Het was dokter Helmond alsof het arme hoofd hem ging bersten. Steeds
turend op het schrift, bleef hij in dezelfde houding zitten, met de
beide ellebogen op de tafel geleund.
--Ook dit nog!--_Dit_! Welk dit?--Het moest zeker een gevolg van wat
koorts zijn, dat hem deze brief zoo loodzwaar op de borst drukte. Had
Woudberg dan geen prachtig uitzicht voor Philip geopend? Was het
geen heerlijke uitredding voor den armen jongen; geen gelukkige
wederoprichting van den naam, dien Philip tot heden maar al te weinig
had geteld, en die toch het erfdeel was van een geslacht waaruit,
in de laatste twee eeuwen, zelfs zonen tot de hoogste waardigheden
mochten opklimmen!
Maar nochtans, terwijl Helmond zoo peinst, klinkt daar telkens een
stem, en het dreunt in zijn hoofd: geld, geld, geld, geld!
Opgestaan, zoekt Helmond nu naar het beste geneesmiddel--Het
koude water 'twelk hij overvloedig aanwendt, doet hem inderdaad
een oogenblik als herleven. Den kletsnatten doek stijf tegen de
nekspieren gedrukt, ziet hij nu met verruimden blik de zaken weer
in:--Geld is er noodig, veel geld: tien duizend gulden! En het _moet_
er komen. Van oom....? Maar zal het geen vergeefsche moeite zijn
om aan oom te vragen, of hij in Philips belang die aandeelen wil
nemen! 't Is zoo goed als zeker dat de vroeger zoo nobele man, die
langzaam in ongevoeligheid aan een steen gelijk wordt, kortaf zal
weigeren.--Ha! nu heeft hij een goeden inval: Woudbergs vrouw zou
aan Jacoba als haar oude schoolvriendin kunnen schrijven, met verzoek
om haar vader in 't belang der beide oprichters tot het nemen van de
aandeelen over te halen.--Ja, wanneer Coba maar geheel op de hoogte
is, dan zal ze dat zeker met tact behandelen. De generaal moet niet
weten dat hij met zijn geld den armen Philip helpt, zoomin als Philip
ooit ontdekken mag dat de hulp van die zijde kwam.
En, Helmond kan aan den aandrang van zijn hart geen weerstand
bieden. Aleer hij zich te bed zal begeven moet hij aan 't werk. Spoed
is noodzakelijk.--Deze onverwacht schoone uitkomst mag Philip in
geen geval door het dralen van zijn broeder ontgaan. Wanneer hij
aanstonds schrijft, zoowel naar Amsterdam als naar den Godesberg,
dan kon Bus de beide brieven morgen mede zeer in de vroegte bezorgen;
en, bij de gerustheid dat August dan deed wat hij kon, behoefde de
angst hem niet te kwellen dat hij morgen door ongesteldheid, of door
den drang der praktijk--immers hij dient mede reeds vroeg naar _De
Schebbelaar_ te gaan--de goede gelegenheid tot schrijven zal missen,
die hij nu heeft in het nachtelijk uur. Het water, waarmee de dokter
zich gedurig het hoofd verfrischt, heeft hem waarlijk veel verkwikt,
althans hij gevoelt geen smart zoolang hij aan zijn lieve pleegzuster
schrijft. Het slot van den brief luidde:
"Meer, mijn goede zusje, behoef ik je niet te zeggen. Je
vader moet de aandeelen nemen in de meening dat hij er de
neven van Woudberg genoegen mee doet.
"De families Woudberg en Van Diense zijn bovendien in
Amsterdam als solide bekend, zoodat oom voor zijn geld geene
zorg behoeft te hebben.
"Nieuws van belang is hier niet. Meld mij vooral wanneer gij
terug denkt te komen, en of het u, lieve Coba, in den vreemde
goed gaat en bevalt.
"Hoe ik mij ten opzichte van uw vader voortaan zal moeten
gedragen.... 't is mij in al die weken nog niet helder
geworden. Ik hoop de kracht te behouden om mijn dankbare
liefde voor hem met de innige liefde voor mijn engel te blijven
verbinden, 't Heeft mij grooten strijd gekost om uw vader op
zijn verjaardag te schrijven, en--in vertrouwen gezegd Coba--Ik
geloof niet dat de brief er een van den ouden stempel was.
"Na 'tgeen ik ondervinden en van mijn goeden Van Hake hooren
moest--ofschoon hij mij slechts zeer weinig te antwoorden
had--was dit niet anders.
"Met een zoen aan mijn lieve zusje, in wier beterschap ik
mij zoo recht hartelijk verheugde, en die zich ook nu, naar
ik hoop, heel frisch en versterkt zal gevoelen, blijf ik als
altijd haar liefhebbende broeder:
August.