VEERTIENDE HOOFDSTUK.

Zooals reeds gemeld werd, bevinden Dokter Helmond en zijn vrouw zich

dienzelfden avond op _De Zonsberg_. Des morgens aan de koffietafel,

heeft er inderdaad--en bijna voor 't eerst--een helder zonnetje

in de huiskamer van het jonge echtpaar geschenen. Eva, door het

voorgevallene met mevrouw Van Hake, en wel door de overwinning,

die zij op zich zelve behaalde in een mildere stemming gebracht,

heeft haar echtvriend met een zachten handdruk nog eens de stellige

verzekering gegeven, dat ze niet meer zou denken over 'tgeen voorbij

was, terwijl zich dan alles voortaan wel schikken zou.--Ja, zij wilde

wel gaarne haar best doen om met _alles_ zóó tevreden te zijn als

ze het van den beginne afaan met haar _geliefden_ man is geweest;

maar, August kon toch niet verlangen dat zij speelde op een piano,

die geheel en al dof en ontstemd van de vocht was, en dat zij haar

stem bedierf door te zingen in kamers als deze, waar men den zolder

op den neus had, terwijl het klonk als katoen....?

--Nee natuurlijk.

--Hij kon toch niet verlangen dat zij veinsde en mooi en goed vond

wat haar hinderde....?

--Nee, dat sprak vanzelf.

Nu ja, voor 't oogenblik was Eva dan ook heel tevreden. En, weinige

oogenblikken later, toen die heerlijke verrassing haar was geworden,

toen een waarlijk kostbare ovale spiegel in huis gebracht en in de

salonkamer was opgehangen, toen stond het vrouwtje weldra met haar

August in de teederste omhelzing ervoor, en vertrouwden die beiden

volkomen het fraaie Fransche glas 'twelk hun toeblonk en zei: dat ze

niet slechts waren een knap, maar ook een hoogstgelukkig paar.

--Maar dat geluk, neen, het kon immers niet zoo innig, niet zoo

blijvend wezen, indien daar in de naaste omgeving iets was, 't welk

Eva telkens opnieuw moest hinderen wanneer zij eraan dacht.

En Helmond heeft ook nu weer zijn vrouw gelijk moeten geven. Ja,

't was een onaangename verhouding tusschen hen en _De Zonsberg_. De

korte vrij stijve visite, die oom met tante Hermine aan de jongelieden

heeft gebracht, kon niets goedmaken en heeft volstrekt geen licht

gegeven waarom men Eva van _De Zonsberg_ zocht verwijderd te houden,

terwijl Jacoba zich toch altijd, wanneer het te druk werd, op hare

kamer terugtrekken kon.

_'t Een of 't ander is waar_, heeft Eva beweerd, óf oom Van Barneveld

en tante Hermine hebben een overdreven zorg voor Coba--misschien een

zorg die eer nadeelig dan goed voor haar is, óf--en Eva heeft hier

sterk op gedrukt--of oom Van Barneveld toonde maar al te zeer, dat

hij was 'tgeen zij reeds vroeger gevreesd heeft: haar tegenstander,

haar vijand, hoewel ter wille van den geliefden neef, een vijand met

het zwaard in de scheede.

--Neen, dit laatste was onwaar, heeft August gezegd. Het verzoek van

oom is--hij moet het bekennen--zeer _vreemd_ geweest; maar indien

Eva oom Van Barneveld kende zooals hij, dan zou ze begrijpen hoe hij

tot zoo iets gekomen is. Oom mag soms zijn opinies hebben en iets

zonderlings, maar Eva's vijand--August weet het beter, zijn woord is

er haar borg voor--haar _vijand_ is hij niet.

Indien dit dan waar was--en Eva wilde haar lieven man gelooven--dan

zou men nog dezen namiddag naar _De Zonsberg_ gaan om zekerheid te

bekomen. In geen geval handelde men tegen ooms verlangen indien men

er heden heenging, want, juist vandaag is het een week geleden dat

oom zoo beleefd was te verzoeken: of Eva haar bezoek nog een acht

dagen wilde uitstellen.

En, August heeft toegestemd.

't Was ruim zeven uren toen dokter Helmond en zijn vrouw het groote

ijzeren hek van _De Zonsberg_ binnenstapten en het breede gazon

omgaande, de hooge stoep van het deftige landhuis, ofschoon langzaam,

naderden. Nog nooit had Helmond een zoo beklemd gevoel als in deze

oogenblikken. Hij, de anders zoo kloeke, handelende man, hij gevoelde

zich temoede als een schoolknaap, die den meester onder de oogen

zal treden van wien hij een welverdiende berisping verwacht. Neen,

't was nog een ander gevoel.... Hij kon er geen naam aan geven. 't

Was hem schier alsof dat welbekende huis, 'twelk hij aan de zij van

een teerbemind vrouwtje zal binnengaan, een vreemd en vijandig terrein

voor hem geworden was; een vesting die hij bij verrassing verschalken

moet. En, de kracht van den bevelhebber dier vesting is hem bekend.

