Twee en een half kopje melk, 1 1/2 pond meel, 2 geklutste eieren,
1/4 pond boter, fijne kaneel en poedersuiker, een weinig zout.
Bereiding:
Het meel en de boter worden ter dege samengekneed; daarna roert men
er de geklutste eieren door, vermengt dit goed, roert er nu zachtjes
zooveel melk bij, dat men het deeg tot balletjes kan verwerken, ter
grootte van een klein kippenei. De balletjes wentelt men in droog
meel, daarna rolt men ze met den deegrol tot kleine ovalen van een
cents dikte en maakt hiervan eenigen bij elkander, die men met acht
of tien te gelijk op een breed wafelijzer doet en ze aan beide kanten
boven een arèngvuur licht bruin bakt. Zijn ze gaar, dan trekt men
ze van het wafelijzer af en strooit er suiker met kaneel over. Dit
gebak wordt op de kermissen in Europa als een goedkoope versnapering
voor kinderen, overal verkocht à een cent het stuk.... "Parijsche
wafelen! Eén cent maar!"