Twee kopjes rijst, 4 kopjes melk, 1 1/2 flesch room, 3 kopjes suiker,
6 eierdooiers, 1 stokje vanille. Rhum, 3/4 flesch water.
Bereiding:
De rijst kneuzen tot kleine korreltjes en een half uur koken met het
water (3/4 flesch); daarna 't water afgieten en de melk er bij doen
en hierin wederom een half uur koken. Intusschen slaat men den room
en, als hij dik is geworden, doet men hem op een koele plaats. Het
onderste, dunne gedeelte van den geslagen room roert men vervolgens
door de rijst en de melk. Is de rijst gaar, dan wordt ze op een zeef
gestort, fijngewreven en door de pap, die daarvan komt, de met vanille
en suiker geslagen eierdooiers geroerd. Dit wordt samen nog even
opgewarmd tot het dik wordt, daarna afgekoeld en in den puddingvorm
gedaan, om te bevriezen.
Is het bevroren, dan slaat men er den koelen, dikken room door en
laat het dan nog twee uren bevriezen.
Wordt de pudding voorgediend, dan giet men er een glas rhum over.