moeilijk, leefden hoofdzakelijk van planten, en vielen de menschen
alleen aan als zij geprikkeld werden! Maar er waren toch ook monsters
onder, verschrikkelijk om aan te zien, en die tot de vleeschetenden
behoorden, zooals bijvoorbeeld de Allosaurus, een dier dat de
achterpooten had van een ontzaglijk grooten arend, en het lichaam, den
kop en den staart van een monsterachtigen kaaiman. Hij moet met de
gespierde achterpooten ontzettende sprongen hebben kunnen nemen, en wat
er van zijn kleinere vijanden overbleef, kun je begrijpen, als ik je
zeg dat hij van het einde van de snuit tot het tipje van den staart
menigmaal een lengte van negentig voet bereikte! Als het dier gewoon op
de achterpooten zat, in de houding van een kangoeroe, dan was de kop
ruim zeven meter boven den grond, dat wil zeggen ter hoogte van de
tweede verdieping van een flink huis! De bek was voorzien van zeer
scherpe tanden, en eenigszins achterwaarts gericht, als die van de
tegenwoordige reptielen, en de voorpooten, die hoofdzakelijk om te
grijpen werden gebruikt, bezaten drie klauwen van verbazende sterkte,
die zeer gemakkelijk het hoofd van een volwassen mensch konden
omvatten.”
Charly had zwijgend toegeluisterd, en hernam nu:
„Je mag zeggen wat je wil, maar het wil er bij mij nog altijd niet in,
dat dergelijke dieren tot nog voor betrekkelijk korten tijd zouden
hebben kunnen bestaan, zelfs in die onbezochte streken, zonder dat wij
er iets van zouden hebben gemerkt en nu spreek ik nog niet eens van de
mogelijkheid, dat er op dit oogenblik nog van die monsters zouden
leven!”
„Ik erken dat wij daaromtrent niets zekers weten, en daarom juist gaan
wij het onderzoeken!” hernam Raffles bedaard.
HOOFDSTUK IV.
DE REIS NEEMT EEN AANVANG.
Er waren vier dagen verloopen sedert dit gesprek in het laboratorium
had plaats gehad.
Alles was voor de reis in gereedheid gebracht.
De beide vrienden hadden nogmaals nauwkeurig nagegaan wat zij volstrekt
noodig hadden en dat alles was in de groote auto naar het vliegveld
dicht bij Londen overgebracht, toebehoorend aan een particuliere
luchtvaartclub, waarvan Lord William Aberdeen deel uitmaakte en waar
zich een groot aantal loodsen bevonden, die het eigendom der leden
waren.
Het vliegen om der wille van de sport had sedert eenige maanden vooral
in Engeland een zeer grooten omvang gekregen, en het begon
langzamerhand even gewoon te worden, dat de rijke jonge lieden een
vliegmachine bestegen, als dat zij op den rug van hun paard klommen.
Raffles had het niet noodig geoordeeld, iemand in kennis te stellen van
zijn plannen, en alleen een verzegelden brief voor den hoofdredacteur
van de „Times” achtergelaten, die tot zijn vrienden behoorde, en in
welk schrijven hij het doel van de reis had uiteengezet.
Gaston, de trouwe kamerbediende, had echter strenge instructies
ontvangen dezen brief niet eerder af te geven, dan wanneer er drie
maanden na den datum van vertrek zouden zijn verloopen.
Terwijl Raffles volkomen kalm was en ook Henderson de geheele reis als
een eenvoudig uitstapje scheen te beschouwen, bevond Charly zich in een
onverklaarbaar zenuwachtigen toestand, zooals hij dien nog zelden
gekend had!
Hij twijfelde nog altijd, of liever, zijn ongeloof was niet aan het
wankelen gebracht, en toch was hij opgewonden en ongedurig op den dag
van het vertrek.
De groote auto had de noodige wapens naar de loods overgebracht, een
groote hoeveelheid verduurzaamde levensmiddelen, een lederen tasch met
de beste kaarten welke er tot op dat oogenblik van Afrika waren
uitgegeven, en de noodige reservedeelen, teneinde de machine onderweg
te kunnen herstellen, tenminste wanneer de aangerichte schade niet al
te groot was.
