ZEVEN EN DERTIGSTE HOOFDSTUK.

De notaris Zoutenheer heeft dokter Helmond niet kunnen bewegen om mee

naar de stad terug te rijden. 't Was misschien ook maar beter.--Hij

heeft medelijden met den jongen man; waarachtig medelijden. Fiksche

kerel; knap in alle opzichten, maar.... Te goed, jawel al te

meegaande. Geen verstand van japonnen. Zoutenheer is zich bewust

dat hij niets, volstrekt niets gedaan heeft om.... Neen, 't sprak

vanzelf dat een notaris die er "een nest op nahoudt", huizen ziet

te verkoopen als er "een stuiver of twaalf mee te verdienen valt",

maar anders--wat hij deed, hij kon het voor zijn geweten en z'n beurs

verantwoorden.--Kartenglimp, nu ja, dat is een andere affaire. Enfin,

enfin, 't spijt hem: maar als notaris moet men zijn plicht doen,

en, al verkoos mijnheer van _De Zonsberg_, den armen duivel zelfs

heelemaal uit zijn testament te schrappen, de notaris was tot schrappen

verplicht; plicht boven alles!

Helmond heeft niet mee willen rijden, 't Was hem niet mogelijk geweest

om in de nauwe vigilante te stappen, en zich te zetten naast dien

man met zijn grooten diamanten ring aan den vinger. Lucht moet hij

hebben--al zij het een mistige lucht; en ruimte, ruimte! al wordt de

blik door dien mist ook beperkt.

Wat bezielt hem dan, dat hij plotseling voor dien algemeen geachten

notaris zulk een tegenzin gevoelt, iets, alsof hij eensklaps van

vriend een hevige vijand geworden is? Wat drukt en benauwt hem zoo

geweldig dat het hem gedurig is alsof hij.... de wereld zal moeten

stukslaan om er uit, en in vrijheid te komen?

--Kalm Helmond, kalm! Weet een oud man wat hij zegt als hij ziek is

naar lichaam en geest! En wat beteekent zulk een vervloeking? Welk

edel mensch vervloekt een ander? Zulk een mensch moet al zeer

hoog staan in eigen schatting. Die er beteekenis aan hecht is

krankzinnig....--Krankzinnig....--Als die notaris geloofde, neen,

indien hij _wist_ dat die _oude man_ het was, dan mocht hij daar niet

terugkomen.... dan.... Maar dat is gelogen, die grijsaard is bekrompen,

doch niet krankzinnig. Neen, wat hij teekent als zijn uitersten wil,

dat is een geschreven wet.--Wat roert daar en doet hem ontstellen? 't

Is een boschduif die uit den eschdoorn wegvliegt.--Hier was het, ja

hier, op dien voorjaarsmorgen.--Hier hield hij hem staande, de grijze

pleegvader, en heeft hem de hand op den schouder gedrukt en gezegd:

"Wil je weten August of Eva een goede vrouw zal wezen, beproef haar,

en zie of zij de vrouw is die de moeder van koning Lemuël voor haar

zoon begeert."--Ha, dat was toch krankzinnig, twee en twintig verzen:

_Oostersche kruiden_.

Hoor:

"Een deugdelijke huisvrouw.... zoekt wol en vlas en werkt met lust

harer handen. Zij staat op als het nog nacht is en geeft haar huis

spijze. Van de vrucht harer handen plant zij een wijngaard. Zij maakt

fijn lijnwaad en verkoopt het, en levert den koopman gordelen. Zij

beschouwt de gangen van haar huis en het brood der luiheid eet zij

niet. De bevalligheid is bedrog, en de schoonheid ijdelheid; maar

de vrouw die den Heer vreest die zal geprezen worden; en laat hare

werken haar prijzen in de poorten."

--Hoe komen die woorden hem eensklaps zoo helder voor den geest? Hij

weet het niet meer. Waar denkt hij dan aan? Aan wie?--Ha, Eva!--O

zie, nu zit ze voor haar Erard; ze zingt; ze weet van niets, ze

weet niet....

"Goeden middag dokter. 'k Wist eerst niet zeker of het dokter wel

was. Alles frisch en gezond?"

"Ah Darman, ben jij het?--Hoe gaat het?"

"Goddank best dokter. We hebben op _Den Drumpt_ van dit jaar een gewas

van geweld.--Zegen in alles. De kinders groeien als look, en als m'n

wijf me 's-avonds met d'r rooje lippen een zoen geeft, dan zeg ik,

dat is een doorslag op den zegen. Vijftig schapen hebben gelammerd. De

scharige ossen heb ik aan Franck verkocht en aan 't veer geleverd;

ze moeten naar Engeland. De Engelschen hebben geld als water en eten

biefstuk als roggebrood.--Als de buil vol is dan loop je vroolijk naar

't erf dokter, aldat het mist dat men z'n eigen niet zien kan."

