Romphuizen van 29 op 30 Aug. 18...."

De pendule met een forsch metalen Minervabeeld erop, sloeg één. Buiten

deed de Romphuizer torenklok het haar na.

Helmond zit weer eenige oogenblikken met de beide handen onder 't

hoofd. En, zelfs terwijl hij daar schreef was het denkbeeld niet

bij hem gerezen, om _zelf_ in 't belang van zijn broeder geld op te

nemen. Neen, nu en nooit te voren was hij op die gedachte gekomen,

ofschoon hij toch om dit huis.... voor _haar_ te kunnen koopen, met

alles wat daarin is--de fraaie pendule op zijn studeerkamer had hem er

aan herinnerd--zich niet heeft ontzien schulden te maken, zeer groote

schulden!--Hola August, waartoe die zaak zoo gedurig te herkauwen, dat

zou je ziek maken; waarachtig dat is tobben; dat is voor een goed deel

de oorzaak van je hoofdpijn.--Voort! De brief aan Woudberg moet nog

geschreven. 't Geschiedt toch alles in Philips belang. Wie geeft meer,

hij die zijn nachtrust opoffert in 't belang van broeder of vriend,

of hij die om te helpen geld leent van anderen!?--En Helmond schrijft:

...."Ik twijfel er niet aan beste Woudberg, of uw lieve Emma zal

ongetwijfeld die kleine comedie wel mede willen spelen in 't belang

van onzen Philip. Op deze wijze--ik ben er haast zeker van--neemt oom

het getal aandeelen, en zal Philip kunnen terugkeeren in den stand

waartoe hij behoort. Wat uw goedheid voor mijn broeder betreft, ik

zal er je steeds erkentelijk voor zijn. Zoo hij mede-directeur der

nieuwe verzekeringsmaatschappij wordt, hij heeft het dan alleen aan

mijn trouwen Everard te danken.--Wat echter de gelden betreft, die

gij aan Philip hebt geleend, ik mag niet toestaan dat de arme jongen

in _dit_ opzicht uw schuldenaar blijft. Zeg hem niet dat ik die zaak

voor hem vereffende. Gij zelf weet waarom.--Mocht hij u later het

geld kunnen geven, welnu, dan ontvang ik het op mijn beurt van u

terug. Hiernevens alzoo de...."

Geld! geld! geld! klopt het sterker in Helmonds hoofd. Opstaande

trekt hij een paar laden van de prachtige schrijftafel los.--Zie,

dat was nog de onbekendheid met de verdeeling of bestemming der

laden. _Deze_ is voor de rekeningen. De rekening die bovenop ligt

is van den Utrechtschen bloemist. Helmond was die bijna vergeten. En

vluchtig leest hij: "Voor UEd. aan heesters en bloemen: driehonderd

en dertig gulden" Welnu, 't is immers voor eens, en zoowel voor

Eva's serre als voor dien grooten verwilderden tuin is er heel wat

noodig geweest. Ah! deze la moet hij hebben. In weinige oogenblikken

had Helmond nagezien hoeveel geld aan papier en contanten hij nog

voorhanden had. Honderd negentig gulden en eenige stuivers! 't Is een

luttele en bovendien een zeer negatieve bezitting, met het oog op den

inhoud van de lade, die hij het eerst had geopend. De groote schulden

zijn wel alle door de hulp van den notaris kunnen vereffend worden,

maar hoeveel is er niet nagekomen, en om zich telkens weder bij den

notaris aan te melden, dat stuitte hem tegen de borst.

--Neen de praktijk moet het goedmaken, en langzamerhand zal alles

terechtkomen.

--Desnoods kan hij zijn weinige vrije uren aan het schrijven van

eenig medisch werk besteden; een populair boek 'twelk men flink

honoreeren moet.

