KIELBORSTBEENIGEN (CARINATÆ).

Deze kam of kiel op het borstbeen dient, (zie Hoofdstuk I), tot

aanhechting van de vliegspieren. Met ’t oog op de pinguïns is het beter

om te spreken van „bewegingsspieren van de voorste ledematen”. Want

pinguïns gebruiken hunne vleugels om te roeien. Het zijn hier dan ook

meer vinnen dan vleugels, waardoor de pinguïns in een aparte orde, de

IMPENNES, in de tweede groep, die der

Vogelalbum No. 1 · 第 5 / 12 题