Deze kam of kiel op het borstbeen dient, (zie Hoofdstuk I), tot
aanhechting van de vliegspieren. Met ’t oog op de pinguïns is het beter
om te spreken van „bewegingsspieren van de voorste ledematen”. Want
pinguïns gebruiken hunne vleugels om te roeien. Het zijn hier dan ook
meer vinnen dan vleugels, waardoor de pinguïns in een aparte orde, de
IMPENNES, in de tweede groep, die der