Wat de kleederen betreft, welke de reizigers zouden dragen, zij waren
wel genoodzaakt zware pelzen zoowel als dun linnen bovenkleederen mede
te voeren, want de koude in de hoogere luchtlagen is zeer vinnig,
terwijl er in de binnenlanden van Afrika op dit oogenblik een
vreeselijke hitte zou heerschen.
Tot op het laatste oogenblik had Raffles doorgebracht met het
bestudeeren van het Latijnsche manuscript, waarvan Charly een
zorgvuldige vertaling had gemaakt, welke zij op hun tocht zouden
medevoeren.
Jammer genoeg bevatte het manuscript hier en daar duistere plekken
waarmede de beide mannen geen raad wisten, en ook was hier en daar de
inkt zoodanig verbleekt, dat het handschrift op die plaatsen onleesbaar
was geworden.
Om half tien in den avond namen de drie vrienden ten slotte plaats in
een kleinen renwagen, die hen naar het vliegterrein zou brengen.
Zij kwamen daar om half twaalf aan.
Het vliegveld wordt dag en nacht bewaakt door twee portiers, een voor
den dag en een voor den nacht.
Zij houden hun verblijf in een klein huisje, dat dicht bij het groote
toegangshek is geplaatst.
Zoodra de kleine auto voor het hek stilhield, kwam de portier naar
buiten, voorzien van een electrische lantaarn, die een helder licht
verspreidde, en waarvan hij het schijnsel op de auto en de inzittenden
liet vallen.
Hij herkende den wagen zoowel als den eigenaar blijkbaar onmiddellijk,
en haastte zich, het hek te openen, hetgeen niet zonder moeite ging
wegens de zwaarte en de hoogte van het hek.
De auto reed het vliegveld op en in het voorbijgaan riep Raffles den
portier toe:
„Wij gaan een nachtvlucht maken, Copperman! Het is echter volstrekt
niet zeker, dat wij nog dezen nacht terugkomen, want wij denken het
Kanaal over te steken. Maak je dus volstrekt niet ongerust als wij niet
terug komen, want dan zijn wij in Frankrijk gebleven.”
„In orde Mylord!” zeide de portier, terwijl hij aan zijn pet tikte.
Henderson stuurde de auto naar de groote garage, die zich voor
dergelijke doeleinden ongeveer midden op het vliegveld bevond en daar
werd het voertuig ondergebracht.
Te voet richtten de drie mannen zich vervolgens naar de groote loods
van plaatijzer, waar de „Duivel der Lucht” was ondergebracht.
De zware deuren werden electrisch bewogen, en draaiden zeer gemakkelijk
om hun hengsels.
De drie mannen rolden de machine naar buiten, waarbij de buitengewone
lichaamskracht van Henderson voortreffelijke diensten bewees, en
vervolgens werden er de voorwerpen ingebracht die nog niet waren
ingeladen.
Het was juist middernacht, toen de drie reizigers, na zich in hun
pelzen te hebben gekleed, plaats namen in het schuitje, of liever in de
kajuit van de wonderlijke vliegmachine, welker aluminium lichaam zacht
glansde in het licht van de maan.
Het was een verrukkelijke nacht in het begin van den zomer, en de
grashalmen van het vliegveld werden nauwelijks door een zuchtje
bewogen.
Raffles wierp nog een veelbeteekenenden blik op zijn beide
reisgezellen, en daarop greep hij met vaste hand den kleinen hefboom,
welke den motor in beweging bracht.
De schroef begon te draaien, de machine rolde op haar wielen eenige
meters voort en verhief zich toen als het ware met een sprong in de
lucht.
Nauwelijks had de machine den grond verlaten, of Henderson en Charly
maakten alles voor hun nachtrust in gereedheid.
