De pendule met een forsch metalen Minervabeeld erop, sloeg één. Buiten
deed de Romphuizer torenklok het haar na.
Helmond zit weer eenige oogenblikken met de beide handen onder 't
hoofd. En, zelfs terwijl hij daar schreef was het denkbeeld niet
bij hem gerezen, om _zelf_ in 't belang van zijn broeder geld op te
nemen. Neen, nu en nooit te voren was hij op die gedachte gekomen,
ofschoon hij toch om dit huis.... voor _haar_ te kunnen koopen, met
alles wat daarin is--de fraaie pendule op zijn studeerkamer had hem er
aan herinnerd--zich niet heeft ontzien schulden te maken, zeer groote
schulden!--Hola August, waartoe die zaak zoo gedurig te herkauwen, dat
zou je ziek maken; waarachtig dat is tobben; dat is voor een goed deel
de oorzaak van je hoofdpijn.--Voort! De brief aan Woudberg moet nog
geschreven. 't Geschiedt toch alles in Philips belang. Wie geeft meer,
hij die zijn nachtrust opoffert in 't belang van broeder of vriend,
of hij die om te helpen geld leent van anderen!?--En Helmond schrijft:
...."Ik twijfel er niet aan beste Woudberg, of uw lieve Emma zal
ongetwijfeld die kleine comedie wel mede willen spelen in 't belang
van onzen Philip. Op deze wijze--ik ben er haast zeker van--neemt oom
het getal aandeelen, en zal Philip kunnen terugkeeren in den stand
waartoe hij behoort. Wat uw goedheid voor mijn broeder betreft, ik
zal er je steeds erkentelijk voor zijn. Zoo hij mede-directeur der
nieuwe verzekeringsmaatschappij wordt, hij heeft het dan alleen aan
mijn trouwen Everard te danken.--Wat echter de gelden betreft, die
gij aan Philip hebt geleend, ik mag niet toestaan dat de arme jongen
in _dit_ opzicht uw schuldenaar blijft. Zeg hem niet dat ik die zaak
voor hem vereffende. Gij zelf weet waarom.--Mocht hij u later het
geld kunnen geven, welnu, dan ontvang ik het op mijn beurt van u
terug. Hiernevens alzoo de...."
Geld! geld! geld! klopt het sterker in Helmonds hoofd. Opstaande
trekt hij een paar laden van de prachtige schrijftafel los.--Zie,
dat was nog de onbekendheid met de verdeeling of bestemming der
laden. _Deze_ is voor de rekeningen. De rekening die bovenop ligt
is van den Utrechtschen bloemist. Helmond was die bijna vergeten. En
vluchtig leest hij: "Voor UEd. aan heesters en bloemen: driehonderd
en dertig gulden" Welnu, 't is immers voor eens, en zoowel voor
Eva's serre als voor dien grooten verwilderden tuin is er heel wat
noodig geweest. Ah! deze la moet hij hebben. In weinige oogenblikken
had Helmond nagezien hoeveel geld aan papier en contanten hij nog
voorhanden had. Honderd negentig gulden en eenige stuivers! 't Is een
luttele en bovendien een zeer negatieve bezitting, met het oog op den
inhoud van de lade, die hij het eerst had geopend. De groote schulden
zijn wel alle door de hulp van den notaris kunnen vereffend worden,
maar hoeveel is er niet nagekomen, en om zich telkens weder bij den
notaris aan te melden, dat stuitte hem tegen de borst.
--Neen de praktijk moet het goedmaken, en langzamerhand zal alles
terechtkomen.
--Desnoods kan hij zijn weinige vrije uren aan het schrijven van
eenig medisch werk besteden; een populair boek 'twelk men flink
honoreeren moet.
