Nu de tweede dans zal beginnen en reeds

De dartele snaren

Doen tripp'len de paren;

nu hangt Eva in den arm van haar _alles_, van den _eenige_, op wien

ze waarlijk zoo trotsch is:

"O, engel!" zegt ze, en drukt hem dien arm zoo innig: "zulk een feest,

zóó iets heerlijks heb ik nog nooit beleefd. Die menschen hier.... Och

wat zijn ze allen onbeschrijfelijk lief en hartelijk, en zonder eenige

distantie.--Eén ding beste August, als het te pas mocht komen, ik zeg

_als_, och spreek dan vooral niet tegen dat jij ook van adel bent;

't is me letterlijk al pratend uit den mond gevallen toen ik door

dien mallen Kippelaan.... ik weet niet hoe, een beetje in 't nauw

raakte. Maar.... onwaarheid sprak ik toch niet; je kunt immers later

papa's titel krijgen; niewaar August?"

"Mijn hemel Eva, dat gaat te ver!"

"Ben je boos, mijn lieve man? Nee, dat kun je nu niet wezen,

niewaar? Maar luister eens.... ik mag er immers vast op

rekenen....? Wel, op _onze_ partij, met mijn jaardag? Och die jonge

Hardenborg was zoo galant; ik zei maar even dat ik deze muziek zoo

allerliefst vond, en--dadelijk _dadelijk_ is hij toen gaan informeeren

of de kapel den acht en twintigsten vrij zou wezen.--En ja zeker,

alles is in orde! Natuurlijk moest hij er toen aanstonds beslag op

leggen omdat ze zoo moeilijk te krijgen is...."

"Eva, ben je razend!"

"God August! je zoudt me doen schrikken. Freule Marie ziet juist

naar ons, zij zal denken dat we woorden hebben. Lach: toe lach."--Eva

lachte.--En August? Moest hij dan hier die algemeen gevierde vrouw,

en ten aanschouwe van zoo velen, een barsch gelaat toonen, haar,

zijn dierbare Eva? Ha, als men dan overal fluistert dat een man, die

zulk een vrouw bezit, haar niets weigeren _mag_, dat ze hem meer moet

waard zijn dan al de schatten der wereld; ha, waarom zou hij dan ook

niet lachen! Waarom zou hij dan ook niet....

--Daar vangt de wals aan.--'t Is alsof de wijn hem eenigszins heeft

beneveld. Misschien ook is hij het dansen ontwend:

"Bedaard, bedaard lieve kind; niet te vlug; je weet wel waarom? Ja

zeker, heel goeje muziek, fameus in de maat!"

En Eva wielt, al zwevend, als in een hemel aan den arm van haar

teerbeminde. En de muziek is krachtig; maar hoor, telkens en hoe langer

hoe meer, klinkt er in die sterke bazuintonen bij het geanimeerd en

wegsleepend refrein, een enkele noot.... die haar aan woorden, aan

vreeselijke woorden herinnert, en ook aan dien droom met den saterlach:

Et--_Satan_ conduit le bal,

Et--_Satan_ conduit le bal!

Ik wil wel eens rusten August!--Dit stuk moeten ze bij ons niet

spelen, 't Refrein is toch leelijk; al te snerpend. Vin-je óók niet,

m'n lieve man?"

Mijnheer Kippelaan voelt zich dezen avond misschien nog gelukkiger dan

Eva Helmond. De bijzonderheid dat hij op zulk een partij was gevraagd,

heeft hem boven de huizen gebracht.

--'t Scheen wel--dewijl zelfs de candidaat-notaris Piet Lovers met

zijn ouderwetsch Marietje was genoodigd--dat de baron Debecque zijn

invitaties zoo ver mogelijk had uitgestrekt; maar de eer was toch

bijzonder, en hij mocht nu gerust zeggen dat de adel uit den omtrek met

alles wat daartoe behoorde _zijn intieme_ vriend was. In den beginne

is Kippelaan iets minder op zijn gemak geweest, maar sedert hij het

stoute stuk volbracht, en dokter Helmond, zonder dat iemand het zag,

de beide banknoten van honderd gulden uit den brief aan Woudberg,

met een couvert er om, in den achterrokzak heeft gewerkt, had hij

zich zoo onschuldig gevoeld als een pasgeboren zuigeling.

