De positie van engelsch gezant in Nepal is dan ook verre van

benijdenswaardig. Zijn eenige metgezel gedurende de vele jaren, die

hij soms in deze ballingschap moet doorbrengen, is een geneesheer,

de eenige Europeaan aan wien het vergund is, met hem in Nepal te

vertoeven. Hij kan officieel geen voet buiten zijne woning zetten dan

onder het geleide van soldaten der lijfwacht, die, zoo als het heet,

voor zijne veiligheid moeten zorgen, maar wier eigenlijke taak het

is, hem te bewaken en onverwijld aan het hof bericht te geven van al

zijne handelingen. De engelsche gezant woont in een door een zijner

voorgangers gebouwd huis, op eenige mijlen afstands van de stad. Dit

huis bevat alles wat voor het levensonderhoud noodig is, met inbegrip

van eene bakkerij en eene slagerij. Een wacht van sipayers moet,

des noods, vijandelijke aanvallen der inlanders afslaan. Daar is

wel al de zwijgende vastberadenheid en zelfgenoegzame energie van de

engelsche ambtenaren toe noodig, om bij zulk eene manier van leven

niet van verveling te sterven. Trouwens niet enkel in Nepal treft men

Engelschen aan, die jaren lang geheel alleen leven te midden eener

onverschillige of zelfs vijandig gezinde bevolking. In deze eenzaamheid

blijven zij onveranderlijk trouw aan de gewoonten en de levenswijze van

hun vaderland: in die mate zelfs, dat zij zich nooit dan zwartgerokt

en witgedast aan tafel zetten, hoewel hun eenige dischgenoot hun eigen

beeld is, dat door den spiegel wordt weerkaatst. Maar deze zwijgende

metgezel is voor hen genoeg; ik heb Engelschen gekend, die sedert

vijf-en-twintig jaren op deze wijze hun leven doorbrachten en met

smart dachten aan het oogenblik, waarop zij verplicht zouden zijn

hun ontslag te vragen en in de maatschappij terug te keeren.

Sedert de vereeniging van alle koninkrijken en vorstendommen van

Nepal onder een zelfden scepter, ten gevolge van de overwinningen der

Gorkhas, is het land eene absolute monarchie; maar in werkelijkheid

is de staatsinrichting toch niet zoo eenvoudig als zij op het

eerste gezicht schijnt. Zij omvat velerlei vormen, verschillende

naar gelang van de afzonderlijke landstreken, te beginnen bij den

eenvoudigsten vorm van politieke organisatie, de stamordening, die

nog in de meeste bergvalleien geldt. Bovendien verschilt het begrip

van souvereiniteit aanmerkelijk van de moderne europeesche opvatting,

maar komt daarentegen veel meer overeen met die onzer middeleeuwsche

feodaliteit. Nooit toch zou het in het brein van een europeesch monarch

opkomen, om een deel van zijn rijk, in vrij en onafhankelijk bezit,

met den titel van koning, aan een onderdaan weg te geven. Toch deed

dit de koning van Nepal, in 1855, toen hij twee provinciën aan zijn

minister Jang Bahadoer en diens erfgenamen ten geschenke gaf, met

onbeperkte macht van leven en dood over al de bewoners.

De koning van Nepal is overigens slechts in naam almachtig; het

hoogste gezag berust feitelijk in handen van een soort van majordomus

of eersten minister, die bijgestaan wordt door een raad, bestaande

uit de aanzienlijkste edelen des rijks. Deze eerste minister is

welhaast alvermogend, maar zijne almacht waarborgt hem niet tegen

het bijna onontkoombaar lot, van vroeger of later door een mededinger

vermoord te worden. Jang Bahadoer wist aan dit noodlot te ontsnappen,

door onverbiddelijk het hoofd te laten afslaan van ieder, in wien

hij een mededinger kon vermoeden. Ongelukkig zijn de Nepaleezen zeer

achterdochtig en wantrouwend; en in den wedstrijd wie het eerst zijne

tegenpartij treffen zal, kan een minister alleen door buitengewone

behendigheid de zege wegdragen. Jang Bahadoer aarzelde nooit een

oogenblik, kort en haastig recht te doen, des noods met eigen hand;