Zij klapten de zetels eenvoudig om, die zich ter weerszijden van de
ruime kajuit bevonden, waarvan men het geheele dek gemakkelijk naar
achteren kon schuiven, haalden hun donzen dekens te voorschijn, die
keurig opgevouwen onder deze zetels lagen, en eenige minuten later
sliepen zij vast!
Wel maakte de schroef vrij wat geraas, maar de beide mannen hadden
reeds zooveel tochten met deze vliegmachine gemaakt, dat zij hieraan
reeds volkomen gewend waren, en het in het geheel niet meer hoorden.
Van te voren waren de uren van rust en arbeid nauwkeurig verdeeld, want
het was noodzakelijk, dat geen van de drie reizigers zich te zeer zou
vermoeien nog voor zij op de plek van bestemming waren aangekomen.
Raffles liet de vliegmachine aanstonds tot een hoogte van meer dan
tweeduizend meter stijgen, terwijl hij tegelijkertijd in
Zuid-Oostelijke richting over Londen vloog.
De afstand van Londen naar Parijs bedraagt in vogelvlucht rond
driehonderdveertig kilometer. De vliegmachines moeten, als zij deze
rechte lijn volgen het Kanaal schuin oversteken, ongeveer van
Eastbourne naar Dieppe, een afstand van iets meer dan honderd
kilometer.
Dat wil zeggen, dat de Duivel der Lucht twaalf minuten boven water
vloog en dat hij, na te middernacht ten Noorden van Londen te zijn
opgestegen, om kwart voor éénen boven Parijs zweefde!
De lichten van de wereldstad waren zelfs op deze groote hoogte
duidelijk te zien, en een vergissing was zelfs niet mogelijk, want de
lichtzee strekte zich uit over een breedte van verscheidene tientallen
kilometers.
Raffles dacht er echter niet aan, zich in de Fransche hoofdstad op te
houden, maar zette zijn weg voort, en hield in rechte lijn aan op Lyon,
welke stad op vierhonderd kilometer afstand van Parijs is gelegen.
De vliegmachine legde den afstand tusschen de beide steden juist in
achtenveertig minuten af, en zweefde boven Lyon om ongeveer half twee
in den morgen.
Raffles vertraagde de vaart van de machine een weinig, en om kwart over
tweeën, toen de hemel zich in het oosten reeds met een teeder rose
begon te kleuren, kreeg hij Marseille in het gezicht.
Snel maakte de duisternis plaats voor het licht, en alles beloofde een
heerlijken zomermorgen.
Zelfs op de hoogte van duizend meter, waarop het zweeftuig zich thans
bevond, waren de bedwelmende geuren merkbaar, die opstegen uit de aarde
op dit gezegende plekje van den aardbodem, hetwelk La Provence heet,
maar lang duurde dit niet, want reeds zeilde de Duivel der Lucht boven
de Middellandsche zee. Raffles hield den blik strak op het compas
gevestigd en op de uitnemende zeekaart, welke zich thans in het kleine
van glas voorziene kastje bevond, dat vlak vóór den bestuurder van de
machine was geplaatst.
Als men een rechte lijn trekt van Marseille naar Tunis, dan snijdt deze
voor een klein gedeelte Sardinië, beginnend bij Kaap Pecora, en
eindigend bij Kaap Spartivento.
De geheele afstand bedraagt achthonderd veertig kilometer.
Nog altijd moest deze reis over de Middellandsche zee een gewaagde
onderneming heeten, want de „Duivel der Lucht” was er niet op berekend,
op de golven neer te strijken in geval van nood, ofschoon Raffles met
plannen rondliep, een paar vlotters onder aan de machine aan te
brengen, waardoor de snelheid weliswaar zou afnemen, maar de veiligheid
boven het water ongetwijfeld zou vermeerderen.