Allerliefst lieve gelegenheid!--In den vooravond bij 't geleide

van juffrouw Van Berge naar de groene kamer, heeft hij al iets

voelen kloppen, en.... enfin, juffrouw Van Berge heeft hem eensklaps

losgelaten, en Mina Lens die vóór haar liep, in den arm genomen.--O dat

guitje!--Later had hij gehoord dat juffrouw Van Berge ook waarlijk al

met den kantonrechter uit B. geëngageerd was, enfin.--Na 't verblijf

in de groene kamer is hij weer zoo.... ja, hij moet het bekennen

"zoo ondeugend geworden." Bij 't vuurwerk heeft hij de kleine

blanke allerliefste jonge dame, Mietje Lansbroek, het hof gemaakt,

en gezegd dat hij "duizendmaal op den rand geweest was, maar nu in

háár den afgrond voor zijn hart metterdaad gevonden had." Mietje

Lansbroek heeft toen gezegd, dat ze het al te akelig vond, wanneer

menheer Kippelaan zijn hart aan zoo'n halsbrekenden toer zou wagen,

en heeft hem toen haar "allerliefsten rug" toegedraaid--natuurlijk,

volgens Kippelaan, een weinig verlegen over zijn aanzoek en de

geestigheid van haar eigen antwoord.--'t Was waar ook, hij had zoo iets

hooren spreken van een remonstrantsch proponent. Enfin, allerliefst,

geestig! Dansen? Zie 't was jammer, al de dames waren disperaat dat ze

hem een dans moesten weigeren.... maar nee, 't is zijn schuld; _zijn_

eigen schuld; hij is niet vroeg genoeg gekomen! ofschoon.... Enfin,

't was allerliefst dat ze hem allen zonder uitzondering beloofden:

jawel, als er weer een feest was; ja welzeker.

Op dit oogenblik schept Kippelaan nog even een luchtje, want hij had

aan een der buitendeuren staande--iets in 't donker zien verdwijnen,

ginder in de richting van de groene kamer, waar nog een enkele

gekleurde ballon tusschen het donkere groen hing. En Kippelaan vond

het buiten allerheerlijkst....

't Was heelemaal donker, pikdonker in de groene kamer. Daarbinnen

klonk een zucht. Bijna gelijktijdig klonk er nog een zucht, meer

piano.--Er volgde een plechtige stilte.--Na eenige seconden had de

herhaling van het even genoemde diep roerende zuchten plaats.--Toen

had men iets kunnen vernemen van een langgerekt geluid zóó bijna als

van het theewater alvorens het aan--of van de kook raakt.--Nogmaals

nú hartverscheurende zuchten. En dan:

"Och Marietje!"

"Och Piet!"

"O, als ze ons één--één tienduizendste meegaven, dan!"

"Och Piet, dán...."

"Och Marietje!"

"Gud, ik hoor wat!"

Twee personen zijn juist den ingang der groene kamer genaderd,

't Zijn Helmond en de majoor Kartenglimp.

Helmond is er overheen.--Wat drommel wáárom niet! Zijn er dan niet

honderdduizend menschen voor één die doen zouden wat hij doet? Geld

ter leen vragen als men 't noodig heeft en zeker weet dat men het zal

kunnen teruggeven:--_Kunnen_? _zeker_? Ja, ongetwijfeld _zeker_! Als

hij den generaal morgen maar eens als vanouds de hand heeft gedrukt,

wat, voor den drommel, wat zouden er dan voor haken en oogen kunnen

zijn? Zal een man van eer, een man als de generaal zijn woord breken,

zonder een bepaald voorval waardoor een brouillerie gewettigd kan

heeten? Zou hij zonder eenige kennisgeving de gedane verklaring

intrekken, dat August nevens Jacoba zijn erfgenaam zal zijn? Neen,

die pleegvader zal dat niet!--Nu, wáárom tobt en treuzelt hij dan,

en zit zoo telkens met de handen in 't haar? Is het niet armzalig

dat iemand met zulk een erfenis in 't verschiet, hier rondloopt met

niet meer in zijn bezit dan de vijf guldens die zijn provisor hem

leende!--Zegt het spreekwoord geen waarheid: Met den tijd komt alles

terecht!--Wat weerga, al moest zijn leven, zijn heele aanzien, _alles_

er aan opgeofferd worden, men heeft gelijk: Een vrouw zooals de zijne

wordt er op de duizend geen gevonden! Zóó een moet boven alle ontbering

verheven zijn en schitteren in haar vollen glans. Men moet haar ten

volle waardeeren. Dat doet men _hier_, dat doet _iedereen_. Boven al

die adellijke vrouwen, zelfs van leeftijd, werd zij verheven, door

dien toost van den zoon des huizes. Wat drommel, Eva heeft gelijk,

hij is een beroerde zwaarmuts; alles komt terecht.... en.... Neen,

het dolle plan om confidentieel met den ouden Debecque te spreken

en hém te vragen.... neen, hij heeft het laten varen; 't zou Eva

die, nog al wat hoog van alles heeft opgegeven, compromitteeren;

