De bevolking van Nepâl bestaat uit een zeer groot aantal stammen, die
elkander vreemd zijn en verschillende dialekten spreken. Sommigen zijn
van thibetaanschen oorsprong; anderen zijn ontstaan uit de vermenging
van Thibetanen en de oorspronkelijke bewoners des lands met immigranten
uit verschillende deelen van Hindostan. Van deze immigranten zouden
sommigen hebben behoord tot de Radjpoets, dat wil zeggen tot de
edelste en zuiverste vertegenwoordigers van het indische ras; anderen
daarentegen zouden half wilde stammen zijn geweest, zoo als de Kohls in
Shota Nagpore en de provincie Orissa. De groote massa der bevolking
in de eigenlijke vallei van Nepâl bestaat uit twee zeer scherp
onderscheiden groepen: de Newars, de afstammelingen der oude bewoners,
en de Gorkhas, die tegen het einde der vorige eeuw Nepâl veroverden
en de bevolking aan zich onderwierpen. Deze Gorkhas waren tot op dien
tijd een der vele krijgshaftige stammen, die binnen het gebied van
Nepâl zijn gevestigd; zij beweeren de afstammelingen te zijn van de
Radjpoets, die weleer naar deze afgelegen streken emigreerden om zich
aan de mohammedaansche overheersching te onttrekken. Buiten kijf zijn
zij van hindoeschen oorsprong, doch ik heb er maar weinigen ontmoet,
die niet de teekenen droegen van vermenging met thibetaansch bloed.
Het woord Gorkha is, overigens niet de naam van een bepaald ras. In
Nepâl verstaat men daaronder de nakomelingen der lieden van allerlei
stand en van zeer verschillende afkomst, die in de vorige eeuw de
nepaleesche provincie Gorkha verlieten en geheel Nepâl aan hunne macht
onderwierpen. Naar gelang van hunne afkomst vormen zij verschillende
kasten. De hoogste dezer kasten, die der kshatryas, is gesproten uit
de verbintenis van de bovengenoemde Radjpoets met de vrouwen van een
oorspronkelijk inlandschen stam, die den naam draagt van Khoes. De
Gorkhas vormen de kern der krijgshaftige bevolking van Nepâl, waartoe
verder nog verschillende stammen behooren, bij wie de mongoolsche type
veel meer op den voorgrond treedt dan bij de Gorkhas. De vereeniging
van Nepâl onder het gezag van één souverein is het werk der Gorkhas,
die zich door hunne groote dapperheid en militaire bekwaamheden boven
alle anderen onderscheiden. Deze krijgshaftige aristokratie acht alle
andere bezigheden buiten den wapenhandel beneden hare waardigheid: zij
bemoeit zich noch met handel, noch met industrie, noch met landbouw,
en is ook ten eenemale ontbloot van zin en smaak voor kunst. Hunne
godsdienst is het Brahmanisme; hunne taal is een dialekt van het
sanskriet, vermengd met thibetaansche woorden; zij gebruiken het
sanskrietsche letterschrift.
De Newars vormen de groote meerderheid der bevolking van de vallei
van Nepâl; zij werden eeuwenlang door hunne eigene rajahs geregeerd,
onder wier bestuur in de steden van Nepâl vele belangrijke monumenten
werden gesticht. Even als de Gorkhas, zijn ook de Newars gesproten
uit de vermenging van Hindoes en Thibetanen; maar het thibetaansche
element heeft bij hen veel meer de overhand. Toen ik de vallei van
Nepâl betrad, had ik onder mijn gevolg ook een bediende, die met mij
de verschillende deelen van Indië had doorreisd, zonder eenig begrip
te hebben van de landstreken, waarheen onze weg voerde. Maar ter
nauwernood waren wij in het eerste grensdorp van Nepâl aangekomen, of
hij vroeg mij, of wij ons niet in China bevonden. Volgens hem hadden
de inlanders eene zeer sterke overeenkomst met de Chineezen, die
hij te Bombay had gezien. De taal der Newars, het newari, verschilt
zeer van die der Gorkhas, hoewel zij evenzeer een mengsel is van
sanskriet en thibetaansch. Het newari is de eenige taal van Nepâl,
die eene letterkunde heeft.