Of het geknoerp en gekraak van hun schreden in het zware kiezelzand

Helmond een geregeld denken belet, althans in dezen stond heeft hij

geen helder bewustzijn van zijn verhouding tegenover den.... geliefden

pleegvader, en een oogenblik zelfs beschuldigt hij zich van zwakheid

en al te groote onderdanigheid, omdat hij zijn vrouwtje gaat wagen

aan een mogelijke koelheid van den man die--Eva heeft waarlijk

gelijk--haar niet volkomen genegen is; die van den beginne afaan een

trotsche houding tegenover de familie Armelo had aangenomen, en de

kleine zoo verschoonbare ijdelheden van een prachtig en talentvol

meisje steeds in het ongunstigst daglicht heeft geplaatst. Ware

het niet beter geweest indien hij die kinderlijke onderdanigheid en

terughouding, terstond na de tehuiskomst van Parijs, had laten varen,

en met gepaste vrijmoedigheid zoowel ten opzichte van Jacoba als

van Eva, zijn meening blootgelegd en opheldering gevraagd had? Ook

tegenover den oom had hij behooren te zijn 'tgeen hij elders is:

kordaat en onafhankelijk. Het gold Jacoba's gezondheid in de eerste,

het gold zijn huiselijk geluk in de tweede plaats.

--Oom, indien gij Jacoba spoedig wilt zien herstellen dan moet ik haar

geheel als mijn patiënt behandelen, anders sta ik u voor de gevolgen

niet in.

--Oom, indien gij tegen mijn Eva zijt ingenomen, en niet van plan

om haar de vriendschap en hartelijkheid te betoonen, zooals ik die

steeds van u ontvangen mocht, dan is het beter dat wij elkander niet

meer zien, want, ofschoon ik u eeren zal en lief hebben zoolang ik

leef,--man en vrouw zijn één.--Zie, zóó had hij behooren te spreken;

of althans in dien geest. En nu, is het niet onvoorzichtig dat hij

zijn Eva met hare grieven, laat komen voor den man, die wel eens

een zeer hoogen toon kon voeren, die niet gewoon is zijn minder

gunstig oordeel te verzwijgen, en vooral niet wanneer men zich op

een hoogte tegenover hem stelt, of--zij het op zachte wijze--hem ter

verantwoording zou willen roepen?

--En is August dan zeker dat Eva geen woord zal spreken 't welk

den oom.....?

"Nee, nóg niet," zegt August snel, terwijl Eva's voet reeds de

onderste stoeptrede drukt: "Wacht, laten we liever nog eens hier om

het huis naar den achterkant gaan. 't Is daar zoo'n heerlijk plekje,

en.... mij dunkt, nú vooral...."

Eva ziet hem vragend aan. Zij bemerkte terstond dat het August geen

ernst met dat "heerlijke plekje" is; dat hij iets anders in 't schild

voert; dat hij aarzelt die stoep op te gaan.

"Is er zwarigheid August? Ik dacht dat oom mij zoo liefhad; ik meende

dat je woord mij daar borg voor was. Hoe nu....?"

"Welzeker Eva, zeker! Maar ooms zorg voor Coba! Oom is goed, uitermate,

maar...."

"Maar.... hij heeft aan _mij_ den oorlog verklaard. Jawel, en daarom

aarzel je nu."

"Nee Eva."

"Enfin, we zullen zien."

En de huisschel klonk luid in de breede marmeren gang.

Ofschoon Hendrik op uitdrukkelijk verlangen van mijnheer en mevrouw

Helmond, hen eerst had aangemeld, zoo was er toch bij hun binnentreden

op Van Barnevelds gelaat, terwijl hij langzaam opstaande het naderende

echtpaar een paar schreden tegemoet ging, een uitdrukking te bespeuren

als van iemand die niet recht weet wie hij de eer heeft.... te zien,

of aan welke omstandigheid hij een onverwacht, maar daarom nog juist

geen aangenaam bezoek is verschuldigd.

"Eva had een groot verlangen om eens hierheen te wandelen oom, en als

't ware haar entrée op _De Zonsberg_ te maken;", zegt August terwijl

hij den generaal de hand reikt, en vervolgt: "Nu toch de staat van

beleg hier is opgeheven, konden wij er gerust aan voldoen. 't Was er

heerlijk weer voor. Hoe gaat het oom?"

Er was iets gekunstelds in den toon van dokter Helmond.

