TWEE EN DERTIGSTE HOOFDSTUK.

De avond die den dag voorafging waarop Eva's geboortefeest in het

nieuwe doktershuis zou gevierd worden, was als 't ware de aankondiger

van het gure seizoen. Geen wonder, October stond voor de deur. De

regen viel bij stroomen neer, en de wind koelde zijn woede aan de

reeds geel en bruin geworden bladeren.

Dokter Helmond liep--zooals hij zich in den laatsten tijd had

aangewend--in gedachten de groote huiskamer op en neer.

"Maar lieve August, 't zou verschrikkelijk zijn!" zegt Eva, terwijl

ze van haar borduurwerk opziende, langs de lamp heen haar wandelenden

echtgenoot met de oogen volgt.

"Verschrikkelijk! Wat meen je Eva?"

"Wel, als het morgen zulk een weer was! Onze heele tuin-illuminatie

viel in duigen; 't zou allerakeligst zijn!" Na een oogenblik stilte:

"August, waar denk je toch aan? Weer muizenesten? Toe kom dan eens

hier. Foei, tobberijen over niemendal, terwijl ik in zorg ben over

't geen ons nu toch het meest moet ter harte gaan: ons feest! het

feest op den verjaardag van _je wijfje_ August!

"Welzeker!" zegt Helmond: "als het zulk een weer was dan zou...."

Eva bemerkt niet dat haar echtgenoot in dit oogenblik een hevigen

strijd heeft te strijden. Opgestaan is Eva hem nabijgekomen en zegt nu

met haar zoetste stem: "Als ik morgen waarlijk den schoonsten dag van

mijn leven door de liefde van mijn besten man zal genieten dan...." zij

strijkt met haar zachte hand over Helmonds voorhoofd: "dan mag dáár

geen wolkje te zien zijn. Weet je August, waar ik het nieuwsgierigst

naar ben? Nee, ik zeg het niet.--Wil ik het toch zeggen?--Ja?"

"Ik weet niet wat je bedoelt Eva."

"Ei ondeugd, dat weet je niet? En je weet óók niet hoeveel die

diamanten speld van mevrouw Van Leeuwen heeft gekost........?

Nee, daar heb je zeker niet naar laten informeeren niewaar?-- August,

zeg.... ben ik er vér vandaan, of.... of vin-je dat visschen nu

wat heel indiscreet? Maar och m'n beste man, je weet ook niet wat

een schrikkelijke pret ik er in zou hebben, om morgen eens tegen

over die deftige gravin Van Leeuwen te staan, en-- changement de

décorations--dat ik dan op mijn beurt, zoo heel langs m'n neus weg kon

zeggen--of als het àl te ondeugend was tenminste kon _denken_: Wat een

aardig lief _speldje_ hebt u daar aan, een lief _garnituurtje_! Ben

ik ondeugend Guus? en vin-je me indiscreet? Nu, iets te zeggen dat

behoeft niet, maar.... kijk me eens eventjes aan, dan kan ik wel

zien of ik heel ver van honk ben.... Boe boe, wat kijk je zwart;

is dat een verstoppertje-spelen misschien, zeg, lieve plaaggeest?"

Helmond aarzelt. Ofschoon hij een paar stel diamanten op bezien in huis

heeft, neen hij zal ze haar niet geven.... neen! En bij God! ook haar

partij zal niet doorgaan! 't Koste wat het wil. Beter laat dan nooit

zal hij toonen dat zelfs die teerbeminde vrouw--zijn afgod--zonder

wier bezit hem de wereld een graf zou schijnen, niet in staat is

om hem, door haar kinderlijke zucht naar wat blinkt en schittert,

op den duur als een dwaas te doen handelen, en haar door zijn zwakke

toegevendheid in 't eind ongelukkig te maken.

"Eva kom hier eens zitten. Ja hier, dicht aan mijn zij.--Aan den

laatsten avond van een jaar mag men wel eens een oogenblik aan wat

ernstigs denken....