De Newars zijn ten eenemale ontbloot van den krijgshaftigen geest en
de militaire bekwaamheden der Gorkhas, maar bezitten daarentegen een
zeer opmerkelijken aanleg voor landbouw, handel en nijverheid. Zij zijn
de bouwmeesters der met prachtig beeld werk versierde, merkwaardige
tempels, waarmede de vallei als bezaaid is. De kunst om het hout
te bewerken en te snijden heeft bij hen eene hoogte bereikt, die,
naar mijn oordeel, door geen enkel volk van het hedendaagsch Europa
wordt geëvenaard. Maar het thans heerschende ras, de Gorkhas, doet
volstrekt niets om de kunst aan te moedigen; zij gaat dan ook sterk
achteruit; de bekwame kunstenaars zoeken elders een goed heenkomen; en
tegenwoordig vindt men in de geheele vallei ter nauwernood een dozijn
lieden, die inderdaad de kunst van houtsnijden verstaan. Wanneer de
laatste van deze kunstenaars verdwenen zal zijn, zal ook de kunst van
houtsnijden zelve in Nepâl ten onder zijn gegaan, zoo als de kunst
van het brons te bewerken hier reeds zoo goed als vergeten is. Ook
de architectuur is in verval; bijna al de merkwaardige monumenten
dagteekenen van vóór den tijd der heerschappij van de Gorkhas.
Een derde gedeelte der Newars belijdt de hindoesche godsdienst:
zij zijn volgelingen van Siva; de anderen zijn Boeddhisten. Zoowel
Brahmanisten als Boeddhisten hebben het kastenstelsel in stand
gehouden.
Twee sprekende karaktertrekken zijn aan alle Nepaleezen, Gorkhas
zoowel als Newars, gemeen: hunne groote godsdienstigheid en
hun onafhankelijkheidsgevoel. De Nepaleezen zijn misschien het
godsdienstigste volk der wereld. Mij is geen ander land bekend, waar,
naar verhouding, het getal der tempels en der priesters zoo groot
is. Godsdienstige feesten en plechtigheden nemen het grootste gedeelte
van den tijd der bevolking in beslag. De astrologen, die doorgaans
onder de priesters worden gekozen, spelen bij alle handelingen van het
leven eene gewichtige rol; en evenmin als de oude Romeinen, zullen de
Nepaleezen eene onderneming op touw zetten of eene reis aanvaarden,
zonder vooraf het lot te hebben geraadpleegd en een gunstigen dag
uitgekozen. Jammer maar dat, ondanks hunne godsdienstigheid, hunne
zedelijkheid zoo veel te wenschen overlaat; vooral is hun volkomen
gemis van waarheidszin zeer opmerkelijk. Een Hindoe zegt nog somtijds
de waarheid, een Nepalees nooit.
Wat de bewoners van Nepâl zeer beslist van de Hindoes onderscheidt,
is hunne vaderlandsliefde en hun onafhankelijkheidsgevoel. Deze beide
eigenschappen, waarvan men elders in Indië geen spoor vindt, zijn
bij de geheele bevolking van Nepâl in zeer hooge mate ontwikkeld. In
die gezindheid wortelt hun onbedwingbaar wantrouwen jegens alle
vreemdelingen; zij is het ook die hen tot het besluit heeft gebracht
om den toegang tot hun land aan alle Europeanen te ontzeggen.