--Maar voor het oogenblik?--Aan Woudberg wil hij tweehonderd
gulden terugzenden. Woudberg is een beste jongen, maar 't was
niet te dulden dat _hij_ het huisgezin van dokter Helmonds broeder
onderhouden zal. Tweehonderd gulden!--En het weinige dat daar ligt,
al ware het voldoende geweest, kan hij het missen? Wat zou het zijn,
geheel zonder geld te zitten in ... een woning met _twee zalen_! En
dan, is niet verreweg het grootste deel van dit geld het kwartaal,
'twelk hij morgen volstrekt aan Thomas moet voldoen! Zie, hij
had geen onwaarheid gesproken: 't Ligt hier immers klaar in zijn
schrijftafel.--Goddank! daar wordt het eensklaps voor zijn starenden
blik als brak de dageraad aan: _Donerie's monument_! Een andere
kleine lade is ras geopend.--Naast eenige papieren, inteekenlijsten
en correspondentiën over het op te richten gedenkteeken--ligt een
kleine portefeuille. Helmond, die zich gaarne met het bewaren van de
reeds ingekomen gelden heeft belast, neemt haastig de portefeuille en
... Neen, leg neer, dat is misbruik maken van vertrouwen. Dit geld
moet tot het bestemde doel onaangeroerd blijven!--Maar is er dan
niets, volstrekt niets meer in de roode tasch, waarin hij vroeger
als vrijgezel zijn schatten bewaarde?--Hij kan dien ouden getrouwe
toch licht nog eens even inzien. Er was links immers zoo'n klein
zakje waarvan de voering wat loszat; wie weet of daarachter...? Wie
weet?--Neen! de flauwe hoop is reeds in damp verdwenen. Al de zakken en
binnenzakjes van de roode tasch, werden doorzocht, maar niets was er
te vinden. Deze schatbewaarder van weleer, was, evenals boer Dirksen,
nóg rood, maar dood!--Hu! welk een _dwaze_ gedachte was dat! Daar is
iets krankzinnigs in zulk een gedachte ... Krankzinnig!--Stil, hij mag
zelfs aan dat woord geen plaats geven, 't Is natuurlijk dat hij wat
overspannen is. 't Wordt hoog tijd naar bed te gaan. Doch de brief die
daar ligt moet voltooid, en aan hetgeen erin staat moet voldaan worden.
--Waarom mag hij dan eigenlijk die tweehonderd gulden niet _leenen_
van de zeshonderd en vijftien, die men reeds voor een eenvoudig
gedenkteeken op Donerie's graf bijeen heeft gebracht?--Waarom? Omdat
toevertrouwd geld ons heilig moet zijn. 't Is het geld ter vereering
van een geliefden afgestorvene.--Geld?--Mag dit doode _bankpapier_
de tolk dier vereering heeten? Neen, 't zal slechts het loon worden
voor den arbeid. Het _monument_ zal de vereering dier nagedachtenis
wezen. Dit geld kan door ander vervangen worden, indien het maar
gereed ligt wanneer men den arbeid betalen moet. Waarom zou hij
niet...? Nee! _Nee!_" zegt Helmond eensklaps overluid, en hij schrikt
schier van zich zelven. "_Nee!_"
En toch, slechts luttele seconden later heeft hij zijn besluit
gewijzigd: Van zich zelven had hij niets te geven, maar wat dáár
in geld lag--het geld voor dat monument--immers hij mocht het met
recht voor een groot deel het zijne noemen. Zie maar, het gouden
repetitie-horloge met den zeer zwaren horlogeketting, waarvan hij zich
nu ontdoet, het wordt in de lade gelegd naast die kleine portefeuille
waaruit hij twee--neen vier biljetten van honderd gulden genomen
heeft. En--geld, geld, geld, bonst weder het hoofd. Maar immers, zijn
daad kan zelfs den toets der strikste eerlijkheid doorstaan. Ligt
daar geen waarde voor waarde!?
Zooeven had de pendule halftwee geslagen. Helmond schreef weer, en
sluit nu zijn brief.--Alles was stil, doodelijk stil.--Een geweldig
schellen aan de huisdeur klinkt eensklaps door de holle woning en
doet den wakenden dokter hevig ontroeren, 't Verschijnsel dat men
in den nacht aan een doktershuis de slapenden komt wakker maken,
is zeker niet vreemd, en in denzelfden stond begrijpt Helmond dan
ook dat men voor een zieke zijn hulp komt inroepen; doch in deze
oogenblikken was het zeker niet onnatuurlijk dat Helmond, bij 't
hooren van den hellen klank, is overeind bevlogen met een gevoel,
alsof men hem op een misdaad kwam getrappen.
Eerder dan men verwachten kon heeft de dokter zich hersteld. Snel zijn
kamer verlatend is hij op het breede bovenportaal naar het raam gegaan
'twelk op 't marktplein uitziet.
Het raam opgeschoven, roept hij naar buiten:
"Wie daar?"
"Ik!" klonk het antwoord, 'twelk zeker het meest voor de hand lag;
doch spoedig ook werd die inlichting achtervolgd door de bijvoeging:
dat menheer Van Hake liet zeggen of dokter, als hij 't eenigszins
kon doen, toch alsjeblieft dadelijk bij vrouw Sturk wou komen, 't
Was noodig, en de kuiper ging zoo vreeselijk aan. Als dokter niet
kwam dan zou de kuiper gek worden, zeidie, want vrouw Spanning had
hij al gedreigd de deur uit te smijten.
--Van Hake! Vrouw Spanning!--Helmond begreep niet wat dit alles
beteekenen moest. Maar, duidelijk klonk het naar beneden:
"Zeg dat ik aanstonds zal komen."--En het raam ging weer dicht.