Helmond weet niet wat hij zeggen moet:

--Ei, heb je 't geld voor je ossen meegebracht....? Neen, dat zeide

hij niet; het zweefde hem op de lippen:

"Ja dat is plezierig Darman."

"Dokter meent toch dien mist niet? 't Geld in den zak niewaar?

--Bange wezels zeggen dat je 't Duivelsche Laantje aan gene zij van

_De Zonsberg_ niet met geld moet doorgaan. Ik maal d'r wat om! Met

vijfdehalf duizend gulden in m'n zak, loop ik net zoo gerust als dokter

't doet met z'n receptenboek."

Dokter Helmond voelt het hart kloppen tegen dat receptenboek. In

dienzelfden zak zat nog iets anders.--'t Is de brief van Kartenglimp

die hem binnen tweemaal vier en twintig uren terug vraagt wat hij

hem leende.--'t Was goed dat die eisch is gekomen; ja hij heeft het

voorzien en gewild, want die schuld brandt hem sinds dien avond, als

een helsche vuurgloed op de borst. Die schuld moet vereffend worden;

morgen, nog heden!

"'t Is toch gevaarlijk Darman; de weg van 't veer naar _Den Drumpt_

is eenzaam."

"Wát eenzaam! Geld met moeite en zorg verdiend maakt vroolijk en

sterk."

Dokter Helmond weet niet meer wat de tevreden boer, al voortgaande

verder praat.

Nu zijn ze niet ver van de stad aan een zijweg gekomen. Boer Darman

moet--naar _Den Drumpt_, dien weg op. Met de vereelte hand drukt

hij de hand van den dokter--die zeker een zwaren patiënt heeft,

zoo vreemd zoo kort als ie was!

"Atjuusjes tot weerzien."

Helmond heeft den boer een "wel thuis" gewenscht. Tien schreden van

elkaar verwijderd, blijft Helmond aarzelend staan; wendt zich om,

en roept terwijl hij den boer ter nauwernood zien kan:

"Hei Darman!"

"Riep je dokter?"

"Darman, ik wou je vragen.... Ik wilde...."

"En dat zal wezen dokter?"

"Ik.... Je hebt geen vuur bij je? Ik wou...."

"Wou je opsteken dokter? Nou m'n ketsgerij; is goed; met alle plezier."

De damp van Helmonds sigaar verdween in den mist. De dokter ging het

stadje binnen, en den wal op. Neen, Goddank, hij heeft de verzoeking

weerstaan; dat geld mocht hij niet leenen; het maakte dien man zoo

vroolijk en sterk.

In de voormalige huiskamer naast de apotheek zat er iemand op dokter

te wachten. Goed; maar eerst moet Helmond het briefje lezen 'twelk

Thomas hem overhandigde. 't Is het briefje, waarop de houding van den

notaris hem reeds voorbereidde. Hij heeft het verwacht. Bijzondere

omstandigheden dringen den notaris om dokter Helmond te berichten

dat hij hem de gevraagde som onmogelijk...

--Natuurlijk! zegt Helmond onhoorbaar: Ik wist het; de diamanten ring

had het me reeds gezegd.

De persoon die Helmond in zijn voormalige huiskamer wachtte, was een

tamelijk deftig heer. Hij maakte eenige plichtplegingen namens de

firma Leesenaar & Comp., wier zaakgelastigde hij was, en verzocht den

dokter beleefdelijk om de loopende rekening over de maanden Augustus

en September met hem te willen vereffenen. 't Zou den dokter wel

bekend zijn--zooals ook hierboven aan de nota met groote letters

gedrukt stond--dat alles á comptant werd verkocht.

De Psyche, die mevrouw Helmond voor een paar dagen bestelde en die

ook binnen een paar dagen geleverd zou worden, kwam voor de rekening

van de loopende maand. Natuurlijk, natuurlijk!

Het totaal der meubelmakers-nota bedroeg een som die Helmonds schatting

verre zou zijn te boven gegaan, indien hij in deze oogenblikken een

juiste voorstelling van cijfers had gehad.

--Gisterenavond, Goddank, toen heeft hij van alle kanten nog zóóveel

bijeengebracht dat hij aan den braven huisschilder Wulters zijn woord

kon houden. Vraag hem niet wat hij er voor doen moest. 't Zou immers

alles nog terechtkomen: de notaris zal hem wel helpen; en.... oom

Van Barneveld!

--Maar nu, wat raakt het hem nu of die cijfers groot of klein zijn. Uit

een leege flesch kan men evengoed een okshoofd wijn als een enkel

glas schenken.