"Hemel August, het is me alsof ik dominee Hoogerberg hoor. Maar ja

zeker, laten we nu eens als oude getrouwde luidjes--_met een geheim_,

waar men nog niets van merken kan--eens heel _heel_ ernstig praten." Ze

steekt haar arm door den zijne, legt haar hoofd tegen zijn schouder,

en vervolgt: "Morgen als de vrouw nu twee en twintig jaar oud wordt,

dan zal er ten huize van dokter Helmond een soirée met soupee worden

gegeven, zooals de goede stad Romphuizen nooit gedroomd had, dat er

binnen haar doodsche wallen een zou gegeven worden. Nee chut! laat

me nu eens eventjes heel ernstig praten: Op den avond van den acht

en twintigsten September zullen de aanstaande heer van Romphuizen

en z'n echtgenoot de graaf en gravin Helmond Van Armeloo--nu ja,

niet al te ernstig kijken beste, want _wie weet_!--enfin, dan zullen

ze al dien ouden en nieuwbakken adel uit den omtrek, eens toonen

wat chic en bon ton is; dan.... Nee, ik bid je nog een oogenblik

geduld! En dan overmorgen als Bel uit Amsterdam en La Fosse uit

Utrecht alles weer netjes hebben opgeredderd en meegepakt, dan.... nu

komt het.... dan gaan we verder eens heel zuinigjes en eenvoudigjes

leven.--Goed hê?--Dan eten we nog een heelen tijd kliekjes van taarten

en getruffeerde fazanten, en rijden heel deftig en ernstig...." Eva

fluistert nu met haar onweerstaanbaar lieve stem: "ja heel ernstig,

beste mannetje, naar den boer waar we ons lieve kleine popje zullen

koopen, en.... Kom goeje Evertje Zwaarmuts, lach nu maar eens, en beken

maar gauw dat ik wel heel ernstig ben, wanneer ik met al mijn illusies

voor morgen, toch met zooveel plezier van de toekomst kan spreken,

en je verzekeren, dat me waarlijk op den duur niets zoo gelukkig

maakt als het bezit van mijn braven brompot, en de gedachte dat ik,

al mettertijd, de moeder zal wezen van zoo'n engelachtig ventje,

van ons heel klein snoeperig stamhoudertje, August."

De inwendige strijd, dien hij te voeren heeft, maakt Helmond ongevoelig

voor de zoete omhelzing zijner Eva, zooals hij schier doof is geweest

voor haar woorden, die deels weer de tolken waren van kaar ijdelheid,

en deels ook der teederste aandoening van het hart der vrouw.--Helmond

zwijgt nog een oogenblik. Nu zal hij spreken. Nú. Het _moet_! Morgen

zou het te laat zijn. Reeds gisteren ontving hij een verzegelden brief

van _De Zonsberg_; het resultaat der tusschenkomst van den waardigen

Hoogerberg, het ultimatum van den oom.... Men moest terug: terug van

den breed en weg die tot het verderf leidt! Terug, of anders...."

"Eva, toen je op dien avond te Parijs van me hoorde dat we

's-anderendaags zouden vertrekken, toen was je bitter teleurgesteld,

maar je hebt je als een verstandige vrouw aanstonds getroost. Je bent

alweer ouder geworden, en dus, wanneer er nú eens..."

"Och beste man, als je nu waarlijk graag wilt dat ik den laatsten

nacht van mijn oudejaar rustig zal slapen, verg dan niet te veel van

mijn verstand. Weet je waar _ik_ plezier in heb? Ik heb er plezier in

om nog maar altijd te denken, dat jij het verstand voor ons _allebei_

hebt. En je hebt het; jawel! Maar je bent Evert Zwaarmuts, en 't zit er

waarlijk op dat je me weer van voren afaan zult gaan beweren--ofschoon

het wat te laat is--dat morgen het ijs en de ditten en datten wel

konden wegblijven; en dat de blauwjassen evengoed zouden voldoen als

de kapel die komen zal." Opstaande: "We moeten daar nu van afstappen

lieve August. Teleurstellingen verwacht ik op mijn verjaardag niet."

