Vier eieren, 4 volle lepels witte suiker, de geraspte schil en het
sap van een halve djeroek-nipis.
Bereiding:
De dooiers worden met de suiker een kwart uur lang geklopt, daarna
doet men er de schil en het sap van de djeroek-nipis bij, vervolgens
het stijfgeklopte eiwit. Dit wordt nu luchtig door elkander geklopt.
Deze massa bakt men in een vuurvasten met boter bestreken schotel,
gedurende een half uur, in een taartenpan, met onder en boven vuur. Als
men de omelette er uit wil halen heeft men bij voorbaat voor een
heet gemaakte deksel gezorgd, waarmede de schotel overdekt wordt,
daar anders de omelette, bij den minsten tocht neêrslaat.
Deze omelette kan verder gebruikt worden met confituren, dan wel
met rhum.