Men kan in Holland ook gemaakte sambelans en sambel-gorèngs koopen,
wat zeer gemakkelijk is; maar de toespijzen, die men zelf maakt van
de gedroogde kruiden, volgens de talrijke opgegeven recepten, zijn
veel geuriger en smakelijker, terwijl men bovendien die toespijzen,
naar eigen believen, scherper of minder sterk kan maken.
Lombok is tegenwoordig ook overal verkrijgbaar, hetzij in gedroogden
vorm (bij de drogisten), dan wel versch; op sommige tijden van het
jaar te ontbieden bij den Heer Helfrich, tuinier te of nabij Delft.
LIJST VAN MALEISCHE WOORDEN EN BENAMINGEN DIE IN DE RECEPTEN
VOORKOMEN.
Ajam kip
anggoer wijn
asem tamarinde. Ook "zuur" bijv. nw.
asin gezouten
ati of hati lever
atjar ingelegd zuur
Babi varkensvleesch
bajem spinazie
banten Bantamsch
bara gloeiende kool of asch, sintels
basi schotel, platte ronde schaal
basi kasar grove vuurvaste schaal
bawang ui
bawang mérah; bawang poetih roode ui, sjalot; knoflook
bèbèk eend
bras of beras ongekookte rauwe rijst
bras boeboer kleinkorrelige rijstsoort
bieting pinnetje, houten speldje
boeboer pap, brij, moes
boemboe kruiden, specerijen
brandal of berandal muiteling, roover
Dadar eierstruif, omelette
dandang hooge koperen pot
daon blad
dêdêk zemelen
dèndèng gedroogd gekruid vleesch
djagoeng maïs, turksche tarwe
djahé gember
djanganan een mengsel van gekookte groenten met
bereide sambel
djeroek citroen (in velerlei soorten)
djienten of djinten komijn
doelang houten bak of presenteerblad
Ebbie gedroogde garnalen
entjèr dun, waterig
Frikadel gehakt
Gado-gado als djanganan--zie boven
gajoeng schepper, om water te scheppen
gambir catechu, bittere zelfstandigheid
garem of garam zout, keukenzout
gendaria zure vrucht, als de onrijpe pruim
godok of gòddòk koken, warmen, opwarmen, opgewarmd
goedang provisiekamer
goeri geurig, smakelijk, lekker
gorèng braden, gebraden
gòwòk zure vrucht
Idjo of idjoe groen
ikan; ikan terie visch; kleine gedroogde vischjes
irik groote zeef
iris; (geïrist) fijnsnijden; (fijngesneden)
isi inhoud, vulsel, ook gevuld
Katjang peulgewas, boon, erwt
katjang beras een der vele peulsoorten
katjang kaprie peultjes
katjang kedelée een der speciaal indische peulsoorten
kasar grof
kapoer sirih gebluschte betelkalk
keboeli rijst op bijzondere wijze bereid
kedongdong een rinsch-zure vrucht
kemantèn of pengantèn bruid, bruidegom ook bruiloft
kembang pala foelie
kentel dik (van vochten)
ketan een aan kleefstof rijke rijstsoort
ketimoen komkommer
kétjap soja
ketoembar koriander
ketoepat rijst in gevlochten mandjes gekookt
kepiting kreeft
kiesmies of kismis krenten, rozijnen
kiraï kleine gevlekte komkommer, augurk
klabet fenegriek
klapper, (kelapa) kokosnoot
kodja klingalees, moor, ook moorsch
kòdòk kikvorsch
koekoesan gevlochten mand, waarin de rijst gestoomd
wordt
koening geel
koenjit kurkuma
koeping tikoes soort van champignons
koetjaï prij
koewah 't nat of de saus van een gerecht
koewali aarden of ijzeren kookpan
krandjang gevlochten mand
krèttjèk reepen buffelhuid in olie gebakken
kring of kering droog
kroepoek of keroepoek toespijs bij rijst, van vleesch of
garnalen, gebakken in olie
Laksa Chineesche vermicelli
lalap of lalab toespijs van groenten bij de rijst
laos, langkoewas een wortelsoort, (specerij)
legèn palmwijn, (als gist gebruikt)
lembaran in stukken of plakken gesneden
lidi nerf van het klapperblad
liwet koken (niet stoomen) in een pot
lobak knol
lobi lobi zuurzoete vruchten
lombok spaansche peper
Makanan eten, spijs, gerecht
mangkok kopje
manisan confituren
mata sapi spiegelei
mie chineesche macaroni-soort
mieso een soort chineesche vermicelli
moeda jong
Nasi gekookte rijst
Oedang garnaal
oelam benaming van rijst met toespijzen
opor gevuld of gefarceerd gevogelte
otak of oetak hersenen
Padi niet gebolsterde rijst (als ons koren)
paha dij, dijbeen, bout
pala notemuskaat
palmiet of oemboet het hart in de kroon der palmboomen
panggang roosteren
peda of pedah ingezouten visch
penjoe schildpad
penggorèngan oventje om in te bakken
pèpès visch of vleesch in een blad gewikkeld en
geroosterd
perijoek of priok aarden of koperen pot
petiman steenen potje met deksel
petjel gerecht bij de rijst
piendang of pindang saus van visch of vleesch, gerecht bij
rijst
pientjo vierkante bakjes van pisang bladeren
piring bord
piring kasar grof bord (vuurvast)
pisang banaan
poetih wit
pollong erwtjes, doperwtjes
Ragie benaming van een dèndèng soort
rames fijn kneden, door elkander wringen
rampé mengsel
reboeng jonge bamboespruit
roedjak of roedjah een heet Indisch gerecht van onrijpe
vruchten met spaansche peper
roekem zure vrucht
Sajor of sajoer (in waterige soep als toespijs bij de rijst
soorten)
sambel gestampte spaansche peper, als toespijs
sambelan sterk gekruide toespijzen bij de rijst
santen; s. kentel, s. klappermelk; dikke id, dunne id.
entjèr
selam mahomedaan, inlander
serdadoe soldaat
serani inlandsch Christen
seroendèng of sroendèng gebraden geraspte kokosnoot
sioong schijfje van een vrucht
sodèt ijzeren platte lepel
soedjèn houten pinnetje voor de sesatée
soemsoem merg, ook: gelijkend op merg
soön zeer fijne chineesche vermicelli
Tahoe chineesch meelgerecht in platte koeken
tampah, tampa of tetampa platte gevlochten bamboezen mand, wan
tanggok bolvormige zeef
tangkwé droog geconfijte chineesche vrucht
taotjo chineesch praeparaat van Jav. suiker en
katjang kedelée
taugé uitspruitsel van de katjang idjo
telor ei
tempé platte beschimmelde koekjes van kedelée
tepong meel
tepong bras; t. trigoe of rijstmeel; tarwemeel
t. terigoe
terasi of trassie fijngestampten gedr. visch en garnalen
als toevoegsel in Ind. gerechten
teroeboek of troeboek gezouten vischkuit
tim in een pot stoven of gaarstoomen
tjampoeradoek mengsel; ook gemengd zuur van allerlei
groenten
tjerimée, tjerimai, tjermé kleine gele zure vrucht
tjeplok spiegelei
tjina chineesch
tjoeka zijn
tjeriepiek of keripik toespijs van fijngest. visch. enz dat
gebraden wordt
toemis groenten in olie gestoofd
Wadjan of wadja ijzeren braadpan
widjèn pitjes van een heester (zie benamingen
van planten)