De avond die den dag voorafging waarop Eva's geboortefeest in het
nieuwe doktershuis zou gevierd worden, was als 't ware de aankondiger
van het gure seizoen. Geen wonder, October stond voor de deur. De
regen viel bij stroomen neer, en de wind koelde zijn woede aan de
reeds geel en bruin geworden bladeren.
Dokter Helmond liep--zooals hij zich in den laatsten tijd had
aangewend--in gedachten de groote huiskamer op en neer.
"Maar lieve August, 't zou verschrikkelijk zijn!" zegt Eva, terwijl
ze van haar borduurwerk opziende, langs de lamp heen haar wandelenden
echtgenoot met de oogen volgt.
"Verschrikkelijk! Wat meen je Eva?"
"Wel, als het morgen zulk een weer was! Onze heele tuin-illuminatie
viel in duigen; 't zou allerakeligst zijn!" Na een oogenblik stilte:
"August, waar denk je toch aan? Weer muizenesten? Toe kom dan eens
hier. Foei, tobberijen over niemendal, terwijl ik in zorg ben over
't geen ons nu toch het meest moet ter harte gaan: ons feest! het
feest op den verjaardag van _je wijfje_ August!
"Welzeker!" zegt Helmond: "als het zulk een weer was dan zou...."
Eva bemerkt niet dat haar echtgenoot in dit oogenblik een hevigen
strijd heeft te strijden. Opgestaan is Eva hem nabijgekomen en zegt nu
met haar zoetste stem: "Als ik morgen waarlijk den schoonsten dag van
mijn leven door de liefde van mijn besten man zal genieten dan...." zij
strijkt met haar zachte hand over Helmonds voorhoofd: "dan mag dáár
geen wolkje te zien zijn. Weet je August, waar ik het nieuwsgierigst
naar ben? Nee, ik zeg het niet.--Wil ik het toch zeggen?--Ja?"
"Ik weet niet wat je bedoelt Eva."
"Ei ondeugd, dat weet je niet? En je weet óók niet hoeveel die
diamanten speld van mevrouw Van Leeuwen heeft gekost........?
Nee, daar heb je zeker niet naar laten informeeren niewaar?-- August,
zeg.... ben ik er vér vandaan, of.... of vin-je dat visschen nu
wat heel indiscreet? Maar och m'n beste man, je weet ook niet wat
een schrikkelijke pret ik er in zou hebben, om morgen eens tegen
over die deftige gravin Van Leeuwen te staan, en-- changement de
décorations--dat ik dan op mijn beurt, zoo heel langs m'n neus weg kon
zeggen--of als het àl te ondeugend was tenminste kon _denken_: Wat een
aardig lief _speldje_ hebt u daar aan, een lief _garnituurtje_! Ben
ik ondeugend Guus? en vin-je me indiscreet? Nu, iets te zeggen dat
behoeft niet, maar.... kijk me eens eventjes aan, dan kan ik wel
zien of ik heel ver van honk ben.... Boe boe, wat kijk je zwart;
is dat een verstoppertje-spelen misschien, zeg, lieve plaaggeest?"
Helmond aarzelt. Ofschoon hij een paar stel diamanten op bezien in huis
heeft, neen hij zal ze haar niet geven.... neen! En bij God! ook haar
partij zal niet doorgaan! 't Koste wat het wil. Beter laat dan nooit
zal hij toonen dat zelfs die teerbeminde vrouw--zijn afgod--zonder
wier bezit hem de wereld een graf zou schijnen, niet in staat is
om hem, door haar kinderlijke zucht naar wat blinkt en schittert,
op den duur als een dwaas te doen handelen, en haar door zijn zwakke
toegevendheid in 't eind ongelukkig te maken.
"Eva kom hier eens zitten. Ja hier, dicht aan mijn zij.--Aan den
laatsten avond van een jaar mag men wel eens een oogenblik aan wat
ernstigs denken....
