ACHTSTE HOOFDSTUK.

Ofschoon dokter Helmond na de afgelegde bezoeken een drukkende

hoofdpijn had, zoo wilde hij toch daarom zijn reisplan niet wijzigen,

en vertrok nog dienzelfden middag met zijn Eva naar Rotterdam, om

den anderen morgen van daar de reis naar Frankrijks hoofdstad te

kunnen vervolgen.

Eva heeft als een lief en erg meelijdend vrouwtje, zoowel te Amsterdam

als later in den trein, en ook in hun logement te Rotterdam, al het

mogelijke gedaan om op hare beurt dien geliefden dokter eens spoedig

geheel weer beter te maken. Of het baten mocht of niet, ze heeft bijna

een fleschje eau de cologne op dat dierbare voorhoofd "verblazen."

Wat keek hij lief maar droevig als hij zoo'n pijn had, die goede

dóór en dóór edele August. Eva kon het niet laten om hem een paar

malen een zoen op die gesloten oogen te drukken, Wie zou, als hij,

zoo óvergoedhartig zijn geweest om bijna een geheelen dag van

die reis te willen opofferen, alleen--ja, want daarom is het toch

inderdaad geweest--alleen om in een Amsterdamsche achterbuurt, een

bezoek te brengen aan een jongeren broeder die zich allerinfaamst

gedragen had? Zeker mocht het een bewijs zijn van Helmonds overgroote

vergevingsgezindheid en bijna overdreven geringschatting van zich

zelven, dat hij de minste heeft willen wezen, en een lichtmis de

hand ter verzoening--ja wat méér zegt, zijn hulp en financieele

ondersteuning had aangeboden. Ofschoon August bij het terugkomen uit

dat huis haar nog gevraagd heeft, of ze er niet toe besluiten kon

om toch even binnen te gaan, en die menschen als broer en zuster te

begroeten, zoo heeft hij ook aanstonds moeten toestemmen, dat hij haar

aan zulk een ontmoeting toch niet wagen mocht.--Zij is niet trotsch of

hoogmoedig--of het moest op haar besten dokter wezen, want haar "beetje

schoonheid is nu immers haar eigendom niet meer,"--maar een vrouw, en

vooral een jonggehuwde vrouw, behoort haar weg met bedachtzaamheid te

kiezen en zeer omzichtig in de keus van haar gezelschap te zijn.--Die

woning in de Tuinstraat was er geen waarin Eva, zonder zeer in 't oog

te loopen, kon binnengaan. En dan, behalve een doldriftigen lichtmis,

zou zij er een vrouw vinden die--voortgekomen uit een der laagste en

"meest zedelooze" standen der maatschappij,--niet heeft geaarzeld om

met opoffering van haar eer, het ongeluk van een onnadenkend jonkman

te bewerken.--Nee, August heeft het aanstonds moeten erkennen dat

zijn jonge echtgenoote niet, als zuster, de vrouw kon omhelzen,

die reeds als meisje tot zulk een peil was gezonken.

Uit Helmonds weinige woorden heeft Eva wel kunnen opmaken dat

dit bezoek hem niet zoo aangenaam is geweest als hij het zich had

voorgesteld; en, ofschoon August beweerde dat ze het zich moest

verbeeld hebben, zij vergist zich niet dat ze bij hun wegrijden van

die woning, een man voor een der bovenvensters heeft bemerkt die,

met verwoede pikzwarte oogen naar beneden zag, en--zij meende het

zeker--een dreigende vuist hield opgeheven.

's Anderendaags mocht August in het Badhotel te Rotterdam verkwikt

ontwaken, en gevoelde hij zich met een helder hoofd en aan de zij

van zijn schoone nu weer lachende Eva, een geheel ander mensch.

