Zes djeroeks-manis, 1/2 pond suiker, 1 1/2 stang agar-agar, bessennat
naar smaak.
Bereiding:
Van de djeroeks snijdt men een stukje, met den steel, af, holt
het binnenste uit en wringt dat door een zeef of een neteldoekschen
lap. Men kookt dit met de suiker en de agar-agar samen op, tot het dik
wordt, waarna men het rood kleurt met het bessennat. Men laat dit dan
nog even samen doorkoken, daarna bijna bekoelen. Lauw-warm wordt dit
vocht in de uitgeholde djeroeks gedaan, waarna deze vruchten wederom
met de afgesneden stukjes worden gesloten.
Men rangeert deze djeroeks op een schotel of dessertschaal en snijdt
ze, bij het presenteeren, in tweeën.