"Hemel August, het is me alsof ik dominee Hoogerberg hoor. Maar ja
zeker, laten we nu eens als oude getrouwde luidjes--_met een geheim_,
waar men nog niets van merken kan--eens heel _heel_ ernstig praten." Ze
steekt haar arm door den zijne, legt haar hoofd tegen zijn schouder,
en vervolgt: "Morgen als de vrouw nu twee en twintig jaar oud wordt,
dan zal er ten huize van dokter Helmond een soirée met soupee worden
gegeven, zooals de goede stad Romphuizen nooit gedroomd had, dat er
binnen haar doodsche wallen een zou gegeven worden. Nee chut! laat
me nu eens eventjes heel ernstig praten: Op den avond van den acht
en twintigsten September zullen de aanstaande heer van Romphuizen
en z'n echtgenoot de graaf en gravin Helmond Van Armeloo--nu ja,
niet al te ernstig kijken beste, want _wie weet_!--enfin, dan zullen
ze al dien ouden en nieuwbakken adel uit den omtrek, eens toonen
wat chic en bon ton is; dan.... Nee, ik bid je nog een oogenblik
geduld! En dan overmorgen als Bel uit Amsterdam en La Fosse uit
Utrecht alles weer netjes hebben opgeredderd en meegepakt, dan.... nu
komt het.... dan gaan we verder eens heel zuinigjes en eenvoudigjes
leven.--Goed hê?--Dan eten we nog een heelen tijd kliekjes van taarten
en getruffeerde fazanten, en rijden heel deftig en ernstig...." Eva
fluistert nu met haar onweerstaanbaar lieve stem: "ja heel ernstig,
beste mannetje, naar den boer waar we ons lieve kleine popje zullen
koopen, en.... Kom goeje Evertje Zwaarmuts, lach nu maar eens, en beken
maar gauw dat ik wel heel ernstig ben, wanneer ik met al mijn illusies
voor morgen, toch met zooveel plezier van de toekomst kan spreken,
en je verzekeren, dat me waarlijk op den duur niets zoo gelukkig
maakt als het bezit van mijn braven brompot, en de gedachte dat ik,
al mettertijd, de moeder zal wezen van zoo'n engelachtig ventje,
van ons heel klein snoeperig stamhoudertje, August."
De inwendige strijd, dien hij te voeren heeft, maakt Helmond ongevoelig
voor de zoete omhelzing zijner Eva, zooals hij schier doof is geweest
voor haar woorden, die deels weer de tolken waren van kaar ijdelheid,
en deels ook der teederste aandoening van het hart der vrouw.--Helmond
zwijgt nog een oogenblik. Nu zal hij spreken. Nú. Het _moet_! Morgen
zou het te laat zijn. Reeds gisteren ontving hij een verzegelden brief
van _De Zonsberg_; het resultaat der tusschenkomst van den waardigen
Hoogerberg, het ultimatum van den oom.... Men moest terug: terug van
den breed en weg die tot het verderf leidt! Terug, of anders...."
"Eva, toen je op dien avond te Parijs van me hoorde dat we
's-anderendaags zouden vertrekken, toen was je bitter teleurgesteld,
maar je hebt je als een verstandige vrouw aanstonds getroost. Je bent
alweer ouder geworden, en dus, wanneer er nú eens..."
"Och beste man, als je nu waarlijk graag wilt dat ik den laatsten
nacht van mijn oudejaar rustig zal slapen, verg dan niet te veel van
mijn verstand. Weet je waar _ik_ plezier in heb? Ik heb er plezier in
om nog maar altijd te denken, dat jij het verstand voor ons _allebei_
hebt. En je hebt het; jawel! Maar je bent Evert Zwaarmuts, en 't zit er
waarlijk op dat je me weer van voren afaan zult gaan beweren--ofschoon
het wat te laat is--dat morgen het ijs en de ditten en datten wel
konden wegblijven; en dat de blauwjassen evengoed zouden voldoen als
de kapel die komen zal." Opstaande: "We moeten daar nu van afstappen
lieve August. Teleurstellingen verwacht ik op mijn verjaardag niet."