"Dankje August.--Aha nicht, hoe vaarje?" zegt Van Barneveld en drukt

Eva's hand die in keurig licht glacé is gesloten: "Ga zitten.--Tante

Hermine is juist met Coba naar boven gegaan. Kh'm! Wat meende je met

"staat van beleg"?"

"Och.... u hadt immers te kennen gegeven dat het beter was indien

Eva nog een acht dagen wachtte met hier te komen; en, daar die acht

dagen nu juist om zijn...."

"Ei zóó! heb ik acht dagen gezegd? Zoo!"

"'t Was misschien uw bedoeling mijnheer Van Barneveld, dat ik...."

August, vreezend dat Eva reeds terstond in vuur zal geraken, valt

haastig in:

"'t Was uw bedoeling dat we om Coba's ongesteldheid, vooreerst niet

_al te druk_ zouden komen. Maar, nu alles zoo bijzonder naar wensch

gaat, nu meende ik dat het zelfs goed voor haar zou wezen wanneer we

ons eens tezamen vertoonden. Wat _mij_ betreft, ik verlang naar Coba,

want de beide keeren dat ik in de verloopen week hier was, mocht ik

wel heel aangenaam met u de plaats doorwandelen, maar mijn zusje zag

ik niet, om redenen...."

"Om zeer natuurlijke redenen August."

"Ik moest ze billijken oom, tenminste als.... _broer_; maar, als

_dokter_ niet."

"We hebben datzelfde punt eergisteren op die wandeling met een enkel

woord behandeld. Voor 't oogenblik acht ik het minder gepast. 't Is

niet noodig je te zeggen dat ik je graag zie hierkomen; maar, indien

het naar mijn overtuiging beter is dat Coba vooreerst in haar zeer

dagelijksche omgeving blijft--terwijl ik er bijvoeg dat ze voor 't

overige zeer _zeer_ wel is, dan, dunkt me, moest men niet aandringen

op.... op ontmoetingen...."

"Maar wie, wie dringt er....?" zegt Eva snel; doch August valt in:

"Een misverstand oom; wij dringen daar volstrekt niet op aan,

al zouden we 't gaarne wenschen. Is het uw bepaalde wil dat Coba

vooreerst--vergun me de opmerking: tegen 't advies van haar dokter--in

't geheel geen menschen zien zal, dan moet dat gebeuren! dan blijven

zelfs wij op den achtergrond, maar niewaar, als we 't vooraf doen

weten, dan zijn we toch immers bij ú altijd van harte welkom?"

"Dit is een vraag August, waarop geen antwoord behoeft. Zooeven heb

ik nog gezegd dat ik je gaarne zie komen; maar...."

"_Maar_.... menheer Van Barneveld," zegt Eva met kwalijk bedekte spijt:

"wanneer de vrouw van den geliefden neef blieft thuis te blijven,

niewaar?"

"Beste Eva!" zegt August merkbaar ontsteld. En dan: "Ja ziet u oom...."

Maar Van Barneveld begrijpt dat hij alles zeer goed heeft door_zien_

en nog door_ziet_.

Immers, bij alles wat hem vroeger tegen 't huwelijk van August met Eva

Armelo heeft gestemd, kwam nu nog het pijnlijke, schier tot zekerheid

geklommen vermoeden der laatste dagen, dat diezelfde schoone vrouw de

oorzaak is van het zielelijden zijner eenige teergeliefde dochter.--Op

lossen grond meent hij niet te oordeelen. Zuster Hermine heeft hem

getoond dat zij als vrouw, scherper blik bezat om een meisjeshart te

doorgronden, dan zelfs de vader die zijn kind van der jeugd afaan als

zijn oogappel heeft bewaakt. Had hem ook reeds een heimelijke vrees

vervuld, vooral op den morgen toen Coba zooveel bezorgdheid toonde dat

de brief, dien zij aan August had geschreven, door hem--haar eigen

vader--zou geopend worden; ach, toen zuster Hermine, nadat Coba

stadwaarts was gegaan, hem een doormidden gescheurd papier 'twelk

zij op Coba's schrijftafel vond, had doen lezen, toen.... toen heeft

hij wel moeten gelooven dat een steeds met kracht verborgen en nu

hopelooze liefde voor August, zijn Coba lijden, en, zoo God het niet

verhoedde, verkwijnen deed. Immers in haar gejaagden toestand heeft

zij, waarschijnlijk ter juistere uitdrukking harer gevoelens een eerst

begonnen brief terzij gelegd, en verzuimd de regels te vernietigen,

die hem nu gedurig voor den geest staan:

"Beste August!

"Altijd heb ik je liefgehad en vertrouwd als een dierbaren

vriend. Sedert den dag van je vertrek had ik geen rustig uur. O,

waarom heb ik niet gesproken op dien avond toen je mij zoo deelnemend

ondervroeg....

Dokter Helmond en zijn vrouw · 第 34 / 85 题