De mythische geschiedenis van Nepâl begint met de helden van de
Mahabharata, maar van de werkelijke geschiedenis des lands weten
wij al even weinig als van die van het overige Indië. Voor het
jaar 1300 van onze jaartelling is ons met zekerheid eigenlijk niets
van de historie des lands bekend, dan alleen dat het Boeddhisme er
omstreeks de eerste eeuw werd ingevoerd. Ongetwijfeld was eertijds
de bevolking hoofdzakelijk thibetaansch. Na de inneming van Shittor,
door Ala-oed-din, in 1306, namen een aantal Radjpoets, die zich
aan de muzelmansche heerschappij niet wilden onderwerpen, de wijk
naar de bergen van Nepâl. Zij werden in 1336 gevolgd door andere
Radjpoets uit de koninkrijken Oudhe en Kanoeje, die insgelijks voor
de nieuwe veroveraars vluchtten. Uit deze emigratie van Radjpoets
zouden de Gorkhas gesproten zijn, die in Nepâl een klein zelfstandig
vorstendom vormden, dat eeuwenlang zijne onafhankelijkheid wist te
handhaven. In 1765 vatten de Gorkhas het plan op om geheel Nepâl
onder één gezag te vereenigen. Na een vierjarigen oorlog gelukte
het hun, de drie koninkrijken te onderwerpen, waarvan Bhatgaon,
Patan en Khatmandoe de hoofdsteden waren, en die sedert het begin
van de veertiende eeuw werden geregeerd door dynastieën van rajahs,
die van een gemeenschappelijken stamvader afstamden en tot het ras
der Newars behoorden, dat van mongoolschen oorsprong is en nog de
massa der bevolking vormt. Na zich aldus van de drie hoofdsteden te
hebben meester gemaakt, vernietigden de Gorkhas de talrijke kleine
vorstendommen, het best te vergelijken met onze oude leenen, waarin
het land destijds was verdeeld. Sedert dien tijd is geheel Nepâl
onderworpen aan het gezag van een enkelen souverein, en heeft slechts
eene hoofdstad, Khatmandoe.
Bij herhaling werd de onafhankelijkheid van Nepâl bedreigd door zijne
twee machtige buren, de Engelschen en de Chineezen, en heeft het rijk
tegen hen bloedige oorlogen moeten voeren; maar zoo de Nepaleezen
soms werden overwonnen, is het toch nog aan geen vreemde legermacht
gelukt, hunne hoofdstad te bereiken, en ondanks alles bleef de
onafhankelijkheid des lands gehandhaafd. De zwaarste aanval, dien Nepâl
te verduren had, was de oorlog met Engeland in de eerste jaren dezer
eeuw. In 1814 door de Engelschen aangevallen, brachten de Nepaleezen
hun een bloedige nederlaag toe, en doodden hun generaal Gillespie; maar
toen in 1816 de Engelschen met een leger van zes-en-veertigduizend man,
tot op drie dagreizen afstands van Khatmandoe waren doorgedrongen,
moest de kleine staat, die een heldhaftigen tegenstand had geboden,
den ongelijken strijd opgeven en zich de vredesvoorwaarden van den
overwinnaar laten welgevallen. Een van de voornaamste bepalingen
van het vredesverdrag was, dat de regeering van Nepâl een engelsch
gezant in hare hoofdstad zou ontvangen. Deze voorwaarde, hoe hard
ook voor de Nepaleezen, bracht hen echter feitelijk in geen anderen
toestand, dan waarin alle europeesche mogendheden tegenover elkander
verkeeren, want de engelsche gezant is niets meer dan een diplomatiek
vertegenwoordiger en heeft hoegenaamd geen recht, zich met de regeering
des lands te bemoeien. "De engelsche minister", zegt doctor Wright,
gewezen geneesheer bij het gezantschap te Khatmandoe, "heeft in het
minst geen recht of bevoegdheid zich te mengen in de regeering des
lands. Metterdaad vervult hij geene andere functiën dan die van
consul, geheel overeenkomende met die van een engelsch consul in
eene of andere europeesche stad. De Nepaleezen zijn in hooge mate
trotsch en naijverig op hunne onafhankelijkheid, en dulden niet dat
een vreemde zich met hunne zaken bemoeie."