Juist in een uur legde de vliegmachine den afstand van Marseille naar
Kaap Pecora af, en in enkele minuten stoof zij in toomelooze vaart over
het Zuidelijkste gedeelte van Sardinië, zoo snel dat Raffles nauwelijks
den tijd had de woeste, rotsachtige kusten te onderscheiden, of de
bosschen, waarmee de hooge bergen begroeid zijn. De 340 kilometer,
welke nog overbleven, werden afgelegd in ongeveer drie kwartier, en het
was reeds dag geworden, toen Tunis om drie uur in het zicht kwam, met
zijn schilderachtige, wit gepleisterde huisjes, zijn prachtige reede,
en zijn heerlijke omgeving van bergen en fraaie landwegen.
En zoo waren Charly en Henderson van Europa naar Afrika overgebracht in
den tijd van drie uren, terwijl zij sliepen!
Raffles dacht er evenwel niet aan, hen te wekken, maar zette den tocht
onafgebroken voort.
Hij liet de vliegmachine thans nog meer dalen, teneinde zich beter te
kunnen oriënteeren.
De stad Kairuan op eenige mijlen rechts latende liggen, vloog de
machine ter hoogte van Sfaks over den Golf van Gabes, een
peulschilletje, dat ongeveer zeven minuten tijds in beslag nam.
Van Tunis tot Misda bedraagt de afstand iets minder dan zeshonderd
kilometer en Raffles bereikte deze Tripolitaansche stad om bij half
vijf.
Duidelijk kon Raffles het glinsteren zien van de rivier, in de taal van
het land Ouad genoemd, waaraan Misda gelegen is.
Een kwartier later reikte Raffles met de linkerhand achter zich, en
trok Henderson bij het been, een gemakkelijke en afdoende wijze om den
reus onmiddellijk te doen ontwaken.
Hij richtte zich dadelijk overeind, op gevaar af zijn hoofd tegen de
lage zoldering van de kajuit te stooten, wreef zijn oogen eens uit,
keek door een der ronde raampjes naar omlaag, scheen het landschap
volstrekt niet te herkennen maar haastte zich de plaats naast Raffles
in te nemen, waar hij hem toeriep:
„Staat gij mij toe iets te vragen, Mylord?”
„Ga je gang Henderson!”
„Waar bevinden wij ons?”
„Boven Afrika, Henderson!”
„Zijn wij al boven de Boschnegers, de Papoeas, de Hottentotten, de
Kaffer’s, de Basuto’s, of hoe zij verder mogen heeten, Mylord?”
„Nog lang niet Henderson! Wij zijn op het oogenblik pas in de streek
van de Kabylen en de Arabieren, dat wil zeggen dat wij de Libysche
Woestijn naderen! Ik zal nu eenige uren rusten, stuur zuiver op het
compas in Zuid-Oostelijke richting. Daar is de kaart, je ziet dat zij
uitmuntend is bewerkt, en de minste kleinigheden vermeldt. Je passeert
een menigte riviertjes bij hun oorsprong, en een aantal niet al te
hooge bergen. Laat de snelheid niet dalen onder de vierhonderd
kilometer en houdt de machine op een hoogte tusschen de duizend en
tweeduizend meters, om zeven uur kun je mijnheer Brand wekken, die de
besturing van je zal overnemen, op dat je je talenten aan de
samenstelling van het ontbijt zult kunnen wijden!”
En nu nam Henderson het stuurwiel uit de handen van Raffles over, die
een paar stappen achteruitging, en zijn eigen rustplaats opzocht, die
zich achter in de kajuit bevond.
Ofschoon de drie mannen zich in een vrij beperkte ruimte bevonden
behoefden zij voor bedorven lucht gelukkig niet te vreezen, want steeds
hadden twee der ronde raampjes open gestaan, die als de patrijspoorten
van een schip waren.
Een paar seconden later sliep Raffles even vast als op den beganen
grond.
Henderson hield zich stipt aan zijne instructies en hield aan op
Mursuk, een vrij groote stad, op zeshonderd kilometer van Misda gelegen
in het zuiden van Tripoli.
Om kwart over zessen kreeg hij deze stad in zicht, en tot zijn
voldoening zag hij, dat hij slechts een mijl ongeveer van de rechte
lijn was afgeweken, zeker heel weinig bij zulk een reusachtige snelheid
en zulk een grooten afstand.