en ook.... met al die adellijke kennissen, en later die partij ten

zijnen huize.... Neen! Kartenglimp had hem zeer heusch bejegend; den

ganschen avond; allerhartelijkst! De man is poltron; tenminste een

beetje wars van Vriend Hein was hij zeker; maar anders, noch over het

niet terugkomen om zijnentwil uit Parijs, noch over dien onaardigen

conferentie-avond heeft hij zich beklaagd.--Helmond weet toch zeker

dat notaris Zoutenheer, een gedeelte van het hem verstrekte geld

van den majoor heeft gekregen; en, inplaats van iets onaangenaams na

die scène te laten blijken, heeft hij laatst zonder eenige pretensie

gezegd: dat hij a vijf percent.... onder vrienden....

"U begrijpt majoor, dat ik 't alleen vraag omdat je 't mij zelf

presenteerde. Ik vond je voorstel zoo cordiaal: anders zou ik aan

Zoutenheer ... maar...."

"Nee nee, wáárom! Zoutenheer moet zes percent hebben, en ik ben er

met vier tevreden."

"Vier? Ik meende...."

"Wat bl.... onder vrienden; jij bent een uitmuntende dokter! Apropos,

kan zoo'n avondlucht kwaad? Nee hê....?"

"Niemendal majoor. Voor ú is de lucht allerheilzaamst. En dus..."

"Zou jij me niet zoo eens een levensregel kunnen voorschrijven? Zieje,

voor gevallen.... Enfin, als ik zoo iets had, dan was ik gerust.--

Wat die drie duizend gulden betreft; accoord! Waarachtig, met

alle plezier! Jelui moet het er van nemen. Als de ouwe opstapt

dan ben je heelemaal binnen. Een schietgebedje voor zijn tijdige

afreis. Hahiehaha!"

"Majoor, op die manier wil ik mijn vrienden niet hooren. Mijn

pleegvader heb ik waarachtig lief, en....

"Bravo mijn waarde! Eere hebbe je hart. Maar permitteer me! Ik voor

mij vind hem tegenover dokter Helmond en zijn vrouw een vervoerd

schrielen compeer.--Praat er niet van! Geeft ie wel eens een zak

guldens mee? Pardon, ik heb daar niet mee te maken!-- Enfin, in

orde! Kom morgen in den loop van den voormiddag maar bij me. Altijd

tot je dienst. Maar wat ik zeggen wil.... ah ja, is je vrouwtje nog

een beetje boos op me dokter?"

"Nee majoor; wáárom zou ze....?"

"Dat vraag ik jou m'n vrind.--Weet je wat me, ronduit gezegd, een

weinig hinderde?--Zonder er me op te beroemen, ik heb voor dien adel

mijn best gedaan, en terwijl dokter Helmond nu vriendschappelijk en

wel is, weigert mevrouw Helmond mij bijna een antwoord."

"Maar dat is een opvatting."

"Ik wil het gelooven. Maar zie, dan moest jij haar toch zoo ongemerkt

eens zeggen, dat het je plezier zou doen als ze weer een klein beetje

vriendelijker tegen me was. Ik ben toch geen monster niewaar?"

"De Hemel beware....!"

"Weet je wat me bijvoorbeeld hinderde? 't Was dat ik in presentie van

een paar heeren, zoo maar kortaf moest hooren, dat ze geen dans voor

me had."

"Maar dan zal ze er werkelijk...."

"Nee nee m'n vrind, je vrouwtje had er nog wel zes open, omdat ze

je beloofde niet veel te zullen dansen. Dit laatste zei ze aan dien

luitenant; en--hier zit 'em de voorname grief--toen gaf ze hém een

oogenblik later toch een galop, ofschoon hij al tweemaal haar cavalier

was.--Dat heer bevalt me niet Helmond."

"Wien bedoelt u majoor?"

"We spraken van dien menheer Archibald niewaar? In jou plaats amice,

zou ik hem niet al te veel.... enfin! We kennen die heertjes! Ik ben

zelf in Indië geweest, en...."