--Maar voor het oogenblik?--Aan Woudberg wil hij tweehonderd

gulden terugzenden. Woudberg is een beste jongen, maar 't was

niet te dulden dat _hij_ het huisgezin van dokter Helmonds broeder

onderhouden zal. Tweehonderd gulden!--En het weinige dat daar ligt,

al ware het voldoende geweest, kan hij het missen? Wat zou het zijn,

geheel zonder geld te zitten in ... een woning met _twee zalen_! En

dan, is niet verreweg het grootste deel van dit geld het kwartaal,

'twelk hij morgen volstrekt aan Thomas moet voldoen! Zie, hij

had geen onwaarheid gesproken: 't Ligt hier immers klaar in zijn

schrijftafel.--Goddank! daar wordt het eensklaps voor zijn starenden

blik als brak de dageraad aan: _Donerie's monument_! Een andere

kleine lade is ras geopend.--Naast eenige papieren, inteekenlijsten

en correspondentiën over het op te richten gedenkteeken--ligt een

kleine portefeuille. Helmond, die zich gaarne met het bewaren van de

reeds ingekomen gelden heeft belast, neemt haastig de portefeuille en

... Neen, leg neer, dat is misbruik maken van vertrouwen. Dit geld

moet tot het bestemde doel onaangeroerd blijven!--Maar is er dan

niets, volstrekt niets meer in de roode tasch, waarin hij vroeger

als vrijgezel zijn schatten bewaarde?--Hij kan dien ouden getrouwe

toch licht nog eens even inzien. Er was links immers zoo'n klein

zakje waarvan de voering wat loszat; wie weet of daarachter...? Wie

weet?--Neen! de flauwe hoop is reeds in damp verdwenen. Al de zakken en

binnenzakjes van de roode tasch, werden doorzocht, maar niets was er

te vinden. Deze schatbewaarder van weleer, was, evenals boer Dirksen,

nóg rood, maar dood!--Hu! welk een _dwaze_ gedachte was dat! Daar is

iets krankzinnigs in zulk een gedachte ... Krankzinnig!--Stil, hij mag

zelfs aan dat woord geen plaats geven, 't Is natuurlijk dat hij wat

overspannen is. 't Wordt hoog tijd naar bed te gaan. Doch de brief die

daar ligt moet voltooid, en aan hetgeen erin staat moet voldaan worden.

--Waarom mag hij dan eigenlijk die tweehonderd gulden niet _leenen_

van de zeshonderd en vijftien, die men reeds voor een eenvoudig

gedenkteeken op Donerie's graf bijeen heeft gebracht?--Waarom? Omdat

toevertrouwd geld ons heilig moet zijn. 't Is het geld ter vereering

van een geliefden afgestorvene.--Geld?--Mag dit doode _bankpapier_

de tolk dier vereering heeten? Neen, 't zal slechts het loon worden

voor den arbeid. Het _monument_ zal de vereering dier nagedachtenis

wezen. Dit geld kan door ander vervangen worden, indien het maar

gereed ligt wanneer men den arbeid betalen moet. Waarom zou hij

niet...? Nee! _Nee!_" zegt Helmond eensklaps overluid, en hij schrikt

schier van zich zelven. "_Nee!_"

En toch, slechts luttele seconden later heeft hij zijn besluit

gewijzigd: Van zich zelven had hij niets te geven, maar wat dáár

in geld lag--het geld voor dat monument--immers hij mocht het met

recht voor een groot deel het zijne noemen. Zie maar, het gouden

repetitie-horloge met den zeer zwaren horlogeketting, waarvan hij zich

nu ontdoet, het wordt in de lade gelegd naast die kleine portefeuille

waaruit hij twee--neen vier biljetten van honderd gulden genomen

heeft. En--geld, geld, geld, bonst weder het hoofd. Maar immers, zijn

daad kan zelfs den toets der strikste eerlijkheid doorstaan. Ligt

daar geen waarde voor waarde!?

Zooeven had de pendule halftwee geslagen. Helmond schreef weer, en

sluit nu zijn brief.--Alles was stil, doodelijk stil.--Een geweldig

schellen aan de huisdeur klinkt eensklaps door de holle woning en

doet den wakenden dokter hevig ontroeren, 't Verschijnsel dat men

in den nacht aan een doktershuis de slapenden komt wakker maken,

is zeker niet vreemd, en in denzelfden stond begrijpt Helmond dan

ook dat men voor een zieke zijn hulp komt inroepen; doch in deze

oogenblikken was het zeker niet onnatuurlijk dat Helmond, bij 't

hooren van den hellen klank, is overeind bevlogen met een gevoel,

alsof men hem op een misdaad kwam getrappen.

Eerder dan men verwachten kon heeft de dokter zich hersteld. Snel zijn

kamer verlatend is hij op het breede bovenportaal naar het raam gegaan

'twelk op 't marktplein uitziet.

Het raam opgeschoven, roept hij naar buiten:

"Wie daar?"

"Ik!" klonk het antwoord, 'twelk zeker het meest voor de hand lag;

doch spoedig ook werd die inlichting achtervolgd door de bijvoeging:

dat menheer Van Hake liet zeggen of dokter, als hij 't eenigszins

kon doen, toch alsjeblieft dadelijk bij vrouw Sturk wou komen, 't

Was noodig, en de kuiper ging zoo vreeselijk aan. Als dokter niet

kwam dan zou de kuiper gek worden, zeidie, want vrouw Spanning had

hij al gedreigd de deur uit te smijten.

--Van Hake! Vrouw Spanning!--Helmond begreep niet wat dit alles

beteekenen moest. Maar, duidelijk klonk het naar beneden:

"Zeg dat ik aanstonds zal komen."--En het raam ging weer dicht.

Dokter Helmond en zijn vrouw · 第 52 / 85 题