"Ik ben niet gewoon," zegt Helmond, voor 't uiterlijke kalm: "om op

deze wijze gemaand te worden menheer. Men verwacht zoo iets in geen

geval van een huis waar men zooveel gekocht heeft." Na een oogenblik

zwijgens: "Uw patroons kunnen over veertien dagen disponeeren." En dan

als tot zich zelven: "Ik begrijp niet waarom men zooveel haast maakt."

Neen, Helmond begreep het niet. Maar straks zal een andere en vrij wat

ruwere aanmaning hem van verre doen vermoeden.... Wát? Doch, neen,

zóó iets gelooft hij toch niet. Dat er een aantal naamlooze brieven

aan Helmonds crediteuren door den schandelijken Ronner zijn verspreid,

met een waarschuwing om zoo spoedig mogelijk te trachten het door

Helmond aan hen verschuldigde meester te worden, aangezien het te

vreezen was dat hij zeer binnenkort met de Noorderzon vertrekken zou;

neen, dát heeft Helmond niet gegist of begrepen. Maar geen nood. Wie

zou dat gulhartig gelaat niet vertrouwen, wanneer men uit dien edel

geplooiden mond de verzekering mag hooren dat men op een bepaalden

datum over het verschuldigde beschikken kan.

Toen de laatste bezoeker met beleefden groet vertrokken was, kwam er

een klein ventje met een briefje, 't welk hij aan dokter moest geven,

en waarop hij het antwoord wachten zou.--Ze hadden "aan 't groote

huis gezeid dat dokter misschien wel aan de apotheek kon wezen".

't Is zeer vroeg donker.--Toen Helmond in den namiddag, na het

ontvangen van een haastig briefje van Jacoba, met dringend verzoek

of hij toch aanstonds op _De Zonsberg_ wilde komen, aan Eva meldde

dat het wel laat zou worden eer hij thuis kwam, toen heeft hij een

breede tijdruimte wel noodig geacht, en niet vermoed dat zijn bezoek

zoo kort zou duren. Maar toch, 't wordt nu al donker. Geen wonder

met dien mist.--Hij kon het briefje niet meer lezen:

"Wil je de lamp aansteken Thomas?"

Thom stak de lamp aan, en zette het groene kapje er op, en sloot

de luiken.

Helmond leest:

"Voor UEd. geleverd en ingezet twee nieuwe ruiten in den

koepel. Op dato ontvangen de somma van f 2.35 centen.

Voldaan W. Wulters.

dato.. Oct. 18.."

--Wat vreemde lach klinkt er uit dokter's mond!?

"Is 't om een medicament dokter?--Moet jij wat uit de apotheek hebben

manneke?" zegt Van Hake.

"Nee, twee gulden en vijf en dertig centjes. Vader was bang dat ie

ze anders niet krijgen zou."

Thom werd bloedrood en had dat kleine monster wel in den vijzel

willen platstampen.

"Twee gulden vijf en dertig centen.--Is 't goed dokter; zal ik 't

maar betalen?"

't Was goed. Thom betaalde.--Nochtans een trek van verachtend

medelijden plooide Helmonds bleek gelaat.--Dit briefje kwam van

dienzelfden braven huisschilder Wulters.--Welzeker! Maar waarom

kan die man niet braaf zijn en goed, en toch bevreesd dat hij zijn

tweehonderd en zooveel centen niet krijgen zou. Ja _waarom_ niet?

"Hei ventje....?"

Was het werktuiglijk? Uit dat kleine laadje heeft Helmond een pijp

zwarte drop genomen en steekt die, starend voor zich heen den kleinen

Wulters toe. De jongen lekte tot dank met de roode tong langs zijn

schat en rende de straat op.

Thomas krijgt geen antwoord op zijn vragen.

"Watblief?--De generaal? O ja veel beter. Je vraagt of het beter

was....? Maar _zie_ jij dat niet?"

"Ik dokter?"

"Ja, zie je dat niet? Hier aan mij.... hier?"

"U ziet er wat ontdaan uit; zeker, maar...."

"En ik vergeet hem!" herneemt Helmond als tot zich zelven: "hém en

haar.--Thomas, komt het jou voor dat ik zenuwachtig ben?"

Thom aarzelt, en dan snel: "Ja waarachtig dokter, 't schijnt met den

ouden heer erger te zijn dan u bekennen wilt, en...."

"En....?"

"Niets mijn beste dokter.--Och God, als ik zeggen mocht wat ik

denk.--Och dokter...."

"En wat wou je zeggen? Wat?--Maak die deur toe."

"De deur is dicht dokter.--Wat ik zeggen wilde? Ik wil.... nee, ik mag

het niet zeggen.---Maar ja, toch: Die ú niet genegen is, die is het

daglicht niet waard. Ik heb het bidden voor dien hardvochtigen generaal

verleerd dokter. Hij is oud; God gaf voor u dat het zijn tijd was."

Helmond wordt eensklaps purperrood; zijn oogen fonkelen.