Hij wierp een blik op het kaartje, nog een kwartier, en hij zou het
geweldige Tarso-gebergte voor het eerst moeten ontwaren, dat zich op
een hoogte van 2400 meter boven den zeespiegel verheft en waar talrijke
rivieren hun oorsprong nemen, die echter al zeer spoedig versmoren in
het zand der woestijn.
En inderdaad, vijftien minuten later verrezen aan den gezichtseinder de
vormen van het gebergte, dat zich hier dwars over Afrika uitstrekt,
hoewel het niet steeds denzelfden naam draagt.
Het vormt de eenige afwisseling, behoudens eenige weinige oasen, in de
troostelooze Libysche woestijn, en is tevens de afscheiding tusschen
deze zandvlakten en de onmetelijke Sahara, het land der woeste
Toearegs. Juist om zeven uur wekte Henderson Charly Brand, die dadelijk
klaar wakker was, maar toch eenige tijd scheen te behoeven om zich te
oriënteeren.
Hij wierp de deken van zich af, rekte zich eens flink uit, voor zoover
de ruimte het toeliet, en schoof zich toen naar de bestuurdersruimte.
„Waar zijn wij ongeveer, Henderson?”
„Die streep daar voor ons is het Tarso-Gebergte, mijnheer Brand!”
„Dan zijn wij dus het Spaansche gebied van Tibesti genaderd,” zeide
Charly terwijl hij het stuurwiel van Henderson overnam. „Ik neem nu je
taak over Henderson. Jij echter wordt kok, en ik hoop dat je ons iets
hartigs te eten geeft, want ik wil erkennen, dat de luchtreis mijn
honger aanzienlijk gescherpt heeft.”
Henderson, die zelf zijn maag voelde kriebelen, liet zich dit geen
tweemaal zeggen, maar kroop door den middengang van de kajuit naar het
achterste gedeelte van de vliegmachine, waar hij echter alles hurkend
moest doen, daar de hoogte van de kajuit hier niet meer dan één meter
bedroeg.
Daar bevond zich wat men aan boord van een schip de kombuis zou noemen.
Er was een kleine electrische oven, waarvoor de stroom door den motor
geleverd werd, en waar men zeer gemakkelijk allerlei spijzen kon
bereiden.
En dadelijk was Henderson met zijn potten en pannen in de weer.
Hij bakte ham en een paar omeletten, roosterde brood, en opende een
blikje makreel in olijfolie.
Dit leek hem voldoende voor een eerste ontbijt, en een half uur later
had hij Charly van het noodige voorzien, waarop hij zelf eveneens den
smakelijken maaltijd nuttigde.
En intusschen zette de vliegmachine onafgebroken haar weg door het
luchtruim voort.
HOOFDSTUK V.
DE GEHEIMEN VAN AFRIKA.
Volgens zijn aanwijzing werd Raffles reeds om tien uur wederom gewekt,
toen de Duivel der Lucht boven Foro zweefde, een stadje in het district
Dar-Randa.
En hier besloot Raffles te landen, alleen maar om zijnen reisgezellen
en zichzelven de gelegenheid te geven, hunne ledematen een weinig uit
te strekken, die door het langdurige zitten in een vrij beperkte ruimte
tamelijk stijf geworden waren.
Men bevond zich hier in een streek, waar een kalme, rustige bevolking
woonde, Boschnegers, die zich voornamelijk bezighielden met den
landbouw en een zekeren trap van beschaving hadden bereikt.
Charly, die op dit oogenblik aan het stuurrad zat, liet dus de machine
tot op een hoogte van tweehonderd meter dalen, zocht even naar een goed
landingsterrein, en streek toen neder in de buurt van een boschje
dadelpalmen, waar zich een aantal goed gebouwde hutten bevond.
Onder luid gekrijsch stoven eenige vrouwen en kinderen weg, die het
monster hadden zien dalen, en nog nimmer zulk een reusachtigen vogel
hadden aanschouwd.