--Wat hij ten opzichte van Philip heeft kunnen doen, dat heeft hij

gedaan. Die overtuiging wischt de droeve herinnering weg aan dien

eersten dag na het huwelijksfeest.--Indien Eva had kunnen besluiten

er binnen te gaan, dan... Maar neen, 't zou niet verstandig en

zelfs niet kiesch zijn geweest indien hij sterker daarop had

aangedrongen. Goddank, die storm is voorbij.

--Wat ziet zijn engel er lief en vroolijk uit, terwijl ze hem--bijna

ten afreize gereed--met een zoen de kleine reistasch om den schouder

hangt. En hij, hij sluit haar in zijn armen en zegt:

"Nu zal het dan ernst met Parijs worden mijn heerlijk vrouwtje." "Hadt

je mijn raad gevolgd lieve, dan ware we er al gisteren geweest;"

antwoordt Eva, terwijl ze half lachend met den vinger dreigt.

Maar hij:

"Toch is het zoo beter lief kind."

En Eva--of zij hem niet begreep:

"Ik ben tenminste maar blij dat die hoofdpijn verdwenen is."

Geen half uur later snelde het gelukkige echtpaar op de breede vleugels

van den stoom de vele genietingen te gemoet, die vooral het jonge

vrouwtje reeds van verre toelachten uit die heerlijke wereldstad.

Reeds twee volle dagen bevinden zich de echtgenooten te Parijs, en

ofschoon Eva vast aan haar ouders beloofde om al spoedig te zullen

schrijven, zoo is haar zulks tot nu toe onmogelijk geweest,--althans

zij beweert het--omdat ze bij haar aankomst in die groote stad terstond

bemerkte dat ze allereerst wat meer werk moest maken van een voegzamer

toilet, want met haar achterhoekschen hoed, haar ouderwetsch kapsel,

en laarsjes zonder hooge hakken moest ze er voor een Francaise wel

uitzien pour se pamer de rire.

Nu, na het ontbijt, terwijl August een paar regels aan Van Hake, en

een langen brief aan den generaal schrijft, zal Eva zich eindelijk

van haar kinderplicht kwijten. Haar pen vliegt over het papier:

"Hotel du Helder, Mai 18....

"Mes très-chers parents!

"Haast zou ik in 't Fransch vervolgd hebben, want men raakt er hier al

spoedig aan gewoon, maar ik weet dat u niet veel Fransch leest, en dus,

enfin!--Wij zijn sedert Vrijdag-avond in ons hotel rue du Helder, en

ik schrijf nu in de ontbijt- en eetzaal--die niet veel meer is dan een

langwerpige, tamelijk sombere roef zonder eenig uitzicht. Wanneer dit

begin u den indruk gaf dat ik hier niet op mijn aise zou zijn--nl. in

Parijs--dan zoudt ge u zeer vergissen. Ik vind het hier _dol_. O, als

men er niet geweest is dan kan men er zich geen begrip van vormen. 't

Leven heeft hier doorgaans iets van een heerlijken droom--iets wits,

blinkends: altijd ruimer, altijd hooger, altijd meer; ik weet het niet

anders uit te drukken.--Bij dat alles valt alleen ons hotel erg af. 't

Is een zoogenaamd deftig logement; en ofschoon ik erkennen moet dat

ik, om iets te noemen, onder al de Romphuizer jongelui er nooit een

zoo chic heb gezien als de garçons in ons hotel--en van den morgen

tot den avond,--zoo vind ik het logement zelf toch tamelijk somber,

en heb August bepraat om morgen naar het Grand Hotel te verhuizen,

waar men, voor weinige franken meer, het Parijsche hotelleven in

den volsten zin van 't woord geniet. Maar van dat alles vertel ik

u mondeling nader. Ook kan ik u geen verhaal doen van alles wat

wij reeds prachtigs bezichtigden; in den Baedeker dien we meenamen,

kunt u later alles lezen. In éen woord, ik vind het hier goddelijk! U

hebt geen denkbeeld van al de pracht van bijouteriën in de winkels en

vooral in die van het Palais-Royal. Een garnituur, broche en knoppen,

heb ik gezien.... nee maar heusch, u hebt er geen idee van. Voor een

aardigheid gingen we er eens in: Deux mille trois cent francs! 't Viel

me nog mee. Niet dat Helmond er over dacht; u kunt wel begrijpen dat,

al zou hij zoo iets een oogenblik in 't hoofd hebben gekregen, ik

't hem zeker afgeraden, ja zelfs zou verboden hebben. Wat zou ik met

zulk een garnituur in Romphuizen doen:

