Slechts voor weinige oogenblikken mocht een weldadig gevoel Eva's borst
doorstroomen. Droeve hulpkreten klonken er weer uit de aangrenzende
kamer. Eva's hoop, straks door Helmonds kalmer neerliggen gewekt, en
de zoete gewaarwording der overwinning die zij op zich zelve behaalde,
ze waren eensklaps vergeten.
Het innigst medelijden met dien lijder moest nu wel het ongevoeligste
hart vervullen.--Eva was radeloos.--'t Werd onmogelijk dat zij
langer in de ziekenkamer bleef. Slechts mannenkrachten waren instaat
om den armen zieke te beteugelen. Zijn ijlende waanzin uitte zich
het allermeest door het denkbeeldig beschermen van een kind tegen
duizenden moordenaars, die het van een schaap wilden wegtronen, hem
lokkend met gansche snoeren van diamant; en dan weder, zoo mogelijk
nog sterker, door in doodsangst te willen ontvluchten aan de handen van
bloeddorstige beulen die hem aangrijnsden omdat--zie maar, omdat daar
het lijk lag van den generaal, den pleegvader, door hem vergiftigd,
door hem vermoord.
De dokter, die tegen den avond nog eens terugkwam, heeft het niet
tegengesproken dat het misschien weldadig op den patiënt zou kunnen
werken, indien mijnheer Van Barneveld zich spoedig aan hem kon
vertoonen:
"Ja zeker mevrouw, toen hij ú zag, toen werd hij óók kalmer. Welzeker!"
"Indien ik dan aanstonds schreef?"
"Ja, dat zou niet kwaad zijn.--Van harte 't beste! Tot morgen. Als
ik van nacht soms noodig mocht zijn dan...."
"O God, dokter, u vreest toch niet....? Nee! mijn beste Helmond zal
immers beter worden?"
"We zullen doen wat we kunnen mevrouw. Zoolang er geen zekerheid voor
een droevig einde is, geven we de hoop niet verloren. In uw beider
belang moet ik u echter bepaald ontraden om vooreerst weer bij hem
te gaan. Wanneer hij morgen rustiger is.... Ja, dán, welzeker!"
--O, is er een vreeselijker toestand te bedenken!? Hier in het
benedenhuis, in een benauwd en somber vertrekje, hier moet ze werkeloos
toeven en verteren van angst, terwijl daarboven een aangebeden man
door anderen wordt geholpen.... Eva vliegt overeind.
"Lieve kind, blijf toch wat kalm," zegt mevrouw van Hake: "Papa is
immers óók boven. En hoor maar.... 't is nu weer rustig."
"Maar hier, hier is de onrust onbeschrijfelijk!" roept Eva, en drukt
de hand met geweld op de borst. "O God, _als_ hij stierf.... ik zou
krankzinnig worden, want.... Maar nee, _ik_ heb het niet gedaan. Nee,
nee!" klaagt en schreit ze voort: "nee, ik heb hem zoo lief, zoo
waarachtig lief.--Die vrek is de hoofdschuldige. En hij moet hier
komen; hij _zal_! O schrijf hem, lieve engelachtige vrouw; schrijf
hem dat August zal sterven als hij niet _aanstonds_ hier komt. Nee ik,
_ik_ kan het niet."
Mevrouw Van Hake is tot schrijven bereid.--Maar dan--zou een brief
er niet te laat komen, en zal die gestrenge man gevolg geven aan het
dringend verzoek indien Eva het niet zelve vraagt?
--Ja zeker, de brief zal te laat komen, meent Eva, en, waar is het
ook, indien zij 't niet zelve vraagt dan zal hij spotten met haar
droefheid en angst.--In Godsnaam! Als zij dan kruipen moet, dan zal
zij 't nú doen ter wille van dien eenigen vriend!--'t Zal een telegram
zijn,--Goed, zij schrijft met trillende hand:
"Generaal!"
--Neen, dat kan niet blijven. Weder schrijft ze:
"De pleegvader van dokter Helmond wordt dringend verzocht..."
--Neen, alweder neen! Zóó weigert hij.--Opnieuw:
"Geachte oom!"--O welk een leugen! "Indien gij nog eenig gevoel voor
uw pleegkind hebt...."
--Maar is zij dan krankzinnig! Al ware die stijl geschikt voor een
telegram, op dien toon zal zij hem zeker niet bewegen om in allerijl
naar hier te komen.
Eva staart voor zich heen. En, 't is haar eensklaps alsof ze den
grijsaard dáár zag. Zij spreekt hem aan; zij verzoekt hem dringend
dat hij August zal gaan zien en tot kalmte brengen.--Hij weigert.--
"Lieve oom!"--Hij schudt met dat grijze.... toch wel eerwaardige
hoofd.--"Oom, beste oom, ik bid, ik smeek u!"--Hij ziet haar aan,
maar zwijgt.--"Lieve oom.... ik heb schuld; ja wij zullen terugkeeren
van dien weg.... beste oom, maar om Godswil.... ga dan ook mee?"
--Zie, nu wenkt hij haar toe.
Eva drukt vluchtig de hand voor de oogen. Een oogenblik later schrijft
ze opnieuw. Eerst het adres, en dan:
"Beste oom. In bitteren zielsangst smeek ik u, kom Helmond
_aanstonds_ zien. Hij roept u. Hij zal sterven indien u
wegblijft. Eeuwig dankbaar zal u zijn uw
Amsterdam, Buitenkant 103. Eva Helmond,