En hun schrik werd niet minder toen zij uit dien vogel drie levende
wezens zagen stappen, die met snelle passen op en neder begonnen te
loopen.
Van de omringende akkers kwamen eenige mannen toesnellen, bijna geheel
naakt, met een schaamschort van pisangbladen om, en een soort kapmes in
de hand waarmede zij den grond bewerkten.
Hun huidskleur was bijna volmaakt zwart, hun haar was kroesig, en door
de breede neuzen droegen zij allen een stukje ivoor, terwijl de
oorlellen aanzienlijk waren uitgerekt door de zwaren koperen ringen
welke zij daarin droegen.
Zij schenen reeds vaker blanken te hebben gezien, want zij legden geen
vrees aan den dag, hoewel zij op een eerbiedigen afstand van de
vliegmachine bleven.
Raffles en zijn metgezellen naderden hen met vriendelijke en
geruststellende gebaren, en maakte de beweging van drinken.
Aanstonds kwamen een paar mannen toeloopen met houten nappen, gevuld
met melk van den kokosnoot.
Zij schenen zeer nieuwsgierig te zijn, en betastten onder luid gesnater
en onder het uitstooten van de vreemdste keelgeluiden, de kleederen en
de wapens der drie luchtreizigers.
Toen wezen zij op de vliegmachine, en schenen iets te vragen.
Raffles maakte de beweging van vliegen en de Boschnegers lieten kreten
van verbazing hooren.
De drie reizigers vertoefden omstreeks een half uur bij de goedhartige
inboorlingen, en lieten een hoeveelheid bontgekleurde kralen en een
paar goedkoope bazarmessen bij hen achter, waarvan zij zich rijkelijk
voorzien hadden, en die door de Boschnegers met uitbundige blijdschap
en onder kreten van vreugde werden aanvaard.
Vervolgens namen zij weder plaats in hun zweeftuig en toen dit weder
opsteeg, nadat de schroef het woestijnzand honderden meters had
voortgezweept, wierpen de inboorlingen zich allen plat ter aarde en
schenen een of andere Godheid aan te roepen, zoo zeer had dit wonder
hen aangegrepen.
Raffles, die de machine bestuurde, bracht haar dadelijk weder op een
groote hoogte, en de tocht werd voortgezet!
Nog vijf en twintig honderd kilometer scheidden de reizigers van
Maranda.
Een kwartier na de opstijging vloog de „Duivel der Lucht” over de Kuta,
welke slechts voor een deel, het dichtst nabij de bron, is doorvorscht,
en vervolgens over de Uelle, eveneens een stroom, waarvan nog slechts
een zeer gering gedeelte volkomen bekend is.
De drie reizigers bevonden zich nu boven het gebied van de Kongo, en
hadden aldus de streken bereikt, die door alle eeuwen heen het meest de
belangstelling hebben getrokken van alle ontdekkingsreizigers, en waar
zich dan ook nog slechts weinig plekken bevonden, die nog niet grondig
doorzocht zijn alleen, maar waar zich ook duizenden Europeanen hebben
gevestigd, die er een levendigen handel drijven met de inboorlingen.
Om twee uur in den middag vloog de vliegmachine over de Loika, een der
zijrivieren van den machtigen Kongo-Stroom, en nog weder een half uur
later bevond zij zich juist boven de verrukkelijk schoone
stroomversnellingen, waaraan de naam van den grooten Stanley gegeven
is.
Zij volgden nu over een geruimen afstand den Kongo, die op deze plaats
haar gele wateren voortstuwt tusschen een dubbele rij van hooge bergen.
Hierdoor ook worden de stroomversnellingen en watervallen veroorzaakt,
welke zoo talrijk zijn op dit gedeelte van den loop der machtige
rivier, en waarvan de Stanley-vallen, de Uhassa-vallen en de
Wester-vallen de voornaamste zijn. Als een panorama van verrukkelijke
schoonheid trok het Afrikaansche land onder de vliegmachine voorbij, en
de drie reizigers werden niet moede, dit overheerlijke tafreel in zich
op te nemen.