"De kerk Notre-Dame is ook beeldig, en vooral die miskleeren zijn

prachtig; zoo iets rijk geborduurds met goud en edelgesteenten, daar

hebt u geen begrip van. Gelukkig dat ik niet begeerig naar al die

luxe ben, want aan mijn August heb ik genoeg. O, u weet niet wat een

heerlijk leven ik met mijn lieven man heb. Hij is zoo goed. Letterlijk

zou hij alles doen om mij genoegen te geven; maar juist dáárom zoek

ik op mijn beurt uit te vinden wat hem het aangenaamst is en waar

hij het liefst heengaat. De Keizerlijke Bibliotheek en de Morgue daar

heeft hij echter op mijn verzoek van afgezien, omdat die bibliotheek

voor mij nu heelemaal niets was, en die Morgue zoo akelig is dat ik

er van droomen zou. Maar, om hém plezier te doen zijn we toch naar

de buitenplaats van Père Lachaise geweest. U weet dat dat het groote

Parijsche kerkhof is. Eerst had ik er _tegen_; want ik dacht fi! een

kerkhof op ons huwelijksreisje! Maar 't is niemendal akelig; 't viel

me tenminste vreeselijk mee. Ten eerste ligt dat kerkhof heel hoog en

veel rianter dan eenig kerkhof bij ons; maar ook door al de prachtige

mausoleums, de schoone beelden en bas-reliefs, de afwisseling van

kransen, bloemen en versiersels bij en op de fraai overdekte graven,

dat alles laat niets sombers na, en de Parijzenaars krijgen op hun

kerkhof dunkt mij zoo volstrekt geen indruk van het nare denkbeeld

"begraven worden". Papa zal wel zeggen dat ik nu ook weer heel aardsch

en zonder nadenken redeneer; nu ja, maar u begrijpt wel hoe ik het

meen, en hier in ons hotel, bij de débris van een keurig déjeuner met

koude kip, oeufs à la coque, croissants--delicieuze broodjes--hors

d'oeuvres, monster-garnalen enz. en heerlijke koffie, hier in een

Parijsch hotel, met de voorstelling van een rit in een open rijtuig

door 't Bois de Boulogne, en daarna 't zien van een steeple-chase

enz. in 't Hippodrôme, kunt u mij niet kwalijk nemen dat ik geen

diepzinnige bespiegelingen maak.

"Wat ik u nog vertellen wil, 't is hoe wij het overheerlijk hebben

getroffen dat Helmonds vriend monsieur De Musart, in de stad was. Door

diens relaties met een zeer voornaam heer die over de theaters--of

sommige ervan, gesteld is, kregen we gisteren een paar prachtige

plaatsen in het groote Thèâtre de la Gaieté--fauteuils de balcon

avant-scène--vlak vooraan op den hoek bij het tooneel. Dat waren

letterlijk de eerste plaatsen uit de heele komedie. O, delicieuze

fauteuils! en aan de balustrade heeft men vóór zich écrans van

groene zij--weet u, die men op en neer kan schuiven om geen hinder

van 't voetlicht te hebben.--We zaten daar, bijvoorbeeld als in

den Haag de Koninklijke familie, maar eigenlijk nog veel ruimer

en chicker. We konden zoo zien dat ze allemaal dachten dat we zeer

voornaam waren. Helmond moest er om lachen zoo gedegageerd als ik

den meesten tijd in mijn fauteuil lag, en--alsof ik het dagelijks

gewoon was, naarmate het voetlicht al dan niet hinderde, dien écran

op en neer schoof. Ik ben er zeker van dat een deftig heer, met

drie ridderorden, mij voor een barones of zoo iets heeft aangezien,

want hij maakte bij 't binnenkomen, in de afdeeling naast ons, een

enorm hoofsche buiging. Nu, wat August betreft, die ziet er ook recht

gentlemanlike uit, niewaar, en dat helpt fameus!

