Reeds in den vroegen morgen van den 28sten September heerschte er een
buitengewone, maar nochtans een fluisterende, en op de teenen loopende
levendigheid in het prachtige doktershuis. De groote schuit met
kostelijke bloemen, sierpotten en guirlandes, de Utrechtsche schuit,
waarin zich mede een menigte groote en kleinere ruikers bevonden,
was aangekomen, en, onder het oppertoezicht van dokter Helmond zelf,
haastte men zich nu om werkelijk zijn nieuwe woning voor een goed
deel in een lusthof te herscheppen.
Het kon niet anders of het hart moest wel feestelijk kloppen wanneer
men de vroege herfstzon, na een avond en nacht van regen en wind,
zoo vroolijk zag blinken op de heerlijke heester- en bloemgroepen,
die met zooveel smaak in de zalen en kleinere vertrekken van het
deftige doch riante doktershuis waren gerangschikt.
De Utrechtsche bloemist, die het laatste woord over de aanstaande
partij in stilte met _mevrouw_ Helmond had gewisseld, heeft toen
gezegd, dat mevrouw het nu alsjeblieft maar eens aan hém moest
overlaten. Helmond, die daarvan niets vernomen had, moet nu in
stilte erkennen dat de bloemist meer gedaan heeft dan hij had
durven verwachten, en de feestelijke geur in zijn woning--waartoe de
geraniums en oranjebloesems, de reseda's en heliotropen, ja zelfs tot
in het breede marmeren voorhuis, de guirlandes van fijne dennetakjes
samenwerkten--werd er in zijn schatting nog door verhoogd.
Eva dient nog een weinig geduld te hebben. De serre die voor het orkest
werd ingericht, moet nog eerst met de oranjeboomen en de kleinere
heesters aan de binnenzij gemaskeerd worden. Hoe netter alles in orde
is vóórdat ze beneden komt, hoe gelukkiger ze wezen zal, en ook--hoe
eer ze te bewegen zal zijn om nu zoo spoedig mogelijk aan den wensch
van haar man te voldoen en oom Van Barneveld een hartelijken zoen te
gaan geven. Meer is er niet noodig; August gelooft het zeker: met
dien enkelen zoen koopt ze ooms liefde, en herstelt ze wat anders
_niet te herstellen_ zou zijn.--Maar wacht, nu wordt het ook tijd
dat hij doet wat _vooral_ noodzakelijk is.
Haastig naar zijn kamer gegaan, staat Helmond eenige oogenblikken
later met twee bijouteriedoozen in de hand, terwijl hij den inhoud
ervan nauwkeurig beschouwt. 't Zijn de twee stel diamanten die men
hem ter keuze voor een paar dagen heeft willen toevertrouwen.
--Niet langer gedraald, denkt Helmond in 't eind: Het verschil in
prijs staat niet in evenredigheid tot het onderscheid der beide
garnituren. 't Zou immers mogelijk kunnen zijn dat die kleine broche
haar toch niet voldeed. Mevrouw Van Leeuwen is de maatstaf, en ik
geloof dat de broche der gravin.... Nee, de indruk dient ineens
beslissend te zijn. Oom moet in haar oog een halve verkwister
worden. En inderdaad, wat maakt dit bagatel op het geheel! Het
garnituur zal betaald worden van hetgeen ik nog bezit, en dan, in
's hemelsnaam, oom zal dan herstellen wat ik vooreerst bezwaarlijk
goedmaken kan.--Komaan, deze laatste dwaasheid zal dienen om terug
te komen op den weg van 't verstand.
Alvorens nu haastig de doos met het fraaiste garnituur in papieren
te wikkelen en er een pakje van te maken, haalt Helmond eenigszins
gejaagd--alsof hij bevreesd was dat men hem bespieden zou--een klein
apothekersdoosje uit den zak, en neemt er een drietal pillen uit, die
hij even haastig gebruikt.--Goddank, hij blijft toch tamelijk wel,
en zijn ziekenbezoeken, die echter in den laatsten tijd nog al zeer
zijn verminderd, kon hij dagelijks waarnemen; maar toch, daar woelt
iets vanbinnen dat niet goed is.
--Doch heden, welzeker! wie zou er in zijn plaats niet fiksch en blij
zijn; blij vooral dewijl het de feestdag is van een vrouwtje:
Als een gazelle rank;
Als teedre lelies blank;
Met kluistrend alvermogen
In haar blij lachende oogen;
En in haar rozenmond
Die hem haar min verkondt:
Een hemelsch reinen klank!
O Eva mijn engel! Ja, eindloos meer
Dan een schitterend leven, vol roem en eer,
Dan de kronen der wereld, dan de schatten der aard
Zijt gij, zoete _duive_, mij lief en waard.
Neen, een dichter is Helmond niet; maar met zulk een bekoorlijk
wezen, dat men het zijne mag noemen, met een vrouw zoo vol smaak,
gevoel en talent, ja dan moest men wel van steen zijn indien men niet
somwijlen warm werd en zong. Nochtans 't was geen verjaarsgedicht,
't was al eenige weken geleden dat hij zijn hart zoo eens lucht gaf.
Nu is het kleine pakje, waarin geen letter schrift was te vinden,
gereed. Op de bovenzij schrijft Helmond, terwijl hij in zijn schrift
eenige overeenkomst met de hand van den generaal zoekt te leggen:
"Aan Mevrouw E. Helmond,
Armelo.