DRIE EN DERTIGSTE HOOFDSTUK.

Reeds in den vroegen morgen van den 28sten September heerschte er een

buitengewone, maar nochtans een fluisterende, en op de teenen loopende

levendigheid in het prachtige doktershuis. De groote schuit met

kostelijke bloemen, sierpotten en guirlandes, de Utrechtsche schuit,

waarin zich mede een menigte groote en kleinere ruikers bevonden,

was aangekomen, en, onder het oppertoezicht van dokter Helmond zelf,

haastte men zich nu om werkelijk zijn nieuwe woning voor een goed

deel in een lusthof te herscheppen.

Het kon niet anders of het hart moest wel feestelijk kloppen wanneer

men de vroege herfstzon, na een avond en nacht van regen en wind,

zoo vroolijk zag blinken op de heerlijke heester- en bloemgroepen,

die met zooveel smaak in de zalen en kleinere vertrekken van het

deftige doch riante doktershuis waren gerangschikt.

De Utrechtsche bloemist, die het laatste woord over de aanstaande

partij in stilte met _mevrouw_ Helmond had gewisseld, heeft toen

gezegd, dat mevrouw het nu alsjeblieft maar eens aan hém moest

overlaten. Helmond, die daarvan niets vernomen had, moet nu in

stilte erkennen dat de bloemist meer gedaan heeft dan hij had

durven verwachten, en de feestelijke geur in zijn woning--waartoe de

geraniums en oranjebloesems, de reseda's en heliotropen, ja zelfs tot

in het breede marmeren voorhuis, de guirlandes van fijne dennetakjes

samenwerkten--werd er in zijn schatting nog door verhoogd.

Eva dient nog een weinig geduld te hebben. De serre die voor het orkest

werd ingericht, moet nog eerst met de oranjeboomen en de kleinere

heesters aan de binnenzij gemaskeerd worden. Hoe netter alles in orde

is vóórdat ze beneden komt, hoe gelukkiger ze wezen zal, en ook--hoe

eer ze te bewegen zal zijn om nu zoo spoedig mogelijk aan den wensch

van haar man te voldoen en oom Van Barneveld een hartelijken zoen te

gaan geven. Meer is er niet noodig; August gelooft het zeker: met

dien enkelen zoen koopt ze ooms liefde, en herstelt ze wat anders

_niet te herstellen_ zou zijn.--Maar wacht, nu wordt het ook tijd

dat hij doet wat _vooral_ noodzakelijk is.

Haastig naar zijn kamer gegaan, staat Helmond eenige oogenblikken

later met twee bijouteriedoozen in de hand, terwijl hij den inhoud

ervan nauwkeurig beschouwt. 't Zijn de twee stel diamanten die men

hem ter keuze voor een paar dagen heeft willen toevertrouwen.

--Niet langer gedraald, denkt Helmond in 't eind: Het verschil in

prijs staat niet in evenredigheid tot het onderscheid der beide

garnituren. 't Zou immers mogelijk kunnen zijn dat die kleine broche

haar toch niet voldeed. Mevrouw Van Leeuwen is de maatstaf, en ik

geloof dat de broche der gravin.... Nee, de indruk dient ineens

beslissend te zijn. Oom moet in haar oog een halve verkwister

worden. En inderdaad, wat maakt dit bagatel op het geheel! Het

garnituur zal betaald worden van hetgeen ik nog bezit, en dan, in

's hemelsnaam, oom zal dan herstellen wat ik vooreerst bezwaarlijk

goedmaken kan.--Komaan, deze laatste dwaasheid zal dienen om terug

te komen op den weg van 't verstand.

Alvorens nu haastig de doos met het fraaiste garnituur in papieren

te wikkelen en er een pakje van te maken, haalt Helmond eenigszins

gejaagd--alsof hij bevreesd was dat men hem bespieden zou--een klein

apothekersdoosje uit den zak, en neemt er een drietal pillen uit, die

hij even haastig gebruikt.--Goddank, hij blijft toch tamelijk wel,

en zijn ziekenbezoeken, die echter in den laatsten tijd nog al zeer

zijn verminderd, kon hij dagelijks waarnemen; maar toch, daar woelt

iets vanbinnen dat niet goed is.

--Doch heden, welzeker! wie zou er in zijn plaats niet fiksch en blij

zijn; blij vooral dewijl het de feestdag is van een vrouwtje:

Als een gazelle rank;

Als teedre lelies blank;

Met kluistrend alvermogen

In haar blij lachende oogen;

En in haar rozenmond

Die hem haar min verkondt:

Een hemelsch reinen klank!

O Eva mijn engel! Ja, eindloos meer

Dan een schitterend leven, vol roem en eer,

Dan de kronen der wereld, dan de schatten der aard

Zijt gij, zoete _duive_, mij lief en waard.

Neen, een dichter is Helmond niet; maar met zulk een bekoorlijk

wezen, dat men het zijne mag noemen, met een vrouw zoo vol smaak,

gevoel en talent, ja dan moest men wel van steen zijn indien men niet

somwijlen warm werd en zong. Nochtans 't was geen verjaarsgedicht,

't was al eenige weken geleden dat hij zijn hart zoo eens lucht gaf.

Nu is het kleine pakje, waarin geen letter schrift was te vinden,

gereed. Op de bovenzij schrijft Helmond, terwijl hij in zijn schrift

eenige overeenkomst met de hand van den generaal zoekt te leggen:

"Aan Mevrouw E. Helmond,

Armelo.

Dokter Helmond en zijn vrouw · 第 62 / 85 题