"Het stuk dat wij gezien hebben was prachtig. Van de élégance der

toiletten beste mama, kan men zich geen begrip vormen. Een actrice,

die in de rol eener madame Duvanont overheerlijk speelde, en ons

een vrouw voorstelde die uit innige liefde voor haren minnaar

haar echtgenoot vermoordt; ja zelfs om hem te overtuigen dat zij

niemand liefheeft dan hem, aan haar bediende den last geeft om

haar kind--spelevarend met een bootje, in den vijver--heimelijk

te doen omkomen; die actrice had in datzelfde stuk--ik heb het

goed geteld--acht verschillende toiletten. Als wij zulk een vrouw

en moeder in de werkelijkheid zagen, wij zouden er natuurlijk van

gruwen, maar als men zoo iets op het tooneel ziet, dan geeft het een

geheel anderen indruk. Men weet ten eerste dat het niet waar gebeurd

is, en bovendien, 't was een beeldschoone vrouw; en die heerlijke

toiletten! en die stem toen ze zoo zei: "Mon Edgard, sans toi le ciel

me serait un enfer!" o dat was onuitsprekelijk mooi; en de claque

heeft toen ook geapplaudisseerd à l'infini. Waar ik echter het meest

naar verlang is de Fransche en vooral de Italiaansche opera. Dezen

avond denk ik wel dat mijn beste August tot de eerste besluiten zal;

en dan--Patti zal ik in de Italiaansche hooren! In één woord lieve

ouders, wij genieten hier met volle teugen, en zullen nog oneindig

veel meer genieten! Van de heerlijke boulevards, van de prachtige

paleizen met bijna eindelooze danszalen, van dat onbeschrijfelijk

prettige sans-gêne 'twelk hier heerscht, en zoo ongeloofelijk gunstig

afsteekt bij al wat Hollandsch is; van dat alles schrijf ik u nader,

of, zoo ik daartoe geen tijd meer mocht vinden, dan vertel ik er u

bij onze terugkomst van. Gelukkig blijven we nog tien volle dagen

hier. Denk er aan uw brieven te adresseeren: Grand Hotel. Zet u voor

een aardigheid eens op het adres: Madame la Baronne; dat zou.... Maar

nee, nee! ik schreef dit uit gekheid; ik zou om die lafheid dezen

heelen brief kunnen verscheuren, maar ik heb geen tijd meer om een

nieuwen te schrijven, want zoo aanstonds komt het rijtuig. Nu 't was

maar een grapje, dat begrijpt u wel.

"Van harte hoop ik dat u en zusje Louise wél zult zijn. Louise

zou zich hier niet op haar plaats gevoelen, althans niet als ze in

ons gezelschap was. Ik heb voor u allen reeds een souvenir in mijn

koffer. De goede August heeft me hier een blauw satijnen japon gekocht,

een waar ik dol op was; acht franken de el; maar u moet er niet van

spreken, want er zijn altijd menschen, wien het hindert als iemand

genoegen heeft en iets meer bezit dan zij; of ook zijn er andere--in

vele opzichten misschien goede, maar toch erg schriele menschen, die

altijd den angst krijgen dat iemand zijn laatsten stuiver zal uitgeven.

"Leeft wel! Vele groeten van mijn August!

Dokter Helmond en zijn vrouw · 第 19 / 85 题