De positie van engelsch gezant in Nepal is dan ook verre van
benijdenswaardig. Zijn eenige metgezel gedurende de vele jaren, die
hij soms in deze ballingschap moet doorbrengen, is een geneesheer,
de eenige Europeaan aan wien het vergund is, met hem in Nepal te
vertoeven. Hij kan officieel geen voet buiten zijne woning zetten dan
onder het geleide van soldaten der lijfwacht, die, zoo als het heet,
voor zijne veiligheid moeten zorgen, maar wier eigenlijke taak het
is, hem te bewaken en onverwijld aan het hof bericht te geven van al
zijne handelingen. De engelsche gezant woont in een door een zijner
voorgangers gebouwd huis, op eenige mijlen afstands van de stad. Dit
huis bevat alles wat voor het levensonderhoud noodig is, met inbegrip
van eene bakkerij en eene slagerij. Een wacht van sipayers moet,
des noods, vijandelijke aanvallen der inlanders afslaan. Daar is
wel al de zwijgende vastberadenheid en zelfgenoegzame energie van de
engelsche ambtenaren toe noodig, om bij zulk eene manier van leven
niet van verveling te sterven. Trouwens niet enkel in Nepal treft men
Engelschen aan, die jaren lang geheel alleen leven te midden eener
onverschillige of zelfs vijandig gezinde bevolking. In deze eenzaamheid
blijven zij onveranderlijk trouw aan de gewoonten en de levenswijze van
hun vaderland: in die mate zelfs, dat zij zich nooit dan zwartgerokt
en witgedast aan tafel zetten, hoewel hun eenige dischgenoot hun eigen
beeld is, dat door den spiegel wordt weerkaatst. Maar deze zwijgende
metgezel is voor hen genoeg; ik heb Engelschen gekend, die sedert
vijf-en-twintig jaren op deze wijze hun leven doorbrachten en met
smart dachten aan het oogenblik, waarop zij verplicht zouden zijn
hun ontslag te vragen en in de maatschappij terug te keeren.
Sedert de vereeniging van alle koninkrijken en vorstendommen van
Nepal onder een zelfden scepter, ten gevolge van de overwinningen der
Gorkhas, is het land eene absolute monarchie; maar in werkelijkheid
is de staatsinrichting toch niet zoo eenvoudig als zij op het
eerste gezicht schijnt. Zij omvat velerlei vormen, verschillende
naar gelang van de afzonderlijke landstreken, te beginnen bij den
eenvoudigsten vorm van politieke organisatie, de stamordening, die
nog in de meeste bergvalleien geldt. Bovendien verschilt het begrip
van souvereiniteit aanmerkelijk van de moderne europeesche opvatting,
maar komt daarentegen veel meer overeen met die onzer middeleeuwsche
feodaliteit. Nooit toch zou het in het brein van een europeesch monarch
opkomen, om een deel van zijn rijk, in vrij en onafhankelijk bezit,
met den titel van koning, aan een onderdaan weg te geven. Toch deed
dit de koning van Nepal, in 1855, toen hij twee provinciën aan zijn
minister Jang Bahadoer en diens erfgenamen ten geschenke gaf, met
onbeperkte macht van leven en dood over al de bewoners.
De koning van Nepal is overigens slechts in naam almachtig; het
hoogste gezag berust feitelijk in handen van een soort van majordomus
of eersten minister, die bijgestaan wordt door een raad, bestaande
uit de aanzienlijkste edelen des rijks. Deze eerste minister is
welhaast alvermogend, maar zijne almacht waarborgt hem niet tegen
het bijna onontkoombaar lot, van vroeger of later door een mededinger
vermoord te worden. Jang Bahadoer wist aan dit noodlot te ontsnappen,
door onverbiddelijk het hoofd te laten afslaan van ieder, in wien
hij een mededinger kon vermoeden. Ongelukkig zijn de Nepaleezen zeer
achterdochtig en wantrouwend; en in den wedstrijd wie het eerst zijne
tegenpartij treffen zal, kan een minister alleen door buitengewone
behendigheid de zege wegdragen. Jang Bahadoer aarzelde nooit een
oogenblik, kort en haastig recht te doen, des noods met eigen hand;
en daaraan had hij het te danken dat hij ruim dertig jaren lang met
onbeperkte macht over Nepal regeerde en eerst voor eenige jaren zijn
natuurlijken dood stierf. Hij was inderdaad een van de merkwaardigste
typen van een aziatisch despoot. Met buitengewone geestesgaven
toegerust, bewees hij aan zijn land de belangrijkste diensten. Hij
was geheel op de hoogte van de westersche toestanden; hij had Londen
en Parijs bezocht, en voerde allerlei nuttige hervormingen in. Zijne
spierkracht was niet minder buitengewoon dan zijn verstand: hij legde
een afstand van vijf-en-zestig kilometers in zestien uren te paard
af, en kloofde met een enkelen sabelhouw een panter in tweeën. Ook
vond hij er geen bezwaar in, zonder veel woorden te verspillen,
met eigen hand de groote heeren te onthoofden die hij gevaarlijk
achtte voor den staat. De belangrijkste openbare betrekkingen werden
bekleed door leden zijner familie, die trouwens talrijk genoeg was,
want hij had ruim honderd zonen. Gedurende zijne lange regeering
genoot het land eene hooge mate van welvaart en nam de algemeene
rijkdom belangrijk toe. Hij wist elken oorlog met zijne naburen te
vermijden; en deze oostersche Richelieu, die tijdens den opstand der
sipayers, hulptroepen naar de Engelschen zond en tegelijker tijd eene
schuilplaats verzekerde aan Nana-Sahib, wordt nog heden in Nepâl als
een van de grootste mannen van zijn tijd beschouwd.