"Thom!" zegt hij met klem: "Thom ben jij het! Ga heen; ik wil je

niet zien." En dan met de hand aan het hoofd: "Nee blijf, dat was

uit overdreven liefde voor mij.... Je meende het goed Thomas. Je

meent het altijd goed m'n vrind. Maar wie zegt jou, Thom, dat _ik_

om eenige reden zou wenschen...."

"God beware dokter! ú wenschen! Nee nee, dat zeg ik zeker niet. Maar,

als men dan miskend wordt en niets aan de _levenden_ heeft, dan troost

men zich gemakkelijk over hun dood. U trekt je alles zoo ijzerzwaar

aan, beste dokter."

"Zwijg nu; ik weet wel hoe je het meent; maar toch, zóó iets duld ik

niet.--Doe die deur toe Thomas. Jawel, de deur is open. Niet? Nu zorg

dan dat ze dicht blijft."

Helmond schijnt zich iets te herinneren; en terwijl hij in zijn

portefeuille zoekt:

"Waar is mijn recept? Waar is mijn recept Thomas?"

"Uw recept? Ik weet het niet. Welk recept dokter?"

--Welk recept?--Ja, welken patiënt heeft hij dan het laatst

bezocht? 't Is alsof hij zich nog in dien mist bevindt. Hij weet het

niet meer.--Ha! nu weet hij het. Aan Jacoba beloofde hij, voor dien

ouden man iets te zenden 'tgeen hem weldadig kon zijn.--Ja, nu is 't

hem alles weer klaar. Die oude man heeft een hartkwaal en Coba zal hem

ongemerkt in 'tgeen hij gebruikt een geneesmiddel toedienen. En zie,

hij ligt daar; daar op dat bed, en hij ziet hem aan, en vuur spat er

uit zijn oogen, en hij zegt....--Neen stil, die vloek was razernij;

het hart waaruit hij voortkwam is ziek.

--Stil, wees nu kalm Helmond; haal al die zwarte beelden niet door

je hoofd; laat Thom niet bemerken dat je zoo overspannen bent; wees

sterk! Spoed nu; maak de poeders klaar. Thomas zelf zal ze erheen

brengen, en Jacoba uitleggen hoe zij ze geven moet.

Thom heeft den wensch van zijn meester vernomen. Met de meeste liefde

zal hij aan juffrouw Van Barneveld alles uitleggen. Wanneer hij

dokter hier niet meer helpen kan, dan zal hij zich nu maar aanstonds

gereedmaken.

Dokter Helmond weifelt geen oogenblik in de keuze van zijn

geneesmiddel--indien het een _genees_middel heeten mag.

_Cyanuretum zinci_ staat er op een der fleschjes, die in het

afzonderlijk hangende en goed gesloten vergiftkastje geborgen zijn. De

sleutel van het kastje ligt op de gewone plaats bovenop. Nu heeft

hij het kastje geopend.

"Wie is daar!?"

Ja, er was toch iemand.--Mijnheer Kippelaan struikelt naar binnen,

en verzekert dat hij verrukt is, en nog meer, 'tgeen Helmond echter

niet verstaat. Kippelaan sprak van mist, en van mevrouw Helmond, en

van....--dát was de zaak van zijn intiemen vriend Kartenglimp. Namens

den majoor, die sinds het kleine toeval op de partij--amusante

partij--niet heel wél was en thuis bleef, en, o wonder--maar

natuurlijk bij vergissing--inplaats van amice Helmond, amice--nee

pardon, _dokter_ Biermans liet halen, de majoor had hem vriendelijk

verzocht dit briefje aan dokter Helmond ter hand te stellen, zeker

een explicatie bevattende omtrent de vergissing of verwarring met het

roepen van één der amices doctoren. Kippelaan kon parole d'honneur

in gemoede getuigen--ofschoon het misschien vreemd klonk--dat hij

niet weet wat er in dat briefje staat.

Geen de minste ontroering is er op Helmonds gelaat te bespeuren, nu

die wauwelaar hem strak aanziet terwijl hij het briefje leest.--Helmond

las:

"De hooggeroemde en zeer wetenschappelijke dokter Helmond,

die de dupe was van een ijdele behaagzieke vrouw, zal

zich niet verwonderen dat hij door den vriend, dien hij

nu op schaamtelooze wijze verguist en belastert, wordt

gesommeerd om de hem geleende zes duizend en achthonderd

gulden met verschenen interesten op morgen den.... October

te voldoen, zullende anders onmiddellijk de sommatie bij

deurwaarders-exploit geschieden. Intusschen wenscht de

ondergeteekende dat dokter Helmond zich zeer spoedig in de

geheele herstelling van zijn dierbaren pleegvader zal mogen

verheugen.

Dokter Helmond en zijn vrouw · 第 67 / 85 题