Schier eindeloos strekten de oerwouden zich uit, afgewisseld door
sappige weiden en hooge bergen of door diepblauwe meren, ware
binnenzeeën.
Nu kwam de vliegmachine boven het gebied, waar zich een vrij groot
aantal aanzienlijke steden bevonden, zooals Njangwo en Kasong, dicht
bij den oorsprong van den Kongo gelegen.
Raffles had de machine hier weder tot op groote hoogte laten stijgen,
daar hij er voorloopig minder op gesteld was, de aandacht te trekken.
En eindelijk, omstreeks kwart over vijven in den middag, nadat de
vliegmachine over het Lokings-Gebergte was gevlogen, naderden de
reizigers het voorloopig doel van hun tocht, de stad Maranda doemde aan
den gezichteinder op.
Raffles wist, dat hij hier slechts weinige Europeanen zou vinden.
Dit gebied was nog niet door de blanken verdeeld, en de Matabelen, de
oorspronkelijken bewoners van dit land, heerschten er nog onbeperkt.
De blanken die er zich bevonden, moesten stoutmoedige mannen zijn, want
dagelijks stonden zij aan de grootste gevaren bloot, die hun van
mensch, dier en klimaat dreigden.
Het mocht zelfs de vraag heeten, of thans, nadat de oorlog den toestand
ook in Afrika zoo volkomen gewijzigd had, nog wel Europeanen te vinden
zouden zijn.
Toch aarzelden Raffles en zijn beide metgezellen niet, hier te dalen.
Zij moesten hier noodzakelijk inlichtingen inwinnen, want slechts
weinige mijlen verder zouden zij reeds een gebied bereiken, waar nog
nimmer een blanke den voet had gezet.
Daar begon dat Afrika, dat nog geheel en al onbekend was, en met recht
„duister” mocht worden genoemd.
Wat er achter dien ring van bergen lag, welke de horizont scheen af te
sluiten, niemand kon het zeggen!
En hier zou de Romeinsche soldaat, de krijger van het legioen van
Julius Caesar, Otavius Numilus met enkele zijner makkers zijn
doorgedrongen!
Hij zou de geheimen doorvorscht hebben van die onbekende streken!
Er liep een huivering over den rug van Charly, als hij daaraan dacht.
Nog kon hij niet gelooven, dat dit alles op waarheid berustte, en toch,
evenmin vermocht hij zich te onttrekken aan den geheimzinnigen indruk,
dien het landschap eensklaps op hem scheen te maken.
Raffles had de vliegmachine op een hoogte van honderd meter doen dalen,
en zocht nu naar een goede plek om te landen.
De reizigers waren hier op ternauwernood vijftien minuten gaans van het
stadje, en de inboorlingen zouden hen ongetwijfeld reeds lang gezien
hebben.
Niet zoodra hadden de wielen van den „Duivel der Lucht” dan ook de
aarde geraakt, of van alle kanten kwamen de Matabelen aansnellen, een
weinig minder zwart dan de Boschjesmannen, en meer bekleed, met vellen
van tijgers of boschkatten.
Zij hadden zich zeker in allerijl gewapend, want in de linkerhand
droegen zij een ovalen schild, van taai hout vervaardigd, en bespannen
met buffelvel, terwijl de rechtervuist pijl en boog, of een scherp
gepunte assagaai of werpspies omklemd hield.
Het kroesige haar was op een zonderlinge wijze in een soort wrong
gedraaid, en rijkelijk met vet besmeerd.
Zij durfden echter de vliegmachine slechts uit de verte te beschouwen,
en bleven op een afstand van ongeveer vijftig meter, vreemde kreten
uitstootend, en nu en dan met hun wapens zwaaiend, maar niettemin
blijkbaar niet met vijandelijke gevoelens tegenover de vreemdelingen
bezield.
Raffles was achter het stuurwiel blijven zitten, met de hand aan den
hefboom die de schroef weder in beweging zou brengen, voor het geval er
soms gevaar mocht dreigen.