"Maar majoor, zulk een veronderstelling.... U vergeet dat mijn

vrouw...."

Ik vergeet niets niemendal beste vrind! Je vrouw heb ik leeren

kennen: 't is het prachtigste karakter dat ik ooit ontmoette. Haar

houding, bij die vermeende miskenning van haar vader: o, 't was edel,

magnifiek! Maar de listen van zulke heertjes.... waarachtig, daar

zijn geen vrouwen tegen gewapend. Zet jij de kloekste vrouw aan den

rand van een afgrond; wanneer men haar onverhoeds een stoot geeft,

dan zal ze te pletter vallen zonder eenige kans op behoud."

"Archibald is naar mijn innige overtuiging een edele brave jongen."

"Edel en braaf, dat doet al weinig tot de zaak m'n vrind, dat weet

jij ook wel. Je kunt kerken en gasthuizen stichten, ja zelfs aan 't

hoofd van een asiel voor gevallen meisjes staan en toch op dat punt

een zwak oogenblik hebben. Ik heb je gewaarschuwd, hij biologeert ze."

"Majoor..... je liegt het!"

"Ei zoo, is dát onze verhouding dokter! Ik meende dat het een bewijs

van oprechte vriendschap was wanneer men waarschuwt voor een mogelijk

gevaar. Ik zeg niet voor een _zeker_ maar voor een _mogelijk_ gevaar."

"Majoor, vergeef me dien uitval. Ik heb een paar glazen wijn méér

gedronken dan me tegenwoordig inderdaad dienstig is, en...."

"Glad verkeerd dokter; als je helder wilt kijken dan moet je nooit

te veel....."

"Ik weet het, en _vergat het nooit_. Maar nu, men is gelukkig,

men....."

"Welzeker! Maar als je zoo gelukkig wilt blijven, geef dan--ik

herhaal het, aan een pronkjuweel als je vrouw alles, _alles_ wat

haar hart begeert, maar zorg dat je haar _alleen_ behoudt. 't Is een

verkeerd teeken wanneer een jonge vrouw een man van mijn leeftijd een

dans weigert, om hem een oogenblik later aan zoo'n blonden knevel

te gunnen.--Nee, agiteer je niet.--'t Is mij volkomen goed dat je

dien snaak vertrouwt; maar als vriend was ik verplicht je te raden

om een oog in 't zeil te houden, en je onergdenkend vrouwtje een

kleinen wenk te geven. Wat mij betreft, ik wensch als vriend alleen

het bewijs der waarheid van je bemoedigend woord, dat je _nobele_

vrouw geen rancune tegen me heeft. Zorg jij amice, dat zij het toont

door de laatste wals met me te dansen.--Zie dán blijft alles zooals we

dat hebben afgesproken.--Heb ik _vier_ of _drie_ percent gezegd? Nu

't maakt niet uit; onder vrienden! Morgen, twee uur. Drie duizend a

drie percent; opperbest!"

De partij bij de Debecque's eindigde eerst laat in den nacht. In de

pauze van het bal heeft men aan kleine tafels van vier en zes personen

gesoupeerd.--Aan Helmonds tafeltje--hij had niet van zijn Hebe kunnen

scheiden--zaten behalve Eva, de douairière gravin Van Leeuwen, de

baron Debecque, de burgemeestersvrouw en--de majoor Kartenglimp.

Na het keurig fijne souper is een deel der gasten vertrokken.--Eva

heeft nog tweemaal gedanst, eens met den baron Narwal, en eens met

den majoor Kartenglimp; met den laatste de wals, waarin aan 't slot

dat nare geschetter kwam.

Het gemakkelijke rijtuig uit _De Gouden Arend_ voert Helmond en

Eva huiswaarts.

't Is zoo heerlijk rijden na zoo'n feest, en aardig is 't ook, ze

zitten half liggend nog zoo vertrouwelijk in dat rijtuig alsof ze

pas geëngageerd waren.

Ja, Eva is wel een beetje moe, maar heusch, te _veel_ vermoeid heeft

zij zich niet. Alleen die laatste dans met dien vijftigponder was

akelig. Die nare man!

"Ruw, ja, wat erg ruw, maar anders.... Mag ik het hoofd zoo'n beetje

op je schouder leggen? Een oogenblikje lief kind?"

"Welzeker August, jij moogt alles doen wat je maar wilt, en zelfs als

ik je wenschen voorkomen kan, dan zal ik het zeker niet laten. Hield

ik niet trouw mijn woord August, hoewel ik er weinig plezier in had?"