"Eva.... het hooge woord moet er uit: de partij zal morgen niet

doorgaan."

"August, is 't je in 't hoofd geslagen?"

"Daarvoor heb ik in de laatste dagen wel eens gevreesd. Het verstand

voor _twee_ was er _zeker_ niet. Dáár Eva lees!"

Eva, doodsbleek geworden, ziet het geschrift in 't welk August haar

toereikt:

"Ha! van _hem_!" zegt ze met weerzin: "Van dien bekrompen despoot! Wil

hij eeuwig heerschen over mijn man? Nee dat lees ik niet; die schrale

hanepooten doen me aan de magere jaren denken. Nee ik wil, ik _wil_

het niet lezen."

"Als ik het je verzoek Eva?"

Eva, na zichtbaren strijd, zegt eensklaps met verheffing van stem

terwijl ze stampt met den voet:

"Nee _nee_ zeg ik je: dat mensch is de duivel, die zich tusschen

ons stelt.

Helmond bedwingt een stijgenden toorn; en dan:

"Eva _ik wil het_: _lees_!"

Voor 't uiterlijke kalm ziet hij haar strak in de oogen. En zij, ze

wijkt voor dien blik onwillekeurig een schrede terzij, en trillend

als een popelblad door een onverwachten stormwind bewogen, nogmaals

opziende naar den man, die zich eensklaps met zijn ongewoon _ik wil

het_, zoo akelig gelden liet, vat ze het blad papier, ziet het in

en, ofschoon het haar schemert voor de oogen en ze sommige volzinnen

slechts ten deele begrijpt, ze leest nu den brief:

"Aan dokter Helmond!

"Er zijn twee wegen. De eene voert tot de eeuwige gelukzaligheid,

de andere ter verdoemenis. Als dokter Helmond begrijpen wil dat hij

sedert zijn huwelijk den laatsten weg heeft gekozen, en zich met zijn

vrouw wil haasten om dien aanstonds te verlaten, dan zal de generaal

Van Barneveld God danken, en zijn hart en huis zullen voor de jonge

echtgenooten weer geopend zijn.

"Om op den weg die tot God leidt terug te komen, moet er echter met

den vervloekten geest naar grootheid, naar verheffing boven zijn stand,

en het weelderig genieten van Gods gaven zonder arbeid in het zweet des

aanschijns, worden gebroken. Als voorwaarden, die van den goeden geest

zullen getuigen, eischt de pleegvader, van dokter Helmond, dat men zoo

spoedig mogelijk zal terugkeeren tot den kring waarin men behoort,

en allereerst tot de woning, die men zonder reden voor een paleis

heeft verwisseld. Het oud-burgemeestershuis zal met zijn meubels en

versiersels binnen vier weken publiek moeten verkocht worden, om den

volke te doen zien dat dokter Helmond werkelijk leven moet van zijn

praktijk. Als bewijs dat men met Gods hulp tot het goede wenscht te

besluiten, zal de partij ten zijnen huize worden afgezegd. Men vrage

niet wat de wereld zal denken of spreken, men bedenke alleen wat

God eischt en wat eerlijk en goed is. Een eerlijke retraite is geen

schande. Indien het bewijs der goede gezindheid op den 28sten September

wordt gegeven, dan zal de oude pleegvader dienzelfden dag zijn kinderen

met open armen ontvangen, en, zoo er door daden, die de krachten te

boven gingen, schulden mochten zijn, hij zal ze zwijgend vereffenen.

"Andere redenen, die een verwijdering zouden wettigen, bestaan er

_niet meer_. De pleegvader wil vergeven en vergeten.

"Dit ultimatum is geschreven in overeenstemming met den waardigen

leeraar dezer gemeente Ds. Hoogerberg.

"Herinnert u te zamen het woord van den heiligen stichter onzer

religie, den Zoon van God: "Gij kunt Gode niet dienen en den Mammon!"

Dokter Helmond en zijn vrouw · 第 60 / 85 题