Hoewel Nepâl er een leger van twee-en-dertig-duizend man op nahoudt,
bedragen de staatsinkomsten toch niet meer dan omstreeks twintig
millioen francs. Maar deze som vertegenwoordigt een zeer belangrijk
cijfer in een land, waar dertig centimes per dag ruimschoots voldoende
zijn voor het levensonderhoud van een persoon. De hoofdbronnen van
inkomst zijn de grondbelasting, de douanen en verschillende monopoliën;
het grootste gedeelte der staatsinkomsten wordt ook voor militaire
doeleinden gebruikt.
Het staande leger telt ongeveer zestien-duizend man, in zes-en-twintig
regimenten verdeeld. De onregelmatige troepen zijn omstreeks
even sterk. De kavalerie telt niet meer dan honderd manschappen,
voldoende voor een zoo bergachtig land. De kleur van de uniform is
blauw; een kleine tulband dekt het hoofd. De bewapening is eenigszins
zonderling en onstelselmatig. Even als alle bewoners van Nepâl, is
elke soldaat gewapend met de klassieke koekhri, een groot breed mes
van eigenaardigen vorm. De artillerie bezit een vrij groot aantal
stukken berggeschut, die in het land zelf vervaardigd worden.
De kracht van het nepalsche leger kan echter niet uitsluitend naar het
cijfer der legersterkte worden berekend. Het is namelijk den soldaten
vergund, het land te verlaten en dienst te nemen bij de engelsche
regimenten in Hindostan, waar zij naar europeesche manier gedrild
en geoefend worden. Zij behooren tot de beste soldaten, die Engeland
in Hindostan bezit. Wanneer zij, na volbrachten diensttijd, in Nepâl
terugkeeren, vormen zij daar eene reserve, die volkomen geoefend en
elk oogenblik gereed is om de wapenen te voeren. In de bergpassen
zou dit leger voor den vijand geducht kunnen worden en in staat zijn
om elken aanval af te slaan. In een tijd, toen deze kostbare reserve
nog niet bestond, heeft het nepalsche leger aan de engelsche troepen
reeds gevoelige nederlagen toegebracht. In aanmerking nemende de bijna
volstrekte onmogelijkheid om met een legerkorps over de passen van de
Himalaya te trekken, die naar de hoofdstad voeren, de dapperheid en
bekwaamheid der soldaten die dagelijks geoefend worden, en vooral de
vaderlandsliefde en het zeer levendig onafhankelijkheidsgevoel der
inlanders, komt het mij voor, dat Nepâl inderdaad niets te vreezen
heeft van zijn machtigen nabuur. Alleen door eene binnenlandsche
omwenteling zou het land zijne onafhankelijkheid kunnen verliezen,
wanneer namelijk een der hoofden de tusschenkomst der Engelschen
inriep en hun den weg opende naar de hoofdstad.--Het leger bestaat
uitsluitend uit vrijwilligers; bijna alle manschappen behooren tot
de krijgshaftige stammen der Gorkhas. De Newars hebben een afschuw
van den militairen dienst. De bevordering der officieren is geheel
aan het goedvinden der regeering overgelaten. Er zijn hier generaals
van vijf-en-twintig en kolonels van veertig jaar, zelfs luitenants
met grijze haren; zonen van aanzienlijken ontvangen soms reeds in
hun prilste jeugd den titel van generaal.