Tien eieren, waarvan 5 met het wit, 4 lepels suiker, 1 theelepel
fijne kaneel, de geraspte schil van 1 djeroek-nipis, 1 flesch melk.
Bereiding:
Vijf eierdooiers klopt men met vijf heele eieren. De vijf overige
eiwitten worden tot schuim geklopt en met de suiker, de kaneel en de
geraspte schil door de eierdooiers geroerd.
De melk warmt men op (niet koken), doet haar daarna, al roerende,
bij de vla, die men in een vuurvaste schaal overstort. Men strooit
er fijne kaneel over en bakt deze vla nog even in den oven.