en daaraan had hij het te danken dat hij ruim dertig jaren lang met

onbeperkte macht over Nepal regeerde en eerst voor eenige jaren zijn

natuurlijken dood stierf. Hij was inderdaad een van de merkwaardigste

typen van een aziatisch despoot. Met buitengewone geestesgaven

toegerust, bewees hij aan zijn land de belangrijkste diensten. Hij

was geheel op de hoogte van de westersche toestanden; hij had Londen

en Parijs bezocht, en voerde allerlei nuttige hervormingen in. Zijne

spierkracht was niet minder buitengewoon dan zijn verstand: hij legde

een afstand van vijf-en-zestig kilometers in zestien uren te paard

af, en kloofde met een enkelen sabelhouw een panter in tweeën. Ook

vond hij er geen bezwaar in, zonder veel woorden te verspillen,

met eigen hand de groote heeren te onthoofden die hij gevaarlijk

achtte voor den staat. De belangrijkste openbare betrekkingen werden

bekleed door leden zijner familie, die trouwens talrijk genoeg was,

want hij had ruim honderd zonen. Gedurende zijne lange regeering

genoot het land eene hooge mate van welvaart en nam de algemeene

rijkdom belangrijk toe. Hij wist elken oorlog met zijne naburen te

vermijden; en deze oostersche Richelieu, die tijdens den opstand der

sipayers, hulptroepen naar de Engelschen zond en tegelijker tijd eene

schuilplaats verzekerde aan Nana-Sahib, wordt nog heden in Nepâl als

een van de grootste mannen van zijn tijd beschouwd.

Hoewel Nepâl er een leger van twee-en-dertig-duizend man op nahoudt,

bedragen de staatsinkomsten toch niet meer dan omstreeks twintig

millioen francs. Maar deze som vertegenwoordigt een zeer belangrijk

cijfer in een land, waar dertig centimes per dag ruimschoots voldoende

zijn voor het levensonderhoud van een persoon. De hoofdbronnen van

inkomst zijn de grondbelasting, de douanen en verschillende monopoliën;

het grootste gedeelte der staatsinkomsten wordt ook voor militaire

doeleinden gebruikt.

Het staande leger telt ongeveer zestien-duizend man, in zes-en-twintig

regimenten verdeeld. De onregelmatige troepen zijn omstreeks

even sterk. De kavalerie telt niet meer dan honderd manschappen,

voldoende voor een zoo bergachtig land. De kleur van de uniform is

blauw; een kleine tulband dekt het hoofd. De bewapening is eenigszins

zonderling en onstelselmatig. Even als alle bewoners van Nepâl, is

elke soldaat gewapend met de klassieke koekhri, een groot breed mes

van eigenaardigen vorm. De artillerie bezit een vrij groot aantal

stukken berggeschut, die in het land zelf vervaardigd worden.

De kracht van het nepalsche leger kan echter niet uitsluitend naar het

cijfer der legersterkte worden berekend. Het is namelijk den soldaten

vergund, het land te verlaten en dienst te nemen bij de engelsche

regimenten in Hindostan, waar zij naar europeesche manier gedrild

en geoefend worden. Zij behooren tot de beste soldaten, die Engeland

in Hindostan bezit. Wanneer zij, na volbrachten diensttijd, in Nepâl

terugkeeren, vormen zij daar eene reserve, die volkomen geoefend en

elk oogenblik gereed is om de wapenen te voeren. In de bergpassen

zou dit leger voor den vijand geducht kunnen worden en in staat zijn

om elken aanval af te slaan. In een tijd, toen deze kostbare reserve

nog niet bestond, heeft het nepalsche leger aan de engelsche troepen

reeds gevoelige nederlagen toegebracht. In aanmerking nemende de bijna

volstrekte onmogelijkheid om met een legerkorps over de passen van de

Himalaya te trekken, die naar de hoofdstad voeren, de dapperheid en

bekwaamheid der soldaten die dagelijks geoefend worden, en vooral de

vaderlandsliefde en het zeer levendig onafhankelijkheidsgevoel der

inlanders, komt het mij voor, dat Nepâl inderdaad niets te vreezen

heeft van zijn machtigen nabuur. Alleen door eene binnenlandsche

omwenteling zou het land zijne onafhankelijkheid kunnen verliezen,

wanneer namelijk een der hoofden de tusschenkomst der Engelschen

inriep en hun den weg opende naar de hoofdstad.--Het leger bestaat

uitsluitend uit vrijwilligers; bijna alle manschappen behooren tot

de krijgshaftige stammen der Gorkhas. De Newars hebben een afschuw

van den militairen dienst. De bevordering der officieren is geheel

aan het goedvinden der regeering overgelaten. Er zijn hier generaals

van vijf-en-twintig en kolonels van veertig jaar, zelfs luitenants

met grijze haren; zonen van aanzienlijken ontvangen soms reeds in

hun prilste jeugd den titel van generaal.

Reis in Nepal De Aarde en haar Volken, 1887 · 第 4 / 6 题