Er zijn 2 manieren, om waterijs te maken.
No. 1 is: het water met de suiker te koken. Deze manier is de
beste. Men laat dan het gekookte bekoelen.
No. 2 is: het water met de suiker vermengen en ongekookt laten. Deze
ijssoort smelt spoediger.
Wanneer men, volgens de eerste methode, de suiker met het water kookt,
moet men er op letten, dat de suiker geheel versmolten is en dunne
suikerstroop is geworden; men schuimt het kooksel nu en dan af en
zeeft de suikerstroop, nog warm, door een fijnen, neteldoekschen
lap. Men neemt, bij beide ijssoorten, vruchtengeleien in plaats
van versche vruchten, en wel op ieder liter water, een kwart pond
gelei. Men voegt er, zoo noodig, wat suiker bij.
In het algemeen mag men, bij deze ijssoorten, niet te veel in de bus
roeren. Bovendien moet het waterijs langer dan roomijs te vriezen
worden gezet. (Twee à drie uren).