"Eva.... het hooge woord moet er uit: de partij zal morgen niet
doorgaan."
"August, is 't je in 't hoofd geslagen?"
"Daarvoor heb ik in de laatste dagen wel eens gevreesd. Het verstand
voor _twee_ was er _zeker_ niet. Dáár Eva lees!"
Eva, doodsbleek geworden, ziet het geschrift in 't welk August haar
toereikt:
"Ha! van _hem_!" zegt ze met weerzin: "Van dien bekrompen despoot! Wil
hij eeuwig heerschen over mijn man? Nee dat lees ik niet; die schrale
hanepooten doen me aan de magere jaren denken. Nee ik wil, ik _wil_
het niet lezen."
"Als ik het je verzoek Eva?"
Eva, na zichtbaren strijd, zegt eensklaps met verheffing van stem
terwijl ze stampt met den voet:
"Nee _nee_ zeg ik je: dat mensch is de duivel, die zich tusschen
ons stelt.
Helmond bedwingt een stijgenden toorn; en dan:
"Eva _ik wil het_: _lees_!"
Voor 't uiterlijke kalm ziet hij haar strak in de oogen. En zij, ze
wijkt voor dien blik onwillekeurig een schrede terzij, en trillend
als een popelblad door een onverwachten stormwind bewogen, nogmaals
opziende naar den man, die zich eensklaps met zijn ongewoon _ik wil
het_, zoo akelig gelden liet, vat ze het blad papier, ziet het in
en, ofschoon het haar schemert voor de oogen en ze sommige volzinnen
slechts ten deele begrijpt, ze leest nu den brief:
"Aan dokter Helmond!
"Er zijn twee wegen. De eene voert tot de eeuwige gelukzaligheid,
de andere ter verdoemenis. Als dokter Helmond begrijpen wil dat hij
sedert zijn huwelijk den laatsten weg heeft gekozen, en zich met zijn
vrouw wil haasten om dien aanstonds te verlaten, dan zal de generaal
Van Barneveld God danken, en zijn hart en huis zullen voor de jonge
echtgenooten weer geopend zijn.
"Om op den weg die tot God leidt terug te komen, moet er echter met
den vervloekten geest naar grootheid, naar verheffing boven zijn stand,
en het weelderig genieten van Gods gaven zonder arbeid in het zweet des
aanschijns, worden gebroken. Als voorwaarden, die van den goeden geest
zullen getuigen, eischt de pleegvader, van dokter Helmond, dat men zoo
spoedig mogelijk zal terugkeeren tot den kring waarin men behoort,
en allereerst tot de woning, die men zonder reden voor een paleis
heeft verwisseld. Het oud-burgemeestershuis zal met zijn meubels en
versiersels binnen vier weken publiek moeten verkocht worden, om den
volke te doen zien dat dokter Helmond werkelijk leven moet van zijn
praktijk. Als bewijs dat men met Gods hulp tot het goede wenscht te
besluiten, zal de partij ten zijnen huize worden afgezegd. Men vrage
niet wat de wereld zal denken of spreken, men bedenke alleen wat
God eischt en wat eerlijk en goed is. Een eerlijke retraite is geen
schande. Indien het bewijs der goede gezindheid op den 28sten September
wordt gegeven, dan zal de oude pleegvader dienzelfden dag zijn kinderen
met open armen ontvangen, en, zoo er door daden, die de krachten te
boven gingen, schulden mochten zijn, hij zal ze zwijgend vereffenen.
"Andere redenen, die een verwijdering zouden wettigen, bestaan er
_niet meer_. De pleegvader wil vergeven en vergeten.
"Dit ultimatum is geschreven in overeenstemming met den waardigen
leeraar dezer gemeente Ds. Hoogerberg.
"Herinnert u te zamen het woord van den heiligen stichter onzer
religie, den Zoon van God: "Gij kunt Gode niet dienen en den Mammon!"