Een broodje, zonder korst, 1 flesch melk, 2 lepels boter, 2 lepels
suiker, 3 geklutste eieren, 1/2 ons snippers of sukade, gelei, kaneel,
1/2 ons krenten. 4 à 5 tot sneeuw geklopte eiwitten met fijne suiker,
boter.
Bereiding:
Het broodje snijdt men aan sneedjes; de drie geklutste eieren roert
men aan met de melk, de twee lepels boter, de suiker en de fijne
kaneel. Hierin weekt men de sneedjes brood, die men daarna in een met
boter bestreken basi-kasar, laag om laag, doet met de gelei, krenten
en snippers. De bovenste laag moet brood zijn, dat men bedekt met de
tot sneeuw geklopte eiwitten, waarna men deze taart, in den warmen
oven, bakt.