"Je bedoelt?"

"Wel, dat ik met blauwbaard soupeerde en danste! 'k Denk altijd aan

blauwbaard als ik hem zie. Gemeene stem toch."

"Gemeen.....? Vin-je! 'k Zeg, iets ruws, iets...."

"Nee, bepaald _gemeen_! Jij spreekt zooveel menschen van allerlei

slag, en daarom hoor je 't zoo niet. Die kluchtige luitenant had op

de laatste bladzij van zijn balboekje, zooals hij zei, een index

gemaakt. Onder de personages wier conversatie hij schrappen zou,

behoorden, nummer één: de majoor Kattenglimp zooals hij hem telkens

noemde, en ten tweede menheer Kippelaan. Mijnheer Kippelaan had

nota bene verteld dat jij geld van dien Kartenglimp zoudt geleend

hebben. Verbeeld je!"

Helmond komt schielijk overeind:

"_Ik_! Is ie gek?.... En _wie_ heeft je dat gezegd?"

"Och dat kwam zoo toevallig, al lachend. Hardenborg proestte

het uit. Die Kippelaan had in één adem meer dan twintig vragen en

confidenties aan juffrouw Lens gedaan, en zóó hard dat Hardenborg alles

hooren kon. Jij waart de zoon van Van Speyk of van een op de citadel;

en de majoor was bang dat Archibald mij wat te veel het hof maakte;

en..... O lieve, we hebben bijna gestikt; dat alles diende als stormram

om het hart van juffrouw Lens te veroveren. Juffrouw Lens had blozend

gezegd, dat Kippelaan zich zeker vergiste, want dat ze hem al eens

vroeger voor de eer moest bedanken.--Zeg August, als het niet om die

stukken was, dan zou ik er heusch toe kunnen besluiten om dat heer

Kattenglimp den acht en twinstigsten ook thuis te laten. Als men je

zoo vriendschappelijk met hem ziet omgaan, dan mocht men soms denken

dat die Kippelaanspraatjes van geld leenen wáár waren. 't Idee alleen

zou me een hekel aan dien man doen krijgen. Bah!--Ojee!"

"Wat is er Eva?"

"Och niemendal; ik wou m'n flacon krijgen, want ik geloof dat je weer

wat hoofdpijn hebt.... ja, met die hand aan het hoofd.... en daar

prik ik me aan het nijdige speldje, dat ik in den zak stak omdat het

was losgegaan. Kijk eens, 't bloed komt er uit."

"Och die arme vinger!" zegt Helmond, en terwijl hij zich zelf tot

schertsen dwingt, zoent hij den kleinen patiënt, en voegt er bij:

"Een liefdepleister er op, dan is het aanstonds weer beter niewaar?"

"Nee nee...." vleit Eva zachtjes: "een garnituur à la douairière Van

Leeuwen! Ja, als _dàt_ er op kwam! Hé mannetje, we gaan toch overmorgen

voor zaken naar Utrecht, niewaar? _Niet!?_ Jawel! jawel! dat heb je

vast beloofd als ik met dat Kattensinjeur wilde dansen..... 't Is

zonde August, je deedt me schrikken; ik dacht dat je terug gingt

krabbelen. Hardenborg zei immers dat het niet mooier kon treffen:

iemand, die juist twee zulke rijtuigjes met een mooi span paarden

moest wegdoen, omdat ie naar de Oost gaat. Wel foei, een dokter zonder

rijtuig!" En dan, wuivend met de hand naar de zij van het in den

nachttoon verscholen landgoed _De Zonsberg_: "La bonne nuit illustre

général! 't Is jammer dat je ons niet nóg eens genieten kunt.--Stil

mannetjelief. Wacht, hier heb je ál de eau-de-cologne die er nog in de

flacon is,--als de oom het zag dan zou hij bang zijn dat ik bankroet

ging--Ziezoo, laat mij maar weer eens heldertjes blazen.... Frisch

hé? Nee stil, niets te lastig; mijn laatste ademtochtje wil ik

verblazen voor zoo'n besten man.--Leg het hoofd maar weer neer. Nog

een klein eindje rijden, en dan.... droomen van een feest, zooals er

geen prettiger werd gegeven, maar waarvoor de partij op den jaardag

van't vrouwtje toch zeker niet onder zal doen!"

Dokter Helmond en zijn vrouw · 第 58 / 85 题